De voorzitter opent de zitting op 09/04/2026 om 20:19.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad - GR 16 januari 2025.
Het verslag voorgaande zitting wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 21.53 minuten tot en met 23.40 minuten.
Artikel 1
Het verslag van de voorgaande zitting van 12 maart 2026, dat acht dagen voor de huidige zitting ter inzage van de raadsleden heeft gelegen, wordt door de gemeenteraad goedgekeurd.
MJP001101 - Toegestane werkingssubsidie brandweerzone Rand (dotatie)
De zoneraad keurde in zitting van 28 november 2025 het meerjarenbeleidsplan 2026-2031 van de Brandweer Zone Rand goed.
Het jaaractieplan werd per e-mail bezorgd aan de leden van de gemeenteraad.
Vragen over dit jaaractieplan konden tot en met woensdag 1 april 2026 worden bezorgd aan het secretariaat.
Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid - artikel 23,§3.
Koninklijk Besluit van 24 april 2014 tot vaststelling van de minimale inhoud en de structuur van het meerjarenbeleidsplan van de hulpverleningszones.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikels 40 en 41.
De doelstellingen van het meerjarenbeleidsplan 2026-2031 werden verder uitgewerkt in een jaaractieplan voor 2026. Het jaaractieplan vertaalt de strategische en operationele doelstellingen naar concrete acties voor het komende werkjaar.
Het jaaractieplan dient in principe ook ter advies te worden voorgelegd aan de gemeenteraden van de zone.
Gelet op de huidige timing zal het jaaractieplan 2026 ter kennisgeving worden bezorgd en zal een verdere toelichting worden gegeven aan de gemeenteraad.
Toelichting wordt gegeven door Stijn Lenaerts (brandweer).
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 23.41 minuten tot en met 1.14.35 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van het jaaractieplan 2026 van Brandweer Zone Rand.
MJP001289 – studiekosten aanleg wegentracé nieuwe verkaveling Van Pulstraat 15 – 25.000 (2026)
MJP001290 – Aanleg wegentracé nieuwe verkaveling Van Pulstraat 15 – 250.000 (2027)
MJP001291 – Nutsvoorzieningen wegentracé nieuwe verkaveling Van Pulstraat 15 – 50.000 (2027)
Gemeente Brecht tekende in op Igean die optreedt als zelfstandige groepering voor grondgebiedszaken en voor programmaregie.
De gemeente Brecht is deelnemer van Igean.
Gemeenteraadsbeslissing van 13 november 2025: IGEAN dienstverlening treedt op als zelfstandige groepering ter ondersteuning van het lokaal bestuur - Intergemeentelijke samenwerking grondgebiedszaken - Aanbod vanaf 1 januari 2026.
Op 29 september 2017 keurde de Vlaamse Regering de selectie- en rangschikkingsbeslissing binnen het nieuwe DBFM-programma schoolinfrastructuur goed, waarbij de projecten van de clusterverantwoordelijken en de mandanten werden geselecteerd. De kandidatuur van de projectcluster Antwerpen-Brecht werd hierbij weerhouden.
In dit subsidieproject werden drie scholen opgenomen namelijk:
1) De leerexpert
2) Madras
3) GBS De Sleutelbloem
De leerexpert werd aangeduid als pilootproject, maar omwille van aanhoudende vertraging waardoor het project telkens wordt uitgesteld, wordt momenteel een switch van het pilootproject bekeken waardoor de niet-pilootprojecten kunnen versnellen. Dit proces wordt begeleid door AG Vespa, Agion en DLA Piper en is momenteel in onderzoek.
Uiteraard is het noodzakelijk dat de nieuwe school in de toekomst bereikbaar is en aan een uitgeruste weg zal liggen.
Hiervoor werd een lastgevingsdocument opgemaakt in samenwerking met Igean zodat zij dat verder op kunnen nemen voor gemeente Brecht. Zij nemen dit op in hun aanbod van de programmaregie als zelfstandige groepering.
Igean zal instaan voor volgende opdracht:
- de realisatie van de ontsluitingsweg;
- de realisatie van de parking voor de school;
- een haalbaarheidsstudie te voeren voor een mogelijke woonontwikkeling op de percelen van het oude technisch centrum in de Van Pulstraat waarbij o.a. de piste van betaalbaar wonen verder wordt onderzocht;
- de afstemming met de school en de omwonenden.
De bevoegdheid van IGEAN strekt zich uit tot beloop van een totale kostprijs van het project ten bedrage van 1.500.000 euro (één miljoen vijfhonderdduizend euro).
Toelichting wordt gegeven door schepenen I. Van Den Heuvel en D. de Veuster.
Eén gezamenlijke toelichting voor agendapunt 3 (Lastgevingsovereenkomst Igean - Gemeente Brecht - Aanleg weg site Van Pulstraat - School) en agendapunt 18 (DBFM Scholencluster Brecht - Antwerpen - Wijziging modaliteiten - Pilootproject).
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 1.14.36 uur tot en met 1.32.47 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het lastgevingsdocument goed.
Artikel 2
De bevoegdheid van IGEAN strekt zich uit tot beloop van een totale kostprijs van het project ten bedrage van 1.500.000 euro (één miljoen vijfhonderdduizend euro).
Artikel 3
De gemeenteraad engageert zich om bij de volgende aanpassing meerjarenplanning de nodige budgetten te voorzien.
Artikel 4
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan Igean.
MJP001395 - Toelage BIN's
Voorziene budget: 2.000 euro, jaarlijks
Bij gemeenteraadsbeslissing van 9 september 2021 werd het subsidiereglement voor de BuurtInformatieNetwerken (BIN) goedgekeurd. In dit reglement voorzag de gemeente voor de periode 2021-2025, binnen de beperking van de voorziene budgetten in het meerjarenplan, een jaarlijkse subsidie voor de BIN's ten bedrage van 200 euro per BIN. Indien het voorziene bedrag in het meerjarenplan ontoereikend zou zijn om alle BIN's te vergoeden, wordt een procentuele verdeling van het totaalbedrag toegepast en krijgt elke BIN een gelijk bedrag.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41, 23°.
Het subsidiereglement voor de BuurtInformatieNetwerken (BIN) eindigde op 31 december 2025. In het meerjarenplan 2026-2031 werd opnieuw een budget van 2.000 euro opgenomen voor de betaling van subsidies aan de BIN's. Het reglement dient hernomen te worden.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 1.32.48 uur tot en met 1.35.35 uur.
Artikel 1 - Grondslag
De gemeente voorziet vanaf 2026 tot en met 2031, binnen de beperking van de kredieten van het meerjarenplan, een jaarlijkse subsidie voor de ondersteuning van de algemene werking van een BuurtInformatieNetwerk (BIN) dat werkzaam is op het grondgebied van Brecht.
Artikel 2 - Subsidievoorwaarden
Enkel erkende BIN's (met een door de gemeente mee ondertekend charter) hebben recht op een jaarlijkse subsidie.
Artikel 3 - Methodiek
De subsidie moet gebruikt worden voor de algemene werking van het BIN, bijvoorbeeld om folders te laten drukken, vergadermomenten te faciliteren, kantoorkosten te dekken,… Het BIN legt een werkingsverslag voor waaruit blijkt waarvoor de middelen zijn ingezet. Indien uit controle blijkt dat de subsidie oneigenlijk wordt gebruikt, wordt de subsidie teruggevorderd.
Artikel 4 - Verdeling en uitbetaling van de subsidie
De subsidie bedraagt 200 euro per jaar per BIN en wordt uitbetaald op rekening van het BIN. De gemeente bezorgt aan elke gekende BIN een (al dan niet elektronisch) formulier om de nodige financiële gegevens te verstrekken. Na correcte indiening van dit formulier en het werkingsverslag wordt de subsidie uitgekeerd. Indien de formulieren niet tijdig of onvolledig worden ingevuld, vervalt het recht op de subsidie voor het betrokken jaar.
Artikel 5 - Verdeling bij ontoereikendheid
Indien het voorziene bedrag in het meerjarenplan ontoereikend zou zijn om alle BIN's te vergoeden, wordt een procentuele verdeling van het totaalbedrag toegepast en krijgt elke BIN een gelijk bedrag.
Artikel 6 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 mei 2026 en loopt tot en met 31 december 2031.
Artikel 7 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 8 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Externe adviezen
Als, met toepassing van artikel 12, §2,van het gemeentewegendecreet, de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg wordt opgenomen in een omgevingsvergunning, spelen de procedureregels van het omgevingsvergunningendecreet (in afwijking van artikel 11 van het gemeentewegendecreet). Dit houdt in dat advies gevraagd moet worden aan de adviesinstanties, bepaald in artikel 35 van het Omgevingsvergunningenbesluit.
Er werd voor deze aanvraag interne adviezen gevraagd aan de gemeentelijke milieuambtenaar m.b.t. tot de watertoets en aan de dienst mobiliteit.
Het advies m.b.t. de watertoets heeft geen aspect op de zaak der wegen.
Het advies van de dienst mobiliteit luidt als volgt: Gunstig
Op basis van de ingediende motivatienota blijkt dat de betrokken voetweg reeds vele jaren niet langer zichtbaar is, noch feitelijk gebruikt wordt. De voetweg is volledig ingenomen door bestaande vergunde en te regulariseren constructies, waardoor herstel of openstelling ruimtelijk niet meer haalbaar is. Er zijn geen aanwijzingen dat de voetweg nog een functionele of recreatieve verbindingswaarde heeft binnen het huidige wegennet.
De mobiliteitsdienst adviseert gunstig voor de afschaffing van de voetweg op het perceel Violetstraat 9, aangezien deze geen actuele gebruiks- of meerwaardefunctie meer heeft en feitelijk niet langer bestaat.
Advies
Voetweg nr. 148 is niet meer zichtbaar op de projectlocatie van voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag en aanpalend perceel Violetstraat 7 en bijgevolg in onbruik geraakt. Het niet-gebruik van de voetweg kan worden vastgesteld door afwezigheid van de weg op foto's bij de aanvraag en op luchtfoto's. De nota bij de aanvraag vermeldt en toont aan, dat de voetweg nr. 148 reeds lange tijd in onbruik is en ter plaatse niet meer zichtbaar is. Het perceel is gelegen in de gewestplanbestemming woongebied. Het perceel en de aanpalende percelen worden ontsloten via de omliggende voldoende uitgeruste gemeentewegen Violetstraat, Leopoldstraat, Nieuwstraat en Tulpstraat. De verkeersveiligheid en de ontsluiting van de projectlocatie worden door de opheffing van voetweg nr. 148 op het perceel niet in het gedrang gebracht. De aangevraagde wijziging van het gemeentelijk wegennet (gedeeltelijke afschaffing voetweg) schaadt het algemeen belang niet. Er werden geen bezwaarschriften ingediend m.b.t. de gedeeltelijke afschaffing van de voetweg. Momenteel is er ook een omgevingsvergunningsaanvraag (OMV2026/90) lopende met geïntegreerde afschaffing van deze voetweg nr. 148 tussen Molenheiken (32) en de Mallebaan over een afstand van ca. 400 meter. Ook hier is deze voetweg niet meer zichtbaar en al decennia lang in onbruik. Het tracé van de oude voetweg is op zijn geheel op verschillende plaatsen overbouwd, onderbroken, in procedure om af te schaffen, …
Vanuit de dienst Omgeving wordt positief advies gegeven voor de afschaffing van de voetweg nr. 148 op de locatie van aanvraag van de omgevingsvergunningsaanvraag voor een gevelrenovatie, het slopen van een veranda en het regulariseren van een garage en de verhardingen, Violetstraat 9 te Brecht, kadastraal bekend als afdeling 4 sectie D nr. 887Y en aanpalend perceel Violetstraat 7.
OMV2025/296 (OMV_ 2025132972): De heer Sven Peeters wonende te Violetstraat 9 te 2960 Brecht heeft per beveiligde zending van 3 november 2025 een aanvraag van een omgevingsvergunning ingediend.
De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Violetstraat 9, kadastraal bekend: afdeling 4 sectie D nr. 887Y.
De aanvraag omvat stedenbouwkundige handelingen. Het betreft een aanvraag gevelrenovatie, het slopen van een veranda en het regulariseren van een garage en de verhardingen.
De aanvraag omvat de opheffing van een in de feiten verdwenen sentier (voetweg nr. 148) in functie van geïntegreerde procedure voor opheffing van gemeentewegen.
De omgevingsvergunningsaanvraag zal worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen.
De gewone procedure wordt gevolgd.
Geïntegreerde procedure
Het perceel van aanvraag wordt getroffen door het tracé van een op het terrein niet meer zichtbare voetweg, nr. 148, die volgens het geoloket van de provincie Antwerpen nog niet formeel afgeschaft is.
Aangezien er een conflict bestaat tussen het tracé van voetweg nr. 148 en het voorgenomen project, kan er geen wettige omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen worden afgeleverd, zolang de betreffende voetweg niet eerst formeel verlegd of afgeschaft is.
