De voorzitter opent de zitting op 12/01/2023 om 20:24.
Decreet Lokaal Bestuur d.d. 22 december 2017.
Gemeenteraadsbeslissing d.d. 17 januari 2019 - Huishoudelijk reglement gemeenteraad.
Bij het begin van de gemeenteraad wordt meegedeeld dat agendapunt 3 niet zal behandeld worden.
Toelichting door schepen E. Peeters.
Het agendapunt 3 'Omgevingsvergunning voor verkavelen - Koningsstoel 47 - Nieuwe wegenis en grondoverdracht' wordt met een maand verdaagd omdat het advies van de Dienst Integraal Waterbeleid nog niet is toegekomen en ook omdat er nog verdere afstemming nodig is met de groendienst en de technische dienst.
Het verslag voorgaande zitting wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 0.05 minuten tot 2.36 minuten.
Artikel 1
Het verslag van de voorgaande zitting d.d. 8 december 2022, dat acht dagen voor de huidige zitting ter inzage van de gemeenteraadsleden heeft gelegen, wordt door de gemeenteraad goedgekeurd.
Beleidsdoelstelling: D00002 - Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren
Actieplan: AP000006 - Brecht focust op een hedendaags patrimonium, met aandacht voor de eigen identiteit van de gemeente
Actie: A000038 - Rioleringsproject Bethaniënlei
Beleidsveld: BV0200
ARK: 2240000
Omschrijving: Hidrorio: Bethaniënlei
In navolging van de Vlaamse regelgeving m.b.t. afvalwater werd er besloten om een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen in de Bethaniënlei.
In het kader van deze weg- en rioleringswerken dient er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten te worden met Pidpa.
Artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur d.d. 22 december 2017.
Pidpa maakte een samenwerkingsovereenkomst op voor het project 'Weg- en rioleringswerken in Bethaniënlei'. Deze wordt in bijlage toegevoegd.
Binnen dit project zullen volgende werken worden uitgevoerd:
a) het aanleggen van een DWA -rioleringsstelsel inclusief huisaansluitingen
b) het aanleggen van het RWA- rioleringsstelsel inclusief huisaansluitingen
c) het herstel van de openbare wegenis, inclusief de voorste delen van opritten.
d) indien nodig het verplaatsen van de aanwezige nutsleidingen ten gevolge van aanleg van grachten.
Het project is een VMM subsidiedossier, maar is nog niet opgedragen in een subsidieprogramma. De gemeente zal haar aandeel financieren via bovenstaande budgetpost.
Dit houdt in dat het subsidieaandeel van de rioleringswerken (75%) ten laste van de gemeente zal vallen (in derde betaler) in geval van het niet opdragen door VMM op het ogenblik van aanbesteding.
De subsidieerbaarheid van dit dossier zal dan ook terug beoordeeld worden op het ogenblik van aanbesteding.
Tevens moet dit project ten laatste voor 2027 worden uitgevoerd daar dit een onderdeel is van ons stroomgebiedbeheersplan.
Er zal een openbare procedure gevoerd worden voor de aanstelling van een studiebureau.
De raming van deze opdracht bedraagt 183.447,71 euro excl. btw waarvan 155.012,66 euro tlv Pidpa.
Het gemeentelijk aandeel komt bijgevolg op 28.435,05 euro exclusief btw voor het studiebureau.
Het totale project wordt geraamd op 2.633.575,00 euro exclusief btw waarvan de gemeente als volgt moet betalen:
- Subsidieaandeel rioleringswerken, als derde betaler: 749.550,00 euro - gemeente Brecht.
- Gedeelte wegenis als derde betaler: 339.250,00 euro - gemeente Brecht.
- Werken tlv. derden - fietspaden/groenaanleg/weginrichting: 477.900,00 euro - gemeente Brecht.
Toelichting door schepen D. De Veuster.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 02.37 minuten tot 10.38 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Brecht en Pidpa voor de weg- en rioleringswerken Bethaniënlei goed.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt ter goedkeuring overgemaakt aan Pidpa.
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 04-11-2022 tot en met 04-12-2022. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werd op 29-11-2022 één bezwaarschrift ingediend.
De indiener van het bezwaarschrift geeft aan bereid te zijn om de bezwaren mondeling te komen toelichten.
Bezwaarpunt 1: De indiener van het bezwaarschrift heeft bezwaar tegen de ligging van de enige in- en uitrit van deze verkaveling, die gelegen is tegenover de woonst van de indiener van het bezwaarschrift. Men verwacht ten gevolge van de inplanting van deze weg mobiliteits- en andere problemen vermits het verkeer van 45 nieuwe woningen betreft die telkens de woning van de indiener van het bezwaarschrift zullen passeren: meer verkeer bovenop de extra drukte van en naar de andere nieuwe verkaveling in aanbouw aan het begin van Koningsstoel.
Beoordeling van bezwaarpunt 1: Dit bezwaarpunt heeft betrekking tot de verhoging van de verkeersgeneratie ten gevolge van de nieuwe verkaveling en wordt ook behandeld bij de behandeling van bezwaarpunt 4. (zie beoordeling bezwaarpunt 4). Het bezwaarpunt wordt niet bijgetreden.
Bezwaarpunt 2: De nieuwe verkaveling zal volgens de indiener van het bezwaarschrift geen goed doen aan de al mindere staat van het wegdek in Koningsstoel.
Beoordeling van bezwaarpunt 2: Dit bezwaarpunt heeft betrekking op de staat van de weg in Koningsstoel en is geen stedenbouwkundig argument. Indien de staat van de weg in slechte toestand is, dient deze wellicht onder handen te worden genomen door de daartoe bevoegde diensten. Wegen die intensief gebruikt worden dienen op regelmatige tijdstippen te worden onderhouden en hersteld of vernieuwd. Een eventuele slechte toestand van de weg op het moment van de aanvraag kan geen argument zijn tegen een specifieke aanvraag. De aanvraag dient uiteraard gelegen te zijn aan een voldoende uitgeruste weg conform VCRO artikel 4.3.5. Dat is in huidige aanvraag het geval. Het bezwaarpunt wordt daarom niet bijgetreden.
Bezwaarpunt 3: De indiener van het bezwaarschrift vreest voor lawaai en een verstoring van hun rust ten gevolge van remmende en vertrekkende auto’s en andere rijtuigen, in het bijzonder voor het dochtertje van de indiener van het bezwaarschrift dat aan de voorzijde van de woning slaapt en schoolwerk maakt, maar ook in de woonkamer van de indiener van het bezwaarschrift, die aan de voorzijde van de woning is gelegen.
Beoordeling van bezwaarpunt 3: Uit de mer-screening die bij de aanvraag werd toegevoegd en uit het positieve advies van de dienst Integrale veiligheid en mobiliteit is af te leiden dat de verkeersgeneratie van het nieuwe woonproject zeer gering blijft (zie ook beoordeling bezwaarpunt 4). De verstoring van de rust ten gevolge van remmende en vertrekkende auto’s en andere rijtuigen zal daarom beperkt blijven. Het bezwaarpunt wordt niet bijgetreden.
Bezwaarpunt 4: Het extra verkeer zal volgens de indiener van het bezwaarschrift voor extra uitlaatgassen zorgen, zodat de indiener van het bezwaarschrift zich zorgen maakt over de luchtkwaliteit en bijgevolg over de gevolgen van hun gezondheid.
Beoordeling van het bezwaarpunt 4: Extra verkeer zorgt wellicht voor extra uitlaatgassen, voor zover de nieuwe bewoners en hun bezoekers gebruik maken van verbrandingsmotoren om verplaatsingen te maken. Dit bezwaarpunt heeft betrekking tot de impact van de aanvraag op het milieu. Hierbij is het MER-besluit van toepassing. De aanvraag heeft betrekking op bijlage 3 van het MER-besluit, meer bepaald artikel 10, b ‘stadsontwikkelingsprojecten, met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen (projecten die niet onder bijlage II vallen)’. Gezien het een beperkt aantal woningen betreft (45 loten), valt de aanvraag niet onder bijlage II. Als ondergrens van bijlage II wordt voor stadsontwikkelingsprojecten voorzien: ‘de bouw van 1000 of meer woongelegenheden of met een verkeersgenererende werking van pieken van 1000 of meer personenauto-equivalenten per tijdsblok van 2 uur’. Dat is in huidige aanvraag niet het geval. Bij de omgevingsvergunningsaanvraag werd een mer-screening toegevoegd om de effecten van de aanvraag te kunnen beoordelen. Met betrekking tot de mobiliteit verwijst de aanvrager naar de mobiliteitstoets die werd toegevoegd bij de aanvraag.
Daarin geeft men onder andere aan dat de afstand tot de dichtstbijzijnde openbare vervoerhalte slechts 350 m bedraagt, met name ‘Bushalte Sint Lenaarts Molenheiken’ aan weerszijden van Heiken (N115), er zijn schuilhuisjes aanwezig met een informatiebord en een zitbank. Het aantal bedieningen van het openbaar vervoer zou per uur tussen de 1 en de 7 bedragen. De halte wordt bediend door lijn 432 (Brecht – Rijkevorsel – Merksplas – Turnhout - Arendonk), 442 (Kalmthout – Wuustwezel – Sint Lenaarts), 600 (Antwerpen – Hoogstraten - Meersel-Dreef), 602 (Antwerpen – Hoogstraten - Meerle), 620 (Antwerpen – Hoogstraten - Meer) en 629 (Antwerpen – Brecht – Oostmalle)
Naast de mogelijkheden die het openbaar vervoer bieden, zal de verkaveling ook inzetten op voetgangers (Vanaf Koningsstoel vertrekken twee looplijnen voor voetgangers de wijk in) en fietsers (op iedere kavel kan een privatieve fietsenberging worden voorzien in het bouwvolume of in een constructie in de tuin.)
