De voorzitter opent de zitting op 13/11/2025 om 20:22.
Op 3 oktober 2025 werd de voorzitter van de gemeenteraad Patrick Van Assche door raadslid Charlotte Beyers op de hoogte gebracht van haar verhindering als raadslid omwille van bevallingsrust.
Ze verzoekt om haar als raadslid - gedurende haar afwezigheid - te laten vervangen.
Ze diende hiervoor een attest van zwangerschapsverlof in met vermoedelijke ingangsdatum 10 november 2025 en einddatum 28 februari 2026.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 12 (verhindering).
Gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024 - PV van het gemeentelijk hoofdbureau.
Gemeenteraadsbeslissing van 5 december 2024 - Installatie gemeenteraad.
Uit het proces-verbaal van de verkiezingen van 13 oktober 2024 blijkt dat Paul Quirijnen als volgende uitgenodigd moet worden.
Hij zal Charlotte Beyers vervangen als raadslid, vanaf de zitting van 13 november 2025 tot het einde van de bevallingsrust.
Uit het onderzoek van de geloofsbrieven blijkt dat hij voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden.
Hij heeft verklaard dat hij zich niet in een situatie van onverenigbaarheid bevindt.
In openbare vergadering en in handen van de voorzitter legt hij de eed af, welke bepaald is bij art. 6 § 3 van het decreet lokaal bestuur: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen".
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 25.39 minuten tot en met 27.52 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van de vervanging van raadslid Charlotte Beyers door Paul Quirijnen, vanaf de zitting van 13 november 2025 van de gemeenteraad tot aan het einde van de bevallingsrust.
Artikel 2
Paul Quirijnen legt de eed af als raadslid.
Artikel 3
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan Paul Quirijnen, Charlotte Beyers, de financiële dienst en de personeelsdienst.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad - GR 16 januari 2025.
Het verslag voorgaande zitting wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 27.53 minuten tot en met 29.02 minuten.
Artikel 1
Het verslag van de voorgaande zitting van 9 oktober 2025, dat acht dagen voor de huidige zitting ter inzage van de raadsleden heeft gelegen, wordt door de gemeenteraad goedgekeurd.
Beleidsdoelstelling: D000006 - Elke burger is een VIP en wordt zo behandeld en verder geholpen
Actieplan: AP000020 - Dagelijkse werking dienstverlening
Actie: A000078 - Dagelijkse werking dienstverlening
Beleidsveld: BV 0640
ARK: 7030000
Omschrijving: Retributie nutsvoorzienningen werken Fluvius (elektriciteit)
Beleidsveld: BV 0650
ARK: 7030000
Omschrijving: Retributie nutsvoorzienningen werken Fluvius (gas)
Beleidsveld: BV 0660
ARK: 7030000
Omschrijving: Retributie nutsvoorzienningen werken Fluvius (kabel)
De gemeente Brecht en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.
Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein.
De goedkeuring door de gemeente Brecht van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen heeft tot doel een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.
Deze code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.
Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening.
Daarnaast zijn er een aantal werken (zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken) die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.
De actualisatie van de code bewerkstelligt dat er meer aandacht gaat naar minder hinder en dat er meer oog is voor het totaalconcept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten zoals GIPOD, KLIP, ...
Toelichting wordt gegeven door schepen D. De Veuster.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 29.03 minuten tot en met 33.37 minuten.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Artikel 1 - Algemeen
Het retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
- alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
- alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken.
Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,50 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar.
In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 4 – Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 5 – Definitief karakter
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Op de gemeenteraad van 9 september 2021 werd het politiereglement van brandweerzone Rand met betrekking tot maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen goedgekeurd.
De wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen.
Art. 119 en 135, §2 Nieuwe gemeentewet, waarbij de bevoegdheid voor het nemen van politieverordeningen wordt toegewezen aan de gemeenten.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41 betreffende de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het Koninklijk besluit van 19 december 2014 tot vastlegging van de organisatie van de brandpreventie in de hulpverleningszones, artikel 5 betreffende het uitoefenen van de controle op de brandpreventie.