Cfr. art. 12 §2 van het Gemeentewegendecreet (GWD) kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg (i.c. voormalige voetweg) met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. Die mogelijkheid geldt voor zover het aanvraagdossier een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat.
Cfr. artikel 20 van het GWD bevat het besluit tot opheffing van een voetweg een grafisch plan waarop minstens de volgende elementen zijn aangeduid:
1° de op te heffen rooilijn, het op te heffen rooilijnplan of het desbetreffende deel daarvan;
2° de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de aanpalende kadastrale percelen en onroerende goederen;
3° de naam van de eigenaars van de aanpalende kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn.
De beoogde opheffing heeft geen betrekking op een gemeenteweg die in een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd is, of een gemeentelijk rooilijnplan dat in een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen. De in de omgevingsvergunningsaanvraag geïntegreerde procedure voor (gedeeltelijke) opheffing van een gemeenteweg (voormalige voetweg) kan worden gevolgd.
Voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag met gemeentelijk kenmerk OMV2025/296 bevat een grafisch plan met aanduiding van het tracé van de vermoedelijke ligging van de voetweg (Violetstraat 9, 2960 Brecht-A3 Liggend.pdf) volgens de Atlas der buurtwegen. Het tracé wordt met grijze arcering weergegeven. De voetweg heeft in het algemeen volgens de Atlas overwegend een breedte van 1,5 meter. Volgens het grafische plan bij voorliggende aanvraag, heeft de voetweg een breedte van 0,75 meter op het perceel van de omgevingsvergunningsaanvraag, Violetstraat 9 en van 0,75 meter op het aanpalend perceel rechts Violetstraat 7. De oppervlakte van het totale af te schaffen deel buurtweg (breedte van 1,5 meter over een afstand van ca. 33 meter) bedraagt ca. 49,5 m². De kadastrale gegevens van de aanpalende percelen worden vermeld. Op het plan wordt de berekening van de meerwaarde ten gevolge van de opheffing van de voetweg vermeld. De verklaring van de landmeter geeft aan dat de waardevermeerdering van de grond nihil is. De voetweg loopt door bestaande bebouwing, is reeds vele jaren in onbruik en is ter plaatse niet meer zichtbaar. Het grafisch plan voldoet aan de bij en krachtens het GWD gestelde eisen op vlak van de vorm en inhoud.
Beschrijving
Sentier (voetweg) nr. 148 start volgens de Atlas der Buurtwegen uit buurtweg nr. 12 ter hoogte van het huidige Molenheiken 32. Van daaruit loopt de voetweg ongeveer recht naar het perceel Violetstraat 9 (perceel van aanvraag). Verder loopt deze voetweg nog rechtdoor om dan uiteindelijk ter hoogte van Tulpstraat 7 en 9 te splitsen in 2. Het linker deel splitst zich nog verder op in 2 andere voetwegen nl nr. 105 en nr. 204. Het rechter deel loopt verder naar de Nieuwstraat om zo verder naar de Dorpsstraat te gaan. Het gehele traject van voetweg nr. 148 heeft in vogelvlucht een afstand van ca. 1000 meter. Het gaat om percelen gelegen in woongebied en agrarisch gebied als gewestplanbestemming. Volgens het geoloket van de provincie Antwerpen zijn er nog geen afschaffingen gekend voor deze buurtweg.
Het deel van de voetweg dat zich bevindt in woongebied is op de meeste plaatsen niet meer zichtbaar door omheiningen van woonkavels en gebouwen of zijn er tuinen over aangelegd. Op het perceel van aanvraag en aanpalend perceel rechts heeft voetweg nr 148 volgens de Atlas en het grafische plan een breedte van 1,5 meter over een afstand van ca. 33 meter. De oppervlakte op deze locatie (helft Violetstraat 9, helft Violetstraat 7) bedraagt ca. 49,5 m².
Het perceel van aanvraag is bebouwd met een halfopen eengezinswoning en aanhorigheden.
Op het vergunde plan van de woning uit 1978 wordt de voetweg niet weergegeven.
Ook het aanpalend perceel Violetstraat 7 is ter hoogte van het tracé van het af te schaffen deel voetweg bebouwd.
De voetweg is volgens de gegevens op het grafische plan (veldje beëdigd landmeter-expert) op het terrein niet meer zichtbaar. Vermoed wordt dat de voetweg ter hoogte van dit perceel dan ook in onbruik geraakt sinds minstens 1978 sinds de bouw van de woning op het huidige perceel.
Openbaar onderzoek
Cfr. artikel 17 van het omgevingsvergunningendecreet is de gewone vergunningsprocedure van toepassing voor projecten waarvoor met toepassing van artikel 31 een beslissing van de gemeenteraad vereist is over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg. Als de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg wordt opgenomen in een omgevingsvergunning, dan spelen enkel de procedureregels van het Omgevingsvergunningendecreet. Dit betekent dat niet de regels van het openbaar onderzoek over rooilijnplannen (artikel 17 Gemeentewegendecreet) gevolgd worden, maar de regels over het openbaar onderzoek inzake omgevingsvergunningsaanvragen (artikel 16 e.v. besluit betreffende de omgevingsvergunning).
Het openbaar onderzoek van 30 dagen werd georganiseerd van 20 februari 2026 tot en met 21 maart 2026.
Er werden geen bezwaarschriften ontvangen.
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen.
Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning van 27 november 2015.
Het Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019, datum inwerkingtreding 1 september 2019.
Atlas der buurtwegen voor de gemeente Brecht, wet van 10 april 1841.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Aangezien de buurtweg niet meer zichtbaar is op het terrein, en er voor het perceel van de aanvraag geen gemeentelijk rooilijnplan bestaat, dient de gemeenteraad enkel te beslissen over de vraag tot wijziging of opheffing van de voetweg nr148 (in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag). In de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg kan de gemeenteraad voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid (i.c. het college van burgemeester en schepenen) in de eventuele omgevingsvergunning opneemt (art.70 en 75 GWD, art.31 en 65 OVD).
De aanvraag tot gedeeltelijke afschaffing van voetweg nr. 148 te Violetstraat 7 en 9 wordt ter besluit voorgelegd aan de gemeenteraad.
Cfr. artikel 32.§ 6 van het Gemeentewegendecreet kan een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg pas verleend worden, na goedkeuring over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad.
Tegen de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. Het beroep dient gepaard te gaan met een beroep tegen de vergunningsbeslissing (bij de overheid, bevoegd voor beroepen tegen een vergunningsaanvraag).
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 1.35.36 uur tot en met 1.36.55 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad besluit tot de gedeeltelijke afschaffing van voetweg nr. 148 te Violetstraat 7-9 te Brecht, kadastraal bekend als afdeling 4 sectie D nr. 888W3 en 887Y volgens het grafische plan bij de omgevingsvergunningsaanvraag met gemeentelijk kenmerk OMV2025/296 (OMV_ 2025132972) van Sven Peeters wonende te Violetstraat 9 te 2960 Brecht voor gevelrenovatie, het slopen van een veranda en het regulariseren van een garage en de verhardingen en het afschaffen van buurtweg nr. 148 gelegen te Violetstraat 9, kadastraal bekend als 4 sectie D nr. 887Y.
Artikel 2
De gedeeltelijke afschaffing van voetweg nr. 148 op het perceel van de aanvraag en aanpalend perceel rechts wordt opgenomen in het gemeentelijk wegenregister.
Artikel 3
Het besluit van de gemeenteraad wordt toegevoegd aan het omgevingsvergunningendossier met gemeentelijk kenmerk OMV2025/296 (kenmerk omgevingsloket: OMV_2025132972).
Artikel 4
Tegen de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. Het beroep dient gepaard te gaan met een beroep tegen de vergunningsbeslissing (bij de overheid, bevoegd voor beroepen tegen een vergunningsaanvraag).
MJP001583 – Subsidie Klimaat- en energiepact (2025, subsidie ontvangen in 2025)
MJP001055 - Subsidie Lokaal energie en klimaatpact (LEKP) (2026)
De gemeente Brecht ondertekende het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 op 14 oktober 2021.
De gemeente Brecht ondertekende het Lokaal Energie- en Klimaatpact 2.0 op 13 oktober 2022.
Binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact moet een jaarlijkse inhoudelijke rapportering met betrekking tot de voortgang opgemaakt worden dat na voorleggen aan de gemeenteraad bij Agentschap Binnenlands Bestuur moet ingediend worden.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het Lokaal Klimaatpactportaal, waar de Vlaamse overheid de monitoring van de doelstellingen bijhoudt.
Het Burgemeestersconvenant 2030 aangaande de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, ondertekend door de gemeente Brecht op 14 oktober 2021.
Het Lokaal Energie- en Klimaatpact van de Vlaamse Regering en de Vlaamse steden en gemeenten van 4 juni 2021 aangaande het verbintenissen engagement inzake de algemenen engagementen en de vier werven behoudend 16 specifieke doelstellingen.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 - Artikel 2 § 2: “De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.”
Lokaal Energie- en Klimaatpact
Het LEKP is een samenwerking tussen de Vlaamse overheid en lokale besturen om de Europese klimaatdoelstellingen te realiseren. Het pact zet in op 4 werven: vergroening, energie, mobiliteit en regenwater. Hieraan zijn telkens heel concrete doelstellingen gekoppeld.
Trekkingsrechten
De Vlaamse Regering kent een subsidie toe aan de lokale besturen die het Lokaal Energie- en Klimaatpact ondertekenen. Daarmee ondersteunt Vlaanderen de lokale klimaatacties. Deze subsidie berust op het principe van een gemeentelijke cofinanciering van 50%. Dit betekent meer concreet dat voor iedere ontvangen euro, de gemeente zelf een extra euro moet investeren. Aan gemeente Brecht werden volgende bedragen uitbetaald op 30 april 2025: 115.613,02 euro voor uitvoering van LEKP 1.0 en 39.565,16 euro voor de uitvoering van LEKP 2.0.
Rapportering
Om de voortgang van het LEKP te monitoren dienen lokale besturen jaarlijks een LEKP-rapport in. Gemeenten moeten in 2026 rapporteren over de vierde subsidieronde, die werd uitbetaald in mei 2025. De deadline voor deze rapportering is 1 mei 2026.
De laatste LEKP-rapportering in 2027 gaat over de voortgang in het jaar 2026 en dus de vijfde subsidieronde. Het LEKP-portaal zal op dat moment reeds afgesloten zijn en voor deze laatste rapportering zal er dus geen datamonitoring of voortgangsrapport meer beschikbaar zijn.
LEKP-portaal
De gemeenten worden voor deze rapportering nog ondersteund via het LEKP-portaal waar ze hun voortgang kunnen monitoren via de aangeleverde data en een voortgangsrapport kunnen downloaden om te agenderen op de gemeenteraad. Het LEKP-portaal maakt gebruik van zoveel mogelijk bestaande databronnen en zorgt voor regelmatige updates tijdens de rapportering in 2026.
Uitfasering van het LEKP
Vanaf 1 januari 2027 houdt het LEKP op te bestaan door de opheffing van het decretaal kader. Het programmadecreet werd bekrachtigd door het Vlaams Parlement op 19 december 2025. De uitfasering van het LEKP verloopt in verschillende stappen:
• Laatste subsidie voor LEKP 1.0: Op 13 juni 2025 kende de Vlaamse Regering een vijfde en laatste subsidie toe aan gemeenten die intekenden op LEKP 1.0. Die wordt uitbetaald op 30 april 2026 en kan nog tot eind 2026 gebruikt worden om de LEKP-doelstellingen verder te zetten.
• Geen verplichtingen meer voor LEKP 2.0 en 2.1: Vanaf 2026 zijn gemeenten niet langer verplicht om de doelstellingen van LEKP 2.0 en 2.1 na te leven. De financiering voor deze pacten is immers afgelopen.
• LEKP-decreet wordt opgeheven: Het LEKP-decreet en het uitvoeringsbesluit wordt opgeheven op 1 januari 2027. Tot dan blijven de LEKP 1.0 doelstellingen van kracht.
Na 1 mei 2026 worden er geen nieuwe data-updates meer gedaan op het LEKP-portaal. Het blijft dan nog een tijd online om de lokale besturen de kans te geven om een laatste rapport te downloaden. Op 1 september 2026 wordt het LEKP-portaal definitief afgesloten en gaat het offline. De laatste rapportering in 2027 zal dus zonder het LEKP-portaal als monitoringsplatform zijn.
Dialoogplatform
Het lokaal klimaatbeleid en de rol van lokale besturen bij de klimaattransitie blijft cruciaal en wordt sterk benadrukt in het Vlaams Energie- en Klimaatplan. De beleidskeuze om het klimaatgerelateerde Vlaamse beleid richting lokale besturen beter te stroomlijnen en planlasten te beperken brengt de gemeente in de positie om het eigen klimaatbeleid vanuit de lokale context in te vullen.