De verkeersgeneratie van het nieuwe woonproject is volgens de aanvrager zeer gering. Er wordt op basis van kencijfers uit het Richtlijnenboek Mobiliteitseffectenstudies ingeschat dat er tijdens de ochtendspits 4 voertuigen naar de site komen en er 23 voertuigen vertrekken van de site. Tijdens de avondspits zouden er 20 voertuigen naar de site komen en zouden er 6 voertuigen vertrekken van de site. Er kan besloten worden dat ten opzichte van de huidige situatie er weliswaar een zekere toename van het verkeer zal zijn voor de straat Koningsstoel. Echter is de bijkomende verkeersgeneratie door de woonontwikkeling eerder beperkt en zijn de mobiliteitseffecten voor deze straat eerder verwaarloosbaar te noemen. T.p.v. de aansluiting van de Koningsstoel met de N115 is er vooral in de avondspits wel sprake van beperkte rijvorming in oostelijke richting, veroorzaakt door een beperking van de verkeersdoorstroming door de rotonde ca. 100m verderop, waar de N115, de N153 en de straat Molenheiken samenkomen. Ook verkeer naar en van de parking van de Delhaize tegenover de aansluiting van Koningsstoel op N115 veroorzaakt regelmatig tijdelijke rijvorming. De parkeerbehoefte volgens de door de ontwerper gehanteerde parkeernorm van 1,0 bewoners- en 0,5 bezoekersparkeerplaatsen per wooneenheid ligt 7 parkeerplaatsen hoger dan de geraamde parkeerbehoefte aan de hand van kencijfers. Bij de meeste kavels is bovendien binnen de voorschriften een tweede parkeerplaats op eigen terrein mogelijk. Hier kan evt. worden gesuggereerd dat een dergelijk groot aanbod aan (bezoekers)parkeerplaatsen autogebruik in de hand kan werken, wat niet conform is met een duurzaam parkeerbeleid. De gemeente zou op basis hiervan kunnen overwegen de 4 langsparkeerplaatsen aan de toegangsweg vanaf de Koningsstoel (bij kavel 10 en bij kavel 15 en 16) te laten vervallen ten gunste van extra groen.
Volgende milderende maatregelen worden door de aanvrager voorgesteld:
Om verplaatsingen met de fiets maximaal te stimuleren is het belangrijk om fietsenstallingen kwalitatief, comfortabel en diefstalveilig uit te voeren. Voor bezoekers zouden in de publieke ruimte enkele fietsnietjes voorzien kunnen worden. Om in te zetten op duurzame verplaatsingen kan autodelen in het projectgebied geïntegreerd worden.
De dienst Integrale Veiligheid en Mobiliteit kan akkoord gaan met de bevindingen in de mobiliteitstoets. Men stelt daarbij dat het wenselijk is om de 4 langsparkeerplaatsen voor bezoekers te behouden (en deze niet op te offeren voor meer groen) “om gezinnen de kans te geven meer dan 1 wagen te bezitten. Indien we deze parkeerplaatsen opofferen voor groen, bestaat de kans op wildparkeren wat absoluut ontmoedigd dient te worden op een locatie als Koningsstoel”
Op basis van de afwegingen door de aanvrager en het positieve advies van de dienst Integrale Veiligheid en Mobiliteit kan besloten worden dat de impact van de bijkomende wagens beperkt blijft. Het bezwaarpunt wordt daarom niet bijgetreden.
Bezwaarpunt 5: Omdat zijn woning een grote raampartij, maar ook vele ramen aan de straatkant heeft, vreest men voor storende licht van voertuigen in de woonkamer en op de televisie. Ook kan er zo makkelijk worden binnengekeken, wat volgens de indiener van het bezwaarschrift een schending is van de privacy.
Beoordeling van het bezwaarpunt 5: De wagens en voorbijgangers komende uit de verkaveling blijven een voldoende grote afstand houden tot de woning van de indiener van het bezwaarschrift. Eventueel binnenvallend licht of inkijk ten gevolge van het bijkomende verkeer of passanten dat als storend kan worden ervaren door de indiener van het bezwaarschrift is daarbij onvermijdelijk indien de indiener van het bezwaarschrift ervoor kiest geen verduisterende gordijnen te hangen die dergelijk licht of inkijk tegenhouden. Volgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek dient voor rechte zichten aan afstand van 1,90 meter als minimum te worden aangehouden om niet in strijd te zijn met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Vermits de afstand een heel stuk groter is dan de vereiste minimale afstand (men gebruikt de voortuin immers voor het stallen van een wagen haaks op de straat), kan gesteld worden dat de aanvraag niet in strijd is met het burgerlijk wetboek en dat eventueel invallend licht of inkijk vanop het openbaar domein niet indruist tegen de wettelijke bepalingen. Bovendien kan gesteld worden dat de voorgevel van de woning een eerder publiek karakter heeft, terwijl achtergevels en tuinen in grotere mate dienen behoed te worden van overlast en inkijk. Dat is niet het geval bij de indiener van het bezwaarschrift. Het bezwaarpunt wordt daarom niet bijgetreden.
Bezwaarpunt 6: De indiener van het bezwaarschrift vreest voor de veiligheid van zijn gezin en verwijst naar een vergelijkbare verkeerssituatie ter hoogte van de Oude Dorpsstraat 105 te Loenhout, waar reeds enkele malen tegen de gevel van de woning zou zijn gereden.
Beoordeling bezwaarpunt 6: De vergelijking met de verkeerssituatie ter hoogte van de Oude Dorpstraat 105 te Loenhout houdt geen stand. Op die locatie betreft het immers een doorlopende straat, de Weverstraat die de verbinding maakt tussen de Hoogstraatseweg (N144) en de Oude Dorpsstraat. De kans dat automobilisten daar met een te hoge snelheid door de Weverstraat rijden en niet tijdig kunnen stoppen wanneer ze op de T-splitsing uitkomen is wellicht een heel stuk groter dan de situatie in de aanvraag waarbij bewoners of bezoekers van de verkaveling uit de voor wagens doodlopende straat van hun verkaveling de Koningstoel zullen oprijden. Het kronkelende verloop van de nieuwe weg en de knik halverwege het laatste stuk van de weg bij de aansluiting met de Koningsstoel zijn wellicht voldoende verkeersremmend om niet in een gelijkaardige situatie terecht te komen. Het bezwaarpunt wordt niet bijgetreden.
Bezwaarpunt 7: De indiener van het bezwaarschrift vreest dat bij het achteruit verlaten van zijn parkeerplaats de aanwezigheid van verkeer uit de tegenoverliggende straat een gevaarlijke situatie zal creëren.
Beoordeling van het bezwaarpunt 7: De aanwezigheid van een oprit voor een wagen op het perceel van de indiener van het bezwaarschrift kan geen reden zijn om bijkomend verkeer op de openbare weg te weigeren of om de nieuwe weg te verplaatsen. In het geval de indiener van het bezwaarschrift zijn parkeerplaats wenst te verlaten zal hij het verkeer van de beide richtingen van Koningsstoel evenals het verkeer komende uit de nieuwe weg van de verkaveling in het oog moeten houden en voorrang verlenen conform de bepalingen van de wegcode. Door gebruik te maken van de achteruitkijkspiegels van de wagen kan men het verkeer komende uit de nieuwe weg makkelijk zien aankomen. Het positieve advies van de dienst Integrale mobiliteit bevat echter een aantal aanbevelingen die de veiligheid ter hoogte van de aansluiting van de nieuwe weg met de Koningsstoel ten goede zouden komen: “Om de zichtbaarheid op aankomend verkeer in Koningsstoel te garanderen, dient de beplanting aan het kruispunt met de verkaveling laag gehouden te worden.” Het is wenselijk deze aanbeveling mee op te nemen in de vergunningsvoorwaarden bij een eventuele vergunning. Verder stelt de dienst Integrale mobiliteit voor om een verkeersplateau te integreren dat het verkeer op Koningsstoel remt ter hoogte van deze nieuwe site. Eventueel mogelijk een langer verkeersplateau in combinatie met E. Van Notenlaan. Op die manier zou de nieuwe verkaveling eveneens als woonerf kunnen bestemd worden.
Gezien de aanbevelingen van de dienst Integrale Veiligheid en Mobiliteit wordt het bezwaarpunt deels bijgetreden.
Bezwaarpunt 8: De indiener van het bezwaarschrift geeft aan dat op basis van de opgesomde redenen de waarde van zijn woning zal dalen en stelt daarom twee andere opties voor:
- Een inrit / uitrit aan het kruispunt E. Van Notenlaan – Koningsstoel
- Een inrit / uitrit via de doodlopende wijk ter hoogte van Koningsstoel 25
(de indiener van het bezwaarschrift voegde een plan met alternatieve wegaanduiding toe bij het bezwaar)
Beoordeling: Alternatieve weg 1, zoals voorgesteld door de bezwaarindiener komt uit in de doodlopende aftakking van Koningsstoel die zich tussen Heiken en Koningsstoel bevindt. Deze aftakking is de toegangsweg voor het grote appartementsgebouw, maar ook voor de gezinswoningen en de garages die zich aan deze aftakking bevinden. Door de toegang tot de nieuwe verkaveling op deze positie te voorzien komt deze schuin tegenover de tuin van Koningstoel 25 en 23 te liggen. Het nadelige effect voor deze bewoners zal een stuk groter zijn vermits bij hen niet ter hoogte van de voorkant van hun woning, maar de achterzijde van de woning zou worden geconfronteerd met de nieuwe toegangsweg. Zij zullen mogelijk hinder ondervinden ten gevolge van inkijk via de achtergevel en bij het gebruik van hun tuin zullen ze geconfronteerd worden met meer voorbijrijdende auto’s dan voorheen het geval was. Er mag verondersteld worden dat de impact op de achterzijde en op de tuin van een woning zwaarder doorweegt dan op de voorkant van een woning.
Het tweede voorstel, alternatieve weg 2, voorziet in een aansluiting recht tegenover de E. Van Notenlaan. Door de toegang op deze locatie te organiseren, voorziet men de toegang ongeveer in het midden van het beschikbare bouwperceel, waardoor de circulatie op het perceel wellicht minder efficiënt kan worden georganiseerd en de nieuwe weg een stuk langer dient te worden voorzien opdat alle woningen op een correcte manier kunnen ontsluiten. Het bestaande kruispunt is momenteel een kruispunt zonder lichten. Door de nieuwe toegang tot de verkaveling op dit kruispunt te enten wordt het kruispunt welllicht een stuk drukker en gevaarlijker, vermits het toekomend verkeer van drie straten (deze van de nieuwe verkaveling, de Koningsstoel en de E. Van Notenlaan) dan op één punt samenkomt. Bovendien heeft de woning in Koningsstoel, huisnummer 36 een tuin die zich zowel naast als achter de woning bevindt. Ook de tuin van deze woning zal een zekere impact van de grotere druk op het aangepaste kruispunt ervaren. Een veiligere optie zou zijn om in overeenstemming met het advies van de Dienst Integrale Veiligheid en Mobiliteit de beplanting aan het kruispunt met de verkaveling laag te houden om de zichtbaarheid op aankomend verkeer in Koningsstoel te garanderen en dit eventueel in combinatie met het integreren van een verkeersplateau dat het verkeer op Koningsstoel remt ter hoogte van de nieuwe site. Eventueel mogelijk een langer verkeersplateau in combinatie met E. Van Notenlaan. Op die manier zou de nieuwe verkaveling eveneens als woonerf kunnen bestemd worden.
