De voorzitter opent de zitting op 12/03/2026 om 20:28.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad - GR 16 januari 2025.
Het verslag voorgaande zitting wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 28.50 minuten tot en met 29.59 minuten.
Artikel 1
Het verslag van de voorgaande zitting van 12 februari 2026, dat acht dagen voor de huidige zitting ter inzage van de raadsleden heeft gelegen, wordt door de gemeenteraad goedgekeurd.
- OMVV2025/2: het verkavelen van gronden in 2 loten voor vrijstaande eengezinswoningen en het afbreken van de bestaande constructies. De wijziging van de gemeenteweg werd aan de gemeenteraad voorgelegd op 11 september 2025. De omgevingsvergunningsaanvraag voor verkavelen werd voorwaardelijk vergund op 14 oktober 2025.
- Ontwerpakte en opmetingsplan: Op 12 en 24 februari 2026 bezorgde notariaat Studie De Baecker & Heyde het plan van de grondafstand, met dossiernummer O07625GS en de ontwerpakte van grondafstand met het verzoek dit voor te leggen aan de gemeenteraad.
- Attest verdeling overeenkomstig artikel 5.2.2 VCRO: op 18 februari 2026 ontving het gemeentebestuur een aangetekend schrijven van notariaat Studie De Baecker & Heyde betreffende het attest verdeling 5.2.2.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 in het bijzonder artikel 41 tweede lid, 11°.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet lokaal bestuur is de beslissing over de overdracht van gronden aan de gemeente een exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad. Voorliggende aanvraag dient dan ook voorgelegd te worden aan de gemeenteraad om een beslissing te nemen over de grondafstanden.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet lokaal bestuur is de beslissing over de overdracht van gronden aan de gemeente een exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad. De gemeenteraad is bevoegd omdat het gaat om een daad van beschikking over onroerende goederen.
Aan de gemeenteraad worden de ontwerpakte en het opmetingsplan voorgelegd ter goedkeuring.
De aard van de ontwerpakte betreft een kosteloze grondafstand aan de gemeente Brecht, in het kader van de toekomstige inlijving in het openbaar domein van een repel grond die nog in private eigendom is, gelegen te Brecht, Dwarsdreef, kadastraal gekend als afdeling 1 sectie M 27B4 (deel), met een oppervlakte van 39 m², zoals dit onroerend goed omschreven en afgebeeld staat als LOT 3 in gele kleur op het plan met dossiernummer O07625GS, opgemaakt door landmeter-expert Dries Roos te Brasschaat op 29 oktober 2025. De gereserveerde perceelsidentificatie van lot 3 luidt, sectie M, 27P5 P0000.
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 30.00 minuten tot en met 31.17 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het ontwerp van akte van de overdracht van onroerend goed - zijnde een strook grond bestemd om kosteloos te worden afgestaan ten titel van openbaar nut, gelegen te Brecht, Dwarsdreef, kadastraal gekend als afdeling 1 sectie M 27B4 (deel), met een oppervlakte van 39 m², zoals dit onroerend goed omschreven en afgebeeld staat als LOT 3 in gele kleur op het plan met dossiernummer O07625GS, opgemaakt door landmeter-expert Dries Roos te Brasschaat op 29 oktober 2025 - goed.
De gereserveerde perceelsidentificatie van lot 3 luidt, sectie M, 27P5 P0000.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad en het bijhorend opmetingsplan zal worden opgenomen in het gemeentelijk wegenregister.
Artikel 3
Afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan notariaat Studie De Baecker & Heyde (Korte Sint-Annastraat 6, 2000 Antwerpen) en aan de dienst Omgeving.
Rioolbeheerder PIDPA plant in Steenweg Withof weg- en rioleringswerken (aanleg gescheiden riolering, heraanleg rijweg in waterdoorlatende betonstraatstenen).
De aanleg van riolering met scheiding van afvalwater en regenwater belangt iedereen aan en dient ontegensprekelijk het maatschappelijk en algemeen belang.
De aanleg en beheer van riool- en regenwaterinfrastructuur en de integratie in de volledige publieke ruimte zijn cruciaal bij het voorkomen van wateroverlast en watertekort, en bij de klimaatadaptatie aan extremere weersomstandigheden. Zuivering van het afvalwater is nodig om de waterkwaliteit te verbeteren, en het leven in de waterlopen en de biodiversiteit te behouden.
Het openbaar domein van Steenweg Withof is nog niet aan de gemeente werd overgedragen. De gemeente dient van de betrokken private eigenaars de nodige stroken grond te verwerven. Zodoende kan de rooilijn worden gerealiseerd en kunnen de geplande weg- en rioleringswerken uitgevoerd worden.
Er zijn drie partijen. Twee ervan zijn akkoord met een gratis grondafstand. De derde partij (eigenaars van vrijwel de gehele rijbaan Steenweg Withof) heeft niet gereageerd op communicatie vanuit de gemeente. Het betreft vrijwel de gehele rijweg Steenweg Withof tussen de Beukenlei en de kruising met de Wouwlaan en verder gedeelte Steenweg Withof, kadastraal perceel afd. 1 sectie M 2H8, met een oppervlakte van 424 m², gekend als aard: "weg".
Gezien de gemeente op geen andere manier de eigenaars van het betrokken perceel gelegen in openbaar domein heeft kunnen contacteren, werd geopteerd om via de procedure van 30 jaar publiek gebruik het perceel in te lijven in openbaar domein. Het van rechtswege ontstaan van een publiek recht van doorgang op basis van de beslissing, geeft geen aanleiding tot een vergoedingsplicht. Dit omdat erfdienstbaarheden van openbaar nut pas compensatieplichtig zijn als ze het normale maatschappelijke risico te boven gaan. De eigenaar heeft 30 jaar of meer een publiek gebruik toegestaan. Dan kan geen sprake zijn van het raken van het normale maatschappelijk risico.
In de zitting van 3 februari 2026 heeft het college van burgemeester en schepenen zich akkoord verklaard met het principe van erkenning als gemeenteweg op grond van 30-jarig gebruik en de gemeenteraad verzocht tot het nemen van het initiatiefrecht tot erkenning als gemeenteweg op grond van 30-jarig gebruik.
Om de grondstrook te erkennen als gemeenteweg verloopt de procedure in meerdere stappen:
- De gemeenteraad neemt de grondstrook in aanmerking als gemeenteweg waarbij hij een discretionaire bevoegdheid uitoefent.
- Het college van burgemeester en schepenen stelt op verzoek van de gemeenteraad een ontwerp van rooilijnplan op, dat de gemeenteraad voorlopig vaststelt.
- Het organiseren van een openbaar onderzoek over het ontwerp van het rooilijnplan.
- De beoordeling van de ingediende bezwaarschriften en de definitieve vaststelling van het rooilijnplan door de gemeenteraad.
Door de definitieve vaststelling wordt de grondstrook pas als gemeenteweg erkend.
In de zitting van de gemeenteraad van 12 februari 2026 werd het initiatief genomen tot verzoek erkenning als gemeenteweg van de grondstrook Steenweg Withof op grond van langdurig (30-jarig) publiek gebruik.
De gemeenteraad belastte het college van burgemeester en schepenen met de opmaak van een gemeentelijk rooilijnplan voor Steenweg Withof en met de vrijwaring en het beheer van de weg volgens art. 13 §2 van het decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen: de gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur.
Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019, specifiek:
Afdeling 1. Algemene beginselen (... - ...)
Artikel 13. (01/09/2019 - ... )
§ 1. Grondstroken waarvan met enig middel van recht bewezen wordt dat ze gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek werden gebruikt, kunnen in aanmerking komen als gemeenteweg. De toegankelijkheid van private wegen, vermeld in artikel 12septies, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, geldt niet als bewijs van een dertigjarig gebruik door het publiek.
§ 2. De gemeenteraad die op eigen initiatief of op grond van een verzoekschrift vaststelt dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd, belast het college van burgemeester en schepenen met de opmaak van een rooilijnplan, en met de vrijwaring en het beheer van de weg overeenkomstig de in dit decreet opgenomen instrumenten en handhavingsbevoegdheden. De vaststelling door de gemeenteraad van een dertigjarig gebruik door het publiek heeft van rechtswege de vestiging van een publiek recht van doorgang tot gevolg.
§ 3. Voor de toepassing van paragraaf 2 kan eenieder een verzoekschrift indienen bij de voorzitter van de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen. Dat verzoekschrift wordt schriftelijk ingediend, en bevat een toelichting en de nodige bewijsmiddelen over het dertigjarige gebruik door het
publiek.§ 4. Als het dertigjarige gebruik door het publiek is vastgesteld in een uitvoerbare rechterlijke uitspraak, vloeien de verplichting tot de opmaak van een rooilijnplan en de vestiging van een publiekrecht van doorgang rechtstreeks uit die uitspraak voort.
§ 5. Als de gemeente met betrekking tot een grondstrook al dertig jaar bezitshandelingen heeft gesteld waaruit de wil van de gemeente om eigenaar te worden van de wegbedding duidelijk tot uiting komt, dan is de gemeenteraad ertoe gerechtigd om de grondstrook zonder financiële vergoeding op te nemen in het openbaar domein, zonder toepassing van artikel 28. Voor de toepassing van het eerste lid worden onder meer het aanbrengen van een duurzame wegverharding over het geheel of over een substantieel deel van de weg of het aanbrengen van openbare verlichting als bezitshandelingen beschouwd.
Afdeling 2. Procedurele bepalingen over gemeentelijke rooilijnplannen (... - ...)
Artikel 16. ( 01/09/2019 - ... )
§ 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt de nodige maatregelen voor de opmaak van de gemeentelijke rooilijnplannen.
§ 2. Het gemeentelijk rooilijnplan bevat minstens de volgende elementen:
1° de actuele en toekomstige rooilijn van de gemeenteweg;
2° de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen;
3° de naam van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn.
Een gemeentelijk rooilijnplan kan ook een achteruitbouwstrook vastleggen.
§ 3. In voorkomend geval bevat het rooilijnplan de volgende aanvullende elementen:
1° een berekening van de eventuele waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden ten gevolge van de aanleg, wijziging of verplaatsing van een gemeenteweg overeenkomstig artikel 28;
2° de nutsleidingen die door de wijziging of verplaatsing van de gemeenteweg op private eigendom zullen liggen.
§ 4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm en de inhoud van een gemeentelijk rooilijnplan.
Artikel 17. ( 01/09/2019 - ... )
§ 1. De gemeenteraad stelt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan voorlopig vast.