Gemeenteraadsbeslissing van 12 september 2024 betreffende de aanpassingen aan het GAS-reglement.
Gemeenteraadsbeslissing van 9 september 2021 betreffende het politiereglement van brandweerzone Rand met betrekking tot maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen.
Besluit zoneraad Brandweer Zone Rand van 27 juni 2025 - Politiereglement - principiële goedkeuring van de politieverordening houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen.
De bovenvermelde politieverordening is van kracht binnen de 20 gemeenten van brandweerzone Rand.
Met één reglement is er gezorgd voor een gelijke bescherming voor alle inwoners van Brandweer Zone Rand én is het duidelijk wat je als uitbater moet doen om een brandveilige zaak uit te baten.
Het bestaande reglement is sinds 2021 van kracht. Door het effectief toepassen van de voorwaarden, het opmaken van brandpreventieverslagen en bijhorende brandattesten wordt vastgesteld dat sommige bepalingen en formuleringen beter kunnen. Door de aanpassing van het reglement zoals het nu wordt voorgelegd aan de gemeenteraad wil Brandweerzone Rand zorgen voor duidelijkheid voor uitbaters, gemeentebesturen en adviseurs brandpreventie en onnodige afwijkingsaanvragen vermijden.
Het reglement en aanpassingen worden opgenomen als bijlage.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 33.38 minuten tot en met 35.41 minuten.
Artikel 1
De gemeenteraad geeft goedkeuring aan het gewijzigde politiereglement Brandweerzone Rand betreffende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen.
Artikel 2
Het politiereglement zal ingaan vanaf 1 januari 2026 en vervangt de bestaande politieverordening houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen.
Artikel 3
Afschrift van dit besluit zal overgemaakt worden aan brandweerzone Rand en de dienst integrale veiligheid.
Beleidsdoelstelling: D000003 - We streven naar een welvarend en ondernemend Brecht waarbij de basis wordt gelegd in kwalitatief onderwijs.
Actieplan: AP000013 - Dagelijkse werking welvarend/ondernemend.
Actie: A000055 - Dagelijkse werking welvarend/ondernemend.
Beleidsveld: BV 0020
ARK: 7360500
Omschrijving: Benzine-, olie- en persdrukpompen
Gemeenteraadsbeslissing van 14 mei 2020 over het belastingreglement op brandstofverdelingstoestellen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41
Decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
Ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
Toelichting wordt gegeven door schepen L. Cooreman.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 35.42 minuten tot en met 38.55 minuten.
Artikel 1 - Belastbaar voorwerp of belastbaar feit
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting geheven op olie-, benzine- en andere brandstofverdelingstoestellen.
Artikel 2 - Definitie
Onder brandstofverdelingstoestellen moet worden verstaan alle olie-, benzine-, en andere brandstofverdelingstoestellen, geplaatst langs de openbare weg of op privaat terrein langs de openbare weg opgesteld en gebruikt tot bevoorrading van de aanrijdende voertuigen.
Eén toestel kan meerdere bedieningspunten bevatten. Een bedieningspunt is een apparaat waarin één of meer distributieslangen bevestigd zijn voor het overbrengen van brandstof naar een voertuig, verbonden aan één telapparaat. Elke teller komt dus overeen met een bedieningspunt.
Artikel 3 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het toestel.
Artikel 4 - Tarief
De belasting wordt vastgesteld op 50 euro per jaar per bedieningspunt.
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 0,10 euro.
Artikel 5 - Vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
a) Toestellen die niet gebruikt worden voor publieke bevoorrading
b) Toestellen in privé-eigendom geplaatst, wanneer geen enkele aanduiding naar buiten is aangebracht die wijst op brandstofverkoop en deze toestellen niet gebruikt worden voor de bevoorrading van aanrijdende voertuigen.
Artikel 6 - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7 - Aangifteplicht
De belastingplichtige moet ten laatste voor 31 januari van ieder jaar aangifte doen van de gebruikte toestellen op volgend adres: Gemeentepark 1, 2960 Brecht of via e-mail op volgend adres: gemeentebelastingen@brecht.be.
De aangifte moet gedaan worden op het formulier dat door het gemeentebestuur wordt toegestuurd.