Het bezwaarpunt wordt m.a.w. niet bijgetreden.
Conclusie m.b.t. het bezwaarschrift: Bezwaarpunten 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 8 worden niet bijgetreden, bezwaarpunt 7 wordt deels bijgetreden.
Lauryssen Jan met als postadres D'Hoef 3 te 2960 Brecht, VERBO (NV) en VASTGOED TURNHOUT (bvba), beide met als postadres Otterstraat 38, bus 9 te 2300 Turnhout vragen een omgevingsvergunning aan voor het verkavelen van gronden voor 45 kavels met open, halfopen en gesloten bebouwing in de Koningsstoel ter hoogte van de E. Van Notenlaan te Brecht, kadasternummers 4e Afdeling, sectie A, nrs 10 M, 12 M, 13 C, 13 D, 13 E, 15 K.
Voor het terrein zijn volgende bestaande vergunningen gekend:
- Op 28-04-2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd door het CBS voor de verkaveling van 4 loten voor open bebouwing (OMV_2019101926)
- Op 5-11-2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd door het CBS voor het slopen van een woning en een bijgebouw (OMV_2019104499)
- Op 18-04-1968 werd een vergunning afgeleverd door het CBS voor het bouwen van een bergplaats en garage (SV893)
- Op 18-03-1969 werd een weigering afgeleverd door het CBS voor het veranderen van een schuur in een woning (SV1105);
- Op 15-06-2009 werd een vergunning afgeleverd door het CBS voor het verbouwen van een woning (regularisatie) (SV15328);
- Op 1-08-2011 werd een vergunning afgeleverd door het CBS voor het bouwen van een woning en tuinberging (SV16371).
- Op 22-9-1980 werd een weigering afgeleverd door het CBS voor een nieuwe verkaveling (VK17624)
- Op 6-11-1995 werd een weigering afgeleverd door het CBS voor een nieuwe verkaveling (VK17906)
De codex ruimtelijke ordening en zijn uitvoeringsbesluiten:
- Volgens art 4.2.17§2 van de VCRO dient de gemeenteraad een beslissing te nemen over de zaak van de wegen alvorens een beslissing genomen kan worden over de aanvraag voor omgevingsvergunning;
- De aanvraag valt niet onder de bepalingen van art 4.1.8 van het decreet Grond- en Pandenbeleid voor de verwezenlijking van het sociaal woonaanbod. Deze bepalingen werden vernietigd door arresten van het Grondwettelijk Hof van 7 november 2013.
- De aanvraag valt onder de bepalingen van art 4.2.1 van het decreet Grond- en Pandenbeleid voor de verwezenlijking van het bescheiden woonaanbod.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017:
- Overeenkomstig artikel 41 van het decreet lokaal bestuur is de beslissing over de overdracht van gronden aan de gemeente echter een exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad. Voorliggende aanvraag dient dan ook voorgelegd te worden aan de gemeenteraad om een beslissing te nemen over de grondafstanden.
Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen:
- Artikel 3. Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.
- Artikel 4. Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:
1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
- Volgens art. 8 van het decreet gemeentewegen kan niemand een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad;
- Volgens art. 12 §2 van het decreet gemeentewegen kan in afwijking van artikel 11 de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. Die mogelijkheid geldt voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens dit decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning:
- Volgens art. 31 §1 van decreet van de omgevingsvergunning: Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.
De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
De aanvraag heeft betrekking op de kadasternummers 4e Afdeling, sectie A, nrs 10 M, 12 M, 13 C, 13 D, 13 E, 15 K. Het betreft een nieuwe verkaveling van gronden voor 45 kavels met open, halfopen en gesloten bebouwing (loten 1 tot en met 45) en een lot ten behoeve van een hoogspanningscabine (lot 46). De cabine zal ingebed worden in het groen. De aanvraag omvat eveneens het aanleggen van een nieuwe wegenis, die aansluit op de gemeenteweg Koningsstoel. De percelen waarop de aanvraag betrekking heeft zijn momenteel overwegend onbebouwd. Enkel op perceel 12/M (voorheen 12/K/deel) is er een bebouwing aanwezig, dewelke zal worden afgebroken. In het zuidoosten grenst het terrein aan een publieke gracht, waterloop nr 14 volgens het verkavelingsplan.
De nieuwe toegangsweg is doodlopend en wordt opgevat als een woonerf. Voor voetgangers en fietsers is er een tweede aansluiting met Koningsstoel voorzien vanuit het doorlopende uiteinde van de nieuwe weg.
De gemeentelijke parkeerverordening legt voor eengezinswoningen tot 250 m² een minimum aantal te realiseren parkeerplaatsen op van 1 parkeerplaats per woning. Alle woningen in de verkaveling hebben een opstelplaats, carport of garage op eigen terrein en bij veel woningen is nog een extra parkeerplaats mogelijk. In de over te dragen zone zijn 23 publieke parkeerplaatsen voorzien. Deze zijn aangelegd in grasdallen, zodat ze opgaan in de groene parkomgeving wanneer ze niet in gebruik zijn.
In het over te dragen gedeelte worden door de hele wijk grachten en wadi’s voorzien t.b.v. buffering van regenwater. Afhankelijk van de seizoenen zal er volgens de aanvrager meer of minder water aanwezig zijn. Deze kunnen een natuurlijke speelaanleiding zijn voor de kinderen uit de nieuwe wijk en de omgeving en een biotoop voor allerlei kleine dieren en planten.
Bij de groenaanleg worden streekeigen soorten gebruikt. Afhankelijk van de plaats zullen haagbeukbomen of esdoorns worden geplant. De ruimte tussen de bomen is ingezaaid als speelplein (intensief beheer) of bermen (extensief beheer), zodat een biodiversiteit met een gevarieerd beeld ontstaat.
De nieuwe toegangsweg werd opgevat als een rustige, autoluwe verbinding met een centraal parkje. In overleg met de Dienst Vrije Tijd zou ervoor gekozen zijn om geen speeltoestel te plaatsen, maar in de parkzone landschappelijke speelaanleidingen te voorzien. Naast de reeds genoemde wadi zal een groene speelheuvel worden voorzien met een boomstam als klim- en speelobject. Hiervoor zullen de bomen worden gebruikt die bij de aanleg van de verkaveling moeten worden gekapt.
De verkaveling zal gefaseerd worden uitgevoerd. De kavels 01-10 liggen aan een uitgeruste weg en kunnen dus zonder infrastructuurwerken worden uitgevoerd: dit zal fase 1 zijn. De verdere fasering zal volgens de aanvrager i.f.v. de verkoop worden bekeken.
Het terrein waarop de aanvraag betrekking heeft is integraal gelegen in woongebied volgens de gewestplanbestemming. Er is geen RUP of BPA van toepassing. De percelen samen zijn 24.561 m², waarvan 7.995,79 m² zal worden overgedragen aan de gemeente. Het betreft 260,95 m² van perceel afdeling 4, sectie A, nr 10/M; 74,51 m² en 16,52 m² van perceel afdeling 4, sectie A, nr 12/M; 145,76 m² van perceel afdeling 4, sectie A, nr 13/C; 300,99 m² van perceel afdeling 4, sectie A, nr 13/D; 3.617,08 m² en 231,71 m² van perceel afdeling 4, sectie A, nr 13/E; 3.248,27 m² van perceel afdeling 4, sectie A, nr 15/K.
De gemeentelijke wegendienst heeft geen bezwaar tegen deze verkaveling indien alle door hen gestelde voorwaarden zullen worden nageleefd. Volgens het advies van de gemeentelijke wegendienst, dient er rekening gehouden te worden met volgende voorwaarden:
- De bestrating dient op een gelijkaardige manier te worden aangelegd als in de meest recente verkavelingen die uitkomen op de Koningsstoel (Weegbreelaan, Klaprooslaan, Helena Kerstenslaan…).
- De bestrating moet overwegend in grijze betonstraatstenen van 22x11x8cm worden aangelegd (naar voorbeeld van bovengenoemde verkavelingen).
- Voor de uitvoering van de werken op openbaar domein dient er een plaatsbeschrijving te worden opgemaakt en bezorgd aan de wegendienst. De technische uitvoering dient te gebeuren in samenspraak met de wegendienst.
- Alle kosten die voortvloeien uit bovenstaande zijn ten laste van de verkavelaar.
De gemeentelijke dienst Integrale Veiligheid en Mobiliteit geeft eveneens een gunstig advies:
“Akkoord met de bevindingen in de mobiliteitstoets. Ik begrijp het voorstel om de 4 langsparkeerplaatsen voor bezoekers op te offeren voor meer groen om op die manier de verduurzaming verder te zetten en autogebruik te ontmoedigen, maar ik denk dat in een landelijke gemeente als Brecht er nog steeds voldoende ruimte moet worden voorzien om gezinnen de kans te geven meer dan 1 wagen te bezitten. Indien we deze parkeerplaatsen opofferen voor groen, bestaat de kans op wildparkeren wat absoluut ontmoedigd dient te worden op een locatie als Koningsstoel.
Om de zichtbaarheid op aankomend verkeer in Koningsstoel te garanderen, dient de beplanting aan het kruispunt met de verkaveling laag gehouden te worden.
Werd er tevens gedacht aan het integreren van een verkeersplateau dat het verkeer op Koningsstoel remt ter hoogte van deze nieuwe site? Eventueel mogelijk een langer verkeersplateau in combinatie met E. Van Notenlaan? Op die manier zou de nieuwe verkaveling eveneens als woonerf kunnen bestemd worden. “
De over te dragen grond wordt bestemd als nieuwe openbare weg. Het is voorzien dat deze oppervlakte kosteloos en zonder kosten zal worden overgedragen aan de gemeente. Overeenkomstig artikel 43 van het gemeentewegendecreet is deze beslissing over de overdracht van gronden aan de gemeente echter een exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad. Voorliggende aanvraag dient dan ook voorgelegd te worden aan de gemeenteraad alvorens een beslissing genomen kan worden over de verkavelingsaanvraag. Deze aanvraag is in overeenstemming met de door het gemeentebestuur gewenste ruimtelijke ontwikkeling.