§ 2. Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan aan een openbaar onderzoek dat binnen een ordetermijn van dertig dagen na de voorlopige vaststelling, vermeld in paragraaf 1, minstens wordt aangekondigd door:
1° aanplakking aan het gemeentehuis en ter plaatse, minstens aan het begin- en eindpunt van het nieuwe, gewijzigde of verplaatste wegdeel;
2° een bericht op de website van de gemeente of in het gemeentelijk infoblad;
3° een bericht in het Belgisch Staatsblad;
4° een afzonderlijke mededeling die met een beveiligde zending wordt gestuurd naar de woonplaats van de eigenaars van de onroerende goederen die zich bevinden in het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan;
5° een afzonderlijke mededeling aan de aanpalende gemeenten, als de weg paalt aan de gemeentegrens en deel uitmaakt van een gemeentegrensoverschrijdende verbinding;
6° een afzonderlijke mededeling aan de deputatie en het departement;
7° een afzonderlijke mededeling aan de beheerders van aansluitende openbare wegen;
8° een afzonderlijke mededeling aan de maatschappijen van openbaar vervoer.
De aankondiging, vermeld in het eerste lid, vermeldt minstens:
1° de locatie waar de beslissing tot voorlopige vaststelling en het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan ter inzage liggen;
2° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;
3° het adres waar de opmerkingen en bezwaren naartoe gestuurd moeten worden of worden afgegeven, en de te volgen formaliteiten.
§ 3. Na de aankondiging wordt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan gedurende dertig dagen ter inzage gelegd in het gemeentehuis en gepubliceerd op de gemeentelijke website.
§ 4. De opmerkingen en de bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan het gemeentebestuur bezorgd.
De deputatie en het departement bezorgen het gemeentebestuur binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, een advies over de overeenstemming van het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4. Als er geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
§ 5. De gemeenteraad stelt binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk rooilijnplan definitief vast.
Bij de definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgestelde gemeentelijk rooilijnplan alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op de bezwaren en opmerkingen die tijdens het openbaar onderzoek zijn geformuleerd, of eruit voortvloeien.
De definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan kan geen betrekking hebben op delen van het grondgebied die niet opgenomen zijn in het voorlopig vastgestelde gemeentelijk rooilijnplan.
§ 6. Als het rooilijnplan niet definitief wordt vastgesteld binnen de termijn, vermeld in paragraaf 5, vervalt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan.
In het kader van de geplande PIDPA riolerings- en infrastructuurwerken langsheen de Steenweg Withof (PROJECT K-21-115), werd reeds een ontwerp-rooilijnplan opgemaakt door beëdigd landmeter-expert Marc Van Opstal (landmeters- en studiebureau Van Opstal bvba, ingeschreven onder nr. LAN040475).
Het ontwerp-rooilijnplan bevat:
- de actuele en toekomstige rooilijn van de gemeenteweg;
- de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen;
- de naam van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn.
Het grafische plan bevat naast deze procedureel vastgelegde gegevens (artikel 16 van het gemeentewegendecreet) ook o.a. een tabel van meer- en minwaarde (nihil).
Aangezien dit ontwerp voldoet aan alle technische vereisten cfr. het gemeentewegendecreet, wordt dit plan hernomen ter uitvoering van de opdracht die de gemeenteraad aan het college heeft verleend. Het bestaande ontwerp wordt bijgevolg gehanteerd als rooilijnplan voor de verdere procedure.
Het rooilijnplan 'Steenweg Withof' wordt thans aan de gemeenteraad voorgelegd ter voorlopige vaststelling.
Verdere procedure na de voorlopige vaststelling door de gemeenteraad
(cfr art. 17 van het gemeentewegendecreet):
Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan aan een openbaar onderzoek dat binnen een ordetermijn van dertig dagen na de voorlopige vaststelling, vermeld in paragraaf 1, minstens wordt aangekondigd door:
1° aanplakking aan het gemeentehuis en ter plaatse, minstens aan het begin- en eindpunt van het nieuwe, gewijzigde of verplaatste wegdeel;
2° een bericht op de website van de gemeente of in het gemeentelijk infoblad;
3° een bericht in het Belgisch Staatsblad;
4° een afzonderlijke mededeling die met een beveiligde zending wordt gestuurd naar de woonplaats van de eigenaars van de onroerende goederen die zich bevinden in het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan;
5° een afzonderlijke mededeling aan de aanpalende gemeenten, als de weg paalt aan de gemeentegrens en deel uitmaakt van een gemeentegrensoverschrijdende verbinding;
6° een afzonderlijke mededeling aan de deputatie en het departement;
7° een afzonderlijke mededeling aan de beheerders van aansluitende openbare wegen;
8° een afzonderlijke mededeling aan de maatschappijen van openbaar vervoer.
De aankondiging, vermeld in het eerste lid, vermeldt minstens:
1° de locatie waar de beslissing tot voorlopige vaststelling en het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan ter inzage liggen;
2° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;
3° het adres waar de opmerkingen en bezwaren naartoe gestuurd moeten worden of worden afgegeven, en de te volgen formaliteiten.
Na de aankondiging wordt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan gedurende dertig dagen ter inzage gelegd in het gemeentehuis en gepubliceerd op de gemeentelijke website.
De opmerkingen en de bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan het gemeentebestuur bezorgd.
De deputatie en het departement bezorgen het gemeentebestuur binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, een advies over de overeenstemming van het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4. Als er geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
De gemeenteraad stelt binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk rooilijnplan definitief vast.
Bij de definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgestelde gemeentelijk rooilijnplan alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op de bezwaren en opmerkingen die tijdens het openbaar onderzoek zijn geformuleerd, of eruit voortvloeien.
De definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan kan geen betrekking hebben op delen van het grondgebied die niet opgenomen zijn in het voorlopig vastgestelde gemeentelijk rooilijnplan.
Als het rooilijnplan niet definitief wordt vastgesteld binnen de termijn, vervalt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan.
Toelichting wordt gegeven door schepen D. De Veuster.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 31.18 minuten tot en met 34.05 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad stelt het gemeentelijk rooilijnplan "Steenweg Withof" van 21 januari 2026 - opgemaakt door beëdigd landmeter-expert Marc Van Opstal (landmeters- en studiebureau Van Opstal bvba ) - voorlopig vast.
Artikel 2
De voorlopige vastgestelde rooilijnplan zal het voorwerp uitmaken van een openbaar onderzoek dat zal bekend gemaakt worden conform het Decreet Gemeentewegen.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de organisatie van het voorgeschreven openbaar onderzoek.
Artikel 4
Na het openbaar onderzoek zal het dossier voor definitieve beraadslaging en vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Tijdens de gemeenteraad van 9 november 2023 werd omgevingshandhavingsvisie 2024-2028 goedgekeurd.
Omwille van wetswijzigingen aangaande handhaving, meer bepaald met de aanvang van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving op 1 april 2026, wordt het handhavingslandschap sterk gewijzigd.
Sinds de inwerkingtreding van het decreet handhaving omgevingsvergunning (opgemaakt 25 april 2014) is de kern van de bevoegdheden inzake handhaving omgeving verlegd naar de burgemeester en de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur.
Om deze reden moet men de algemene bevoegdheidsregel volgen, wat betekent dat de gemeenteraad de volheid van bevoegdheid heeft en dus bevoegd is om de omgevingshandhavingsvisie goed te keuren.
Sinds de inwerkingtreding van het decreet handhaving omgevingsvergunning (opgemaakt 25 april 2014) is de kern van de bevoegdheden inzake handhaving omgeving verlegd naar de burgemeester en de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur.
Om deze reden moet men de algemene bevoegdheidsregel volgen, wat betekent dat de gemeenteraad de volheid van bevoegdheid heeft en dus bevoegd is om de omgevingshandhavingsvisie goed te keuren.
Aan de gemeenteraad wordt het ontwerp van de herwerkte 'omgevingshandhavingsvisie - Gemeente Brecht' voorgelegd ter goedkeuring.
In bijlage, omgevingshandhavingsvisie - Gemeente Brecht (2026 - 2031).
Deze herwerking geeft ons de mogelijkheid om een aantal zaken op punt te stellen en een antwoord te bieden op een aantal knelpunten. Bijkomend wordt er geanticipeerd op het ‘Kaderdecreet Vlaamse Handhaving’ dat vanaf 1 april 2026 in werking zal treden (zie pg. 5, titel 3.1. Kaderdecreet Vlaamse Handhaving) .
Het huidig handhavingstraject wordt verder gezet, tal van aandachtspunten worden verder uitgediept zodat de omgevingshandhavingsvisie nog een krachtiger werkinstrument wordt.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Met de goedkeuring van de raadsleden worden de bijlagen nog aangepast.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 34.06 minuten tot en met 53.36 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de omgevingshandhavingsvisie - Gemeente Brecht (2026 - 2031) goed.
Artikel 2
De omgevingshandhavingsvisie - Gemeente Brecht (2026-2031) met bijhorende handhavingsprioriteiten, wordt ter inzage op de gemeentelijke website geplaatst.
Advies kermisoverleg 3 februari 2026:
Artikel 15 i.v.m. opstelling: eerste paragraaf behouden.
Voor het overige geen opmerkingen.
MJP001419 - retributie kermissen
Reglement over de organisatie van kermisactiviteiten van 13 juni 2013.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2005, 22 december 2009 en 21 januari 2013 en de decreten van 24 februari 2017 en 3 maart 2023 artikelen 8 tot en met 10.
KB van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en organisatie van ambulante activiteiten, gewijzigd bij besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 22 september 2023, artikel 15 en 23 tot en met 44.
Artikel 8 §1 van de wet van 25 juni 1993 bepaalt dat de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten op de openbare markten en kermissen, wordt geregeld bij een gemeentelijk reglement.
Volgens artikel 9 §1 van de wet van 25 juni 1993 wordt de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten op het openbaar domein, buiten de openbare markten en kermissen, geregeld bij een gemeentelijk reglement.
De Vlaamse regering had de ambitie om de regelgeving rond ambulante en kermisactiviteiten te hervormen. Het doel was de regelgeving te actualiseren zodat deze inspeelt op nieuwe consumententrends, de lokale autonomie verhoogt, de administratieve lasten verlaagd worden en er meer rechtszekerheid geboden wordt.
Vanaf 1 april 2024 zijn de wijzigingen van deze hervorming ingegaan.
Dit impliceert dat gemeenten hun gemeentelijk reglement dienen te actualiseren.
Wat wijzigt er vanaf 1 april 2024:
1) Een voorafgaande machtiging (leurkaart) is niet langer nodig.
Een foorreiziger moet in Vlaanderen niet langer over een machtiging kermisactiviteiten beschikken voor een kermisattractie of een machtiging ambulante activiteiten voor kermisgastronomie uit te oefenen. De leurkaart is met andere woorden in Vlaanderen afgeschaft.