De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
Artikel 8 - Procedure van ambtshalve vaststelling
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verdubbeld. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 9 - Betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 - Bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 11 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 12 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Beleidsdoelstelling: D000003 - We streven naar een welvarend en ondernemend Brecht met de basis in kwalitatief onderwijs
Actieplan: AP000013 - Dagelijkse werking welvarend/ondernemend
Actie: A000055 - Dagelijkse werking welvarend/ondernemend
Beleidsveld: BV 0020
ARK: 7340800
Omschrijving: Belasting uitbatingsvergunningen (nachtwinkels en phoneshops)
Gemeenteraadsbeslissing van 10 december 2020 betreffende het belastingreglement op uitbatingsvergunningen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41
Decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
Het is aangewezen om een belasting te heffen op handelszaken die onderworpen zijn aan een uitbatingsvergunning omwille van volgende argumenten:
De activiteiten van deze zaken verschillen fundamenteel van deze van de gewone kleinhandel, waardoor een bijkomende belasting wordt veroorzaakt m.b.t. toezicht inzake openbare orde, rust, veiligheid en milieu.
Dit reglement voorziet een ruimere toepassing dan enkel de nachtwinkels en telecomwinkels om te kunnen inspelen en anticiperen op toekomstige trends.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 38.56 minuten tot en met 40.52 minuten.
Artikel 1 - Belastbaar voorwerp of belastbaar feit
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting geheven op de afgifte van een uitbatingsvergunning en een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning.
Artikel 2 - Definitie
Onder uitbatingsvergunning moet worden verstaan de vergunning die wordt afgeleverd door de burgemeester in het kader van het uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen.
Afgifte van de uitbatingsvergunning: de eerste uitreiking van een uitbatingsvergunning voor een bepaalde belastingplichtige voor een uitbating op een bepaald adres.
Een verlenging van de uitbatingsvergunning voor dezelfde belastingplichtige, zelfde uitbating en zelfde adres geldt niet als afgifte van de uitbatingsvergunning.
Wedkantoor: een agentschap dat weddenschappen aanneemt op paardenrennen gelopen in het buitenland.
Artikel 3 - Belastingplichtige
1. Voor alle uitbatingen, behalve de wedkantoren:
a. Eenmalige belasting op de afgifte uitbatingsvergunning.
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon op wiens naam de vergunning wordt afgeleverd.
b. Jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning.
De belasting is verschuldigd door de houder van de uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar.
2. Voor wedkantoren:
De belasting is verschuldigd door de houder van een uitbatingsvergunning tijdens de belastbare periode.
Artikel 4 - Tarief
1. Voor alle uitbatingen, behalve wedkantoren:
a. Eenmalige belasting op de afgifte van de uitbatingsvergunning.
De belasting bedraagt 6.000 euro voor de afgifte van de uitbatingsvergunning.
b. Jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning.
De belasting bedraagt jaarlijks 1.500 euro voor het hebben van een uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar.
De belasting is ondeelbaar. De intrekkingen, het vervallen van rechtswege, de administratieve schorsing of intrekken van de uitbatingsvergunning, zonder dat deze opsomming limitatief is, tijdens het aanslagjaar kan niet leiden tot de vermindering van de belastingaanslag.
2. Voor wedkantoren:
Een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning is verschuldigd ten bedragen van 62 euro per maand bedrijvigheid of per gedeelte daarvan.
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 0,10 euro.
Artikel 5 - Vrijstellingen
De jaarlijkse belasting is niet verschuldigd voor het jaar van de afgifte van de uitbatingsvergunning.
Artikel 6 - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7 - Wijziging of stopzetting uitbating
De belastingplichtige moet ten minste 15 dagen na stopzetten, overbrengen of overgeven van de uitbating hiervan melding doen op volgend adres: Gemeentepark 1, 2960 Brecht of via e-mail op volgend adres: gemeentebelastingen@brecht.be.
Indien er geen correcte en/of tijdige melding gebeurt, blijft de houder van de uitbatingsvergunning belastingplichtig.