Het lokaal klimaatbeleid zal in de toekomst verder ondersteund worden. Deze legislatuur wordt een structureel dialoogplatform opgericht dat de verkokering van het Vlaamse klimaat- en energiebeleid zal tegengaan, en zal bijdragen aan een eenduidige samenwerking tussen Vlaanderen en de lokale besturen. Het dialoogplatform zal ook kennisdeling in de hand werken en een kanaal zijn om drempels die lokale besturen ervaren bij het uitvoeren van hun klimaatbeleid op te sporen en weg te werken. In de loop van 2026 zal het platform opgestart worden.
Toelichting wordt gegeven door schepen M. Crynen.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 1.36.56 uur tot en met 1.43.01 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van de inhoudelijke en financiële rapportering 2025 in verband met het Lokaal Energie- en Klimaatpact.
Het Agentschap Binnenlands Bestuur ontving op 31 december 2025 een klacht over de ongelijke behandeling van debiteuren.
Op 21 januari 2026 werd deze anonieme klacht via het digitaal loket bezorgd aan de gemeente Brecht (zie bijlagen).
Op 27 januari 2026 werd deze klacht ter aktename voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Op het college van burgemeester en schepenen van 17 februari 2026 werd het gemotiveerd antwoord - opgemaakt door Advocaten Stappers (Vlaamse Kaai 54, 2000 Antwerpen) - aan het Agentschap Binnenlands Bestuur geagendeerd.
Op 17 maart 2026 werd deze klacht afgerond door het Agentschap Binnenlands Bestuur en verzonden zij het antwoord in bijlage aan het college van burgemeester en schepenen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het antwoord van het agentschap binnenlands bestuur op de klacht over de ongelijke behandeling van debiteuren wordt ter aktename voorgelegd aan de gemeenteraad.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 1.43.02 uur tot en met 2.05.59 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van het antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur op de klacht over de ongelijke behandeling van debiteuren.
MJP000872 - Toelage aan Biscuit
Voorziene budget: 500 euro
MJP000907 - Flankerend onderwijsbeleid: Toelage De Cirkel voor actie fietsjes in de scholen
Voorziene budget: 3.000 euro
MJP000949 - Toelage cultuurverenigingen en vaderlandslievende verenigingen
Voorziene budget: 26.000 euro, waarvan 600 euro voor de vaderlandslievende verenigingen
MJP001044 - Toelage ophaling materialen kringloop De Enter, ophaling oud papier, compostmeesters
Voorziene budget: 90.202 euro, waarvan 1.000 euro voor de kringloopkrachten Brecht
MJP001045 - Toelage Clara Fey project JOVO - landschapspark (Jobtuin)
Voorziene budget: 250 euro
MJP001046 - Toelage natuurverenigingen (VMPA)
Voorziene budget: 2.500 euro, waarvan 500 euro voor FV Natuurgidsen Kerkuiltje Brecht (lokale afdeling van VMPA)
MJP001087 - Toelage geschied- en oudheidkundige kring voor Kempuseum
Voorziene budget: 1.000 euro
MJP001364 - Toelage vriendenkring gemeentepersoneel Brecht
Voorziene budget: 1.250 euro
MJP001416 - Toelage aan middenstandsverenigingen
Voorziene budget: 3.000 euro, waarvan 1.500 euro voor Unizo Groot Brecht voor project junistempels
In de oude beleids-en beheerscyclus (tot en met 2019) werd er jaarlijks een lijst van nominatieve subsidies geïntegreerd in het budget. Door de goedkeuring van het budget, verklaarde de gemeenteraad zich ook automatisch akkoord met de nominatieve subsidies.
Vanaf 2020 is het budget als document verdwenen. Er bestaat dus geen automatische goedkeuring meer van nominatieve subsidies. De gemeenteraad is nog steeds als enig orgaan bevoegd om subsidiereglementen vast te stellen, en bij gebrek aan een reglement, nominatieve subsidies.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41, 23°.
In principe worden subsidies toegekend via een reglement waarin objectieve criteria zijn vastgelegd waaraan de begunstigde moet voldoen. In afwijking van deze algemene regel kan de gemeenteraad ook subsidies toekennen aan bepaalde organisaties die ze zelf kiest. Tot een bedrag van 1.250 euro kunnen subsidies worden toegekend zonder bijkomende voorwaarden. Er wordt dan ook voorgesteld om volgende organisaties een nominatieve subsidie toe te kennen zonder voorwaarden:
MJP000872 - projectvereniging Biscuit: 500 euro
MJP000949 - oudstrijders Brecht/Sint-Job-in-'t-Goor: 300 euro
MJP000949 - oudstrijders Overbroek: 150 euro
MJP000949 - oudstrijders Sint-Lenaarts: 150 euro
MJP001044 - kringloopkrachten Brecht: 1.000 euro
MJP001045 - Orthopedagogisch centrum Clara Fey: 250 euro
MJP001046 - FV Natuurgidsen Kerkuiltje Brecht (lokale afdeling van VMPA): 500 euro
MJP001087 - geschiedkundige en oudheidkundige kring: 1.000 euro
MJP001364 - vriendenkring gemeentepersoneel Brecht: 1.250 euro
Voor organisaties die meer dan 1.250,00 euro ontvangen worden voorwaarden vastgelegd. We vragen aan de organisaties om een jaarverslag voor te leggen en een specifieke verantwoording over de besteding van de middelen (inhoudelijk en financieel, door bewijs van effectieve kosten):
MJP000907 - De Enter vzw (de Cirkel) voor actie fietsjes in de scholen: 3.000 euro
MJP001416 - Unizo Groot Brecht voor project junistempels: 1.500 euro.
Toelichting wordt gegeven door schepen L. Cooreman.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.06.00 uur tot en met 2.09.33 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de uitbetaling van volgende nominatieve subsidies goed in 2026:
MJP000872 - projectvereniging Biscuit: 500 euro
MJP000949 - oudstrijders Brecht/Sint-Job-in-'t-Goor: 300 euro
MJP000949 - oudstrijders Overbroek: 150 euro
MJP000949 - oudstrijders Sint-Lenaarts: 150 euro
MJP001044 - kringloopkrachten Brecht: 1.000 euro
MJP001045 - Orthopedagogisch centrum Clara Fey: 250 euro
MJP001046 - FV Natuurgidsen Kerkuiltje Brecht (lokale afdeling van VMPA): 500 euro
MJP001087 - geschiedkundige en oudheidkundige kring: 1.000 euro
MJP001364 - vriendenkring gemeentepersoneel Brecht: 1.250 euro
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de uitbetaling van volgende nominatieve subsidies goed in 2026 met volgende bijkomende voorwaarden: jaarverslag en inhoudelijke + financiële verantwoording over de besteding van de middelen (vanaf 1.250 euro):
MJP000907 - De Enter vzw (de Cirkel) voor actie fietsjes in de scholen: 3.000 euro
MJP001416 - Unizo Groot Brecht voor project junistempels: 1.500 euro
1. MJP001228 - onderhoud en huur werkkledij
2. MJP000627 - Arbeidsgeneeskundige dienst (Idewe) - Dienst VGV (Igean) - Medicatie en vaccinatie personeel
3. MJP001231 - aankoop poetsproducten en -materiaal voor gemeente en ocmw
4. MJP001227 - Poetsfirma, afvalophaling, tuinonderhoud gemeente en ocmw, was herbruikbare bekers
1. In 1999 werd een contract onderschreven met CWS/Initial NV voor huur/herstel en wassen van werkkledij. Het contract werd steeds voor een periode van 36 maanden stilzwijgend verlengd. Het contract werd per 1 november 2020 door de gemeente opgezegd en er werd met CWS Workwear België tevens over een nieuw servicecontract onderhandeld. Dit nieuwe contract was voordeliger dan het oude contract maar de markt werd niet geconsulteerd. Ook deze opdracht wordt tot op heden stilzwijgend verlengd. Voor de opdracht onderhoud en huur werkkledij is geen geldige overheidsopdracht lopend.
2. Er is geen geldige overheidsopdracht lopende voor deze opdracht.
3. Op 7 oktober 2025 keurde het college van burgemeester en schepenen de toetreding tot raamcontract "Schoonmaak- en hygiënische producten - september 2025" goed waarbij de gemeente poetsmaterialen kan aankopen voor gemeente en ocmw. In principe dienen de poetsmaterialen voor het OCMW ook via deze raamovereenkomst afgenomen worden. Volgens de budgethouder gaat de samenwerking van het ocmw met Salubris verder dan louter een bestelbon en is meer dan een financiële kwestie. Dit heeft ook met werkmethodes, poetstechnieken,… te maken die aangepast moeten worden. Het ocmw heeft meer tijd nodig om over te schakelen van leverancier.
4. Het is zeer onduidelijk wanneer de opdracht voor de schoonmaak van de kantoren in het sociaal huis werd gegund. De diensten kunnen geen overeenkomst hiervan vinden. Wat wel zeker is dat de overeenkomst in 2021 werd uitgebreid met de schoonmaak van de toen vernieuwde bureauruimtes op de eerste verdieping van het sociaal huis. De gemeente had een lopend contract met Cleaning Professionals (heden Vebego Cleaning en Services) voor het onderhoud van het gelijkvloers en personeelsrefter. Bij dezelfde firma werd in 2021 een offerte opgevraagd om de lopende overeenkomst uit te breiden met het onderhoud van de nieuwe bureaus. Voordien waren dit flats die onderhouden werden door de bewoner zelf. De maandelijkse kostprijs van deze uitbreiding bedroeg 178,19 euro excl. btw. Het is onduidelijk wanneer de markt voor het laatst werd geraadpleegd voor de opdracht schoonmaak kantoren sociaal huis. Voor deze opdracht is er geen geldige overheidsopdracht lopend.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikelen 177, 266, 267.
1. Voor 2026 is een bestelbon gemaakt op naam van CWS Workwear België ter waarde van 15.000 euro inclusief btw. Deze waarde is geraamd op basis van het voorgaande jaar. Dit bedrag overschrijdt enerzijds de bevoegdheid van de budgethouder en valt anderzijds onder de visumverplichting en onder het begrip 'dagelijks bestuur' waardoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is. Er werd dan ook aan het college van burgemeester en schepenen gevraagd om deze bestelbon goed te keuren.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 maart 2026 (CBS/2026/644) is toegevoegd als bijlage aan dit agendapunt. De gemeenteraad neemt kennis van deze beslissing. Nadat de gemeenteraad kennis heeft genomen, kan de verbintenis worden aangegaan.
2. Voor 2026 is een bestelbon gemaakt op naam van IDEWE ter waarde van 29.295,22 euro inclusief btw (G/2026/624). Deze waarde is geraamd op basis van het voorgaande jaar. Dit bedrag overschrijdt enerzijds de bevoegdheid van de budgethouder en valt anderzijds onder de visumverplichting en onder het begrip 'dagelijks bestuur' waardoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is. Er werd dan ook aan het college van burgemeester en schepenen gevraagd om deze bestelbon goed te keuren.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 17 maart 2026 (CBS/2026/654) is toegevoegd als bijlage aan dit agendapunt. De gemeenteraad neemt kennis van deze beslissing. Nadat de gemeenteraad kennis heeft genomen, kan de verbintenis worden aangegaan.
3. Voor 2026 is een bestelbon gemaakt op naam van Salubris ter waarde van 50.000 euro inclusief btw (G/2026/109). Deze waarde is geraamd op basis van het voorgaande jaar. Dit bedrag overschrijdt enerzijds de bevoegdheid van de budgethouder en valt anderzijds onder de visumverplichting en onder het begrip 'dagelijks bestuur' waardoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is. Er werd dan ook aan het college van burgemeester en schepenen gevraagd om deze bestelbon goed te keuren.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 17 maart 2026 (CBS/2026/653) is toegevoegd als bijlage aan dit agendapunt. De gemeenteraad neemt kennis van deze beslissing. Nadat de gemeenteraad kennis heeft genomen, kan de verbintenis worden aangegaan.
4. Voor 2026 is een bestelbon gemaakt op naam van Vebego Cleaning en Services ter waarde van 30.000 euro inclusief btw. Deze waarde is geraamd op basis van het voorgaande jaar. Dit bedrag overschrijdt enerzijds de bevoegdheid van de budgethouder en valt anderzijds onder de visumverplichting en onder het begrip 'dagelijks bestuur' waardoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is. Er werd dan ook aan het college van burgemeester en schepenen gevraagd om deze bestelbon goed te keuren.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 17 maart 2026 (CBS/2026/650) is toegevoegd als bijlage aan dit agendapunt. De gemeenteraad neemt kennis van deze beslissing. Nadat de gemeenteraad kennis heeft genomen, kan de verbintenis worden aangegaan.