Er blijft uiteraard gelden dat om beroepsmatig kermisactiviteiten uit te oefenen, het minstens moet gaan om een onderneming die correct ingeschreven is in de KBO. Dit vloeit voort uit het Wetboek van economisch recht en de wetgeving op de btw.
2) Het toewijzen van standplaatsen op de openbare kermis of het openbaar domein
Vanaf 1 april 2024 geldt dat standplaatsen op de openbare kermissen of op het openbaar domein maar kunnen worden toegewezen aan “ondernemingen met een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen die de kermisactiviteit toelaat, via de persoon die de onderneming rechtsgeldig kan vertegenwoordigen.”
3) Standplaats toewijzen via mandaathouder mogelijk
Door de wetswijziging en de nieuwe formulering kan vanaf 1 april 2024 ook eventueel via een mandaathouder een standplaats aangevraagd en toegekend worden. Een mandaat impliceert dat de wettelijke vertegenwoordiger expliciet aan een bepaalde persoon het mandaat geeft om een standplaats aan te vragen namens zijn onderneming.
4) Voorwaarden verzekering, volksgezondheid, veiligheidsattesten en bewijs DIV nu gekoppeld aan de toelating
De uitoefening van de kermisactiviteit wordt pas toegelaten als de uitbater voor de activiteit de volgende elementen aantoont:
5) Digitale indiening van de kandidatuur
De indiening van een kandidatuur voor een standplaats gebeurt voortaan digitaal. Het gemeentelijk reglement kan een afwijking voorzien.
6) Loting als criterium bij toewijzing van een standplaats
De toewijzing van de standplaatsen gebeurt aan de hand van criteria die bij wet zijn vastgelegd zoals de aard van de attractie, de technische specificaties, de graad van veiligheid, de aantrekkingskracht enz...
Wanneer op basis van de wettelijke criteria geen onderscheid tussen de verschillende kandidaten mogelijk is, kan vanaf 1 april 2024 de toewijzing gebeuren door een loting.
7) Het opnemen van de technische specificaties in het register van de toegewezen standplaatsen.
Na de toewijzing van de standplaats moet de gemeente of concessionaris de toewijzing in een register opnemen. Hierbij moeten ook de technische specificaties zoals de afmetingen van de attractie of vestiging in het register opgenomen worden. Dit is belangrijk bij een overdracht van de standplaats.
8) Nieuwe regel overdracht standplaats met abonnement
Wanneer een foorreiziger een standplaats met abonnement overdraagt, is die vanaf 1 april 2024 niet meer verplicht om de attractie of vestiging mee over te dragen. De foorreiziger kan hierdoor het aantal standplaatsen geleidelijk aan afbouwen, zonder telkens de attractie of de vestiging te moeten verkopen.
Er zijn wel een aantal voorwaarden waaraan de overnemer moet voldoen.
9) Wijziging minimumopzegtermijn bij definitief opheffen van een standplaats
De minimumtermijn van de vooropzeg in geval van definitieve opheffing, verhuizing of absolute noodzakelijkheid wordt in de wetgeving bepaald.
De gemeente kan er voor opteren om een langere termijn te voorzien.
10) Niet langer nationaliteitsvoorwaarden
Samen met de voorafgaande machtiging verdwijnt vanaf 1 april 2024 ook de nationaliteitsvoorwaarde voor de aanvrager van zo’n machtiging. Dat maakt dat vanaf 1 april 2024 in principe ook ondernemers van buiten de Europese Economische Ruimte (EER), die in België geen verblijf hebben, kermisactiviteiten kunnen uitoefenen. Uiteraard moeten ze daarvoor aan minstens dezelfde voorwaarden voldoen als ondernemers van binnen de EER.
11) Ook maatschappen kunnen voortaan een standplaats aanvragen
Sinds de nieuwe vennootschapswetgeving kunnen maatschappen zich inschrijven in de KBO en een ondernemingsnummer krijgen. Door de wijziging aan de wetgeving kermisactiviteiten kunnen vanaf 1 april 2024 ook maatschappen met een inschrijving in de KBO die de ambulante activiteit toelaat een standplaats op een openbare kermis of het openbaar domein verkrijgen.
12) Efficiëntere controle, opvragen identiteitsbewijs mogelijk
Door de wetswijziging van 2023 zal vanaf 1 april 2024 de controle nu steeds gebeuren op basis van de actuele gegevens en niet op basis van de gegevens op het moment van de uitreiking van de machtiging.
De wetswijziging van 2024 voorziet ook dat voor de controle het identiteitsbewijs kan worden gevraagd om de hoedanigheid van de persoon die een standplaats aanvraagt of inneemt te controleren.
13) Definitie afgevaardigde en concessionaris
In de wetgeving worden de begrippen ‘de afgevaardigde van de burgemeester’ en ‘de concessionaris’ gebruikt.
De wetgeving definieert ze nu als volgt:
Toelichting wordt gegeven door schepen M. Crynen.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 53.37 minuten tot en met 56.44 minuten.
AFDELING 1 Organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie op openbare kermissen
Artikel 1 - Toepassingsgebied
Als kermis wordt beschouwd elke manifestatie ingericht of voorafgaand toegelaten door de gemeente om, op vastgestelde plaatsen en tijdstippen, de uitbaters van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie, die er producten of diensten aan de consument verkopen, samen te brengen.
Als kermisactiviteit wordt beschouwd elke verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van diensten aan de consument in het kader van de uitbating van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie.
Dit reglement is niet van toepassing op pretparken, noch op vaste kermisattracties of private kermissen.
Artikel 2 - Gegevens van openbare kermissen
De gemeente richt op het openbare domein volgende openbare kermissen in:
PLAATS: Brecht Centrum
DAG: Pasen
PERIODE: Pasen en paasmaandag
Gepaard met jaarmarkt op paasmaandag
PLAN VAN DE STANDPLAATSEN: zie bijlage
PLAATS: Sint-Job-in-‘t-Goor
DAG: 1ste zondag na 10 mei
PERIODE: zaterdag, zondag en maandag
Gepaard met jaarmarkt op zondag
PLAN VAN DE STANDPLAATSEN: zie bijlage
PLAATS: Sint-Lenaarts
DAG: Pinksteren
PERIODE: zondag en maandag
Gepaard met processie en jaarmarkt op maandag
PLAN VAN DE STANDPLAATSEN: zie bijlage
PLAATS: Sint-Lenaarts
DAG: Sint-Jacob, zondag na 25 juli
PERIODE: vrijdagavond, zaterdag en zondag
Gepaard met activiteiten op vrijdag
PLAN VAN DE STANDPLAATSEN: zie bijlage
PLAATS: Overbroek
DAG: derde zondag van september
PERIODE: vrijdagavond, zondag en maandag
Gepaard met volksspelen op maandag
PLAN VAN DE STANDPLAATSEN: zie bijlage
De gemeenteraad geeft volmacht aan het college van burgemeester en schepenen om de data voor de kermissen te bepalen of te wijzigen, alsook de locatie.
De standplaatsen ingenomen ter gelegenheid van voornoemde kermissen mogen niet langer bezet worden dan vanaf de woensdag voorafgaand aan de eerste kermisdag tot de dag na de laatste kermisdag.
Artikel 3 - Voorwaarden inzake toewijzing standplaatsen
Om een standplaats te kunnen toegewezen krijgen, mag de kermisuitbater niet:
De standplaatsen op een openbare kermis worden toegewezen aan de houders van een ondernemingsnummer dat kermisactiviteiten toelaat via de persoon die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt.
Deze persoon moet desgevallend de stukken voorleggen die de volgende zaken aantonen:
De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris kan altijd vragen dat diegene die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt, zijn identiteitsbewijs voorlegt.
Om de diversiteit van het aanbod te waarborgen, is het aantal standplaatsen per onderneming beperkt tot vier.
Artikel 4 - Verhouding abonnement – losse plaatsen
De standplaatsen op de openbare kermissen worden toegewezen hetzij voor de duur van de kermis, hetzij per abonnement. Het abonnement is de regel.
De toewijzing voor de duur van de kermis is mogelijk:
De standplaatsen per abonnement worden toegewezen aan de uitbater die een zelfde standplaats op een abonnementsplaats heeft verkregen gedurende drie opeenvolgende jaren.
Voor de berekening van de termijn, worden de opeenvolgende jaren van verkrijging van de standplaats door de overlater verrekend in het voordeel van de overnemer, op voorwaarde dat er geen onderbreking was bij de overname.
De regel van drie jaar geldt niet wanneer de standplaats werd verkregen naar aanleiding van een opschorting van het abonnement. Deze beperking is echter niet van toepassing op de persoon die daarna de nieuwe overnemer is geworden van de standplaats.
Artikel 5 - Toewijzingsregels voor standplaatsen op de openbare kermissen
5.1. Vacature en kandidatuurstelling standplaats
Wanneer een standplaats vrijkomt, zal de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris deze vacature bekend maken door publicatie van een kennisgeving.
Deze kennisgeving zal gebeuren door middel van een bericht via de website www.brecht.be en via de vakbladen.
De kandidaturen worden digitaal ingediend volgens de voorschriften en binnen de termijn voorzien in de kennisgeving van de vacature. Kandidaturen die hieraan niet voldoen, worden niet weerhouden.
Kandidaturen kunnen ook ingediend worden via een aangetekende brief met ontvangstmelding, of door een brief met ontvangstbewijs die wordt neergelegd op de plaats die aangewezen is in de kennisgeving van de vacature
5.2. Onderzoek van de kandidaturen
Voor de vergelijking van de kandidaturen onderzoekt de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris of voldaan is aan de voorwaarden inzake toewijzing vermeld in artikel 3 van dit reglement.
De standplaatsen worden toegewezen op basis van één of meer van de volgende criteria:
a) de aard van de attractie of van de vestiging;
b) de technische specificaties van de attractie of van de vestiging;
c) de graad van veiligheid van de attractie of van de vestiging;
d) de aantrekkingskracht van de attractie of van de vestiging;
e) de deskundigheid van de uitbater, van de « aangestelde - verantwoordelijken » en van het tewerkgesteld personeel;
f) desgevallend, de nuttige ervaring;
g) de ernst en het zedelijk gedrag van de kandidaat.
Als de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris op basis van deze criteria, geen onderscheid tussen de kandidaturen kan maken, is een loting mogelijk..
Het openen van de kandidaturen, hun vergelijkend onderzoek, de controle van de voorwaarden en de gemotiveerde beslissing tot toewijzing van de standplaats worden opgenomen in een proces-verbaal.
Deze kan geraadpleegd worden overeenkomstig de bepalingen van de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten.