Artikel 8 - Betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9 - Bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 10 - Niet-betaling
Bij niet betaling binnen de wettelijke vervaltermijn, wordt verwezen naar de regels bepaald in de recentste versie van het retributiereglement voor kosten verbonden aan de inning en invordering van fiscale en niet fiscale vorderingen.
Artikel 11 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 12 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Beleidsdoelstelling: D000002 - Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren.
Actieplan: AP000008 - Brecht zorgt voor een divers en betaalbaar woonaanbod dat aansluit bij de noden en waarbij plaats is voor nieuwe woonvormen.
Actie: A000046: Dagelijkse werking wonen
Beleidsveld: BV0020
ARK: 7375000
Omschrijving: Belasting op verwaarloosde en ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen
Gemeenteraadsbeslissing van 8 juni 2023 over het belastingreglement op ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen.
Artikel 170, §4 van de Grondwet: uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor het invoeren van belastingen.
De artikelen 40, §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur: exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad om de gemeentelijke belastingen vast te stellen.
Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, art. 2.5.1.0.1.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder boek 3.
Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder boek 3.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en later gewijzigd.
Het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De kwaliteit van woningen op het grondgebied van de gemeente moet bewaakt worden om het grondrecht op menswaardig wonen van de inwoners van de gemeente te vrijwaren.
Naast leegstaande en verwaarloosde woningen zijn er ook ongeschikte en onbewoonbare panden in Brecht.
Deze zijn niet veilig en ongezond om in te wonen.
De gemeente treedt streng op: het is haar taak om te waken over de woonkwaliteit.
De fiscale handhaving voor ongeschikt- en onbewoonbaarheid is een essentieel element in het bewaken van het grondrecht op kwaliteitsvol wonen: het stimuleert en dwingt de eigenaar van een ongeschikte of onbewoonbare woning om opgelegde renovatiewerkzaamheden uit te voeren.
De vrijstellingen van registratie en/of belasting opgenomen in dit reglement, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 40.53 minuten tot en met 43.36 minuten.
Artikel 1 - Definities en begripsomschrijvingen
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar kan niet worden opgenomen in het leegstandsregister.
Een woning die opgenomen is in het leegstandsregister kan echter wel op later tijdstip worden opgenomen in de gewestelijke inventarissen voor ongeschikte en onbewoonbare woningen en gebouwen.
Een woning die opgenomen is in het register voor verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen kan ook worden opgenomen in de gewestelijke inventarissen voor ongeschikte en onbewoonbare woningen en gebouwen.
Artikel 2 - Belastbaar feit
Er wordt vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.
De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende zes opeenvolgende maanden opgenomen is in deze inventaris.
Zolang de woning niet uit de gewestelijke inventaris is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd bij elke nieuwe verjaring van de eerste datum dat een belasting verschuldigd was. In concreto is een belasting dus verschuldigd op 6 maanden, 18 maanden, 30 maanden, … na opnamedatum in de gewestelijke inventaris van ongeschikt en onbewoonbare woningen, voor zover het belaste goed ononderbroken is opgenomen.
Artikel 3 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de houder(s) van het zakelijk recht van de ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woning.
Ingeval van mede-eigendom is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtig in verhouding tot zijn aandeel in de ongeschikt- of ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woning. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschuld.
Bij overdracht van een zakelijk recht op een ongeschikt- of ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woning geldt een meldingsplicht. De overdrager van het zakelijk recht bezorgt de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder(s) van het zakelijk recht. Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de gemeente op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval bezorgt de instrumenterende notaris de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder(s) van het zakelijk recht. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het zakelijk recht voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register.
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 4 - Tarief
De belasting bedraagt:
Deze basisbelasting is verschuldigd na de eerste 6 maanden registratie in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.
Indien de woning 18 maanden in de inventaris staat, bedraagt de belasting:
Indien de woning 30 maanden in de inventaris staat, bedraagt de belasting:
Indien de woning 42 maanden of een langere opeenvolgende termijn van 12 maanden in de inventaris staat, bedraagt de belasting:
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex.
Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025.
Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 0,10 euro.