Dit punt wordt niet behandeld en verdaagd met een maand omdat het advies van de Dienst Integraal Waterbeleid nog niet is toegekomen en omdat er nog afstemming nodig is met de groendienst en de technische dienst.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 10.39 minuten tot 10.52 minuten.
Artikel 1
Dit punt wordt niet behandeld en verdaagd met een maand omdat het advies van de Dienst Integraal Waterbeleid nog niet is toegekomen en omdat er nog afstemming nodig is met de groendienst en de technische dienst.
Advies van 17.10.2022 met referentie 2022/132/PZ VK van ADV. Erika BILLEN, functionaris voor gegevensbescherming (DPO) politiezone Voorkempen, betreffende de inzet van dashcams door medewerkers van de lokale politiezone Voorkempen op het grondgebied van de Lokale politiezone Voorkempen (Brecht, Malle, Schilde en Zoersel).
Wet op het politieambt van 05.08.1992, artikel 25/1 en volgende.
Wet van 30.07.2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen m.b.t. de verwerking van persoonsgegevens.
Lokale politiezone Voorkempen wenst ter ondersteuning van de politieopdrachten dashcams in te zetten om de veiligheid van personen en goederen te verhogen. De opnames kunnen nadien worden gebruikt voor het onderzoek van incidenten of ongevallen en zijn een aanvulling op de reeds ter beschikking zijnde fleetloggers (gegevens Track & Trace).
De dashcams zullen als mobiele camera’s ingezet worden op alle wegen op het grondgebied van de gemeente Brecht door de interventieploegen en de dienst Verkeer van de Lokale politiezone Voorkempen.
Gezien het hier gaat om de inzet van mobiele camera’s en dit op het grondgebied van de gemeente Brecht door operationele personeelsleden van de Lokale politiezone Voorkempen, richt de korpschef zich middels zijn schrijven dd. 18.10.2022 met referentie HC/KC-BU 000157/22 tot de gemeenteraad om toestemming hiervoor te bekomen.
De aanvraag behelst volgende gebruiksmodaliteiten:
| Niet-besloten plaats |
Inzet permanent mogelijk |
| Besloten plaats waarvan de politiediensten de beheerder zijn |
Inzet permanent mogelijk |
| Voor publiek toegankelijke besloten plaats waarvan de politiediensten niet de beheerder is |
Inzet mogelijk, enkel tijdens de duur van de interventie |
| Niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats waarvan de politiediensten niet de beheerder zijn. |
Inzet mogelijk, enkel tijdens de duur van de interventie |
Visuele gegevens zijn de enige categorie van persoonsgegevens die nodig zijn voor het uitvoeren van deze opdracht. Verder zijn er geen bijzondere categorieën van persoonsgegevens vereist.
Enkel zichtbaar gebruik van de dashcam is toegelaten. Het voertuig of de motor is herkenbaar en identificeerbaar als politievoertuig of politiemotor.
De opnames zullen bewaard worden conform de wettelijke bepalingen op een server beheerd door PZ Voorkempen. De toegang tot de opnames is beperkt tot 30 dagen. Nadien is een aparte procedure nodig om toegang tot de opnames te bekomen en dit enkel voor personeelsleden van gerechtelijke politie.
Toelichting door burgemeester S. Deckers.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 10.53 minuten tot 21.16 minuten.
Artikel 1
Goedkeuring wordt verleend aan de lokale politiezone Voorkempen voor het gebruik van dashcams op het grondgebied van de gemeente Brecht op volgende plaatsen:
| Niet-besloten plaats |
Inzet permanent mogelijk |
| Besloten plaats waarvan de politiediensten de beheerder zijn |
Inzet permanent mogelijk |
| Voor publiek toegankelijke besloten plaats waarvan de politiediensten niet de beheerder is |
Inzet mogelijk, enkel tijdens de duur van de interventie |
| Niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats waarvan de politiediensten niet de beheerder zijn. |
Inzet mogelijk, enkel tijdens de duur van de interventie |
Artikel 2
De korpschef van de lokale politiezone Voorkempen en de procureur des Konings krijgen een afschrift van dit besluit zodat de beslissing van de toestemming aan hen ter kennis wordt gebracht conform artikel 25/4, §4 van de wet op het politieambt.
Beleidsdoelstelling: D00006 - Elke burger is een VIP en wordt zo behandeld en verder geholpen
Actieplan: AP000020 - Dagelijkse werking dienstverlening
Actie: A000078 - Dagelijkse werking dienstverlening
Beleidsveld: BV 011901
ARK: 6132000
Omschrijving: Kantoorbenodigdheden en papier, frankeringskosten voor gemeente en ocmw
Gemeente en ocmw werken voor hun uitgaande post samen met Bpost. De toetreding tot dit raamcontract geeft de mogelijkheid om een contract af te sluiten met Bpost voor 4 jaar. De toetreding dient te gebeuren voor 3 februari 2023.
Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
De wetgeving inzake overheidsopdrachten, inzonderheid op artikel 2,6°-7, artikel 43 en artikel 47 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 25 september 2017 om de interesse van de gemeente tot toetreding aan een aankoopcentrale voor de aanbesteding van een overheidsopdracht voor diensten inzake een raamcontract voor postdiensten van VVSG vzw en om bijgevolg potentiële afnemer te worden van vermeld raamcontract aan VVSG vzw mee te delen.
De principiële beslissing van de directievergadering van VVSG vzw van 12 juni 2017 tot gunning via een open procedure van de overheidsopdracht voor diensten met als titel "Raamcontract voor de sluiting van individuele contracten inzake universele postdiensten voor Vlaamse lokale besturen".
De aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen van 17 november 2017 (BDA nummer2017-534975) en het publicatieblad van de Europese van 22 november 2017 (nr. 2017/S 224-466080)
De in uitvoering van de beslissing van de directievergadering van VVSG vzw van 12 juni 2017 waar is bepaald dat:
- VVSG vzw als aanbestedende overheid overeenkomstig artikel 2, 6°, a), artikel 2°, b) en artikel 47 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, in het kader van vermelde opdracht zal optreden als aankoopcentrale voor de in de opdrachtdocumenten vermelde bepaalde Vlaamse lokale besturen. Deze besturen zullen zich gedurende de duurtijd van het te sluiten raamcontract, die het voorwerp uitmaakt van deze opdracht (bestek nr. VVSGvzw-2017/09/18), op de aankoopcentrale kunnen beroepen om op basis daarvan, individuele contracten inzake universele postdiensten te sluiten die beheerst worden door de voorwaarden van het bestek en de offerte van de dienstverlener.
- Het raamcontract niet exclusief is, en dus VVSG vzw - net als de andere afnemers - steeds de vrijheid hebben om een bepaalde aankoop niet via het raamcontract maar volgens de gewone procedures, die de wet op de overheidsopdrachten toelaat, te voeren, wat in voorkomend geval niet als een wijziging van de opdracht wordt beschouwd.
De beslissing van de raad van bestuur van VVSG vzw van 4 februari 2019 waarbij voornoemd raamcontract is gegund aan Bpost.
De voornoemde opdracht van VVSG vzw "Raamcontract voor de sluiting van individuele contracten inzake universele postdiensten voor Vlaamse lokale besturen" is een raamcontract met één dienstverlener en VVSG vzw treedt hierbij op als aankoopcentrale in de zin van artikelen 2,6°,a), artikel 2°, be) en 47 van de wet van 17 juni 2016.
De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van het raamcontract via de aankoopcentrale gebruik maken overeenkomstig de voorwaarden van het bestek nr. VVSGvzw-2017/09/18 waardoor zij krachtens artikel 47, §2 van de wet van 17 juni 2016 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren.
Het is aangewezen dat de gemeente gebruik maakt van de aankoopcentrale om volgende redenen:
- de in de aankoopcentrale voorziene postdiensten voldoen aan de behoefte van het bestuur en sluiten aan bij de huidige werking
- het bestuur moet zelf geen plaatsingsprocedure voeren wat een besparing aan tijd en geld betekent
- VVSG vzw beschikt over technische expertise inzake de aanbesteding van postdiensten
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 21.17 minuten tot 22.38 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de toetreding tot het raamcontract voor de sluiting van individuele contracten inzake universele postdiensten voor Vlaamse lokale besturen (Bestek nr. VVSGvzw-2017/09/18) goed.
Artikel 2
De gemeenteraad gelast het college van burgemeester en schepenen met de verdere uitvoering en het afsluiten van een overeenkomst met Bpost voor 4 jaar.
Artikel 3
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan VVSG vzw, Bpost en onthaal.
De missie van elke gemeente en openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in Vlaanderen wordt omschreven in artikel 2 van het decreet lokaal bestuur:
De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn beogen om op het lokale niveau duurzaam bij te dragen aan het welzijn van de burgers en verzekeren een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van hun bevoegdheden.
Op basis van deze missie werd een nieuwe visie uitgeschreven voor gemeente en ocmw Brecht. De vorige visie dateerde reeds van 2004 en was aan vernieuwing toe. De voorbije jaren heeft de organisatie een grote transitie doorgemaakt zeker ook onder impuls van het nieuwe decreet lokaal bestuur.
Om de missie en visie verder te vertalen werd een begeleidingstraject opgestart rond de zoektocht naar de waarden, de identiteit van onze organisatie. Op basis van een bevraging bij het personeel werden uit 52 waarden, 13 waarden geselecteerd. Vervolgens werd er over deze waarden verder gesproken in twee focusgroepen waar de verschillende medewerkers en diensten in vertegenwoordigd waren. Uiteindelijk werden zo 5 waarden geselecteerd voor onze organisatie.
Artikel 2 decreet lokaal bestuur.
Missie, visie en waarden bepalen voor de organisatie is zeer waardevol. Het zorgt ervoor dat we weten waar we voor staan, wat onze identiteit is. Het zorgt ervoor dat alle neuzen in dezelfde richting komen te staan en dat we een spiegel hebben om ons handelen en beleid aan af te toetsen.
Op basis van deze missie, visie en waarden kunnen we ook ons bedrijfsverhaal gaan schrijven, vormgeven: waar staan wij voor, wat maakt ons uniek, ... Zo kunnen we ook naar buiten treden: naar onze burgers, verenigingen, maar ook naar sollicitanten en medewerkers.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 22.39 minuten tot 24.25 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad geeft goedkeuring aan de missie, visie en waarden voor de organisatie:
Missie
De gemeente en het openbare centrum voor maatschappelijk welzijn beogen om op het lokale niveau duurzaam bij te dragen aan het welzijn van de burgers en verzekeren een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van hun bevoegdheden.