5.3. Bekendmaking van de toewijzing van de standplaats
De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris deelt zowel aan de kandidaat die de standplaats toegewezen kreeg als aan elke niet weerhouden kandidaat de beslissing die hem aanbelangt mee op één van de volgende wijzen:
Artikel 6 - Het register of plan van de toegewezen standplaatsen
Een plan of register wordt bijgehouden waarin voor elke toegewezen standplaats de volgende zaken worden vermeld:
a) de situering van de standplaats
b) de toewijzingsmodaliteiten van de standplaats;
c) de duur van het gebruiksrecht of het abonnement;
d) de naam, voornaam en adres van de persoon aan wie of door tussenkomst van wie de standplaats toegewezen werd;
e) desgevallend, het maatschappelijk doel van de rechtspersoon aan wie de standplaats toegewezen werd en het adres van haar maatschappelijke zetel;
f) het ondernemingsnummer;
g) de aard van de attractie of van de vestiging die de standplaats inneemt of die op de standplaats toegelaten is met vermelding van de technische specificaties;
h) de prijs van de standplaats behalve wanneer deze uniform werd vastgesteld;
i) desgevallend, de identificatie van de overlater en de datum van de overdracht.
Artikel 7 - Spoedprocedure
Indien, in de vijftien dagen voorafgaand aan de opening van de kermis, de standplaatsen vacant blijven,
kan er worden voorzien in een spoedprocedure die als volgt is bepaald:
1° de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris raadpleegt de door hem gekozen kandidaten. Hij richt zich, in de mate van het mogelijke, tot verscheidene kandidaten per voorziene standplaats;
2° de kandidaturen worden ingediend hetzij per duurzame drager tegen ontvangstbewijs, hetzij schriftelijk tegen ontvangstbewijs;
3° de burgemeester, zijn afgevaardigde of concessionaris gaat over tot de toewijzing van de standplaatsen overeenkomstig de bepalingen opgenomen in artikel 5.2, eerste en tweede lid van dit reglement;
4° zij stelt een proces-verbaal op dat per vacature of onbezette standplaats de kandidaten vermeld die hun kandidatuur hebben ingediend;
5° indien meerdere kandidaten naar eenzelfde standplaats dingen, geeft hij in het proces-verbaal de motivatie van zijn keuze aan;
6° hij deelt aan iedere kandidaat, hetzij bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding, hetzij bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding, hetzij per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding, de beslissing mede die hem aanbelangt.
Het plaatsen van uitbaters van kermisattracties of vestigingen waaraan een standplaats werd toegewezen op basis van de spoedprocedure, kan leiden tot aanpassingen aan het plan van de kermis, voor zover deze beperkt blijven en nauwkeurig worden gemotiveerd door de technische noodzakelijkheden van de toevoeging van de nieuwkomers op het kermisterrein.
De aanpassingen zullen onderworpen worden aan de goedkeuring van de eerstvolgende gemeenteraad of college van burgemeester en schepenen, al naargelang het geval.
Artikel 8 - Duur abonnement
Het abonnement heeft een duur van vijf jaar.
Na afloop wordt het stilzwijgend verlengd behalve in de gevallen bedoeld bij het opschorten of het afstand doen van het abonnement.
De houder van het abonnement kan, op gemotiveerd verzoek, het abonnement voor een kortere duur verkrijgen. Deze aanvraag wordt ingewilligd bij de stopzetting van de activiteiten aan het einde van de loopbaan.
Indien zij omwille van andere motieven aangevraagd wordt, hangt ze af van de beoordeling van de burgemeester, van zijn afgevaardigde of van de concessionaris.
Artikel 9 - Opschorten abonnement
De houder van het abonnement kan het abonnement opschorten wanneer
1° hij tijdelijk ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen:
De opschorting gaat in onmiddellijk na de bekendmaking van de ongeschiktheid en eindigt op het einde van de kermis.
Indien de opschorting één jaar overschrijdt, moet zij minstens dertig dagen voor het begin van de kermis hernieuwd worden.
2° hij over een abonnement beschikt voor een andere kermis, die ingevolge de kermiskalender op hetzelfde ogenblik plaats heeft.
De opschorting moet worden bekend gemaakt tenminste drie maanden voor de begindatum van de kermis. Zij mag geen drie opeenvolgende jaren overschrijden.
De opschorting impliceert de opschorting van de wederzijdse verplichtingen die uit de overeenkomst voortkomen.
De vraag tot opschorting dient te gebeuren:
Artikel 10 - Afstand van het abonnement
De houder van het abonnement kan van het abonnement afstand doen:
De vraag tot afstand dient te gebeuren
De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris bevestigt onmiddellijk de ontvangst ervan.
Artikel 11 - Schorsing en opzegging van het abonnement
De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris kan het abonnement intrekken of opschorten:
1° omdat de titularis van de standplaats niet langer voldoet aan de wettelijke verplichtingen betreffende de uitoefening van kermisactiviteiten of aan deze die van toepassing zijn op de betrokken attractie of vestiging;
2° indien de standgelden niet betaald worden;
3° bij overtreding van bepalingen vermeld in dit reglement.
4° indien de titularis van de standplaats zich weigert te schikken naar de bevelen van de burgemeester, zijn afgevaardigde of plaatsmeester.
De beslissing tot schorsing of opzegging wordt betekend bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
Artikel 12 - Overdracht standplaats
De overdracht van een standplaats is toegelaten aan de overnemer
Een wijziging van specialisatie of technische specificatie is in uitzonderlijke gevallen mogelijk na voorafgaande toelating van de gemeente.
Binnen het eerste jaar na de overdracht kan een standplaats niet opnieuw worden overgedragen, behalve na de expliciete goedkeuring van de burgemeester of zijn afgevaardigde.
De inname van de overgedragen standplaats door de overnemer is pas toegelaten als de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris heeft vastgesteld dat de overnemer voldoet aan de bepalingen van artikel 3 van dit reglement.
Artikel 13 - Inname standplaatsen
De standplaatsen die zijn toegewezen aan de personen, vermeld in artikel 3 van dit reglement, kunnen ingenomen worden door de volgende personen:
1° de personen, vermeld in artikel 3 van dit reglement, die een kermisactiviteit uitoefenen;
2° de personen die belast zijn met het dagelijks bestuur van een rechtspersoon aan wie de standplaats is toegewezen;
3° de echtgenoot of echtgenote of wettelijk samenwonende partner van de natuurlijke persoon aan wie de standplaats is toegewezen, voor de uitoefening van de kermisactiviteit voor eigen rekening;
4° de feitelijke vennoten van de natuurlijke persoon of een maatschap aan wie de standplaats is toegewezen, die een kermisactiviteit voor eigen rekening uitoefenen;
5° de personen die de kermisactiviteit uitoefenen voor rekening of in dienst van de natuurlijke personen, maatschap of rechtspersonen, vermeld in punt 1° tot en met 4°.
De personen, vermeld in het eerste lid, 2° tot en met 5°, kunnen de standplaatsen innemen die toegewezen zijn aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon of maatschap voor wiens rekening of wiens dienst ze de kermisactiviteit uitoefenen, buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie of door middel van wie de standplaats is toegewezen
Artikel 14 - Vooropzeg vanuit de gemeente
Wanneer de openbare kermis of een deel van de standplaatsen definitief wordt opgeheven, geldt een termijn van vooropzeg aan de houders van een standplaats per abonnement
Deze termijn bedraagt 12 maanden wanneer de houder definitief zijn abonnement verliest.
Deze termijn bedraagt 6 maanden in het geval van een definitieve verhuizing van de openbare kermis of een deel ervan en de houder zijn abonnement behoudt.
In gevallen van absolute noodzakelijkheid kan hier van afgeweken worden. De minimumtermijn kan dan ingekort worden.
Artikel 15 - Inrichting standplaatsen
15.1. Opstelling
Met uitzondering van de wagens die onmisbaar zijn voor de uitbating van de kermisactiviteit, mag geen enkel rijtuig of woonwagen op het kermisterrein, behoudens voorafgaande toestemming van de burgemeester of zijn afgevaardigde.
Tussen elke inrichting dient er minstens een vrije ruimte van1 meter voorzien te worden; tussen tegenoverstaande attracties een doorgang van minstens3 meter.
Een minimale vrije hoogte van2,10 metermoet verzekerd blijven, indien de uitbaters oversteken gebruiken waaraan allerlei artikelen of koopwaar bevestigd worden.
Handelszaken gelegen langs het traject van de kermis dienen bereikbaar te zijn, net zoals de toegang voor voetgangers tot de woonst dient vrij te blijven.
Elke kermisuitbater beschikt enkel over zijn toegewezen standplaats. Het is niet toegelaten de maximum afmetingen te overschrijden. Per toegewezen standplaats mag de kermisuitbater slechts één kermiskraam plaatsen.
De kramen worden volgens het kermisplan opgesteld op een veilige wijze en zonder schade aan te brengen aan het openbaar domein.
Het is de uitbaters verboden het wegdek en de bestrating op het kermisterrein, wandel- en rijwegen, voetpaden, parkeerterreinen en dergelijke, te beschadigen. Onder geen enkel voorwendsel mogen zij hun inrichting(en) verankeren aan het wegdek, bomen, verlichtingstoestellen, verkeerstekens of dergelijke.
Buiten de kermisuitbaters zal niemand op of rond het kermisterrein iets mogen verkopen of voorstellen. Voor het plaatsen van een danstent dienen de voorziene toelatingen bekomen te worden bij het gemeentebestuur.
15.2. Afval
Vanaf het moment van oprijden tot aan het vertrek dienen de kramen zich in goede, veilige en hygiënische toestand te bevinden. De kermisuitbaters staan zelf in voor het verzamelen, bewaren en afvoeren van hun bedrijfsafval en zijn verantwoordelijk voor een nette omgeving rond hun inrichting.
De kermisuitbaters die eten, drinken of verpakte goederen aan het publiek aanbieden of ter beschikking stellen, voorzien voldoende afvalbakken in de onmiddellijke nabijheid van hun kraam. De afvalbakken zijn netjes en worden voldoende geledigd.
De standplaats dient na de kermis in oorspronkelijke staat achtergelaten te worden.
15.3. Openingsuren en geluid
De openingsuren van de kermiskramen worden bepaald door het college. De minimale openingsuren dienen te worden gerespecteerd. Het niet openen wordt aanzien als voortijdige afbraak.
Het sluitingsuur van de kermis wordt vastgesteld op 24.00 uur. Vanaf dat ogenblik mag er ook geen muziek meer geproduceerd worden. Buiten de kermisuren, is het verboden op het kermisterrein muziek te produceren en lawaaihinder te veroorzaken.
Behoudens in geval van afwijking zoals bepaald door het college van burgemeester en schepenen, zijn de bepalingen van het koninklijk besluit van24 februari 1977houdende vaststelling van geluidsnormen voor zowel muziek als mechanische installaties in openbare en private inrichtingen van toepassing op de kermisattracties. De kermisuitbaters dienen zich dus te houden aan de wettelijke geluidsnormen.