Toelichting wordt gegeven door schepen D. De Veuster.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.09.34 uur tot en met 2.14.50 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen van 10 en 17 maart 2026 betreffende bestelbonnen en facturen van de gemeente voor onderstaande leveranciers:
1. CWS Workwear België - CBS/2026/644
2. IDEWE - CBS/2026/654
3. Salubris - CBS/2026/653
4. Vebego Cleaning en Services BV - CBS/2026/650
MJP001366 - Huurinkomsten verhuring, recht van opstal, erfpachten,... onroerende goederen openbaar patrimonium
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 - Artikel 56.
Wetgeving overheidsopdrachten van 17 juni 2016 - Artikel 92.
Hoofdstuk 1 – Formele beëindiging van de gebruiksovereenkomst d.d. 29 juli 2015
De gebruiksovereenkomst van 29 juli 2015 voorzag in een gebruiksrecht voor een periode van tien jaar, lopende tot 29 juli 2025, gekoppeld aan de betaling van een jaarlijkse vergoeding.
Na het verstrijken van deze periode werd de overeenkomst echter niet formeel opgezegd door de eigenaar. Conform de bepalingen van de overeenkomst kan hierdoor sprake zijn van een stilzwijgende verlenging, wat leidt tot onduidelijkheid over de huidige contractuele situatie.
Om deze onduidelijkheid weg te nemen en de situatie correct te regelen, wordt voorgesteld om de gebruiksovereenkomst van 29 juli 2015 formeel te beëindigen. Deze beëindiging maakt het mogelijk om de bestaande overeenkomst te vervangen door een nieuwe gebruiksovereenkomst zoals opgenomen in hoofdstuk 2.
Hoofdstuk 2 – Nieuwe gebruiksovereenkomst met KFC Sint-Job
Naar aanleiding van het aflopen van het onderhoudscontract met Stadsbader na tien jaar, diende een nieuwe overeenkomst te worden afgesloten betreffende het verdere onderhoud en de noodzakelijke werken aan het kunstgrasveld. Hierbij ligt de nadruk op zelffinanciering en de verantwoordelijkheid van voetbalclub KFC Sint-Job. Het onderhoudsconcept van Stadsbader is opgenomen in de bijlage.
De vorige versie van de gebruiksovereenkomst werd door de voormalig sportconsulent ter goedkeuring voorgelegd aan het college van 26 augustus 2025 en vervolgens aan de gemeenteraad van 11 september 2025. Hieruit volgde het advies om de overeenkomst aan te passen met betrekking tot de opzegtermijn.
Door de personeelswissel binnen de sportdienst werd de feedback van de gemeenteraad pas recent opgemerkt. Bijgevolg werd artikel 4 – Duur aangepast, evenals de correcte vermelding van de ondervoorzitter van KFC Sint-Job. De vernieuwde versie van de gebruiksovereenkomst is terug te vinden in bijlage.
Toelichting wordt gegeven door schepen L. Cooreman.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.14.51 uur tot en met 2.20.49 uur.
Stemming
Beëindiging gebruiksovereenkomst: Bij publieke stemming goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Nieuwe gebruiksovereenkomst: Bij publieke stemming goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Artikel 1
De gemeenteraad gaat akkoord met de formele beëindiging van de gebruiksovereenkomst met KFC Sint-Job, die liep tot 29 juli 2025:
GEBRUIKSOVEREENKOMST
Tussen:
De Gemeente Brecht, Gemeentepark, 1, 2960 Brecht, hier vertegenwoordigd door de heer Luc Aerts, burgemeester, en de heer Jozef Wouters, gemeentesecretaris, handelend op grond van een besluit van de gemeenteraad van 10 september 2015,
verder genoemd “de eigenaar”,
en
Vzw KFC Sint-Job, gevestigd in het Peter Benoit stadion, Sportveldlaan, 2960 Brecht en voor wie optreden de dd. voorzitter Marcel Braspennincx en dd. Penningmeester Martine Bresseleers,
verder genoemd “de gebruiker”,
Is navolgende overeenkomst afgesloten:
Art. 1 – Goed
De eigenaar verleent aan de gebruiker die aanvaardt het gebruiksrecht op het hierna vermelde goed:
1 kunstgrasvoetbalveld gelegen in het Peter Benoit stadion, Sportveldlaan, 2960 Brecht gekend onder 5e afdeling sectie B 86 K. De ligging van het voetbalterrein is aangegeven op bijgevoegd plan.
Art. 2 – Toestand
Het kunstgrasveld wordt in gebruik gegeven in de toestand waarin het zich thans bevindt met de voor- en nadelen, zichtbare en onzichtbare, voortdurende en niet-voortdurende erfdienstbaarheden, maar zonder dat deze bepaling aan wie ook meer rechten zal kunnen verstrekken dan deze gegrond op rechtmatige titels of op de wet.
De gebruiker aanvaardt dit goed zonder waarborg van de toestand van het goed, noch van de oppervlakte volgens plan.
Door de eigenaar zal een plaatsbeschrijving worden opgemaakt op basis van een fotoreportage waarvan een dubbel zal overgemaakt worden aan de gebruiker.
Art. 3 – Prijs
Het gebruiksrecht wordt verleend mits de betaling van een jaarlijkse vergoeding van 10.232,60 euro, door de gebruiker te betalen door overschrijving op rekeningnummer : BE 68091000078134 van de eigenaar en dit met ingang van 30.07.2015. Deze betaling wordt gespreid over 12 maandelijkse gelijke betalingen en dient toe te komen bij de eigenaar voor de vijfde dag van elke maand.
De kosten die voortspruiten uit het gebruik van water, elektriciteit, gas en huur van tellers en meters door de gebruiker dienen door deze betaald te worden.
Art. 4 – Duur
Het gebruiksrecht wordt toegekend voor een periode van 10 jaar, met ingang van 29 juli 2015. Deze periode is gekoppeld aan de duurtijd waar binnen de jaarlijkse vergoeding dient betaald te worden. Na het verstrijken van deze periode wordt de overeenkomst, bij gebreke aan opzegging, automatisch jaarlijks verlengd tot 31 juli 2053.
De overeenkomst is gedurende deze periode van 10 jaar in normale omstandigheden niet vatbaar voor opzegging.
De overeenkomst kan evenwel om dringende reden opgezegd worden door de eigenaar, mits in achtneming van een opzeg van zes maand, wanneer drie opeenvolgende maandelijkse betalingen uitblijven.
Na het verstrijken van de periode van 10 jaar kan de eigenaar de overeenkomst eveneens om dringende reden en op dezelfde wijze beëindigen als de goede orde, de veiligheid en de omgeving in het gedrang komt.
Art. 5 – Bestemming
Het is de gebruiker verboden, zonder uitdrukkelijke schriftelijke toelating van de eigenaar, het kunstgrasvoetbalveld een andere bestemming te geven dan deze waarvoor ze in gebruik worden gegeven.
Het kunstgrasvoetbalveld wordt prioritair aan de gebruiker toegewezen, met dien verstande dat de eigenaar te alle tijden over het voetbalterrein kan beschikken, rekening houdend met de behoeften en verplichtingen van de gebruiker. Indien de eigenaar beroep doet op het gebruik van het voetbalterrein zal hij hier kosteloos over kunnen beschikken.
De gebruiker dient het kunstgrasvoetbalveld ter beschikking te stellen van derden op uren dat de gebruiker er zelf geen gebruik van maakt. De vergoeding die hiervoor gevraagd mag worden mag niet meer bedragen dan de werkelijk gemaakte kosten. Ze zal door de derden-gebruikers vooraf aan de gebruiker betaald worden.
Art. 6 – Werken en onderhoud
Indien de gebruiker aanpassingswerken wenst uit te voeren aan het in gebruik gegeven goed dient daartoe voorafgaand een schriftelijke toestemming aan de eigenaar gevraagd te worden. Indien nodig dient de gebruiker daartoe ook een passende stedenbouwkundige vergunning aan te vragen.
De eigenaar verbindt er zich toe alle grote herstellingen, die ten zijnen laste vallen, met inbegrip van deze die het gevolg zijn van gewone slijtage, ouderdom en overmacht, zo snel mogelijk uit te voeren.
De gebruiker moet het goed beheren als een goed huisvader en alle herstellingen uitvoeren die noodzakelijk zijn voor een normaal gebruik zonder enige financiële tussenkomst van de eigenaar.
Het dagelijks onderhoud en bespeelbaar houden van het kunstgrasvoetbalveld valt ten laste van de gebruiker.
In het kader van de door de eigenaar ondertekende DBFM-overeenkomst voor de aanleg een kunstgrasveld voor multifunctioneel gebruik via het Vlaams sportinfrastructuurplan, verbindt ook de gebruiker zich ertoe tot het onvoorwaardelijk nakomen van de voorschriften betreffende het dagelijks en regelmatig onderhoud en de monitoring, inspecties en registratie die in deze DBFM-overeenkomst omschreven staan, en dewelke zijn opgenomen in bijlage.
De gebruikeer stelt tevens gedragsregels op voor de gebruikers van het kunstgrasvoetbalveld en aanhorigheden. De gebruikers is verantwoordelijk dat deze gedragsregels door alle terreingebruikers worden nageleefd.
Art. 7 – Taksen/belastingen
De gebruiker zal alle taksen en belastingen gevestigd op het in artikel 1 vermelde goed, hetzij gewone, hetzij buitengewone, hertzij jaarlijkse, hetzij eenmalige, dragen en dit vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst.
Art. 8 – Verzekering
De eigenaar kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de schade veroorzaakt door ongevallen bij het gebruik van de ter beschikking gestelde goed.
De gebruiker gaat de verplichting aan een verzekeringscontract af te sluiten waarvoor de burgerlijke aansprakelijkheid van de gebruiker en de feitelijke gebruikers gedekt zijn.
Art. 9 – Rechten
De gebruiker kan zijn gebruiksrecht enkel vervreemden mits schriftelijke toestemming van de eigenaar.
Art. 10 - Einde van de overeenkomst
Bij het beëindigen van de overeenkomst zal geen enkele vergoeding betaald worden, noch door de eigenaar, noch door de gebruiker.
Art. 11 – Ingebrekestelling – Bevoegde rechtbank – Toepasselijk Recht
Indien er over deze overeenkomst een geschil ontstaat, stelt de partij die een tekortkoming vaststelt, voorafgaand aan elke andere actie de andere partij aangetekend in gebreke om binnen een redelijke termijn na ingebrekestelling aan de tekortkoming een einde te stellen.
Deze overeenkomst wordt beheert en geïnterpreteerd overeenkomstig het Belgisch recht. In het voorkomend geval zijn enkel de Rechtbanken van Antwerpen, afdeling Antwerpen, bevoegd.
Art. 12 – Kosten
Alle welk danige kosten, voortspruitende uit onderhavige overeenkomst, zoals de registratierechten, kosten voor boedelbeschrijving en andere vallen ten laste van de gebruiker.
De in genot treding gaat in op de dag van het verlijden van de overeenkomst.
In drievoud opgemaakt te Brecht op datum van 29 juli 2015.
Namens de gebruiker
Marcel Braspennincx Martine Bresseleers
Voorzitter dd. Penningmeester dd.
Namens de eigenaar
Aerts Luc Wouters Jozef
Burgemeester Gemeentesecretaris
Artikel 2
De gemeenteraad geeft goedkeuring aan de nieuwe gebruiksovereenkomst met KFC Sint-Job, met een looptijd tot 31 juli 2053:
GEBRUIKSOVEREENKOMST
Tussen:
De Gemeente Brecht, Gemeentepark, 1, 2960 Brecht, hier vertegenwoordigd door de heer Frans Van Looveren, burgemeester, en mevrouw Annemie Marnef, algemeen directeur, handelend op grond van een besluit van de gemeenteraad van 10 september 2015,
verder genoemd “de eigenaar”,
en
Vzw KFC Sint-Job, gevestigd in het Peter Benoit stadion, Sportveldlaan, 2960 Brecht en voor wie optreden de dd. voorzitter Marcel Braspennincx en dd. ondervoorzitter Viviane Cox,
verder genoemd “de gebruiker”,
Is navolgende overeenkomst afgesloten:
Art. 1 – Goed
De eigenaar verleent aan de gebruiker die aanvaardt het gebruiksrecht op het hierna vermelde goed:
1 kunstgrasvoetbalveld gelegen in het Peter Benoit stadion, Sportveldlaan, 2960 Brecht gekend onder 5e afdeling sectie B 86 K. De ligging van het voetbalterrein is aangegeven op bijgevoegd plan.
Art. 2 – Toestand
Het kunstgrasveld wordt in gebruik gegeven in de toestand waarin het zich thans bevindt met de voor- en nadelen, zichtbare en onzichtbare, voortdurende en niet-voortdurende erfdienstbaarheden, maar zonder dat deze bepaling aan wie ook meer rechten zal kunnen verstrekken dan deze gegrond op rechtmatige titels of op de wet.
De gebruiker aanvaardt dit goed zonder waarborg van de toestand van het goed, noch van de oppervlakte volgens plan.
Door de eigenaar zal een plaatsbeschrijving worden opgemaakt op basis van een fotoreportage waarvan een dubbel zal overgemaakt worden aan de gebruiker.