Visie
Brecht wil een mooie, groene en landelijke gemeente zijn waar iedereen, of je hier woont of op bezoek bent zich thuis voelt. De Brechtenaar is partner van de gemeente en de gemeente is partner van de burger, de provincie, Vlaanderen, België en Europa. Er wordt geluisterd en geholpen, op de meest klantvriendelijke en laagdrempelige wijze en binnen de grenzen van het wettelijke, materiële en financieel mogelijke. We laten ruimte voor inspraak en participatie. Het welzijn van de burger en de leefbaarheid van de gemeente staan steeds voorop. We willen dat geen enkele burger uit de boot valt. Gepaste, integrale dienst- en hulpverlening wordt aangeboden, waarbij elk dossier individueel wordt beoordeeld, zonder discriminerend te zijn. Gelijke dossiers worden gelijk behandeld. Externe partners worden uitgenodigd om mee vorm te geven aan het welzijn van de burgers. Brecht onderneemt acties om zich als sociale gemeente op de kaart te zetten.
Brecht wil een vooruitstrevende gemeente zijn, klaar voor de toekomst, maar met aandacht en respect voor haar verleden en identiteit. We ondersteunen bruisende initiatieven van verenigingen en ondernemende burgers. Het aanbieden van kwalitatief onderwijs betekent investeren in onze toekomst. Om iedereen voortreffelijk te kunnen behandelen, wordt een motiverend en aantrekkelijk personeelsbeleid gevoerd. Elke medewerker is ambassadeur voor de gemeente en straalt motivatie en gedrevenheid uit.
Wie werkt voor Brecht, of dat is als werknemer of vrijwilliger, engageert zich om deel uit te maken van #teambrecht. Dat doen we door respect voor elkaar te tonen, ongeacht welke plaats je in de organisatie inneemt. We delen kennis en ervaring en zetten dit in voor het bereiken van ons gemeenschappelijk doel, een kwalitatieve dienstverlening. We gaan daarbij ook steeds op zoek naar verbeteringsmogelijkheden en vormen een lerende organisatie. Een sterke interne communicatie, een open blik bij het vinden van oplossingen en samenhorigheid zijn kenmerken van onze interne organisatie.
Waarden
Kwalitatief - Respectvol - Samen - Flexibel - Verantwoordelijk
Artikel 2
De gemeenteraad beslist om met deze missie, visie en waarden voor gemeente en ocmw Brecht naar buiten te treden en haar verdere beleid vanuit deze missie, visie en waarden vorm te geven.
Op 6 oktober 2022 ontving de gemeente een klacht, die ingediend werd bij het Agentschap Binnenlands Bestuur. Het betrof een klacht betreffende geluidshinder door de renovatiewerken aan de Kattenhoflaan.
Op het college van burgemeester en schepenen van 18 oktober 2022 werd deze klacht ter aktename voorgelegd.
Op het college van burgemeester en schepenen van 28 oktober 2022 werd het gemotiveerd antwoord aan het Agentschap Binnenlands Bestuur geagendeerd.
Op 29 november 2022 werd deze klacht afgerond en werden de antwoorden in bijlage aan de klager en het college van burgemeester en schepenen bezorgd.
Artikel 333 decreet lokaal bestuur d.d. 22 december 2017.
Artikel 333 van het decreet lokaal toezicht bepaalt dat het antwoord van toezicht aan de klager voor kennisname moet voorgelegd worden aan de gemeenteraad.
Toelichting door schepen D. De Veuster.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 24.26 minuten tot 33.50 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van het antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur (d.d. 29 november 2022) op de klacht betreffende geluidshinder door de renovatiewerken aan de Kattenhoflaan.
Beleidsdoelstelling: D000002 - Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren
Actieplan: AP000003 - Brecht waarborgt de veiligheid van de inwoners en zet in op preventie, handhaving. Brecht ziet veiligheid als een collectieve verantwoordelijkheid.
Actie: A000005 - Dagelijkse werking veiligheid
Beleidsveld: BV 0400
ARK: 6492000
Omschrijving: Toegestane werkingssubsidie politiezone Voorkempen (dotatie)
ARK: 6640000
Omschrijving: Investeringstoelage politiezone Voorkempen
Elke gemeenteraad van de zone stemt over de werkingstoelage die aan het lokaal politiekorps moet worden toegekend en die aan de politiezone zal worden gestort.
De kredieten in het budget moeten volstaan voor de financiering van de dotatie, opgenomen in het politiebudget.
Er is dus overeenstemming nodig tussen beide budgetten. Bijgevolg moet de gemeentelijke dotatie aan de politiezone vastgesteld worden in een afzonderlijk gemeenteraadsbesluit.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 40 van de wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus van 7 december 1998.
Gemeenteraadsbesluit van 10 november 2022 betreffende de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 van gemeente en OCMW Brecht.
Vanaf 2021 werkt ook de politiezone met een exploitatietoelage voor de werkingskosten en een investeringstoelage voor investeringen. De cijfers die worden voorgelegd aan de politieraad van december, bereikten ons pas na goedkeuring van de aanpassing meerjarenplan van de gemeente. De twee bedragen die zijn opgenomen in de laatste aanpassing van het meerjarenplan van de gemeente, wijken daarom af van de nu ontvangen cijfers.
De werkingsbijdrage voor politiezone Voorkempen is bepaald op 4.034.896 euro.
De investeringstoelage voor politiezone Voorkempen is bepaald op 87.449 euro.
In de laatste aanpassing meerjarenplan van de gemeente was 4.115.992 euro voorzien als werkingstoelage en 80.489 euro als investeringstoelage. Deze bedragen zullen aangepast worden in de eerstvolgende aanpassing meerjarenplan.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester S. Deckers.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 33.51 minuten tot 35.48 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de werkingstoelage van 4.034.896,00 euro en de investeringstoelage van 87.449,00 euro voor Politiezone Voorkempen voor het dienstjaar 2023 goed.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de politiezone Voorkempen, de financieel directeur en de dienst toezicht.
Beleidsdoelstelling: D000002 - Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren.
Actieplan: AP000003 - Brecht waarborgt de veiligheid van de inwoners en zet in op preventie, handhaving.
Actie A000005: Dagelijkse werking veiligheid
Beleidsveld: BV 0410
ARK: 6492000 en 6640000
Omschrijving: Toegestane werkingssubsidie brandweerzone Rand (dotatie) en Investeringstoelage brandweerzone Rand
Het jaarlijks te financieren saldo van de zone moet gefinancierd worden door de gemeenten van deze zone. Dit gebeurt aan de hand van een verdeelsleutel, op basis van bevolkingscijfers (75%) en kadastraal inkomen (25%) per gemeente.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, inzonderheid art. 68: “De gemeentelijke dotatie wordt ingeschreven in de uitgaven van elke gemeentebegroting.”
Omzendbrief BB 2014 van het Vlaams Ministerie van Bestuurszaken, ABB, Boudewijnlaan 30 bus 70, 1000 Brussel van 5 september 2014 waarbij gemeld wordt dat vanaf 1 januari 2015 de brandweerzones actief worden.
Het uitgangspunt sinds 2020 is dat de inkomsten van de zone alle exploitatiekosten én investeringen dekken. Het gecumuleerd lenen voor alle investeringen zou immers snel een enorme schuld creëren, hetgeen op lange termijn onhoudbaar en financieel nadelig is voor de gemeenten. De gemeentelijke toelagen worden vanaf 2020 opgesplitst in werkingstoelagen en investeringstoelagen.
De gemeentelijke investeringstoelage aan de brandweerzone Rand bedraagt 322.174 euro.
De gemeentelijke werkingstoelage aan de brandweerzone Rand bedraagt 1.086.012 euro.
Deze finale bedragen werden aan de administratie bezorgd nadat het meerjarenplan werd opgemaakt. In de laatste aanpassing meerjarenplan staan dus nog andere bedragen (investeringstoelage van 336.445 euro en werkingstoelage van 1.042.010). Deze zullen in een volgende aanpassing van het meerjarenplan aangepast moeten worden. Dit gebeurt bij voorkeur op het moment dat de kadastrale gegevens van 2022 bekend zijn.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester S. Deckers.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 35.49 minuten tot 37.36 minuten.
Artikel 1
Voor het dienstjaar 2023 zal een gemeentelijke investeringstoelage van 322.174 euro en een werkingstoelage van 1.086.012 euro overgemaakt worden aan de brandweerzone Rand.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de brandweerzone Rand en aan de financieel directeur.
Beleidsdoelstelling: D000003 - We streven naar een welvarend en ondernemend Brecht waarbij de basis wordt gelegd in kwalitatief onderwijs.
Actieplan: AP000013 - Dagelijkse werking welvarend/ondernemend
Actie: A000055 - Dagelijkse werking welvarend/ondernemend
Beleidsveld: BV 0020
ARK: 7342400
Omschrijving: Belasting op ongeadresseerd reclamedrukwerk en gelijkgestelde producten
Gemeenteraadsbeslissing van 10 december 2020 betreffende het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde drukweken en van gelijkgestelde producten
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 40 en 41.
Decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en latere wijzigingen
Besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), met latere wijzigingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
Het verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk is een belastende activiteit voor het milieu. Personen krijgen dit drukwerk ongevraagd in de bus, wat voor veel extra papierafval zorgt. Als het drukwerk nog eens verpakt is in een plastic folie, is de impact op het milieu nog groter. Dit is ook voor de gemeente een extra kost, want de bedeling resulteert in meer inzamelings- en verwerkingskosten.
De verwerking hangt af van het formaat of gewicht. Werken met een weegschaal vergt apparatuur, terwijl werken met formaat eenvoudiger gerealiseerd kan worden. Er wordt voorgesteld om drukwerk van minder dan 4 bladzijden van het formaat kleiner dan of gelijk aan A4 (ofwel 2 recto verso bladen) vrij te stellen van de belasting. Aan beide criteria moet tegelijkertijd worden voldaan. Dit betekent concreet dat drukwerk van 4 bladzijden van A3 formaat bijvoorbeeld wel wordt belast, net als 6 bladzijden van het formaat A5. Het is evenmin de bedoeling om drukwerk van openbare besturen, politieke partijen, verenigingen zonder winstoogmerk en onderwijsinstellingen te belasten, aangezien die instellingen niet beroepsmatig commerciële informatie verspreiden en hun publicaties bedoeld zijn om te informeren en rechtstreeks verband houden met openbare functies of socioculturele aard. Ook bijvoorbeeld buurtschappen kunnen hieronder vallen. Om diezelfde reden worden bladen die in hoofdzaak redactioneel werk brengen en slechts in beperkte mate reclame, vrijgesteld van de belasting.