Luidsprekers mogen niet worden aangebracht aan de buitenkant van de inrichting. Zij moeten geplaatst worden aan de binnenkant waarbij de opening van deze luidsprekers binnenwaarts en naar de grond moet gericht worden.
Er mogen aan de attractie geen sirenes gebruikt worden die enige gelijkenis vertonen met deze in gebruik door openbare en private hulpdiensten (brandweer, ziekenwagen, politie, …).
De kermisattracties mogen de kermis niet verlaten voor het einde van de kermis.
15.4. Tarieven
In elke inrichting moet een duidelijk en goed zichtbaar bord worden aangebracht met vermelding van de naam van de uitbater en het ondernemingsnummer.
Bij elke kermisattractie dient het tarief aangeduid te worden in euro. Deze tariefaanduiding moet duidelijk, ondubbelzinnig en in het Nederlands zijn; ze moet op een goed zichtbare plaats aangebracht worden en door het publiek van op een redelijke afstand gelezen kunnen worden. De tarieven mogen in de loop van de desbetreffende kermis niet gewijzigd worden.
Artikel 16 - Veiligheid
De burgemeester, zijn afgevaardigde of de persoon door hem aangesteld, heeft steeds het recht om bijkomende verplichtingen aan de kermisuitbaters op te leggen die hij nodig acht om de veiligheid en de goede orde op het terrein te verzekeren.
Er worden op de voorziene kermisterreinen in de gemeente elektriciteitskasten geplaatst ten behoeve van de kermisuitbaters tijdens de kermissen. Voor de tarieven voor het gebruik van deze elektriciteitskasten wordt verwezen naar het gemeentelijk retributiereglement.
De kermisuitbater kan in geen geval een vergoeding eisen wanneer blijkt dat er geen elektriciteitsaansluiting beschikbaar is voor zijn kermisattractie.
Het bestuur kan door de kermisuitbaters, ongeacht de oorzaak, niet aansprakelijk gesteld worden bij een eventuele stroompanne of -onderbreking.
Alle elektrische leidingen moeten, zowel binnen als buiten de inrichting, zorgvuldig en op doeltreffende wijze geïsoleerd zijn.
Kermisuitbaters dienen zelf te zorgen voor de nodige aansluitkabels (aangepast volgens vermogen en lengte) die dienen uitgerust te zijn met veilige koppelingen volgens de wettelijke reglementeringen.
Al de uitbaters moeten steeds de nodige keuringsattesten van hun elektrische installatie, afgeleverd door een erkend keuringsorganisme, kunnen voorleggen aan de burgemeester, zijn afgevaardigde of concessionaris.
De binneninrichtingen moeten voldoen aan technische eisen gesteld in alle desbetreffende wetten en reglementen zoals het Algemeen Reglement op Elektrische Installaties (A.R.E.I.).
Het is verboden verwarmingstoestellen te gebruiken die niet voldoen aan alle veiligheidsnormen of die gassen of rook uitstoten. Open vuur maken op de kermis is eveneens verboden.
Per kermiskraam moet minstens één brandblusser van 6 kg bluspoeder type ABC aanwezig zijn. Dit toestel dient jaarlijks te worden gekeurd door een bevoegde firma. De brandblusser moet op een goed zichtbare plaats binnen handbereik worden opgesteld.
De kermisuitbaters die ter plaatse warme gerechten bereiden moeten beschikken over een branddeken op een gemakkelijk bereikbare plaats. In lunaparken moet bijkomend minstens één brandblusser van 5 kg CO2 aanwezig zijn.
Indien de burgemeester vaststelt dat om technische redenen de veiligheid van de gebruikers van een kermisattractie of van de omstaanders niet gewaarborgd is, kan de attractie gesloten worden voor de verdere duur van de kermis of tot na de degelijke herstelling van de vastgestelde gebreken.
Het is iedere kermisuitbater verboden enige vorm van vuurwerkartikelen of enig ander explosief materiaal te verkopen, als prijs te geven of op te slaan in of nabij de kermisattractie, woonwagen of pakwagen.
Artikel 17 - Algemeen
De verantwoordelijke van de kermis houdt toezicht op de naleving van het kermisreglement. Het is zijn plicht de kermisuitbaters die hun verplichtingen niet nakomen daarop te wijzen.
Bij ernstige inbreuken kunnen zij door de burgemeester of zijn afgevaardigde onmiddellijk van de standplaats verwijderd worden.
Het is verboden dranken te schenken, behalve in vestigingen van kermisgastronomie. Verstrekkers van alcoholische dranken zijn verplicht de leeftijd van de bezoekers te controleren.
Kermisuitbaters mogen geen sterke dranken verkopen, te koop aanbieden of als prijs geven in hun kermisinrichting.
Het gemeentebestuur is niet verantwoordelijk voor om het even welke schade of ongevallen veroorzaakt door de kermiskramen, hun uitbaters of hun personeel, zowel binnen de inrichtingen als op de openbare weg. Het gemeentebestuur is evenmin aansprakelijk voor beschadiging aan de wagens of kermiskramen, verlies en diefstal van de in de wagens of kermiskramen opgeborgen of tentoongestelde zaken.
De kermisuitbater die een standplaats heeft bekomen op één van de kermissen in Brecht is standgeld verschuldigd overeenkomstig het gemeentelijk retributiereglement
De betaling van de standgelden dient te gebeuren voor de vervaldatum vermeld op de factuur.
Kermisuitbaters die hun toegekende standplaats overdragen aan derden of niet in gebruik hebben genomen zonder schriftelijke toelating van de burgemeester of zijn afgevaardigde blijven het standgeld volledig verschuldigd. In geen geval kan de kermisuitbater schadeloosstelling eisen van het college.
In geval van betwisting of in gevallen niet voorzien in huidig reglement, is het college van burgemeester en schepenen bevoegd om te beslissen.
AFDELING 2 Organisatie van kermisactiviteiten op privé domein en op het openbare domein buiten openbare kermissen
Artikel 18 - Toepassingsgebied
18.1. Op aanvraag van een kermisuitbater
Eén ieder die een standplaats wenst in te nemen op één of meerdere plaatsen van het openbare domein buiten de openbare kermissen om kermisactiviteit uit te oefenen moet dit voorafgaand aanvragen bij de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris.
Deze aanvraag dient te gebeuren via een standaardformulier op de gemeentelijke website www.brecht.be
18.2. Vanuit de gemeente
Wanneer de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris, een standplaats op het openbare domein wenst toe te kennen, wordt de procedure zoals omschreven in artikel 5 van dit reglement gevolgd.
Artikel 19 - Voorwaarden inzake toewijzing en inname standplaatsen
De personen die voldoen aan de voorwaarden tot het verkrijgen (zie artikel 3) en innemen (zie artikel 13) van de standplaatsen op de openbare kermis kunnen standplaatsen op het openbare domein verkrijgen en innemen.
Artikel 20 - Duur machtiging
De machtiging wordt door de burgemeester, zijn afgevaardigde of concessionaris toegekend:
- voor een bepaalde periode;
- of per abonnement.
Een abonnement kan toegekend worden van zodra de kermisuitbater een zelfde standplaats heeft verkregen gedurende drie opeenvolgende jaren.
Voor de berekening van de termijn, worden de opeenvolgende jaren van verkrijging van de standplaats door de overlater verrekend in het voordeel van de overnemer, op voorwaarde dat er geen onderbreking was bij de overname.
De regel van drie jaar geldt niet wanneer de standplaats werd verkregen naar aanleiding van een opschorting van het abonnement. Deze beperking is echter niet van toepassing op de persoon die daarna de nieuwe overnemer is geworden van de standplaats.
Artikel 21 - Abonnementen
De artikelen 8, 9, 10, 11 en 12 zijn van toepassing op de abonnementen toegekend krachtens afdeling 2
AFDELING 3 Slotbepalingen
Artikel 22 - Controle documenten
De personen belast met de praktische organisatie van de openbare kermissen en de kermisactiviteiten op het openbare domein, hiertoe aangesteld door de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris zijn gemachtigd om de documenten vermeld in artikel 3 van dit reglement te controleren.
Artikel 23 - inwerkingtreding.
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026.
Artikel 24 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 25 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
19 oktober 2023: overleg met Kempens Landschap betreffende opmaak algemeen toewijzingsreglement
27 oktober 2023: advies Kempens Landschap over eerste ontwerp toewijzingsreglement
21 december 2023: advies Landbouwraad op opmerkingen van Kempens Landschap
15 februari 2024: advies Vlaamse Landmaatschappij
15 april 2024: ontwerpreglement opnieuw voorgelegd aan Landbouwraad ter advies
27 juni 2024: adviesvraag aan Kempens Landschap
december 2024 - januari 2025: eerste toewijzingsdossiers volgens het toewijzingsreglement
22 oktober 2025: advies landbouwraad
3 november 2025: advies Kempens Landschap
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Door de eerste praktische toepassingen van het toewijzingsreglement op toe te wijzen gronden op de Merel door Kempens Landschap en een perceel te Kraaienhorst door de gemeente zelf, werden enkele onvolkomenheden in het reglement duidelijk. Het toewijzingsreglement is terug te vinden als bijlage bij dit agendapunt.
1c) De kandidaat gebruiker mag de leeftijd van 58 jaar niet bereikt hebben i.p.v. 50 jaar. De pensioenleeftijd is 67 jaar minus 9 jaar voor duur pachtcontract.
1d) Landbouwer in hoofdberoep. Toegevoegd: Hij kan dit aantonen met een attest van het sociaal secretariaat.
3a) De wijze waarop de afstand van de bedrijfszetel tot het toe te wijzen perceel wordt bepaald. Er werd gekozen voor de afstand via vogelvlucht van dichtstbijzijnde hoek van perceel tot waar de bedrijfswoning staat.
3a) Toe te wijzen perceel i.p.v. over te nemen perceel.
3b) Minder dan 5 Ha verplaatst van criteria in aflopende volgorde naar algemene voorwaarden.
Kempens Landschap verklaarde zich akkoord om het toewijzingsreglement in deze zin aan te passen.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Met de goedkeuring van de raadsleden wordt de tekst nog aangepast.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 56.45 minuten tot en met 1.03.54 uur.
Artikel 1
Inleiding:
Dit toewijzingsreglement is van toepassing op alle vrijkomende landbouwgronden in de gemeente Brecht die in eigendom of in het beheer van de ondertekenende partijen zijn.
De landbouwgronden gelegen in het Marum worden niet opgenomen in dit reglement. Voor deze gronden geldt het reglement dat binnen de beheercommissie Marum werd opgemaakt en goedgekeurd.