Art. 3 – Prijs
Het gebruiksrecht wordt verleend mits de betaling van een jaarlijkse vergoeding van 25,00 euro, door de gebruiker te betalen door overschrijving op rekeningnummer : BE68091000078134 van de eigenaar en dit met ingang van 29 juli 2025.
De kosten die voortspruiten uit het gebruik van water, elektriciteit, gas en huur van tellers en meters door de gebruiker dienen door deze betaald te worden.
Art. 4 – Duur
Het gebruiksrecht wordt toegekend voor een periode van 1 jaar, met ingang van 29 juli 2025.
Na het verstrijken van deze termijn wordt de overeenkomst, bij gebreke aan opzegging, automatisch verlengd met een weerkerende periode van 1 jaar.
Deze regeling geldt binnen de looptijd van het recht van opstal, dat verstrijkt op 31 juli 2053.
De overeenkomst is door beide partijen opzegbaar bij aangetekend schrijven mits in achtname van een opzegperiode van 3 maanden.
De overeenkomst kan evenwel om dringende reden opgezegd worden door de eigenaar, mits in achtname van een opzeg van 1 maand, wanneer de goede orde, de veiligheid en de openbare rust in en rond het goed niet wordt gewaarborgd en verzekerd.
De gebruiksovereenkomst afgesloten op 29 juli 2015 tussen de eigenaar en de gebruiker wordt opgeheven en vervangen door de huidige overeenkomst.
Art. 5 – Bestemming
Het is de gebruiker verboden, zonder uitdrukkelijke schriftelijke toelating van de eigenaar, het kunstgrasvoetbalveld een andere bestemming te geven dan deze waarvoor ze in gebruik worden gegeven.
Het kunstgrasvoetbalveld wordt prioritair aan de gebruiker toegewezen, met dien verstande dat de eigenaar te alle tijden over het voetbalterrein kan beschikken, rekening houdend met de behoeften en verplichtingen van de gebruiker. Indien de eigenaar beroep doet op het gebruik van het voetbalterrein zal hij hier kosteloos over kunnen beschikken.
Art. 6 – Werken en onderhoud
De gebruiker is gehouden om de herstellingswerken en het onderhoud van de infrastructuur, installaties en bijbehorende voorzieningen uit te voeren conform de bepalingen, voorwaarden en kwaliteitsnormen zoals omschreven in de bijlage. Deze verplichting omvat zowel het reguliere preventieve onderhoud als de noodzakelijke herstellingen die vereist zijn om de goede staat en de functionele beschikbaarheid van de infrastructuur te garanderen.
Alle kosten verbonden aan deze herstellingswerken en het onderhoud van de infrastructuur, installaties en bijbehorende voorzieningen zijn ten laste van de gebruiker, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen in deze overeenkomst.
De gebruiker stelt tevens gedragsregels op voor de gebruikers van het kunstgrasvoetbalveld en aanhorigheden. De gebruiker is verantwoordelijk dat deze gedragsregels door alle terreingebruikers worden nageleefd.
Art. 7 – Taksen/belastingen
De gebruiker zal alle taksen en belastingen gevestigd op het in artikel 1 vermelde goed, hetzij gewone, hetzij buitengewone, hertzij jaarlijkse, hetzij eenmalige, dragen en dit vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst.
Art. 8 – Verzekering
De eigenaar kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de schade veroorzaakt door ongevallen bij het gebruik van de ter beschikking gestelde goed.
De gebruiker gaat de verplichting aan een verzekeringscontract af te sluiten waarvoor de burgerlijke aansprakelijkheid van de gebruiker en de feitelijke gebruikers gedekt zijn.
Art. 9 – Rechten
De gebruiker kan zijn gebruiksrecht enkel vervreemden mits schriftelijke toestemming van de eigenaar.
Art. 10 - Einde van de overeenkomst
Bij het beëindigen van de overeenkomst zal geen enkele vergoeding betaald worden, noch door de eigenaar, noch door de gebruiker.
Art. 11 – Ingebrekestelling – Bevoegde rechtbank – Toepasselijk Recht
Indien er over deze overeenkomst een geschil ontstaat, stelt de partij die een tekortkoming vaststelt, voorafgaand aan elke andere actie de andere partij aangetekend in gebreke om binnen een redelijke termijn na ingebrekestelling aan de tekortkoming een einde te stellen.
Deze overeenkomst wordt beheerd en geïnterpreteerd overeenkomstig het Belgisch recht. In het voorkomend geval zijn enkel de Rechtbanken van Antwerpen, afdeling Antwerpen, bevoegd.
Art. 12 – Kosten
Alle welk danige kosten, voortspruitende uit onderhavige overeenkomst, zoals de registratierechten, kosten voor boedelbeschrijving en andere vallen ten laste van de gebruiker.
De in genot treding gaat in op de dag van het verlijden van de overeenkomst.
In drievoud opgemaakt te Brecht op datum van 29 juli 2025.
Namens de gebruiker
Marcel Braspennincx Viviane Cox
Voorzitter dd. Ondervoorzitter dd.
Namens de eigenaar
Frans Van Looveren Annemie Marnef
Burgemeester Algemeen Directeur
Artikel 3
Afschrift wordt bezorgd aan de Sportdienst en de Financiële dienst.
MJP001384 - Toelage jeugdverenigingen
Jaarlijks worden er gemeentelijke subsidies verdeeld onder de verschillende Brechtse jeugdverenigingen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41, 23°.
Gemeenteraadsbeslissing van 10 maart 2022 (GR/2022/014) - Reglementen voor erkenning en subsidiëring van verenigingen.
Gemeenteraadsbeslissing van 11 december 2025 (GR/2025/239) - Erkenningsreglementen voor vrijetijdsverenigingen.
De verdeling van de gemeentelijke subsidies voor erkende Brechtse jeugdverenigingen gebeurt jaarlijks in maart/april. Door omstandigheden is de herwerkingen van het subsidiereglement voor Brechtse jeugdverenigingen nog niet afgerond. Het vorige subsidiereglementen voor Brechtse jeugdverenigingen is vervallen op 31 december 2025.
Om de continuïteit rond de uitbetaling van de basis- en projectsubsidies aan de jeugdverenigingen te garanderen, wordt door de dienst Vrije tijd geadviseerd om het subsidiereglement voor Brechtse jeugdverenigingen te verlengen.
De dienst Vrije tijd werkt momenteel aan de opmaak van het nieuwe subsidiereglement voor Brechtse jeugdverenigingen op basis van een reeds eerder gebeurde evaluatie (2024). De nota die voortvloeide uit deze evaluatie is gebaseerd op de ervaringen uit vorige subsidierondes, de feedback van verenigingen, eerdere besprekingen binnen het college van burgemeester en schepenen en de inzichten van de consulenten binnen het domein Vrije tijd. De adviesraden werden eveneens bevraagd in kader van deze evaluatie. De nota bevat zowel een evaluatie van het huidige subsidiereglement voor Brechtse jeugdverenigingen als voorstellen voor de toekomst.
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.20.50 uur tot en met 2.24.10 uur.
Artikel 1 - Grondslag
De subsidiëring van de erkende jeugdverenigingen heeft tot doel de jeugdverenigingen de mogelijkheid te geven om de werking verder uit te bouwen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Het beleid stimuleert hiermee het verenigingsleven met als één van de kerntaken ‘zoveel mogelijk kinderen en jongeren van de gemeente Brecht op een kwalitatieve manier aan te zetten tot ontmoeten en bewegen’. De subsidiëring als jeugdvereniging gebeurt daarom volgens de voorwaarden die in dit reglement zijn vastgelegd.
Artikel 2 - Subsidievoorwaarden en beschikbare subsidie voor jeugdverenigingen
De subsidie wordt toegekend binnen de perken van het daartoe voorziene budget in het gemeentelijk meerjarenplan.
Artikel 3 - Methodiek
De subsidiëring van de erkende jeugdverenigingen heeft tot doel om de werking van de verenigingen in de gemeente te bevorderen en de activiteiten die verenigingen organiseren te waarderen. De subsidiëring kan bestaan uit:
A. Een forfaitaire basissubsidie op basis van vijf categorieën
B. Projectsubsidies
Artikel 4 - Verdeling en berekening van de subsidie
A. Basissubsidie
De jeugdverenigingen die in aanmerking komen voor financiële ondersteuning van een basissubsidie worden onderverdeeld in 5 categorieën met een vast subsidiebedrag:
Categorie A - Jeugdhuis: 2.250 euro
Een erkende jeugdvereniging behoort tot categorie A als ze voldoet aan de volgende voorwaarden:
6. Een aanbod hebben naar jongeren en dit aantonen via een jaarlijks werkingsverslag met vermelding van:
Categorie B - Jeugdvereniging: 1.000 euro
Een erkende jeugdvereniging behoort tot categorie B als ze voldoet aan de volgende voorwaarden:
6. Minimum 25 leden hebben
7. Er wordt minimum maandelijks een ledenactiviteit georganiseerd (exclusief juli en augustus)
8. Er wordt jaarlijks een kamp georganiseerd dat minimum 3 dagen duurt
Categorie C - Jeugdvereniging: 2.000 euro
Een erkende jeugdvereniging behoort tot categorie C als ze voldoet aan de volgende voorwaarden:
Categorie D - Jeugdvereniging: 3.500 euro
Een erkende jeugdvereniging behoort tot categorie D als ze voldoet aan de volgende voorwaarden:
Categorie E - Jeugdvereniging: 5.500 euro
Een erkende jeugdvereniging behoort tot categorie E als ze voldoet aan de volgende voorwaarden:
B. Projectsubsidies
De basissubsidie kan aangevuld worden met een projectsubsidie.
Artikel 5 - Aanvraag
Om de subsidie aan te vragen, dienen de erkende jeugdverenigingen hun subsidieaanvraag jaarlijks in via het (online) subsidieformulier op de gemeentelijke website.
Artikel 6 - Opvragen documentatie
Het lokaal bestuur kan op elk tijdstip een erkende jeugdvereniging vragen om via de nodige documenten aan te tonen dat de ingediende activiteiten voldoen aan de voorwaarden gesteld in dit reglement. Wanneer misbruik wordt vastgesteld, kan het college van burgemeester en schepenen de subsidies van het betreffende jaar terugvorderen.
Artikel 7 - Betwisting
Bij betwisting over de erkenning of toekenning van subsidies kan de vereniging een bezwaarschrift richten aan het college van burgemeester en schepenen. Die vraagt op haar beurt advies aan de jeugdraad. Indien van dit advies wordt afgeweken, motiveert het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing.
Artikel 8 - Bezwaar
Uitzonderlijk kunnen ook verenigingen die afwijken van de voorwaarden maar een degelijke argumentatie kunnen voorleggen in een bepaalde categorie aanvaard worden en dit na advies door de Brechtse jeugdraad. De beslissing wordt genomen door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 - Uitbetaling
Na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, wordt de subsidie uitbetaald op het rekeningnummer, vermeld op het aanvraagformulier. De aanvrager verbindt zich ertoe elke wijziging van zijn rekeningnummer onmiddellijk en schriftelijk mee te delen aan de gemeente.
Artikel 10 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 mei 2026 en loopt tot en met 31 december 2026.
Artikel 11 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 12 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
MJP001606 - Toelage sportverenigingen
Jaarlijks worden er gemeentelijke subsidies verdeeld onder de verschillende Brechtse sportverenigingen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41, 23°.
Gemeenteraadsbeslissing van 10 maart 2022 (GR/2022/014) - Reglementen voor erkenning en subsidiëring van verenigingen.
Gemeenteraadsbeslissing van 11 december 2025 (GR/2025/239) - Erkenningsreglementen voor vrijetijdsverenigingen.
De verdeling van de gemeentelijke subsidies voor erkende Brechtse sportverenigingen gebeurt jaarlijks in maart/april. Door omstandigheden is de herwerkingen van het subsidiereglement voor Brechtse sportverenigingen nog niet afgerond. Het vorige subsidiereglementen voor Brechtse sportverenigingen is vervallen op 31 december 2025.
Om de continuïteit rond de uitbetaling van de basis- en projectsubsidies aan de sportverenigingen te garanderen, wordt door de dienst Vrije tijd geadviseerd om het subsidiereglement voor Brechtse sportverenigingen te verlengen.
De dienst Vrije tijd werkt momenteel aan de opmaak van het nieuwe subsidiereglement voor Brechtse sportverenigingen op basis van een reeds eerder gebeurde evaluatie (2024). De nota die voortvloeide uit deze evaluatie is gebaseerd op de ervaringen uit vorige subsidierondes, de feedback van verenigingen, eerdere besprekingen binnen het college van burgemeester en schepenen en de inzichten van de consulenten binnen het domein Vrije tijd. De adviesraden werden eveneens bevraagd in kader van deze evaluatie. De nota bevat zowel een evaluatie van het huidige subsidiereglement voor Brechtse sportverenigingen als voorstellen voor de toekomst.
