Terug
Gepubliceerd op 23/06/2026

Besluit  OCMW Raad

ma 15/06/2026 - 20:00

Reglement begrafenissen en crematies ten laste van OCMW

Aanwezig: Patrick Van Assche, Voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
Frans Van Looveren, Burgemeester
Daan De Veuster, Laurent Cooreman, Ilse Van Den Heuvel, Roeland Ruelens, Miranda Crynen, Schepenen
Luc Aerts, Voorzitter bijzonder comité voor de sociale dienst
Sven Deckers, Tatiana Vandekeere, Ludwig Anthonissen, Charlotte Beyers, Katrien Scheirs, Ingrid Van Gaver, Christel Covens, Rita De Pooter, Seppe Ooms, Tine Sips, Esther Janssens, Jef Verschueren, Andreas Ooms, Machteld Francken, Kris De Pooter, Tinne Verlinden, Peggy De Winter, Suzy Vervoort, OCMW raadsleden
Tinne Rombouts, Algemeen Directeur wnd.
Verontschuldigd: Leo Nicolaï, Natalie Schoonbaert, Kris Janssens, Tom Vorsselmans, Britt Verstappen, OCMW raadsleden
Beleids- en beheerscyclus

MJP001509 - Steun in speciën in het kader van medische en farmaceutische kosten, palliatieve zorg, (psychiatrische) ziekenhuizen, begrafeniskosten

MJP001510 - Recuperatie van steun in het kader van medische, farmaceutische kosten, palliatieve zorg en begrafeniskosten

Juridisch kader

Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijk integratie.

Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging - Artikel 14.

Motivatie

Om een kader te bieden voor de steunaanvragen die gesteld worden voor een tussenkomst in de begrafeniskosten aan het OCMW werd een reglement opgesteld.

 

Toelichting wordt gegeven door voorzitter bijzonder comité sociale dienst L. Aerts.

Met de goedkeuring van de raadsleden wordt de tekst nog aangepast.

Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand (deel 1) van 34.26 minuten tot en met 42.07 minuten.

Publieke stemming
Aanwezig: Patrick Van Assche, Frans Van Looveren, Daan De Veuster, Laurent Cooreman, Ilse Van Den Heuvel, Roeland Ruelens, Miranda Crynen, Luc Aerts, Sven Deckers, Tatiana Vandekeere, Ludwig Anthonissen, Charlotte Beyers, Katrien Scheirs, Ingrid Van Gaver, Christel Covens, Rita De Pooter, Seppe Ooms, Tine Sips, Esther Janssens, Jef Verschueren, Andreas Ooms, Machteld Francken, Kris De Pooter, Tinne Verlinden, Peggy De Winter, Suzy Vervoort, Tinne Rombouts
Voorstanders: Patrick Van Assche, Frans Van Looveren, Daan De Veuster, Laurent Cooreman, Ilse Van Den Heuvel, Roeland Ruelens, Miranda Crynen, Luc Aerts, Sven Deckers, Tatiana Vandekeere, Ludwig Anthonissen, Charlotte Beyers, Katrien Scheirs, Ingrid Van Gaver, Christel Covens, Rita De Pooter, Seppe Ooms, Tine Sips, Esther Janssens, Jef Verschueren, Andreas Ooms, Machteld Francken, Kris De Pooter, Tinne Verlinden, Peggy De Winter, Suzy Vervoort
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Artikel 1 - Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een tussenkomst  

Om in aanmerking te komen voor een tussenkomst door het OCMW Brecht in de kosten voor een begrafenis, respectievelijk een crematie, dienen de onderstaande voorwaarden cumulatief vervuld te zijn: 

§1. De overledene moet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, het vreemdelingen- of het wachtregister in de gemeente Brecht of de overledene is ten laste van het OCMW Brecht in gevolge de toepassing van de wet van 2 april 1965.   

OCMW Brecht is tevens bevoegd voor de dakloze overledene die op het grondgebied Brecht wordt aangetroffen.

§2. De overledene was bij leven behoeftig, terwijl een zelfde toestand van behoeftigheid in hoofde van de erfgenamen of de aanvragers dient aanwezig te zijn.

§3. De aanvrager of de erfgenaam die krachtens de wet tot onderhoud gehouden is, moet woonachtig zijn of verblijven in de gemeente Brecht waardoor het OCMW van Brecht bevoegd is inzake maatschappelijke dienstverlening.  