De belastingplichtige is degene die opdracht gaf voor de druk of de productie van de gelijkgestelde producten. Als de opdrachtgever voor de druk of de productie van gelijkgestelde producten geen aangifte indient en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt (bijvoorbeeld uitgaand van de inhoud of boodschap van een publicatie of op een gelijkgesteld product of gelet op eerdere aangiften voor gelijkaardig drukwerk of gelijkgestelde producten), bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever opgetreden is. De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van de gelijkgestelde goederen en de fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Gezien de kosten voor afvalophaling indexgevoelig zijn, wordt een jaarlijkse indexatie van het tarief ingeschreven in het reglement.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester S. Deckers.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 37.37 minuten tot 41.20 minuten.
Artikel 1 Belastbaar voorwerp of belastbaar feit
Vanaf 1 februari 2023 tot en met 31 december 2025 wordt een belasting geheven op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten, ongeacht ze in brievenbussen worden gedeponeerd of op de openbare weg worden verspreid.
Artikel 2 Definitie
Onder niet-geadresseerd drukwerk wordt verstaan: elke publicatie die ertoe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen en die erop gericht is een potentieel cliënteel ertoe te bewegen gebruik te maken van de diensten, producten of transacties van de adverteerder.
Onder gelijkgestelde producten wordt onder meer verstaan: alle stalen en reclamedragers, door de adverteerder aangeboden, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, verbruiken of aankopen. De opsomming is niet limitatief.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
Artikel 3 Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 7.
Als de opdrachtgever geen aangifte gedaan heeft overeenkomstig artikel 7 en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever is opgetreden.
De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van de gelijkgestelde goederen en de fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4 Tarief
De belasting wordt vastgesteld op 0,029 euro per bedeeld exemplaar dat niet in plastic is verpakt en op 0,035 euro per bedeeld exemplaar dat wel in plastic is verpakt.
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2022. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 0,1 cent.
Artikel 5 Vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
- niet- geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten van publiekrechtelijke rechtspersonen, socio-culturele, jeugd- en sportverenigingen, erkende gemeentelijke verenigingen en vormings- en onderwijsinstellingen
- niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten van politieke partijen
- niet-geadresseerde drukwerken met maximum 4 bladzijden en kleiner dan of gelijk aan A4-formaat.
Artikel 6 Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7 Aangifteplicht
De belastingplichtige moet binnen de 14 dagen na de verspreiding aangifte doen op volgend adres: Gemeentepark 1, 2960 Brecht of via e-mail op volgend adres: gemeentebelastingen@brecht.be.
De aangifte moet gedaan worden op het formulier dat door het gemeentebestuur ter beschikking wordt gesteld op de website www.brecht.be of minstens alle noodzakelijke inlichtingen bevatten voor het vestigen van de aanslag.
In geval van periodieke verspreidingen kan een aangifte binnen de 14 dagen na de eerste verspreiding, ook gelden voor de daaropvolgende verspreidingen tijdens hetzelfde aanslagjaar.
Artikel 8 Procedure van ambtshalve vaststelling
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt berekend op basis van 12.000 bedeelde exemplaren, en vervolgens verdubbeld. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd. Het aantal van 12.000 exemplaren is een forfait op basis van het aantal brievenbussen in Brecht bij ingang van het reglement en wordt gedurende de looptijd van het reglement niet aangepast.
Artikel 9 Betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 Bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 11 Niet-betaling
Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20,00 euro aangerekend voor de verzending.
Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend.
Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangschrift met het oog op betekening door een gerechtsdeurwaarder. Voor het aanmaken van dit dwangschrift wordt een kost van 30,00 euro aangerekend.
Artikel 12 Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Artikel 13 Opheffing vorige reglement
Dit reglement vervangt het belastingreglement van 10 december 2020 op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten vanaf 1 februari 2023.
Beleidsdoelstelling: D000006 - Elke burger is een VIP en wordt zo behandeld en verder geholpen.
Actieplan: AP000020 - Dagelijkse werking dienstverlening
Actie: A000078 - Dagelijkse werking dienstverlening
Beleidsveld: BV 0020
ARK: 7331100
Omschrijving: Begraafplaatsen taks voor niet-inwoners
Gemeenteraadsbeslissing van 12 november 2020 over het belastingsreglement op de lijk- en asbezorging van personen vreemd aan de gemeente.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41.
Decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004 en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van de begraafplaatsen en crematoria en latere wijzigingen.
De omzendbrief BA-2006/03 van 10/03/2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten en latere wijzigingen.
Het politiereglement op de begraafplaatsen, goedgekeurd in de gemeenteraad van 28 juni 2007.
Het huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen, goedgekeurd in de gemeenteraad van 12 december 2019.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente wordt een belasting op de lijk- en asbezorging van personen vreemd aan de gemeente voorgesteld. Het aantal plaatsen op de gemeentelijke begraafplaatsen is beperkt. Het is verantwoord om niet-inwoners van de gemeente Brecht die om persoonlijke redenen toch op een gemeentelijke begraafplaats van Brecht begraven wensen te worden, te onderwerpen aan een taks. Het is gerechtvaardigd om niet-inwoners die in het verleden geruime tijd in Brecht hebben gewoond, vrij te stellen van deze taks omdat zij toen hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de gemeentelijke infrastructuur door het betalen van aanvullende personenbelasting en onroerende voorheffing.
De aanpassing aan dit reglement betreft de aanpassing van de belastingschuldige: dit is de erfgenaam/erfgenamen of de aanvrager van de lijk- of asbezorging. Erfgenamen zijn elk hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting. Verder voegden we toe dat het verkrijgen van een betalingsbewijs gebeurt op verzoek van de aanvrager. Tot slot voegden we ook de bezwaarprocedure toe aan dit reglement, zodat dit transparant in het reglement zelf staat.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 41.21 minuten tot 42.51 minuten.
Artikel 1 Termijn
Vanaf heden tot en met 31 december 2025 wordt een belasting geheven op lijk- en asbezorging van personen vreemd aan de gemeente.
Artikel 2 Definitie
Onder lijk- en asbezorging van personen vreemd aan de gemeente moet worden verstaan een begraving, een bijzetting van asurne of een asverstrooiing van personen overleden buiten het grondgebied van de gemeente Brecht en die op het ogenblik van overlijden niet zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente Brecht.
Artikel 3 Toepassingsgebied
De belasting is verschuldigd door aanvrager van de lijk- of asbezorging of de erfgena(a)m(en) van de overledene. Indien er meerdere erfgenamen zijn, zijn zij elk hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
Artikel 4 Tarief
De belasting wordt vastgesteld op 500 euro.
Artikel 5 Vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor de lijk- en asbezorging van personen die minstens 20 jaar ingeschreven geweest zijn in de bevolkingsregisters van de gemeente Brecht.
Artikel 6 Wijze van betaling
De belasting wordt bij de aanvraag contant betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs op verzoek van de aanvrager.
Wanneer een contantbetaling niet mogelijk is, wordt de belasting een kohierbelasting.
Artikel 7 Bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 8 Niet-betaling
Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20,00 euro aangerekend voor de verzending.
Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend.
Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangschrift met het oog op betekening door een gerechtsdeurwaarder. Voor het aanmaken van dit dwangschrift wordt een kost van 30,00 euro aangerekend.
Artikel 9 Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Artikel 10 Voorgaand reglement
Dit reglement vervangt het belastingsreglement op de lijk- en asbezorging van personen vreemd aan de gemeente goedgekeurd door de gemeenteraad op 12 november 2020.
Doelstelling: D000003 - We streven naar een welvarend en ondernemend Brecht waarbij de basis wordt gelegd in kwalitatief onderwijs.
Actieplan: AP000013 - Dagelijkse werking welvarend/ondernemend
Actie: A000055 - Dagelijkse werking welvarend/ondernemend
Beleidsveld: BV 0020
ARK: 7342100
Omschrijving: Belasting terreingerelateerde logies (kampeerverblijven)
Gemeenteraadsbeslissing van 10 september 2020 over het belastingreglement op terreingerelateerd logies
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 40 en 41.
Decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies.
Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, hierna genoemd het 'uitvoeringsbesluit'.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
Terreingerelateerd logies binnen het grondgebied van de gemeente trekken groepen toeristen aan gedurende het toeristische seizoen (of zelfs daarbuiten) zodat de gemeente er belang bij heeft een belasting op deze kampeerterreinen en kampeerverblijfplaatsen te vestigen in verband met het toezicht en medewerking die deze vorm van recreatie en toerisme vergt. Terreingerelateerd logies in het bijzonder geven aanleiding tot een grotere zorg voor de veiligheid: dergelijk logies zijn een doelwit voor diefstallen met braak, wat aangepaste en verhoogde politiecontroles met zich meebrengt. Het gemeentebestuur staat bovendien in voor de openbare nutsvoorzieningen, niet alleen voor de mensen die in het bevolkingsregister staan ingeschreven, maar voor iedereen die tijdelijk op het grondgebied van de gemeente verblijft. Niet–gedomicilieerde personen betalen geen aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting die ten goede komt aan de gemeente.
De impact van het logies hangt samen met de openingstijden van het kampeerterrein en met de duur van het verblijf. Om die reden wordt een tariefdifferentiatie voorgesteld. Verblijfplaatsen zoals gedefinieerd in bijlage 6 bij het uitvoeringsdecreet vallen niet onder het toepassingsgebied van de gemeentebelasting op tweede verblijven.
Toeristen die gebruik maken van terreingerelateerd logies vallen onder bovenstaande categorie maar aangezien de identiteit van de toeristen niet gekend is, is het aangewezen om de aanbieder van het toeristisch logies, in dit geval de exploitant van het kampeerterrein, als belastingplichtige aan te duiden.
De wijziging aan dit besluit vanaf aanslagjaar 2023 betreft de invoering van een jaarlijkse indexering van het tarief. Aangezien de inkomsten uit de aanvullende personenbelasting stijgen ten gevolge van de indexering van de lonen en lang- of kortverblijvende toeristen deze belasting niet betalen, maar de hierboven vermelde kosten voor de gemeente wel jaarlijks stijgen, is een jaarlijkse indexering van het tarief verantwoord.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 42.52 minuten tot 47.19 minuten.