Het college van burgemeester en schepenen keurde de verlenging van het reglement gemeentelijke subsidies voor Brechtse sportverenigingen principieel goed op 17 maart 2026.
Toelichting wordt gegeven door schepen L. Cooreman.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.24.11 uur tot en met 2.28.52 uur.
Artikel 1 - Grondslag
De subsidiëring van de erkende sportverenigingen heeft tot doel de sportverenigingen de mogelijkheid te geven om de werking verder uit te bouwen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Het beleid stimuleert hiermee het sportieve verenigingsleven met als één van de kerntaken ‘zoveel mogelijk inwoners van de gemeente Brecht op een gezonde manier aan te zetten tot sport en bewegen’. De subsidiëring als sportvereniging gebeurt daarom volgens de voorwaarden die in dit reglement zijn vastgelegd.
Artikel 2 - Subsidievoorwaarden en beschikbare subsidie voor jeugdverenigingen
De subsidie wordt toegekend binnen de perken van het daartoe voorziene budget in het gemeentelijk meerjarenplan.
Artikel 3 - Methodiek
De subsidiëring van de erkende sportverenigingen heeft tot doel het sportieve leven in de gemeente te bevorderen en de activiteiten die verenigingen organiseren te waarderen. De subsidiëring kan bestaan uit:
A. Een forfaitaire basissubsidie op basis van vier categorieën
B. Projectsubsidies
Artikel 4 - Verdeling en berekening van de subsidie
A. Basissubsidie
De sportverenigingen die in aanmerking komen voor financiële ondersteuning van een basissubsidie worden onderverdeeld in 4 categorieën met een vast subsidiebedrag:
Categorie Brons: 100 euro
Een erkende sportvereniging behoort tot categorie brons als ze voldoet aan de volgende voorwaarden:
Categorie Zilver: 300 euro
Een erkende sportvereniging behoort tot categorie zilver als ze bijkomend voldoet aan de volgende voorwaarden:
Categorie Goud: 1.200 euro
Een erkende sportvereniging behoort tot categorie goud als ze bijkomend voldoet aan de volgende voorwaarden:
Categorie Diamant: 3.500 euro
Een erkende sportvereniging behoort tot categorie diamant als ze bijkomend voldoet aan de volgende voorwaarden:
B. Projectsubsidies
De basissubsidie kan aangevuld worden met een projectsubsidie.
Artikel 5 - Aanvraag
Om de subsidie aan te vragen, dienen de erkende sportverenigingen hun subsidieaanvraag jaarlijks in via het (online) subsidieformulier op de gemeentelijke website.
Artikel 6 - Opvragen documentatie
Het lokaal bestuur kan op elk tijdstip een erkende sportvereniging vragen om via de nodige documenten aan te tonen dat de ingediende activiteiten voldoen aan de voorwaarden gesteld in dit reglement. Wanneer misbruik wordt vastgesteld, kan het college van burgemeester en schepenen de subsidies van het betreffende jaar terugvorderen.
Artikel 7 - Betwisting
Bij betwisting over de erkenning of toekenning van subsidies kan de vereniging een bezwaarschrift richten aan het college van burgemeester en schepenen. Die vraagt op haar beurt advies aan de sportraad. Indien van dit advies wordt afgeweken, motiveert het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing.
Artikel 8 - Bezwaar
Uitzonderlijk kunnen ook verenigingen die afwijken van de voorwaarden maar een degelijke argumentatie kunnen voorleggen in een bepaalde categorie aanvaard worden en dit na advies door de Brechtse sportraad. De beslissing wordt genomen door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 - Uitbetaling
Na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, wordt de subsidie uitbetaald op het rekeningnummer vermeld op het aanvraagformulier. De aanvrager verbindt zich ertoe elke wijziging van zijn rekeningnummer onmiddellijk en schriftelijk mee te delen aan de gemeente.
Artikel 10 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 mei 2026 en loopt tot en met 31 december 2026.
Artikel 11 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 12 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
MJP000949 - Toelage cultuurverenigingen en vaderlandslievende verenigingen
Jaarlijks worden er gemeentelijke subsidies verdeeld onder de verschillende Brechtse cultuurverenigingen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41, 23°.
Gemeenteraadsbeslissing van 10 maart 2022 (GR/2022/014) - Reglementen voor erkenning en subsidiëring van verenigingen.
Gemeenteraadsbeslissing van 11 december 2025 (GR/2025/239) - Erkenningsreglementen voor vrijetijdsverenigingen.
De verdeling van de gemeentelijke subsidies voor erkende Brechtse cultuurverenigingen gebeurt jaarlijks in maart/april. Door omstandigheden is de herwerkingen van het subsidiereglement voor Brechtse cultuurverenigingen nog niet afgerond. Het vorige subsidiereglementen voor Brechtse cultuurverenigingen is vervallen op 31 december 2025.
Om de continuïteit rond de uitbetaling van de basis- en projectsubsidies aan de cultuurverenigingen te garanderen, wordt door de dienst Vrije tijd geadviseerd om het subsidiereglement voor Brechtse cultuurverenigingen te verlengen.
De dienst Vrije tijd werkt momenteel aan de opmaak van het nieuwe subsidiereglement voor Brechtse cultuurverenigingen op basis van een reeds eerder gebeurde evaluatie (2024). De nota die voortvloeide uit deze evaluatie is gebaseerd op de ervaringen uit vorige subsidierondes, de feedback van verenigingen, eerdere besprekingen binnen het college van burgemeester en schepenen en de inzichten van de consulenten binnen het domein Vrije tijd. De adviesraden werden eveneens bevraagd in kader van deze evaluatie. De nota bevat zowel een evaluatie van het huidige subsidiereglement voor Brechtse cultuurverenigingen als voorstellen voor de toekomst.
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Met de goedkeuring van de raadsleden wordt de tekst nog aangepast.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.28.53 uur tot en met 2.30.42 uur.
Artikel 1 - Grondslag
De subsidiëring van de erkende cultuurverenigingen heeft tot doel de cultuurverenigingen de mogelijkheid te geven om de werking verder uit te bouwen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Het beleid stimuleert hiermee het culturele verenigingsleven met als één van de kerntaken ‘zoveel mogelijk inwoners van de gemeente Brecht te laten participeren aan cultuur’. De subsidiëring als cultuurvereniging gebeurt daarom volgens de voorwaarden die in dit reglement zijn vastgelegd.
Artikel 2 - Subsidievoorwaarden en beschikbare subsidie voor jeugdverenigingen
De subsidie wordt toegekend binnen de perken van het daartoe voorziene budget in het gemeentelijk meerjarenplan.
Artikel 3 - Methodiek
De subsidiëring van de erkende cultuurverenigingen heeft tot doel het culturele leven in de gemeente te bevorderen en de activiteiten die verenigingen organiseren te waarderen. De subsidiëring kan bestaan uit:
A. Een forfaitaire basissubsidie op basis van categorieën
B. Projectsubsidies
Artikel 4 - Verdeling en berekening van de subsidie
A. Basissubsidie
De cultuurverenigingen die in aanmerking komen voor financiële ondersteuning van een basissubsidie worden onderverdeeld in volgende categorieën met een vast subsidiebedrag:
Categorie A: 100 euro
Een erkende cultuurvereniging behoort tot categorie A als ze voldoet aan de volgende voorwaarden:
Categorie B: 300 euro
Een erkende cultuurvereniging behoort tot categorie B als ze voldoet aan de volgende voorwaarden: Lokale verenigingen uit het sociaal-cultureel (volwassenen)werk
Categorie C: 600 euro
Een erkende cultuurvereniging behoort tot categorie C als ze voldoet aan de volgende voorwaarden: Lokale verenigingen voor volks- en amateurkunsten
Elke kunstvorm die in het kader van het sociaal-culturele gebeuren aan iedere burger de kans biedt om via kunstbeoefening en – beleving te ontplooien en zijn potentiële creatieve vermogens te ontwikkelen op vrijwillige basis en zonder beroepsmatige doeleinden. De vereniging ontwikkelt een regelmatige, niet-commerciële werking door beoefening of spreiding.
Beoogde doelgroep en voorwaarden:
Verenigingen instrumentale muziek: harmonie, fanfare, …
Theaterverenigingen
Verenigingen vocale muziek
Verenigingen met een atelierwerking
Volkskunsten
B. Projectsubsidies
De basissubsidie kan aangevuld worden met een projectsubsidie.
Artikel 5 - Aanvraag
Om de subsidie aan te vragen, dienen de erkende cultuurverenigingen hun subsidieaanvraag jaarlijks in via het (online) subsidieformulier op de gemeentelijke website.
Artikel 6 - Opvragen documentatie
Het lokaal bestuur kan op elk tijdstip een erkende cultuurvereniging vragen om via de nodige documenten aan te tonen dat de ingediende activiteiten voldoen aan de voorwaarden gesteld in dit reglement. Wanneer misbruik wordt vastgesteld, kan het college van burgemeester en schepenen de subsidies van het betreffende jaar terugvorderen.
Artikel 7 - Betwisting
Bij betwisting over de erkenning of toekenning van subsidies kan de vereniging een bezwaarschrift richten aan het college van burgemeester en schepenen. Die vraagt op haar beurt advies aan de cultuurraad. Indien van dit advies wordt afgeweken, motiveert het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing.
Artikel 8 - Bezwaar
Uitzonderlijk kunnen ook verenigingen die afwijken van de voorwaarden maar een degelijke argumentatie kunnen voorleggen in een bepaalde categorie aanvaard worden en dit na advies door de Brechtse cultuurraad. De beslissing wordt genomen door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 - Uitbetaling
Na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, wordt de subsidie uitbetaald op het rekeningnummer, vermeld op het aanvraagformulier. De aanvrager verbindt zich ertoe elke wijziging van zijn rekeningnummer onmiddellijk en schriftelijk mee te delen aan de gemeente.
Artikel 10 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 mei 2026 en loopt tot en met 31 december 2026.
Artikel 11 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 12 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
MJP001079 - Vergoeding vrijwilligers en gidsen intra muros (Kempuseum)
MJP001080 - Vergoeding vrijwilligers en gidsen extra muros
MJP001091 - Ontvangsten gidsbeurten en toegang Kempuseum intra muros
MJP001092 - Ontvangsten gidsbeurten en toeristische activiteiten extra muros
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente en het OCMW wordt een retributie voorgesteld voor een bezoek aan het Kempuseum en andere gegidste activiteiten dienst Vrije tijd.
De tarieven werden afgestemd met de meest gangbare tarieven voor vergelijkbare stads- en streekmusea, alsook met andere gegidste activiteiten.
Het bestuur wenst de toegang aan het Kempuseum zo laagdrempelig als mogelijk te maken en bijgevolg geen retributie aan te rekenen.
Echter, wanneer groepen het museum bezoeken en zij hierbij beroep doen op een gids, dan zijn er kosten verbonden aan deze rondleiding. Hetzelfde voor andere georganiseerde groepsbezoeken en/of activiteiten.
Hiervoor wordt dan ook een billijke vergoeding gevraagd.
Scholen, woonzorg- en dienstencentra gelegen op het Brechts grondgebied krijgen vrijstelling van retributie, omdat het bestuur de Brechtse geschiedenis wil promoten aan zijn eigen inwoners.
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.30.43 uur tot en met 2.33.32 uur.
Artikel 1 - Termijn
Dit besluit treedt in werking vanaf 1 mei 2026 tot en is geldig tot en met 31 december 2031.
Artikel 2 - Toepassingsgebied
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het bezoek met gids aan het Kempuseum of een gegidste activiteit van de dienst Vrije tijd.
Artikel 3 - Tarief
Gidsbeurten vastgelegd voor 1 mei 2026:
Hiervoor wordt het tarief van 40 euro per groep gehanteerd.
Gidsbeurten vastgelegd na 1 mei 2026 (goedkeuring op gemeenteraadszitting van 9 april 2026):
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex.
Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025.
Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 0,10 euro.
Artikel 4 - Vrijstellingen
Scholen, woonzorg- en dienstencentra uit Brecht zijn vrijgesteld van retributie.
Alsook individuele bezoekers van het Kempuseum.
Artikel 5 - Wijze van betaling
De retributie wordt contant betaald, bij voorkeur elektronisch, tegen afgifte van ontvangstbewijs indien gevraagd of door overschrijving op een financiële rekening van het bestuur.
Artikel 6 - Niet-betaling
Bij niet-betaling van het verschuldigde bedrag wordt deelname aan de gegidste activiteit ontzegd.
Artikel 7 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 8 – Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid
MJP000950 - Evenementen groot publiek regierol (samenwerking met andere actoren: ballekesfeesten SJ, pasenmarkt B en processie SL)
In het meerjarenplan 2025-2032 is jaarlijks een uitgave ingeschreven van 1.850 euro voor de organisatie van Pasenmarkt. Hierbij worden de wederzijdse engagementen en afspraken vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
Op het college van burgmeester en schepenen van 24 maart 2026 werd de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Brecht en UNIZO Groot Brecht, met ingang van 1 april 2026, principieel goedgekeurd.