De toewijzingsvoorwaarden worden opgedeeld in drie luiken:
Ten eerste gelden er algemene voorwaarden; dit zijn de voorwaarden waaraan men absoluut moet voldoen wil men in aanmerking komen voor een eventuele toewijzing. Voldoet de kandidaatgebruiker hier niet aan, dan wordt zijn kandidatuur niet verder onderzocht.
Op de tweede plaats worden de voorwaarden voor overdracht in dalende lijn gespecifieerd.
Daarna volgen de effectieve toewijzingscriteria die in aflopende volgorde vermeld worden. De leeftijd is het finale, doorslaggevende criterium.
Uiteindelijk wordt in het vierde deel het belang van de aanmelding van elke overdracht benadrukt en wordt de ondertekening van een nieuwe overeenkomst met elke nieuwe gebruiker vooropgesteld.
Reglement
1. Algemene voorwaarden
a) De kandidaat-gebruiker is een natuurlijk persoon of een vertegenwoordiger van een vennootschap en moet in Brecht gedomicilieerd zijn.
b) De kandidaat-gebruiker heeft binnen elk projectgebieden minder dan 5 ha in gebruik en zal door de toewijzing van het vrije perceel, per projectgebied, niet meer dan 5 ha in gebruik hebben. Voor het vaststellen van de geëxploiteerde oppervlakte van het bedrijf van de kandidaat wordt de meest recente aangifte aan de Mestbank in aanmerking genomen. In geval van vennootschappen, moet er rekening gehouden worden met de maximaal geëxploiteerde oppervlakte voor de vennootschap.
c) De kandidaat-gebruiker mag de leeftijd van 58 jaar niet bereikt hebben.
d) De kandidaat-gebruiker moet land -of tuinbouwer in hoofdberoep zijn d.w.z hij kan dit aantonen met een attest van het sociaal secretariaat.
e) De kandidaat-gebruiker heeft in de laatste 5 jaar geen gronden in Brecht toegewezen gekregen van 1 van de ondertekenende instanties. Dit geldt niet voor overnames zoals bepaald in artikel 2 van dit reglement.
f) De kandidatuur van de kandidaat-gebruiker wordt voor een periode van 5 jaren niet in aanmerking genomen indien:
- de landbouwer-gebruiker ooit door de beheercommissie en/of het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brecht gesanctioneerd werd wegens het plegen van een inbreuk op de geldende voorwaarden voor het domein en specifiek voor het perceel. De termijn van 5 jaar begint te lopen vanaf de dag na de betekening van de beslissing tot sanctionering.
Of
- kan worden aangetoond dat hij meer dan 1 keer de gebruiksvergoeding niet betaald heeft binnen de daartoe gestelde termijn d.w.z. na de uiterste betaaldatum zoals vermeld op het factuur.
g) Enkel voor domein de Merel: De kandidaat-gebruiker is zich bewust van de landschapsvisie met betrekking tot de landbouwgronden in de Merel, meer bepaald het behoud van de open ruimte en het behoud/herstel/ontwikkeling van kleine landschapselementen:
- De kandidaat-gebruiker stemt in met het gebruik van de gronden in functie van een lage teelt (grasland of lage akkerbouw). Er kan geen maïs worden geteeld.
- De kandidaat-gebruiker gaat akkoord indien de eigenaar in de toekomst landschapselementen (vb. bomenrijen, houtkanten, solitaire bomen, poel, akkerranden, …) wenst te ontwikkelen.
2. Overdrachten in dalende lijn
Overdrachten aan verwanten of aanverwanten in eerste of tweede graad in dalende lijn, van het gebruiksrecht op percelen binnen het projectgebied, worden gerespecteerd, op voorwaarde dat de verkrijger aan de onder punt 1 beschreven algemene voorwaarden voldoet.
3. Toewijzingscriteria in aflopende volgorde
a) Vrijgekomen landbouwgronden worden toegewezen aan landbouwers met domicilie te Brecht. De bedrijfszetel ligt het dichtst bij toe te wijzen perceel. De afstand van de bedrijfszetel tot het toe te wijzen perceel wordt bepaald door de afstand in vogelvlucht te nemen van de dichtstbijzijnde hoek van het toe te wijzen perceel tot waar de bedrijfswoning staat.
b) De kandidaat-gebruiker is de jongste kandidaat.
4. Aanmelding van overdrachten
a) Ongeacht de wijze van overdracht (via toewijzing of via overdracht dalende lijn) dient elke overdracht van gebruiksrecht te worden aangemeld bij de gemeentelijke instanties of de beherende commissie van het gebied.
b) De overdracht dient gepaard te gaan met de ondertekening van een gebruiksovereenkomst met de nieuwe gebruiker.
5. Bewijsvoering
Op verzoek van gemeentebestuur dienen stavingsstukken voor bovenstaande criteria te worden aangeleverd.
6. Overeenkomsten
De eigenaar van de grond bepaalt de vorm van de overeenkomst.
Artikel 2 - Inwerkingtreding.
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026.
Artikel 3 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 4 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
De personeelsvisie van de toekomst werd voorgelegd aan de vakorganisaties en de medewerkers en kreeg positief advies.
Sinds 2023 heeft een lokaal bestuur een veel ruimer kader om haar rechtspositieregeling en haar arbeidsreglement op te maken.
Omdat alles met elkaar verbonden is, willen we dit aanpakken vanuit een onderschreven visie.
De opmaak van deze visie is opgestart in 2024 en verder gefinaliseerd in 2025.
De personeelsvisie werd ondertussen ook afgetoetst aan de ambities van de nieuwe bestuursploeg.
Op 5 november 2025 werd dit besproken met de vakorganisaties waarvan verslag in bijlage.
Vervolgens werd de personeelsvisie nog voorgelegd aan de medewerkers. De input werd besproken op de strategische cel "medewerkers" van 27 november 2025.
De opmerkingen gemaakt door het personeel worden meegenomen in de verdere uitwerking van de acties.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Rechtspositiebesluit van 20 januari 2023.
Om de rechtspositie en het arbeidsreglement te herschrijven vertrekken we vanuit een visie op personeelsbeleid zodat we tot een coherent geheel kunnen komen om ons als aantrekkelijke werkgever te positioneren.
Vervolgens wordt er werk gemaakt van de verschillende acties die hieraan gekoppeld zijn.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.03.55 uur tot en met 1.04.56 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de personeelsvisie van de toekomst goed.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de personeelsdienst.
Het Agentschap Binnenlands Bestuur ontving een klacht tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Brecht van 28 november 2025 betreffende de weigering van het ontslag van de consulent sport.
Op 23 december 2025 werd deze klacht via het digitaal loket bezorgd aan gemeente Brecht (zie bijlage).
Op 30 december 2025 werd deze klacht ter aktename voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Op het college van burgemeester en schepenen van 20 januari 2026 werd het gemotiveerd antwoord aan het Agentschap Binnenlands Bestuur geagendeerd.
Op 16 februari 2026 werd deze klacht afgerond door het Agentschap Binnenlands Bestuur en verzonden zij de antwoorden in bijlage aan de klager en het college van burgemeester en schepenen.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.38.50 uur tot en met 1.44.57 uur.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van het antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur op de klacht tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Brecht van 28 november 2025 betreffende de weigering van het ontslag van de consulent sport.
Joni Terreur was bij het gemeentebestuur van Brecht sinds 1 oktober 2018 aangesteld als voltijds contractueel financieel directeur. Op 1 december 2025 bezorgde Joni haar ontslagbrief, de opzegtermijn ging in op maandag 8 december 2025 en bedraagt 12 weken. Vanaf 2 maart 2026 is zij bijgevolg uit dienst.
De gemeenteraad van 8 januari 2026 nam kennis van de ontslagbrief van Joni Terreur als financieel directeur.
Er dient daarom een selectieprocedure opgestart te worden voor de aanstelling van een nieuwe financieel directeur. Artikels 28-31 van de rechtspositieregeling omschrijven de specifieke bepalingen voor de selectie van een financieel directeur en algemeen directeur. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden om de selectieprocedure uit te besteden aan een externe partner, uiteraard conform de bepalingen in de rechtspositieregeling.
Het college van burgemeester heeft reeds de nodige voorbereidingen getroffen en in zitting van 10 februari 2026 de opdracht voor de coördinatie van de selectieprocedure gegund aan Search and Selection via de raamovereenkomst van Poolstok. Het samenwerkingsvoorstel is als bijlage toegevoegd.
Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om de functiebeschrijving van de financieel directeur vast te stellen en deze functie open te verklaren.
Aan de gemeenteraad zal daarom het volgende voorgesteld worden, op basis van bijgaand samenwerkingsvoorstel:
De algemene toelatingsvoorwaarden
De aanwervingsvoorwaarden
Het selectieprogramma (zie ook voorstel als bijlage)
Het selectieteam
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.04.57 uur tot en met 1.12.07 uur.
Artikel 41, tweede alinea 6° van het decreet lokaal bestuur dat bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het aanstellen van de financieel directeur.
Artikel 162 van het decreet lokaal bestuur dat bepaalt dat er in elke gemeente één financieel directeur aanwezig is die zowel de gemeente als het OCMW bedient.
Besluit Vlaamse regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen.
Hoofdstuk IV van de rechtspositieregeling zoals goedgekeurd door de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn op 2 april 2022 dat bepaalt dat de gemeenteraad de functiebeschrijving vaststelt van de financieel directeur en de functie open verklaart; dat voor de aanwerving van de financieel directeur dezelfde bepalingen als voor de aanwerving van het overige personeel gelden waarbij de selectiecriteria en technieken zijn afgestemd op de functiebeschrijving, en dat de selectieprocedure in elk geval een test bevat die het financieel-economische inzicht van de kandidaten toetst.
Artikel 1
De gemeenteraad gaat akkoord om de voltijdse, contractuele functie van financieel directeur open te verklaren bij wijze van aanwerving. De gemeenteraad keurt het functieprofiel zoals in bijlage goed.
Artikel 2
De gemeenteraad stelt de algemene toelatingsvoorwaarden als volgt vast:
De aanwervingsprocedure wordt uitbesteed aan een extern selectiebureau. De gemeenteraad geeft goedkeuring aan volgende stappen in de selectieprocedure:
MJP001368 - Intergemeentelijke samenwerkingsprojecten evenementen (vb. T-day, …)
Naar aanleiding van een subsidielijn voor structurele samenwerking voor jeugdprojecten in de vrije tijd op bovenlokaal niveau werd ILV JoNK in 2020 omgevormd tot een projectvereniging (met rechtspersoonlijkheid): projectvereniging Jeugdregio Noorderkempen. Dit is een samenwerking tussen gemeenten Brasschaat, Brecht, Essen, Kalmthout, Stabroek en Wuustwezel. Deze projectvereniging heeft als doelstelling het jeugdbeleid - in de ruime zin van het woord - van de deelnemende gemeenten te stimuleren en op elkaar af te stemmen, intergemeentelijk overleg te creëren, intergemeentelijke jeugdactiviteiten en projecten op te zetten en de beschikbare middelen voor jeugdbeleid efficiënt in te zetten.