Artikel 1 Belastbaar voorwerp of belastbaar feit
Vanaf 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025 wordt een belasting geheven op terreingerelateerd logies.
Artikel 2 Definitie
Onder terreingerelateerd logies moet worden verstaan: een toeristisch logies in centraal beheer waar op een afgebakend terrein wordt gekampeerd of verbleven in verplaatsbare of niet-verplaatsbare verblijven, of dat daarvoor bestemd of ingericht is.
Onder exploitant wordt verstaan: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een toeristisch logies exploiteert, voor de rekening van wie een toeristisch logies wordt geëxploiteerd of die tot de exploitatie wordt gemachtigd op grond van een rechtsgeldige exploitatieovereenkomst.
Onder tussenpersoon wordt verstaan: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op eender welke wijze tegen betaling bemiddelt bij het aanbieden van een toeristisch logies op de toeristische markt, promotie maakt voor een toeristisch logies of diensten aanbiedt via dewelke exploitanten en toeristen rechtstreeks met elkaar in contact kunnen treden.
Voor de andere definities wordt verwezen naar het decreet van 5 februari 2016 over het toeristisch logies en het besluit van de Vlaamse regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van dat decreet (of latere wijzigingen). De definities van "verblijfplaats", "toeristische kampeerplaats", "seizoensplaats", "camperplaats" en "plaats op de tentenweide" zijn te vinden in bijlage 6 bij het uitvoeringsbesluit.
Artikel 3 Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant van het terreingerelateerd logies op 1 januari van het aanslagjaar.
De tussenpersoon op 1 januari van het aanslagjaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4 Tarief
De belasting wordt vastgesteld op:
Artikel 5 Vrijstellingen
Er zijn geen vrijstellingen voorzien.
Artikel 6 Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7 Aangifteplicht
De belastingplichtige moet ten laatste voor 31 maart van ieder jaar aangifte doen van het aantal beschikbare toeristische kampeerplaatsen, camperplaatsen, plaatsen op de tentenweide, seizoensplaatsen en verblijfplaatsen op het terreingerelateerd logies op 1 januari van het aanslagjaar op volgend adres: Gemeentepark 1, 2960 Brecht of via e-mail op volgend adres: gemeentebelastingen@brecht.be.
De aangifte moet gebeuren op het formulier dat door het gemeentebestuur wordt toegestuurd of ter beschikking wordt gesteld op de website.
De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
Artikel 8 Procedure van ambtshalve vaststelling
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verdubbeld. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 9 Betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 Bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 11 Niet-betaling
Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20,00 euro aangerekend voor de verzending.
Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend.
Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangschrift met het oog op betekening door een gerechtsdeurwaarder. Voor het aanmaken van dit dwangschrift wordt een kost van 30,00 euro aangerekend.
Artikel 12 Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Artikel 13 Opheffing belastingreglement op terreingerelateerd logies van 10 september 2020
Het belastingreglement op terreingerelateerd logies, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 10 september 2020, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2023 en vervangen door dit reglement.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 22 oktober 2018 en de besluiten van de gemeenteraad van 18 november 2018 en 14 maart 2019.
Besluit van de gemeenteraad van 11 maart 2021 betreffende het retributiereglement op afgifte en/of behandelen van administratieve stukken
Wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953.
Consulair wetboek van 21 december 2013 - artikels 50-67.
KB van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar, gewijzigd bij K.B. van 22 oktober 2013.
KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.
MB van 11 september 2017 tot wijziging van het MB van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen.
MB van 19 april 2014 aangaande de afgifte van paspoorten - artikel 2.
MB van 20 juli 2005 tot bepaling van de betalingswijze van de retributies.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 en bijhorende uitvoeringsbesluiten.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 betreffende de woningkwaliteitsbewaking.
Het ministerieel besluit van 29 juli 2013 tot vaststelling van de modellen van conformiteitsattesten voor woningen en kamerwoningen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente wordt een retributie voorgesteld op de afgifte van administratieve stukken.
Het afleveren van deze stukken brengt immers een kost met zich mee voor de gemeente zodat het aangewezen is hiervoor een retributie te vragen. Deze kost staat los van en komt bovenop de eventuele aanmaakkosten die de federale overheid aan de gemeente doorrekent voor de aanmaak van bepaalde stukken.
Op aanraden van de federale overheid wordt voor kinderen (onder 12 jaar) geen retributie gevraagd.
Volgens artikel 3.9 §1 , deel 4 van boek 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van de Vlaamse Codex Wonen 2021 van 11 september 2020 kan het gemeentebestuur een maximale vergoeding vragen voor de aanvraag van een conformiteitsattest voor een zelfstandige woning, deze is vastgelegd op 90.00 euro.
Volgens artikel 3.9 §2 , deel 4 van boek 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van de Vlaamse Codex Wonen 2021 van 11 september 2020 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers wordt de maximale vergoeding die een gemeente- of stadsbestuur kan vragen voor de aanvraag van een conformiteitsattest voor een kamerwoning vastlegt op 90.00 euro, verhoogd met 15.00 euro per (studenten)kamer, met een maximum van 1.775 euro. Het bestuur stelt echter voor de geldende prijzen niet aan te passen. Wél wordt de retributie vanaf nu geïnd voor de aanvraag van een conformiteitsattest, en niet langer voor de afgifte, omdat het werk gebeurd is ook als er geen attest kan worden afgeleverd. Dit principe is ook opgenomen in de Vlaamse Codex Wonen.
Het behandelen van meldingen en aanvragen in kader van het omgevingsvergunningsdecreet vergt een aanzienlijke inzet van de gemeentelijke diensten. Deze inzet om de meldings- of vergunningsprocedure te doorlopen is in het voordeel van de de aanvrager, waardoor het aannemelijk is dat een retributie op aanvragen wordt geheven.
Deze wijziging betreft enkel de wijze van indexeren: er wordt voorgesteld te indexeren op basis van het indexcijfer van september (net zoals dit gebeurt bij de FOD Binnenlandse Zaken) zodat de nieuwe prijzen tijdig gecommuniceerd kunnen worden aan de burgers.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 42.20 minuten tot 49.00 minuten.
Artikel 1 Termijn
Vanaf heden tot en met 31 december 2025 wordt een retributie geheven op de afgifte van administratieve stukken.
Artikel 2 Toepassingsgebied
De retributie is verschuldigd door de persoon aan wie deze stukken op verzoek of ambtshalve worden uitgereikt.
Artikel 3 Tarief
De retributie wordt bepaald als volgt:
afgifte van een trouwboekje
20 euro
De verhuurder voegt bij de aanvraag tevens een afschrift van het eventuele brandweerattest en attesten van erkende keuringsdiensten voor de elektrische installaties en de gasinstallaties waarover hij beschikt.
Een ontvangstbewijs met vermelding van de aanvraagdatum wordt aan de aanvrager van het conformiteitsattest overgemaakt van zodra het aanvraagdossier volledig is. Als aanvraagdatum voor het attest geldt de datum waarop het dossier volledig is.
| melding van een ingedeelde inrichting of activiteit |
|
| melding voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen |
|
| Het invullen van een standaardformulier voor de aanvraag van vastgoedinformatie ten behoeve van notarissen of andere personen of instellingen alsook andere formulieren voor gelijkaardige aanvragen om inlichtingen |
|
| Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen of voor een ingedeelde inrichting of activiteit:
|
|
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden:
|
|
| Verzoek tot bijstellen van de milieuvoorwaarden |
|
| Verzoek tot bijstelling van een verkavelingsvergunning |
|
| melding van de overdracht van de omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit
|
|
| openbaar onderzoek
|
|
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand januari 2020. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 10 cent.
Artikel 4 Vrijstellingen
De retributie voor rijbewijzen is niet verschuldigd voor de hernieuwing van het rijbewijs van de categorieën Groep 1 omwille van medische redenen.
De retributie voor het behandelen van meldingen en omgevingvergunningsaanvragen:
De retributie voor het behandelen van meldingen en omgevingvergunningsaanvragen is niet verschuldigd voor:
De retributie wordt in de regel contant betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs bij de aanvraag op verzoek van de aanvrager.
De retributie voor het afleveren van een conformiteitsattest wordt binnen de 30 dagen na ontvangst van het stuk en van de factuur betaald door overschrijving op het rekeningnummer van het gemeentebestuur. De factuur wordt, na het indienen van de aanvraag van het conformiteitsattest, aan de aanvrager bezorgd.
De retributie voor het behandelen van omgevingvergunningsaanvragen wordt binnen de 30 dagen na ontvangst van de factuur betaald door overschrijving op het rekeningnummer van het gemeentebestuur. De factuur wordt, na het indienen van de aanvraag, aan de aanvrager bezorgd.
De retributie voor het behandelen van een melding wordt binnen de 30 dagen na ontvangst van de factuur betaald door overschrijving op het rekeningnummer van het gemeentebestuur. De factuur wordt, na het indienen van de melding, aan de aanvrager bezorgd.
Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20,00 euro aangerekend voor de verzending.
Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Voor het aanmaken van dit dwangbevel en het overmaken van een dossier aan de gerechtsdeurwaarder wordt een kost van 30,00 euro aangerekend.
Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen. De rechtbanken van Antwerpen zijn bevoegd.
Artikel 6 Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Artikel 7 Opheffing vorige reglement
Dit reglement vervangt het reglement van 11 maart 2021.
Beleidsdoelstelling: D000006 - Elke burger is een VIP en wordt zo behandeld en verder geholpen
Actieplan: AP000020 - Dagelijkse werking dienstverlening
Actie: A000078 - Dagelijkse werking dienstverlening
Beleidsveld: BV 0130
ARK: 7056000
Omschrijving: Ontvangsten voornaamswijziging
Gemeenteraadsbesluit van 14 november 2019 over het retributiereglement op voornaamswijziging.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41.
Wetboek van de Belgische nationaliteit van 28 juni 1984 en latere wijzigingen.
Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillen oplossing.
Omzendbrief van FOD Justitie van 11 juli 2018 betreffende de overheveling van de bevoegdheid inzake voornaamswijziging naar de ambtenaren van burgerlijke stand.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente wordt een retributie voorgesteld op een voornaamswijziging.
In het reglement goedgekeurd door de gemeenteraad op 14 november 2019 wordt in artikel 6 vermeld dat bij contante betaling een betalingsbewijs wordt afgeleverd. In de praktijk wordt er zelden een betalingsbewijs afgeleverd. Om die reden wordt het artikel zodanig aangepast dat een betalingsbewijs enkel op verzoek wordt afgeleverd. Verder voegen we een indexering toe aan dit reglement omdat ook de kosten voor de gemeente stijgen door indexeringen.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 49.01 minuten tot 53.43 minuten.