Collegebesluit van 18 januari 2022 (CBS/2021/2857) - Samenwerkingsovereenkomst Unizo Brecht (Pasenmarkt)
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 - Artikel 40, §2: 'de gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vastleggen'.
Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om de samenwerkingsovereenkomst goed te keuren. Pasenkermis 2026 vindt plaats voor de gemeenteraad van 9 april 2026. Een overeenkomst kan niet met terugwerkende kracht goedgekeurd worden. Daardoor vroeg de dienst Vrije tijd aan het college van burgemeester en schepenen om deze samenwerkingsovereenkomst op 24 maart 2026 reeds principieel goed te keuren, met ingang van 1 april 2026.
Toelichting wordt gegeven door schepen I. Van Den Heuvel.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.33.33 uur tot en met 2.37.18 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en UNIZO Groot Brecht goed.
De dienst Erfgoed geeft het advies om de stukken te bewaren in de collectie van het Kempuseum.
De gemeente Brecht ontving van Ronald Coquart een sabel en een zijdedruk uit 1912.
Deze spullen werden thuis bewaard en Ronald Coquart heeft gekozen om deze over te dragen aan de gemeente Brecht.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41.
Omwille van de waarde van de stukken dient een optimale bewaring bewerkstelligd te worden.
Het Kempuseum is een geschikte locatie voor de bewaring van de goederen.
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.37.19 tot en met 2.39.30 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad aanvaardt de schenking van Ronald Coquart.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de dienst Erfgoed.
Advies Ouderen adviesraad:
"De Ouderenadviesraad (OAR) verleent een gunstig advies met betrekking tot het subsidiereglement inzake de toekenning en verdeling van subsidies aan seniorenverenigingen.
De OAR kan zich akkoord verklaren met het voorstel om het huidige subsidiereglement te verlengen voor de periode van 1 mei 2026 tot en met 31 december 2031.
Deze verlenging waarborgt de continuïteit en rechtszekerheid voor de betrokken verenigingen, in afwachting van een eventuele evaluatie en herziening van het reglement in de toekomst.
Dit advies werd unaniem goedgekeurd tijdens de vergadering van de Ouderenadviesraad op 16 maart 2026."
MJP000966 - Toelage ouderenverenigingen
Jaarlijks worden er gemeentelijke subsidies verdeeld onder de verschillende Brechtse seniorenverenigingen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41, 23°.
Gemeenteraadsbeslissing van 20 mei 2022 (GR/2022/052) - Subsidiereglement voor Brechtse seniorenverenigingen.
De verdeling van de gemeentelijke subsidies voor erkende Brechtse verenigingen gebeurt jaarlijks in maart/april.
Door omstandigheden zijn de herwerkingen van deze subsidiereglementen nog niet gebeurd. Het vorige subsidiereglement voor Brechtse seniorenverenigingen is vervallen op 31 december 2025.
Om de continuïteit rond de uitbetaling van de subsidies aan de verenigingen te garanderen, wordt geadviseerd om het 'Subsidiereglement voor Brechtse seniorenverenigingen' te verlengen tot en met 31 december 2031.
Het college van burgemeester en schepenen keurde de verlenging van het regelement gemeentelijke subsidies Brechtse ouderenverenigingen goed op 24 maart 2026.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.39.31 uur minuten tot en met 2.41.52 uur.
Artikel 1 – Grondslag
De subsidiëring van de erkende seniorenverenigingen heeft tot doel de seniorenverenigingen de mogelijkheid te geven om de werking verder uit te bouwen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Het beleid stimuleert hiermee het verenigingsleven met als één van de kerntaken ‘zoveel mogelijk senioren van de gemeente Brecht te laten participeren aan het verenigingsleven’. De subsidiëring als seniorenvereniging gebeurt daarom volgens de voorwaarden die in dit reglement zijn vastgelegd.
Artikel 2 – Subsidievoorwaarden en beschikbare subsidie voor seniorenverenigingen
De subsidie wordt toegekend binnen de perken van het daartoe voorziene budget in het gemeentelijk meerjarenplan.
Artikel 3 – Methodiek
De subsidiëring van de erkende seniorenverenigingen heeft tot doel de activiteiten die verenigingen organiseren te waarderen. De subsidiëring bestaat uit een forfaitaire basissubsidie en een werkingssubsidie gebaseerd op hun activiteiten.
Artikel 4 – Verdeling en berekening van de subsidie
Het subsidiebedrag wordt in twee delen opgesplitst, de basissubsidies en de werkingssubsidies.
De basis- en werkingssubsidies, verleend in functie van de kredieten ingeschreven in de begroting van het lopend dienstjaar, worden berekend op basis van de gegevens en activiteiten betreffende het vorig kalenderjaar.
1. De basissubsidies.
Deze basissubsidie bedraagt 800 euro per jaar. De basissubsidie wordt aan erkende seniorenverenigingen toegekend indien ze voldoen aan volgende criteria:
- een actieve werking kunnen voorleggen voor het vorige kalenderjaar
- beschikken over volgende verzekeringen om haar leden en vrijwilligers te beschermen:
o burgerlijke aansprakelijkheid
o lichamelijke ongevallen van leden en vrijwilligers
- een aparte rekening hebben op naam van de vereniging
- minstens 10 leden hebben
2. De werkingssubsidies.
Enkel verenigingen die basissubsidies ontvangen, kunnen aanspraak maken op werkingssubsidies.
De werkingssubsidies worden aan de seniorenverenigingen toegekend op grond van de door deze verenigingen ontwikkelde activiteiten.
De basis- en werkingssubsidies, verleend in functie van de kredieten ingeschreven in de begroting van het lopend dienstjaar, worden berekend op basis van de gegevens en activiteiten betreffende het vorige kalenderjaar.
De werkingssubsidies, die aan de erkende seniorenverenigingen worden toegekend, bestaan uit het overblijvende deel van het totaalkrediet dat voor de seniorenvereniging in het meerjarenplan werd ingeschreven. Met andere woorden het totaalkrediet min de som van de toegekende basissubsidies.
De toegekende werkingssubsidie per vereniging wordt vastgesteld aan de hand van het activiteitenniveau.
Voor volgende activiteiten, georganiseerd door de vereniging, kunnen punten toegekend worden:
- Ledenfeest: 15 punten
- Gastoptreden op uitnodiging van de vereniging (voordracht/spreker): 10 punten
- Dag- of meerdaagse reis: 10 punten
- Recreatieve of creatieve activiteit: 3 punten
Alle punten behaald door alle verenigingen samen, worden opgeteld. Deze som wordt gebruikt als deler. Het bedrag van de werkingssubsidie (de rest van het totaalkrediet ingeschreven voor de erkende seniorenverenigingen min de som van de toegekende basissubsidies) wordt gedeeld door de som van alle punten. Het resultaat van deze deling is de geldelijke waarde van 1 punt. Dit resultaat wordt voor elke vereniging vermenigvuldigd met het aantal punten dat de vereniging heeft behaald.
Artikel 5 – Aanvraag
Om de subsidie aan te vragen, dienen de erkende seniorenverenigingen hun subsidieaanvraag jaarlijks in via het (online) subsidieformulier op de gemeentelijke website.
Artikel 6 – Opvragen documentatie
Het lokaal bestuur kan op elk tijdstip een erkende seniorenvereniging vragen om via de nodige documenten aan te tonen dat de ingediende activiteiten voldoen aan de voorwaarden gesteld in dit reglement. Wanneer misbruik wordt vastgesteld, kan het college van burgemeester en schepenen de subsidies van het betreffende jaar terugvorderen.
Artikel 7 – Betwisting
Bij betwisting over de erkenning of toekenning van subsidies kan de vereniging een bezwaarschrift richten aan het college van burgemeester en schepenen.
Die vraagt op haar beurt advies aan de ouderenadviesraad. Indien van dit advies wordt afgeweken, motiveert het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing.
Artikel 8 – Bezwaar
Uitzonderlijk kunnen ook verenigingen die afwijken van de voorwaarden maar een degelijke argumentatie kunnen voorleggen in een bepaalde categorie aanvaard worden en dit na advies door de Brechtse ouderenadviesraad. De beslissing wordt genomen door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 – Uitbetaling
Na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, wordt de subsidie uitbetaald op het rekeningnummer, vermeld op het aanvraagformulier. De aanvrager verbindt zich ertoe elke wijziging van zijn rekeningnummer onmiddellijk en schriftelijk mee te delen aan de gemeente.
Artikel 10 - Inwerkingtreding.
Dit reglement treedt in werking op 1 mei 2026 en loopt tot en met 31 december 2031.
Artikel 11 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 12 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
MJP001493 - Ondersteuning (plannen en studies) bouwproject De Sleutelbloem incl VESPA - 100.000 (2026)
MJP001494 - Terbeschikkingstellingsvergoeding basisschool De Sleutelbloem Van Pulstraat - 240.000 (2029 ev)
Op 25 november 2016 keurde de Vlaamse Regering het decreet goed voor een nieuw DBFM investeringsprogramma.
Op 5 maart 2017 lanceerde Vlaamse Minister van Onderwijs de oproep voor het nieuwe DBFM-programma schoolinfrastructuur.
Op 31 mei 2017 dienden de inrichtende machten, AG Stedelijk Onderwijs en de gemeente Brecht, samen een aanvraag in bij AGION.
Verenigd onder de projectcluster Antwerpen-Brecht zullen samen drie scholenbouwprojecten gerealiseerd worden binnen het nieuwe DBFM-programma, twee scholen voor AG Stedelijk Onderwijs en één school voor de gemeente Brecht:
Op 29 september 2017 keurde de Vlaamse Regering de selectie- en rangschikkingsbeslissing binnen het nieuwe DBFM-programma schoolinfrastructuur goed, waarbij de projecten van de clusterverantwoordelijken en de mandanten werden geselecteerd.
De kandidatuur van de projectcluster Antwerpen-Brecht werd hierbij weerhouden.
Op 10 maart 2020 en 13 maart 2020 werd door AGION de aankondiging van de opdracht gepubliceerd in respectievelijk het Bulletin der Aanbestedingen en in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Op 30 juni 2020 werden na publicatie 9 aanvragen tot deelneming ontvangen door AGION.
Op 19 januari 2021 en op 1 februari 2021 namen respectievelijk het college van burgemeester en schepenen van Brecht en AG SO kennis van het selectieverslag en de selectiebeslissing genomen door AGION.
Op 7 oktober 2022 en op 14 november 2022 werden, na publicatie van de gunningsleidraad, respectievelijk de technische en de financiële offertes ingediend.
Op 18 december 2023 en op 29 januari 2024 werden, na publicatie van de geactualiseerde gunningsleidraad, respectievelijk de geactualiseerde technische en de financiële offertes ingediend.
Op 13 juni 2024 werd het rangschikkingsverslag en de aanduiding van een voorkeursbieder ten voordele van het consortium Aurora goedgekeurd.
Deze beslissing betreft de principiële beslissing tot het potentieel wijzigen van het pilootproject en de opstart van het vergunningstraject van het project 'Gemeentelijke basisschool De Sleutelbloem'.
Decreet van 25 november 2016 betreffende de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur via projectspecifieke DBFM-overeenkomsten.
AG Stedelijk Onderwijs Antwerpen treedt, mede namens de gemeente Brecht, als aanbestedende overheid op voor de occasioneel gezamenlijke overheidsopdracht voor werken houdende de aanduiding van een opdrachtnemer voor de realisatie van het DBFM project Projectcluster Antwerpen-Brecht en werd daartoe aangeduid als clusterverantwoordelijke, overeenkomstig artikel 48 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en artikel 4, tweede lid van het decreet van 25 november 2016.
De inrichtende machten, AG Stedelijk Onderwijs en de gemeente Brecht, hebben AG Vespa aangesteld als lasthebber voor de totstandkoming van de individuele DBFM-overeenkomst tussen de respectieve inrichtende macht en de opdrachtnemer voor de realisatie van drie scholenbouwprojecten.
AG Vespa treedt in hoedanigheid van lasthebber voor wat betreft de operationele organisatie van de plaatsingsprocedure derhalve in naam en voor rekening van de aanbestedende overheid op, waarbij geldt dat de eigenlijke beslissingen door de aanbestedende overheid worden genomen.
In het kader van het DBFM project Projectcluster Antwerpen-Brecht, zowel in de Clusterovereenkomst, de Lastgevingsovereenkomst als in het Samenwerkingsprotocol, is het project De Leerexpert Schotensesteenweg aangeduid als pilootproject. De andere twee projecten, Stedelijke Basisschool en Stedelijk Lyceum Madras en Gemeentelijke basisschool De Sleutelbloem worden beschreven als niet-pilootprojecten. In de opdrachtdocumenten van deze opdracht is verder beschreven dat contract close (d.i. de datum waarop de DBFM-overeenkomsten worden ondertekend) voor de drie (piloot- en niet-piloot)projecten maar plaatsvindt van zodra een definitieve en uitvoerbare vergunning is verkregen voor het pilootproject De Leerexpert Schotensesteenweg. De vergunningstrajecten voor de niet-pilootprojecten worden verder doorlopen na contract close en binnen het kader van de DBFM-overeenkomsten.