De oprichtingsakte van deze projectvereniging werd opgemaakt op 9 juli 2020. Zoals beschreven in de statuten werd de projectvereniging opgericht voor zes jaar, tot 9 juli 2026. Sinds 1 januari 2021 ontvangt de projectvereniging echter subsidies van de Vlaamse Overheid. Deze ontvangen we nog tot 31 december 2026.
Om aan de subsidievoorwaarden en de bepalingen onder het Jeugddecreet en het uitvoeringsbesluit over de uitbetaling te blijven voldoen, zal de projectvereniging verlengd moeten worden tot aan de voltooiing van alle verantwoording en verrekening en uitbetaling van het saldo vanuit de Vlaamse Overheid. Dit valt vermoedelijk midden 2027, aangezien de laatste verantwoording ten laatste 31 maart 2027 naar de Vlaamse Overheid verstuurd moet worden.
Aangezien de projectvereniging best pas stopgezet wordt na de voltooiing van alle verantwoording en verrekening en uitbetaling van het saldo, zijn we genoodzaakt om de huidige projectvereniging voor de duur van maximum 1 jaar te verlengen. Dit ligt ter goedkeuring voor bij de gemeenteraden van alle deelnemende gemeenten.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Decreet bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen van 21 december 2017 en het uitvoeringsbesluit van 11 januari 2019.
De projectvereniging Jeugdregio Noorderkempen wordt verlengd tot aan de voltooiing van alle verantwoording en verrekening en uitbetaling van het saldo vanuit de Vlaamse Overheid.
Deze verlenging is essentieel om aan de subsidievoorwaarden en de bepalingen onder het Jeugddecreet en het uitvoeringsbesluit over de uitbetaling te blijven voldoen. In realiteit heeft deze verlenging weinig tot geen effect op de dagelijkse werking van de projectvereniging.
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.12.08 uur tot en met 1.17.34 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad geeft haar goedkeuring aan de verlenging van de huidige projectvereniging voor het samenwerkingsverband in de regio Noorderkempen.
MJP001368 - Intergemeentelijke samenwerkingsprojecten evenementen (vb. T-day, …)
In 2015 richtten de gemeenten Brasschaat, Brecht, Essen, Kalmthout, Kapellen, Stabroek en Wuustwezel de Interlokale Vereniging Jeugdregio Noorderkempen (ILV JoNK) op met als doelstelling het jeugdbeleid - in de ruime zin van het woord - van de deelnemende gemeenten te stimuleren en op elkaar af te stemmen, intergemeentelijk overleg te creëren, intergemeentelijke jeugdactiviteiten en projecten op te zetten en de beschikbare middelen voor jeugdbeleid efficiënt in te zetten.
Naar aanleiding van een subsidielijn voor structurele samenwerking voor jeugdprojecten in de vrije tijd op bovenlokaal niveau werd ILV JoNK in 2020 omgevormd tot een projectvereniging (met rechtspersoonlijkheid). Er ontstond een structurele samenwerking rond verschillende vrijetijdsprojecten voor jongeren, zoals de intergemeentelijke SWAP-uitstappen, tienerfestival T-DAY, uitwisselingen tussen onze jeugdraden, enz.
In 2026 kunnen er opnieuw subsidies aangevraagd worden bij de Vlaamse Overheid. De deadline voor de nieuwe subsidieaanvraag als intergemeentelijk samenwerkingsverband is 1 juni 2026. Door een wijziging in de samenstelling van de projectvereniging kan de huidige projectvereniging niet verlengd worden. In plaats daarvan moet er een nieuwe projectvereniging opgericht worden.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Decreet bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen van 21 december 2017 en het uitvoeringsbesluit van 11 januari 2019.
De statuten van de nieuwe projectvereniging werden aangepast. Deze aanpassing heeft weinig tot geen effect op de huidige werking van de projectvereniging.
Indien de subsidie toegekend wordt, kunnen de middelen die wij als gemeenten investeren in de projecten van het samenwerkingsverband maximum verdubbeld worden en zijn we verzekerd van een aantal intergemeentelijke projecten in de vrije tijd voor 6 jaar. Het gaat hier om projecten die we enkel met vereende krachten kunnen organiseren.
De uiteindelijke subsidiepot werd tot nu toe nog niet bepaald door de Vlaamse overheid, dus het toegekende subsidiebedrag is nog afhankelijk van wat daar beslist wordt en van de beoordeling van onze aanvraag.
De budgetten voor deze projecten zijn als volgt jaarlijks voorzien in het meerjarenplan onder "MJP001368 - Intergemeentelijke samenwerkingsprojecten evenementen (vb. T-day, …)".
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.17.35 uur tot en met 1.20.07 uur.
Stemming
Oprichting nieuwe projectvereniging: Bij publieke stemming goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Aanwenden bestaande middelen: Bij publieke stemming goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Artikel 1
De gemeenteraad geeft haar goedkeuring aan de oprichting van een nieuwe projectvereniging voor het samenwerkingsverband in de regio Noorderkempen.
Artikel 2
De gemeenteraad geeft haar goedkeuring aan het aanwenden van de bestaande middelen hiervoor, zoals voorzien in het meerjarenplan, en dit zo op te nemen in de meerjarenplanning bij de subsidieaanvraag.
Raad van bestuur projectvereniging BisCuit met afgevaardigden uit alle betrokken gemeenten op 26 januari 2026
Intergemeentelijke werkgroep IGS met afgevaardigden uit enkele betrokken gemeenten in samenwerking met IDEA-consult die mee het voortraject hebben georganiseerd.
MJP000872 - Toelage aan BisCuit
MJP000867 - Uitpas: Personeelskosten (personeelskost en werkingskosten aan ons gefactureerd vanuit Brasschaat)
Op 10 december 2015 heeft de gemeenteraad haar akkoord gegeven voor de oprichting en statuten van BisCuit. Op 16 juni 2017 zijn de statuten van BisCuit gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, waardoor de projectvereniging BisCuit ook daadwerkelijk is opgericht.
Op 12 maart 2020 heeft de gemeenteraad de wijziging van de statuten van BisCuit goedgekeurd. Op 18 juni 2021 zijn de gewijzigde statuten van BisCuit gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Bij de start van de UiTpas-regio Van Polder tot Kempen in het najaar van 2021 riep Vlaams minister-president Jan Jambon de Biscuit gemeenten op om hun samenwerking in de toekomst te consolideren in een meer gestructureerde en gesubsidieerde IGS.
Op 16 februari 2023 organiseerde het Vlaams Steunpunt voor Bovenlokale Cultuur OP/TIL https://www.cultuuroptil.be/ in het Kasteel van Schoten Grensbrekers, waar cultuurwerkers en bibliothecarissen in een netwerkmoment getriggerd en geïnformeerd werden over de voordelen van intergemeentelijk samenwerken. Uit dit moment vloeide de infosessie ‘intergemeentelijk samenwerken voor cultuur binnen de regio’ voort (19 april 2023, Kasteel van Schoten).
Op 20 december 2023 werd in de infosessie van OP/TIL meer informatie gegeven over de aanvragen voor structurele Intergemeentelijke Samenwerking in het kader van het Decreet op het Bovenlokaal Cultuurbeleid.
In de context van de intergemeentelijke samenwerking verwijzen we ook graag naar de visietekst: “Visie op de toekomst van het lokaal & binnenlands bestuur in Vlaanderen”, opgesteld door het steunpunt Bestuurlijke vernieuwing in opdracht van de Vlaamse regering. De teneur is in elk geval dat er in de toekomst meer moet samengewerkt worden om de complexer wordende uitdagingen aan te gaan. Het gaat om meer bestuurskracht. In alle Vlaamse beleidsverklaringen blijkt het bovenlokale niveau maatschappelijk steeds relevanter te worden om doelstellingen te realiseren. Dat geldt zowel voor grondgebonden als voor persoonsgebonden materies. Dat zagen we ook in de regiovorming.
Tijdens de Raad van Bestuur van 2 februari 2024 werd de mogelijke transitie van projectvereniging BISCUIT naar een intergemeentelijke samenwerking in het kader van het Decreet Bovenlokaal Cultuurbeleid besproken. Er werd afgesproken om de colleges van de deelnemende gemeenten ten laatste op 15/05 te laten beslissen over een intentieverklaring.
Het college van burgemeester en schepenen besliste op 26 april 2024 om mee in te stappen in dit voortraject.
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 4 februari 2025 het een extra financiering van het onderzoek in het kader van het voortraject goedgekeurd.
In juni 2025 heeft de gemeente Wijnegem, toen voorzitter van de raad van bestuur van BisCuit, een subsidie ontvangen van de Vlaamse overheid voor het project 'Voortraject onderzoek naar draagvlak onder Biscuit-gemeenten naar gestructureerde samenwerking cultuur'.
Vanaf september 2025 werd het voortraject opgestart, waarin medewerkers, mandatarissen en belanghebbenden (verenigingen en adviesraden) in verschillende sessies hun visie konden geven over de invulling van de op te richten intergemeentelijke samenwerking.
Op de raad van bestuur van BisCuit van eind december 2025 werden de mogelijke pistes voorgelegd aan de verschillende besturen en 26 januari 2026 heeft Idea Consult het definitieve voorstel voorgelegd aan de raad van bestuur van BisCuit.
Vanuit de werkgroep IGS werd op basis van de aangeleverde documenten door Idea Consult het subsidiedossier verder afgewerkt. Dit dossier wordt aan de gemeenteraad voorgelegd.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking.
Decreet van 15 juni 2018 betreffende de bovenlokale cultuurwerking.
Decreet van 8 maart 2024 over de bovenlokale cultuurwerking.
Beslissing college van burgemeester en schepenen van 16 april 2024 betreffende de intentieverklaring voortraject intergemeentelijk samenwerkingsverband cultuur.
Besluit van de Vlaamse regering van 26 april 2024 over het Bovenlokaal cultuurdecreet van 8 maart 2024.
Beslissing college van burgemeester en schepenen van 4 februari 2025 betreffende de hernieuwing van de intentieverklaring en bijkomende bijdrage aan het voortraject naar het indienen van een subsidiedossier.
Kennisname van de inspiratienota en principieel akkoord met voorstel dat vanuit de werkgroep IGS binnen de schoot van BisCuit werd voorgelegd op 10 februari 2026.