Artikel 5 - Vrijstellingen
In enkele gevallen kan de houder van een zakelijk recht van de woning vrijgesteld worden van betaling van de heffing.
Een vrijstelling van de heffing moet aangevraagd worden door middel van een aanvraagformulier. De vrijstelling van de heffing wordt in geen enkel geval automatisch toegekend door de administratie. De aanvraag van een vrijstelling dient schriftelijk te gebeuren via aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs.
Tijdens de periode van vrijstelling blijft de woning wel geïnventariseerd.
Soms zijn vrijstellingen beperkt in de tijd, of worden ze voorwaardelijk toegekend. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vrijstelling en dient de heffing alsnog betaald te worden.
Van de heffing op ongeschikt of ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen kunnen worden vrijgesteld (persoonsgebonden):
° de overdracht van een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt
° de overdracht van een vennootschap die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten gemene titel
Een vrijstelling wordt verleend indien de woning of de kamer (objectgebonden):
een renovatiedossier bevat minstens al de volgende stukken:
1° een tekening of schets van de woning met aanduiding van de geplande werken
2° een volledige opsomming en korte beschrijving van alle geplande werken met tijdsschema
3° een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken:
a) een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer
b) een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd
c) een combinatie van beide offertes
4° een fotoreportage van de delen van de woning die gerenoveerd worden.
5° indien van toepassing : een akkoord van de mede-eigenaars.
Indien een vrijstelling werd bekomen op basis van (renovatie)werken dient de belastingplichtige, wanneer deze een verlenging beoogt van deze vrijstelling, uiterlijk bij het verstrijken van één jaar vrijstelling de nodige bewijzen voor te leggen aan de registerbeheerder waaruit blijkt dat de gemelde werken werden aangevat of voltooid, of waaruit blijkt dat de werken nog niet konden worden aangevat of voltooid. Het college van burgemeester en schepenen beslist daarbij over de al dan niet verlenging van de vrijstellingsperiode, met dien verstande dat maximum na een vrijstellingsperiode van drie jaar de werken dienen te zijn voltooid.
Bij gebreke aan het voorleggen van deze bewijzen of wanneer uit de voorgelegde documenten blijkt dat de omgevingsvergunning als vervallen moet worden beschouwd, zal de belasting alsnog geïnd worden, rekening houdend met de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 6 - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7 - Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8 - Bezwaar
De belastingschuldige kan tegen deze belasting bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de bepalingen in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 9 - Niet-betaling
Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20 euro aangerekend voor de verzending.
Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20 euro aangerekend.
Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot het verlenen van een volmacht aan de gerechtsdeurwaarder met het oog op het laten opmaken van een ‘bevel tot betaling’. Voor het aanmaken van deze volmacht wordt een kost van 30 euro aangerekend.
Artikel 10 - Overgangsmaatregelen
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
De vrijstellingen die werden bekomen op basis van het vorig reglement van 8 juni 2023 of van een van de daarvoor geldende reglementen, worden in mindering gebracht van de periodes waarvoor krachtens onderhavig reglement op dezelfde gronden een gelijkaardige vrijstelling zou kunnen worden verkregen.
Artikel 11 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Raadslid S. Deckers vervoegt de zitting
Beleidsdoelstelling: D00002 - Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren.
Actieplan: AP000008 - Brecht zorgt voor een divers en betaalbaar woonaanbod dat aansluit bij de noden en waarbij plaats is voor nieuwe woonvormen.
Actie A000046: Dagelijkse werking wonen
Beleidsveld: BV0020
ARK: 7374000
Omschrijving: Belasting op leegstand van woningen en gebouwen
Gemeenteraadsbeslissing van 8 juni 2023 over het reglement van inventarisatie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen.
Artikel 170 §4, Grondwet: uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor het invoeren van belastingen.
De artikelen 40, §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur: exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad om de gemeentelijke belastingen vast te stellen.
Decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand optimaal benut wordt. We wensen de langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente te voorkomen en te bestrijden. Op basis van de Vlaamse Codex Wonen moeten gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. Een gemeentelijk reglement moet worden aangenomen waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld.