 

Artikel 2 - Specifieke bepalingen  

§1. Het OCMW respecteert de vrije keuze van de nabestaanden met betrekking tot de selectie van de begrafenisondernemer, alsook met betrekking tot de keuze tussen teraardebestelling of crematie.

§2. Indien nog geen begrafenisondernemer werd gekozen en er geen nabestaanden zijn, zal het OCMW de begrafenisondernemer contacteren die werd aangeduid in de raamovereenkomst van het lokaal bestuur Brecht.

§3. De kost van de basisdienstverlening wordt door het OCMW ten laste genomen; er dient een keuze gemaakt te worden uit onderstaande oplijsting:

- het overbrengen en het afleggen van de overledene

- de opbaring in het funerarium

- een sobere doodskist of urne

- de aangifte van het overlijden en andere administratieve verplichtingen

- de religieuze of burgerlijke afscheidsdienst

- het gebruik van de lijkwagen

- een kenteken op het graf

- het verstrooien

- de opmaak en de druk van overlijdensberichten

- de aanmaak van een digitale rouwbrief en de publicatie ervan op de website van begrafenisondernemer

- de opmaak en de druk van gedachtenisprentjes

§4. De volgende kosten komen niet in aanmerking voor een tussenkomst: de muzikale omlijsting tijdens de afscheidsdienst, de bloemen, de grafsteen, de koffietafel, de concessie op een begraafplaats en voor het overige alle uitgaven die manifest als buitensporig kunnen omschreven worden.  

 

Artikel 3 - Bedrag  

Het maximale bedrag dat door het OCMW ten laste wordt genomen bedraagt 3.000 euro. 

Dit bedrag wordt met ingang van 1 januari 2028 jaarlijks geindexeerd op basis van de gezondheidsindex, waarbij als basisindex het gezondheidsindexcijfer van januari 2026 geldt. 

  

Artikel 4 - Aanvraag  

§1. Het OCMW van Brecht wordt binnen de 48 uur na het overlijden of op het eerst mogelijke moment van beschikbaarheid van de OCMW dienstverlening (in geval van feestdagen en verlengde weekenden) gecontacteerd door de erfgenamen en/of de begrafenisondernemer.  

§2. Bij elke aanvraag tot tenlasteneming gebeurt er een sociaal financieel onderzoek. De aanvrager zal de maatschappelijk werker inzage geven in zijn/haar patroon van inkomsten en uitgaven en persoonlijke rekeninguittreksels van de laatste 6 maanden. Indien nodig kan er in het kader van het sociaal financieel onderzoek extra informatie of bewijsstukken opgevraagd worden om het onderzoek te vervolledigen.  

§3. Indien de aanvraag gebeurt door de begrafenisondernemer en er zich geen erfgenamen aanbieden of er geen informatie gekend is over de erfgenamen, zal het sociaal verslag opgemaakt worden aan de hand van de beschikbare gegevens.  

§4. Ieder dossier wordt afzonderlijk onderzocht en voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst. Afwijkingen op dit reglement kunnen slechts uitzonderlijk toegestaan worden bij beslissing van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst op basis van een grondig gemotiveerd sociaal verslag.  

In dringende gevallen dient er een besluit genomen te worden door de voorzitter van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst, dat ter bekrachtiging wordt voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.  

 

Artikel 5 - Controle en uitbetaling 

§1. De gemaakte kosten dienen bewezen te worden door een factuur van de begrafenisondernemer. De factuur dient ingediend te worden, uiterlijk 2 maanden na de begrafenis of crematie.  

§2. De factuur dient een gedetailleerde kostenweergave te bevatten.  

§3. Alvorens de begrafenisfactuur vereffend wordt, dient het financieel onderzoek afgerond te zijn en de onderhoudsplicht van de aanvrager/erfgenaam onderzocht.   

 

Artikel 6 - Stopzetting en terugvordering  

De ten laste genomen kosten kunnen al dan niet geheel of gedeeltelijk teuggevorderd worden overeenkomstig artikel 98 §2 van de wet van 8 juli 1976 Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.  

Indien het door onvoldoende medewerking van de erfgenaam/aanvrager onmogelijk is een grondig financieel onderzoek te voeren en de onderhoudsplicht van de erfgenaam/aanvrager te onderzoeken, kunnen de volledige begrafeniskosten teruggevorderd worden van de erfgenaam/aanvrager. 

 

Artikel 7 - Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 augustus 2026. 


Artikel 8Toezicht

Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.