○ financiële impuls: 120.000,00 euro structurele werkingssubsidies vanuit Vlaanderen
○ personeelskracht: aanstelling van 1,5 FTE beroepskracht die zullen instaan voor de coördinatie en organisatie van het IGS
○ structureel netwerk en kennisuitwisseling tussen de 12 lokale besturen
○ structureel overleg, afstemming en bovenlokale samenwerking tussen de 12 lokale besturen
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.20.08 uur tot en met 1.24.35 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de Cultuurnota BisCuit 2027-2032 goed.
Deze nota is de basis voor het aanvragen van werkingssubsidies voor een intergemeentelijk samenwerkingsverband met een bovenlokale werking.
MJP000920 - Muziekschool: Aankoop muziekinstrumenten (investering)
MJP000921 - Muziekschool: kosten voor proclamatie, recepties
MJP000922 - Muziekschool: prijsuitdelingen (kleine attenties)
MJP000923 - Muziekschool: Onderhoud instrumenten en onderhoudscontracten
MJP000924 - Muziekschool: Werkingsbijdrage hoofdschool
MJP000925 - Muziekschool: Ontvangsten vergoeding muziekinstrumenten (uitdovend)
In de gemeenteraad van 8 januari 2026 werd besloten om over te gaan tot de oprichting van de Interlokale vereniging Academie Wuustwezel - Brecht.
In overleg met het autonoom gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen en op vraag van het gemeentebestuur Wuustwezel werd een personeelsovereenkomst opgesteld voor de overheveling van het personeel en structuuronderdelen van het autonoom gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen.
Volgende voorwaarden gelden voor het personeel om te worden overgeheveld:
1. uren in een verlofstelsel die buiten de omkadering vallen (code OOM27)
2. uren terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking
3. uren reaffectatie of wedertewerkstelling
Het gaat om de volgende structuuronderdelen:
Muziek:
2. Vestigingsplaats Kerklei 2, 2960 Sint-Job-in-‘t-Goor:
Muziek:
Door deze personeelsovereenkomst wordt er een continuïteit geboden aan de leerlingen met behoud van de expertise.
Toelichting wordt gegeven door schepen I. Van Den Heuvel.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.24.36 uur tot en met 1.27.28 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de personeelsovereenkomst - naar aanleiding van de overheveling van de structuuronderdelen van Stedelijk Onderwijs Antwerpen (vestigingsplaatsen Brecht en Sint-Job-in 't Goor) naar de Gemeentelijke Kunstacademie Wuustwezel - goed.
Artikel 2
Afschrift wordt bezorgd aan Stedelijk Onderwijs Antwerpen, de Gemeentelijke Kunstacademie Wuustwezel en de dienst Cultuur.
Om de gemeentelijke middelen rechtvaardig en gericht in te zetten, wordt voorgesteld het reglement voor gemeentelijke zorgtoelage aan te passen.
Zo wordt vermeden dat dezelfde zorgkost meerdere keren wordt vergoed.
De middelen worden vooral ingezet voor inwoners die nog onvoldoende worden ondersteund, met aandacht voor een betaalbare regeling op lange termijn en een goede afstemming met Vlaamse en federale tegemoetkomingen.
De aanpassingen zorgen voor een duidelijker en rechtvaardiger kader voor de gemeentelijke zorgtoelage.
Het college van burgemeester en schepenen keurde op 17 februari 2026 het voorstel tot wijzigingen van het reglement betreffende de gemeentelijke zorgtoelage goed.
Toelichting wordt gegeven door voorzitter bijzonder comité sociale dienst L. Aerts.
Met de goedkeuring van de raadsleden wordt de tekst nog aangepast.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.27.29 uur tot en met 1.38.49 uur.
MJP001573 - Zorgtoelage
Het huidige reglement inzake de gemeentelijke zorgtoelage, goedgekeurd door de gemeenteraad op 9 september 2021, voorziet in een jaarlijkse financiële ondersteuning voor inwoners met een zorgnood.
Sinds de invoering van dit reglement zijn er op Vlaams en federaal niveau heel wat zorg- en inkomensondersteuningen verder uitgebouwd.
Vandaag krijgen verschillende mensen met een zorgnood al een structurele financiële tegemoetkoming, zoals een zorgbudget, een persoonsvolgend budget of een andere uitkering.
Die ondersteuning wordt toegekend op basis van een officiële inschaling van de zorgzwaarte en is bedoeld om een deel van de zorgkosten op te vangen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 1
Om de inclusie binnen de gemeente te erkennen en te bevorderen, voorziet het gemeentebestuur jaarlijks een zorgtoelage.
Artikel 2
Begunstigden van de zorgtoelage moeten ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente Brecht op 1 januari van het jaar waarop de zorgtoelage betrekking heeft.
De zorgtoelage kan niet toegekend worden aan personen die in een gevangenis verblijven of die in een instelling voor sociaal verweer zijn opgenomen.
De volgende personen komen evenmin in aanmerking voor een gemeentelijke zorgtoelage:
1. de personen die beschikken over een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood en een zorgbudget voor mensen met een handicap;
2. de personen die beschikken over een budget voor niet-rechtstreekse toegankelijke hulp of een persoonsvolgend budget van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
3. de personen die beschikken over een persoonlijk assistentiebudget van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
4. de personen die voltijds, met name 7 dagen op 7, verblijven in een Multifunctioneel Centrum van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Artikel 3
Personen, die omwille van een medische of therapeutische reden, grote hoeveelheden verbanden of verzorgingsmateriaal nodig hebben (bv. bij incontinentie, chronische wondverzorging, sondevoeding, nierdialyse) en personen die thuis palliatief verzorgd worden, ondervinden een meerkost door de invoering van het Diftar systeem voor de inzameling van restafval. De gemeente Brecht voorziet een jaarlijkse zorgtoelage van 95 euro aan personen die bewijsstukken kunnen voorleggen, zoals opgenomen in artikel 3§1 en 3§2.
Artikel 3§1
Personen met medische of therapeutische noden, dienen een recent medisch attest af te leveren waaruit blijkt dat het gaat om een langdurige behandeling van minstens 3 maanden. Bovendien dienen deze personen aan te tonen dat zij voor verband- of verzorgingsmateriaal gemiddeld 100 euro per maand uitgeven.
Artikel 3§2
Personen die thuis palliatief verzorgd worden, dienen een recent medisch attest van een erkend netwerk voor palliatieve zorg af te leveren.
Artikel 4
Gemeente Brecht voorziet een jaarlijkse zorgtoelage van 250 euro aan personen die behoren tot één van onderstaande categorieën:
a) personen die omwille van hun beperking minder of niet meer kunnen werken;
b) personen met een verminderde zelfredzaamheid;
c) personen die invalide zijn verklaard door de mutualiteit of
d) kinderen en jongeren die recht hebben op de zorgtoeslag van het Groeipakket.
De personen die recht hebben op een integratietegemoetkoming in categorie 4 (15 en 16 punten) of in categorie 5 (17 of 18 punten) hebben recht op een verhoogde jaarlijkse zorgtoelage van 275 euro.
Personen met een beperking dienen een attest en betalingsbewijs van de tegemoetkoming of uitkering voor te leggen.
Artikel 4§1
Inkomensvervangende tegemoetkoming.
De beslissing vermeldt een vermindering van het verdienvermogen tot één derde of minder, overeenstemmend met een ongeschiktheid van minstens 66 %.
Artikel 4§2
Integratietegemoetkoming.
De beslissing vermeldt een vermindering van de zelfredzaamheid van minstens 7 punten.
Artikel 4§3
Zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte.
De beslissing wordt afgeleverd door de uitbetaler van het Groeipakket.
Voor de uitkering onder artikel 4§4 en artikel 4§5 dient naast het attest een aanslagbiljet van 2 kalenderjaren terug voorgelegd te worden.
Artikel 4§4
Ziekte- en invaliditeitsuitkering met een beslissingsattest van (minstens) 66% werkongeschikt.
Men dient deze uitkering minstens 1 jaar te ontvangen. Dit jaar dient bereikt te zijn op 1 januari van het jaar waarin de gemeentelijke zorgtoelage wordt aangevraagd. Om aanspraak te maken op de zorgtoelage, dient het bruto belastbaar gezinsinkomen gelijk of lager te liggen dan de bedragen van de Europese armoedegrens. Deze bedragen zijn afhankelijk van de gezinssituatie. De bedragen van de laatst gepubliceerde Europese armoedegrens kan men raadplegen op de gemeentelijke website van Brecht.
Artikel 4§5
Uitkering in het kader van de wetgeving van het Fonds voor Arbeidsongevallen of Fonds voor Beroepsziekten met een beslissingsattest van (minstens) 33% werkongeschiktheid.
Men dient deze uitkering minstens 1 jaar te ontvangen. Dit jaar dient bereikt te zijn op 1 januari van het jaar waarin de gemeentelijke toelage wordt aangevraagd. Om aanspraak te maken op de zorgtoelage, dient het bruto belastbaar gezinsinkomen gelijk of lager te liggen dan de bedragen van de Europese armoedegrens. Deze bedragen zijn afhankelijk van de gezinssituatie. De bedragen van de laatst gepubliceerde Europese armoedegrens kan men raadplegen op de gemeentelijke website van Brecht.
Artikel 5
De in artikel 3§1, artikel 3§2 en artikel 4 opgesomde en noodzakelijk bij te voegen bewijsstukken dienen samen te worden voorgelegd en dienen met elkaar in overeenstemming te zijn.
Artikel 6
De aanvraag van de zorgtoelage dient jaarlijks te gebeuren op de daarvoor ter beschikking gestelde formulieren die te bekomen zijn op de welzijnscampus Sociaal Huis en op de gemeentelijke website. De aanvraag dient uiterlijk op 30 september van het lopende jaar te gebeuren.
Artikel 7
De zorgtoelage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex en dit voor het eerst op 1 januari 2026. Het basisindexcijfer is dat van de maand december van het jaar, voorafgaand aan het jaar van de indexatie, en het nieuwe indexcijfer is dit van de maand januari van het jaar, waarin de indexatie wordt doorgevoerd.
Artikel 8
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement. Het is ertoe bevoegd alle onderzoeken te laten instellen, eventueel via de sociale dienst van het OCMW, in verband met de toepassing van de artikelen van dit reglement.
Artikel 9
Dit reglement wordt van kracht voor de aanvragen in het jaar 2026. Aangepaste aanvraagformulieren zullen vanaf 1 april 2026 beschikbaar zijn.
Artikel 10
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 11
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Artikel 12
Deze beslissing zal voor passend gevolg overgemaakt worden aan de gemeentelijke financiële dienst, dienst welzijn en de sociale dienst van het OCMW.
De voorzitter sluit de zitting op 17/03/2026 om 13:24.
Namens Gemeenteraad,
Tinne Rombouts
Algemeen Directeur wnd.
Patrick Van Assche
Voorzitter gemeenteraad