De strijd tegen de leegstaande woningen en gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting. Zo heft het Vlaamse Gewest sinds aanslagjaar 2010 geen eigen heffing op leegstand meer en met ingang van aanslagjaar 2017 legt het aan de gemeenten alleen een strategisch kader met hoofdlijnen op. Hierdoor geeft het Gewest een grote autonomie aan gemeenten om een eigen beleid te voeren, zowel bij de opmaak van een leegstandsregister als bij de invoering van een gemeentelijke heffing op leegstaande woningen en gebouwen. De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van een belasting op leegstaande woningen en gebouwen.
De vrijstellingen van registratie en/of belasting opgenomen in dit reglement, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 43.37 minuten tot en met 45.28 minuten.
Artikel 1 - Belastbaar voorwerp of belastbaar feit
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting geheven op woningen en gebouwen die gedurende minstens zes opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
De gemeente houdt een register van leegstaande gebouwen en woningen bij, hierna leegstandsregister te noemen, en dit op grond van art. 2.9 tem art 2.14 van de Vlaamse Codex wonen van 2021.
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, kan niet worden opgenomen in het leegstandsregister.
Een woning die opgenomen is in het leegstandsregister kan echter wel op later tijdstip worden opgenomen in de gewestelijke inventarissen voor ongeschikte en onbewoonbare woningen en gebouwen.
Een woning die opgenomen is in het leegstandsregister kan ook op later tijdstip worden opgenomen in de gemeentelijke inventarissen voor verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.
In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
DEFINITIES
Artikel 2
De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst wonen en bevat de volgende zaken:
Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag.
Artikel 3 - Leegstaand gebouw
Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd als meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten of zoals later gewijzigd, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is.
Een gedeelte is enkel afsplitsbaar als het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Een nieuw gebouw wordt als een leegstaand gebouw beschouwd indien dat gebouw binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
Artikel 4 - Leegstaande woning
En woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer ze gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie of de volgende functies die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengen:
Artikel 5 - Leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimte
Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor de inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende de maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.
De bedrijfsruimte die op grond van art. 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten of zoals later gewijzigd worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen of woningen in de zin van deze afdeling beschouwd. Het gaat over de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt die als één geheel te beschouwd zijn en die toebehoren aan dezelfde eigenaar, valt onder de toepassing van dit decreet. De verzameling heeft een minimale oppervlakte van vijf are.
LEEGSTANDSREGISTRATIE
Artikel 6 - Opsporingsbevoegdheid
De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstaande woningen en gebouwen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in art. 6 van het decreet van 30 mei betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 7 - Administratieve akte van leegstand
Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt vastgesteld door een administratieve akte van leegstand en wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
In de administratieve akte worden alle indicaties van leegstand vermeld.
Artikel 8 - Kennisgeving vaststelling en betwisting vaststelling
De registerbeheerder stelt alle houder(s) van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, met een beveiligde zending in kennis van de vaststelling van leegstand en van het voornemen om de woning of het gebouw op te nemen in het leegstandsregister.
Deze kennisgeving bevat:
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht. Is een woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.
Tegen de vaststelling en het voornemen tot opname in het leegstandsregister kan beroep worden aangetekend bij het college van burgemeester en schepenen binnen de dertig dagen, ingaande de dag na de betekening.
Het beroep bevat minstens volgende gegevens:
Het college doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de betekening van het beroepschrift.
Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.
De registerbeheer betekent de beslissing aan de indiener per beveiligde zending.
Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen inzake het bezwaar tegen de voorgenomen registratie kan binnen een termijn van drie maanden na kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg.
Artikel 9 - Opname in het leegstandsregister
De woningen en gebouwen die in een eerder op grond van artikel 2.9 tem artikel 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 opgemaakt register zijn opgenomen worden opgenomen in het register op grond van het huidige reglement en met behoud van de oorspronkelijke datum van opname.
Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt overeenkomstig artikel 9 of het bezwaar van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de registerbeheer het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand, zijnde de datum van de administratieve akte.
Het college verklaart het beroep ongegrond wanneer de toegang tot de woning of het gebouw, in het kader van een feitenonderzoek, geweigerd of verhinderd wordt.