Artikel 1 Termijn
Vanaf heden tot en met 31 december 2025 wordt een retributie geheven op voornaamswijziging.
Artikel 2 Definitie
Onder voornaamswijziging moet worden verstaan elke wijziging aan de voorna(a)m(en) van personen die geen materiële verbetering is ("tikfout").
Artikel 3 Toepassingsgebied
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de voornaamswijziging.
Artikel 4 Tarief
De retributie wordt vastgesteld op 140 euro. Voor transgenders wordt de retributie vastgesteld op 14 euro.
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2022. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 10 cent.
Artikel 5 Vrijstellingen
De retributie is niet verschuldigd voor vreemdelingen die de Belgische nationaliteit aanvragen en niet over een voornaam beschikken.
Artikel 6 Wijze van betaling
De retributie wordt bij de aanvraag van de voornaamswijziging, ongeacht het resultaat ervan, contant betaald waarbij op verzoek een betalingsbewijs wordt afgeleverd.
Artikel 7 Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Artikel 8 Voorgaand reglement
Dit reglement vervangt het retributiereglement op voornaamswijziging, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 14 november 2019.
Beleidsdoelstelling: D000006 - Elke burger is een VIP en wordt zo behandeld en verder geholpen.
Actieplan: AP000020 - Dagelijkse werking dienstverlening
Actie: A000078: Dagelijkse werking dienstverlening
Beleidsveld: BV 0990
ARK: 7057000, 7058000, 7059000
Omschrijving: Begraafplaatsconcessies, Ontvangsten naamplaatjes en afdekplaten, Ontvangsten ontgraving
Gemeenteraadsbesluit van 13 februari 2020 over het retributiereglement op de begraafplaatsen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41.
Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillen oplossing.
Het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004 en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van de begraafplaatsen en crematoria en latere wijzigingen.
De omzendbrief BA-2006/03 van 10/03/2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten en latere wijzigingen.
Het politiereglement op de begraafplaatsen, goedgekeurd in de gemeenteraad van 28 juni 2007.
Het huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen, goedgekeurd in de gemeenteraad van 12 december 2019.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente wordt een retributie voorgesteld op de begraafplaatsen.
In het reglement goedgekeurd door de gemeenteraad op 13 februari 2020 wordt in artikel 5 vermeld dat bij contante betaling een betalingsbewijs wordt afgeleverd. In de praktijk wordt er zelden een betalingsbewijs afgeleverd. Om die reden wordt het artikel zodanig aangepast dat een betalingsbewijs enkel op verzoek wordt afgeleverd. Verder voegen we een jaarlijkse indexering toe aan dit reglement aangezien ook de kosten voor de gemeente stijgen door indexeringen.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 53.44 minuten tot 56.00 minuten.
Artikel 1 Termijn
Vanaf heden tot en met 31 december 2025 wordt een retributie geheven op de begraafplaatsen.
Artikel 2 Toepassingsgebied
De retributie is verschuldigd door de aanvrager.
Artikel 3 Tarief
De retributie wordt bepaald als volgt:
1. Concessies voor het columbarium, het urnenveld en begravingen in volle grond worden verleend voor een periode van 30 jaar. Bij de aanvraag van de concessie dient de concessie betaald te worden voor alle begunstigden van de concessie. De retributie wordt vastgesteld op 300 euro per persoon.
Een concessie kan, na verloop van de termijn, hernieuwd worden aan de alsdan geldende tarieven en voorwaarden.
2. Voor de levering van de afdekplaten van de nissen in het columbarium en urnenveld : 115 euro per afdekplaat. De gemeente levert de afdekplaten; ze worden door toedoen van de nabestaanden gegraveerd.
3. Op aanvraag wordt er een naamplaatje voorzien op de herdenkingsmuur van de strooiweide of op de herdenkingszuil : 20 euro per naamplaatje voor de duur van 20 jaar. De gemeente graveert en bevestigt de naamplaatjes.
4. Voor het gebruik van het gemeentelijk mortuarium of koelbed : 25 euro voor de eerste periode van 4 dagen en 10 euro voor elke bijkomende dag.
5. Voor een ontgraving : 125 euro. De uitneming van een asurne wordt eveneens beschouwd als een ontgraving. De uitvoering van de ontgravingswerkzaamheden is ten laste van de aanvrager.
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2022. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 10 cent.
Artikel 4 Vrijstellingen
De retributie op ontgravingen is niet verschuldigd voor ontgravingen die uitgevoerd worden op bevel van de rechterlijke overheid of ten gevolge van een bestuurlijke beslissing.
Artikel 5 Wijze van betaling
De retributie wordt bij de aanvraag contant betaald waarbij op verzoek een betalingsbewijs wordt afgeleverd.
Wanneer contantbetaling niet mogelijk is, betalen de gebruikers na ontvangst van de rekening door overschrijving op een financiële rekening van het gemeentebestuur.
Artikel 6 Niet-betaling
Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20,00 euro aangerekend voor de verzending.
Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Voor het aanmaken van dit dwangbevel en het overmaken van een dossier aan de gerechtsdeurwaarder wordt een kost van 30,00 euro aangerekend.
Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen. De rechtbanken van Antwerpen zijn bevoegd.
Artikel 7 Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Artikel 8 Voorgaand reglement
Dit reglement vervangt het retributiereglement op de begraafplaatsen, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 13 februari 2020.
De kerkraad keurde d.d. 23 juni 2022 het budget 2023 goed.
Beleidsdoelstelling: D000005 - Brecht zet in op een bruisende en actieve gemeente door het nastreven van een geïntegreerd vrijetijdsbeleid.
Actieplan: AP000018 – Dagelijkse werking bruisend/actief
Actie: A000074 – Dagelijkse werking bruisend en actief.
Beleidsveld: BV0790
ARK: 6640000 en 6492000
Omschrijving: Investeringstoelage en werkingstoelage erediensten
Het budget 2023 Heilige Man Job past binnen het meerjarenplan 2020 – 2025 Heilige Man Job.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Decreet van 7 mei 2004 houdende de materiële organisatie en werking van de erediensten – artikel 48.
Het budget 2023 van de kerkfabriek H. Man Job wordt ter aktename voorgelegd aan de gemeenteraad.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 56.01 minuten tot 57.00 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van het budget 2023 van de kerkfabriek Heilige Man Job.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de kerkraad Heilige Man Job, het provinciebestuur en het bisdom.
De kerkraad keurde 7 januari 2020 het meerjarenplan 2020 - 2025 Heilige Man Job goed.
De kerkraad keurde d.d. 3 november 2022 de aanpassing van het meerjarenplan 2020 – 2025 Heilige Man Job goed.
Het aangepaste meerjarenplan 2020 – 2025 Heilige Man Job past binnen het meerjarenplan van de gemeente.
Beleidsdoelstelling: D000005 - Brecht zet in op een bruisende en actieve gemeente door het nastreven van een geïntegreerd vrijetijdsbeleid.
Actieplan: AP000018 – Dagelijkse werking bruisend/actief
Actie: A000074 – Dagelijkse werking bruisend en actief.
Beleidsveld: BV 0790
ARK: 6640000
Omschrijving: Investeringstoelage erediensten
De gemeenteraad keurde d.d. 12 december 2019 het meerjarenplan 2020 – 2025 van de gemeente goed.
De gemeenteraad keurde d.d. 18 maart 2020 het meerjarenplan 2020 – 2025 van Kerkfabriek Heilige Man Job goed.
De gemeenteraad keurde d.d. 8 maart 2021 de aanpassing meerjarenplan 2020 - 2025 van Kerkfabriek Heilige Man Job goed.
Decreet lokaal bestuur 22 december 2017.
Decreet van 7 mei 2004 houdende de materiële organisatie en werking van de erediensten – artikel 43.
Het aangepaste meerjarenplan 2020-2025 wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 57.01 minuten tot 58.54 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het aangepaste meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Heilige Man Job goed.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de kerkraad Heilige Man Job, het provinciebestuur en het bisdom Antwerpen.
“Meer dan coronacrisis en opvang van Oekraïense vluchtelingen”: cyberaanval zal stad Antwerpen ettelijke miljoenen kosten. Dat kopte Gazet van Antwerpen deze week. Ongeveer 70 miljoen. Zo hoog zou de schade zijn aan de stad Antwerpen als gevolg van de cyberaanval begin december vorig jaar.
Hoewel Brecht uiteraard niet Antwerpen is willen we dit toch onder de aandacht brengen. Beter voorkomen dan genezen …
Cybercriminelen vallen steeds vaker lokale overheden aan.
Een lokaal bestuur laten functioneren zonder ICT is stilaan ondenkbaar, maar zijn ze wel voldoende beschermd?
Sinds de coronacrisis is die vraag nog relevanter geworden.
Is een lokaal bestuur voldoende gewapend tegen hackers? De Vlaamse overheid stelt voor dat te laten testen via een cyber-audit.
Reeds 142 lokale besturen hebben ingetekend (cijfers t.e.m. september 2022) op een cyber-audit van de Vlaamse overheid.
De 158 andere lokale besturen zouden dit ook best doen.
Vlaanderen investeert fors mee in cyberveilige gemeenten. Zo is er sinds september 2021 de mogelijk tot het uitvoering van een basisaudit door audit Vlaanderen, die voor twee derde door de Vlaamse overheid betaald wordt. Lokale besturen kunnen ook steeds een bijkomende audit laten uitvoeren. Daarvoor is in een cofinanciering van 50 procent voorzien.
Onze vragen hierbij:
Toelichting wordt gegeven door schepen C. Beyers.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 58.55 minuten tot 1.07.07 uur.
De laatste weken bereiken ons weer heel wat berichten i.v.m. de onveilige stationsomgeving van station Noorderkempen.
Vandalisme, een algemeen gevoel van onveiligheid en vooral diefstal. De burgers van Brecht en omliggende gemeenten probeert men te motiveren de trein te nemen, maar dit samen met de vele vertragingen en het regelmatig schrappen van treinen, doet steeds meer mensen weer naar de auto grijpen.
Onze vragen hierover:
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 1.07.08 uur tot 1.25.22 uur
De voorzitter sluit de zitting op 18/01/2023 om 12:00.
Namens Gemeenteraad,
Annemie Marnef
Algemeen Directeur
Leo Nicolaï
Voorzitter gemeenteraad