Omwille van de aanhoudende moeilijkheden binnen het pilootproject De Leerexpert Schotensesteenweg (programmawijzigingen, moeilijke zoektocht tijdelijke huisvesting, nieuwe opstart vergunningstraject bij de provincie,...), wordt de opstart van de niet-pilootprojecten steeds naar achter geschoven. Het consortium Aurora stelt thans voor om het vergunningstraject van de niet-pilootprojecten op te starten voorafgaand aan contract close, en dit om verdere vertraging te beperken. Dit betekent concreet dat het consortium Aurora, zonder garantie dat contract close zal kunnen plaatsvinden, het vergunningstraject van de niet-pilootprojecten wil opstarten in de verwachting sneller een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen van een niet-pilootproject. Hierdoor zal het project dat het snelste een omgevingsvergunning verkrijgt, worden omgevormd tot pilootproject en kan er worden overgegaan tot contract close. Een en ander heeft tot gevolg dat het vergunningstraject van de resterende scholenbouwprojecten – zijnde de projecten waarvoor nog geen vergunning is verkregen (ongeacht of initieel een piloot- of niet-pilootproject uitmaakte) – zal worden verdergezet na contract close van de DBFM-overeenkomsten.
Voor de gemeente Brecht zal deze wijziging in de praktijk evenwel geen nadelige impact hebben. Indien de omgevingsvergunning voor de gemeentelijke basisschool De Sleutelbloem als eerste wordt verkregen, zal er na contract close van de DBFM-overeenkomst onmiddellijk kunnen worden aangevat met de start van de werkzaamheden. Indien de omgevingsvergunning van een ander scholenbouwproject als eerste wordt verkregen, zal het vergunningstraject na contract close van de DBFM-overeenkomst (verder) worden doorlopen, zoals initieel werd voorzien. Indien de omgevingsvergunning, om welke reden dan ook, niet zou worden verkregen na contract close van de DBFM-overeenkomst, zal de gemeente Brecht een vergoeding verschuldigd zijn aan de aangeduide opdrachtnemer ten belope van 9% van de forfaitaire bouwkost, zoals ook dit initieel werd voorzien.
Het enige risico dat thans zou kunnen bestaan – en enkel en alleen uitgaande van een worst case scenario –, houdt in dat indien geen omgevingsvergunning wordt verkregen voor één van de drie Scholenbouwprojecten nadat Aurora daartoe alle mogelijke inspanningen heeft geleverd binnen het kader van de plaatsingsprocedure, en er aldus uiteindelijk geen enkel project kan worden aangeduid als pilootproject en de plaatsingsprocedure dient te worden beëindigd, Aurora mogelijk bepaalde kosten die zij in het kader van de vergunningstrajecten heeft opgelopen, zou beogen te verhalen, c.q. recupereren van de betrokken inrichtende machten, en dus ook van de gemeente Brecht voor het vergunningstraject voor de gemeentelijke basisschool De Sleutelbloem. Evenwel zal dit dan voorwerp uitmaken van een juridische procedure en de discussie daarover verder moeten worden gevoerd, nu op basis van de opdrachtdocumenten – waar Aurora zich ook akkoord mee verklaart – de aanbestedende overheid de plaatsingsprocedure op elk ogenblik kan beëindigen in welk geval de Inschrijvers, c.q. Voorkeursbieder geen aanspraak ma(a)k(t)en op enige vergoeding.
Aangezien het project De Leerexpert Schotensesteenweg is aangeduid als pilootproject en dit ook als uitgangspunt in de Clusterovereenkomst, de Lastgevingsovereenkomst en het Samenwerkingsprotocol is opgenomen, dringt een wijziging van deze contractuele documenten zich op. Dit dient te gebeuren middels addendum. Een ontwerp van addendum wordt thans verder voorbereid, maar omwille van de vooropgestelde timing en teneinde consortium Aurora, als voorkeursbieder, spoedig in kennis te stellen van de mogelijke wijziging van het pilootproject en de mogelijkheid om de vergunningstrajecten voor de drie projecten reeds op te starten voorafgaand aan contract close, wordt in eerste instantie een principiële goedkeuring verzocht aan de gemeenteraad voor (i) het potentieel wijzigen van het pilootproject en (ii) het opstarten van het project gemeentelijke basisschool De Sleutelbloem. Een addendum bij de clusterovereenkomst, de lastgevingsovereenkomst en de samenwerkingsovereenkomst zal in navolging daarvan eveneens nog worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Aangezien AG Vespa louter optreedt als lasthebber van de inrichtende machten met het oog op de (operationele) organisatie van de plaatsingsprocedure tijdens de gunningsfase tot aan contract close, is AG Vespa geen betrokken partij in de contractuele wijziging van de opdracht. Wel zullen de extra taken die horen bij de wijziging in opdracht en het eerder opstarten van de scholen Madras en De Sleutelbloem, en die door AG Vespa zullen worden opgenomen als lasthebber, aangepast moeten worden in de overeenkomsten, middels de addenda. Hierbij zal ook de begeleidingskost van AG Vespa aangepast worden. Deze addenda zullen later ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd worden.
Daarnaast dringt ook een wijziging van de modaliteiten van de plaatsingsprocedure, c.q. de opdracht zich op, in die zin dat de vergunningstrajecten gelijktijdig worden aangevat voor de drie scholenbouwprojecten, i.e. zowel voor het piloot- en de niet-pilootprojecten, en het scholenbouwproject dat als eerste een definitieve en uitvoerbare vergunning verkrijgt thans als pilootproject zal worden aangeduid (en er aldus niet langer een specifiek scholenbouwproject als pilootproject wordt aangeduid). De aanpassing van de opdrachtdocumenten wordt eveneens verder voorbereid en deze documenten worden later ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd. Op die manier wordt aan Aurora, als voorkeursbieder, ook een duidelijk kader meegedeeld waarbinnen zij moet handelen en welke voorschriften en modaliteiten zij moet naleven om een vergunning te verkrijgen voor alle drie de projecten. Tevens kan zo ook worden gewaarborgd dat Aurora het vergunningstraject voor de drie (3) projecten, en aldus ook voor het project gemeentelijke basisschool De Sleutelbloem, moet opstarten en verder organiseren en uitwerken – telkens op een gelijke wijze en met dezelfde inspanningen – en het dus niet zo is dat Aurora ervoor zou kunnen opteren één project voor te trekken en daarvoor als eerste een vergunning te verkrijgen.
In dat verband geldt dat deze wijzigingsmogelijkheid van de opdracht is vervat in de gunningsleidraad, dat voorziet in de (algemene) mogelijkheid om de opdracht en/ of de opdrachtdocumenten te wijzigen en de opdrachtdocumenten verder aan te passen en dat de aanduiding van een ander/nieuw pilootproject aldus kan worden beschouwd als een loutere toepassing van de voorziene wijzigingsmogelijkheden in de gunningsleidraad, waarover alle inschrijvers op voorhand werden geïnformeerd, op grond waarvan wijzigingen kunnen plaatsvinden zonder nieuwe plaatsingsprocedure.
Ook de contractuele documenten houden reeds rekening met het risico dat er geen (definitieve en uitvoerbare) projectvergunning wordt verkregen en in principe toelaten om binnen die contractuele context naar oplossingen te zoeken voor de verderzetting van de opdracht. In die zin is het logisch dat eenzelfde mogelijkheid bestaat voor het pilootproject, dat wordt verkregen voorafgaand aan de ondertekening van de DBFM-overeenkomst. In elk geval wordt de aard van de opdracht in elk geval niet gewijzigd door het pilootproject en dient de beoogde wijziging van de opdracht als niet-wezenlijk te worden beschouwd.
Op 2 april 2026 wordt de principiële beslissing tot het potentieel wijzigen van het pilootproject en mededeling daarvan aan de voorkeursbieder aan de inrichtende machten aan de raad van bestuur van AG Stedelijk Onderwijs ter goedkeuring voorgelegd.
Toelichting werd eerder al gegeven door schepenen I. Van Den Heuvel en D. De Veuster in agendapunt 3 (Lastgevingsovereenkomst Igean - Gemeente Brecht - Aanleg weg site Van Pulstraat - School). Deze is terug te vinden in de video-opname van 1.14.36 uur tot en met 1.32.47 uur.
Met de goedkeuring van de raadsleden wordt de tekst nog aangepast.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.41.53 uur tot en met 2.45.02 uur.
Stemming:
Voorgestelde wijziging modaliteiten plaatsingsprocedure: Bij publieke stemming goedgekeurd met 19 stemmen voor (Patrick Van Assche, Frans Van Looveren, Daan De Veuster, Laurent Cooreman, Ilse Van Den Heuvel, Roeland Ruelens, Miranda Crynen, Leo Nicolaï, Tatiana Vandekeere, Ludwig Anthonissen, Ingrid Van Gaver, Seppe Ooms, Tine Sips, Esther Janssens, Jef Verschueren, Andreas Ooms, Kris De Pooter, Peggy De Winter, Suzy Vervoort), 7 onthoudingen (Natalie Schoonbaert, Charlotte Beyers, Kris Janssens, Katrien Scheirs, Rita De Pooter, Tom Vorsselmans, Britt Verstappen)
Herbevestiging aanduiding AG Vespa als lasthebber: Bij publieke stemming goedgekeurd met 19 stemmen voor (Patrick Van Assche, Frans Van Looveren, Daan De Veuster, Laurent Cooreman, Ilse Van Den Heuvel, Roeland Ruelens, Miranda Crynen, Leo Nicolaï, Tatiana Vandekeere, Ludwig Anthonissen, Ingrid Van Gaver, Seppe Ooms, Tine Sips, Esther Janssens, Jef Verschueren, Andreas Ooms, Kris De Pooter, Peggy De Winter, Suzy Vervoort), 7 onthoudingen (Natalie Schoonbaert, Charlotte Beyers, Kris Janssens, Katrien Scheirs, Rita De Pooter, Tom Vorsselmans, Britt Verstappen)
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de voorgestelde wijziging van de modaliteiten van de plaatsingsprocedure, c.q. de opdracht goed, in die zin dat de vergunningstrajecten gelijktijdig worden aangevat voor de drie scholenbouwprojecten, i.e. zowel voor het piloot- en de niet-pilootprojecten, en het scholenbouwproject dat als eerste een definitieve en uitvoerbare vergunning verkrijgt thans als pilootproject zal worden aangeduid.
Artikel 2
De gemeenteraad herbevestigt de aanduiding van AG Vespa als lasthebber in het kader van een algemene samenwerkings- of sui generis lastgevingsovereenkomst voor het voeren van de plaatsingsprocedure en draagt haar op om de voorgestelde wijziging te verwerken in de opdrachtdocumenten, die volgens de overeengekomen besluitvormingsprocessen ter goedkeuring zullen worden voorgelegd aan de inrichtende machten en AGION.
Artikel 3
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan AG Vespa.
Op de gemeenteraad van februari 2026 bracht Schepen Van den Heuvel het heuglijke nieuws dat de herstellingswerken aan de straatverlichting op de Eikenlei op 18/2 eindelijk van start zouden gaan.
We hebben de voorbije 2 maanden effectief sporadisch technische mensen bezig gezien met klein en groter materiaal om op verschillende plaatsen het voetpad open te breken; allicht duchtig op zoek naar de kink in de kabel.
In de eerste week van april kwamen ze zelfs met de grote opleggers en kranen. Dus ik dacht dat we tegen Pasen eindelijk het licht zouden zien, letterlijk en figuurlijk. Maar op moment van dit schrijven, zijnde Goede Vrijdag, was er helaas nog steeds geen licht te zien.
En ik vermoed dat omwille van de feestdagen en de paasvakantie de herstellingswerken opnieuw gestaakt zullen worden?
Houdt het AWV u op de hoogte van alle tussenstappen die ze tot hiertoe gedaan heeft en welke concrete acties ze wanneer nog gaat uitvoeren?
Waarom is het oplossen van het probleem eigenlijk zo moeilijk?
Gaat het AWV het probleem überhaupt kunnen oplossen? Zo ja, tegen wanneer dan? En indien niet, wat zijn dan de volgende stappen? Blijft het een AWV-probleem of wordt de hete aardappel dan doorgeschoven naar de gemeente?
Toelichting wordt gegeven door schepen I. Van Den Heuvel.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de video-opname van 2.45.03 uur minuten tot en met 2.50.31 uur.
De voorzitter sluit de zitting op 13/04/2026 om 11:18.
Namens Gemeenteraad,
Tinne Rombouts
Algemeen Directeur wnd.
Patrick Van Assche
Voorzitter gemeenteraad