Artikel 10 - Schrapping uit het leegstandsregister
Een schrapping van een woning of gebouw uit het leegstandsregister gebeurt op schriftelijk verzoek van de houder van het zakelijk recht.
Voor de schrapping uit het register richt de houder van het zakelijk recht een schriftelijk verzoek aan de administratie. Op straffe van nietigheid moet dit verzoekschrift:
Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht , voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat.
De administratie stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.
De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 4 aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden of dat het gebouw gesloopt werd. Een gebouw uit het leegstandsregister zal geschrapt worden bij aanvaarding van de schrapping. De datum van de schrapping van een gebouw uit het leegstandsregister is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.
Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning overeenkomstig de functie vermeld in artikel 5 aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden of dat de woning gesloopt werd. Een woning uit het leegstandsregister zal geschrapt worden bij aanvaarding van de schrapping. De datum van de schrapping van een woning uit het leegstandsregister is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.
DE BELASTING VAN LEEGSTAANDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 11 - Belastbaar feit
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister.
De belasting voor een leegstaande woning of gebouw is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende zes opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op elke nieuwe verjaring van de eerste datum dat een belasting verschuldigd was. In concreto is een belasting dus verschuldigd op 6 maanden, 18 maanden, 30 maanden, … na opnamedatum in het leegstandsregister voor zover het belaste goed ononderbroken is opgenomen.
Artikel 12 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht voor het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik of gebruiksrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht, van vruchtgebruik of gebruiksrecht op het ogenblik dat de belasting verschuldigd wordt.
Ingeval van mede-eigendom is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in het leegstaande gebouw of woning. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschuld.
Bij overdracht van een zakelijk recht op een leegstaande woning en/of gebouw geldt een meldingsplicht. De overdrager van het zakelijk recht bezorgt de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuw houder van het zakelijk recht. Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de gemeente op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval bezorgt de instrumenterende notaris de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder van het zakelijk recht. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het zakelijk recht voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het leegstandsregister
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 13 - Tarief
De belasting bedraagt:
Als het gebouw of de woning 18 maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning 30 maanden in het register staat, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning 42 maanden of een langere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat, bedraagt de belasting:
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 0,10 euro.
Artikel 14 - Vrijstellingen
In enkele gevallen kan de houder van een zakelijk recht van het gebouw of de woning vrijgesteld worden van betaling van de heffing.
Een vrijstelling van de heffing moet aangevraagd worden door middel van een aanvraagformulier. De vrijstelling van de heffing wordt in geen enkel geval automatisch toegekend door de administratie. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
De aanvraag van een vrijstelling dient schriftelijk te gebeuren via aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs.
Tijdens de periode van vrijstelling blijft de woning of het gebouw wel geregistreerd.
Soms zijn vrijstellingen beperkt in de tijd, of worden ze voorwaardelijk toegekend. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vrijstelling en dient de heffing alsnog betaald te worden.
Van de leegstandsbelasting kunnen worden vrijgesteld (persoonsgebonden):
° de overdracht van een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt
° de overdracht van een vennootschap die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten gemene titel
Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning (objectgebonden):
Indien een vrijstelling werd bekomen op basis van (renovatie)werken dient de belastingplichtige, wanneer deze een verlenging beoogt van deze vrijstelling, uiterlijk bij het verstrijken van één jaar vrijstelling de nodige bewijzen voor te leggen aan de registerbeheerder waaruit blijkt dat de gemelde werken werden aangevat of voltooid, of waaruit blijkt dat de werken nog niet konden worden aangevat of voltooid. Het college van burgemeester en schepenen beslist daarbij over de al dan niet verlenging van de vrijstellingsperiode, met dien verstande dat maximum na een vrijstellingsperiode van drie jaar de werken dienen te zijn voltooid.
Bij gebreke aan het voorleggen van deze bewijzen of wanneer uit de voorgelegde documenten blijkt dat de omgevingsvergunning als vervallen moet worden beschouwd, zal de belasting alsnog geïnd worden, rekening houdend met de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 15 - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 16 - Betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 17 - Bezwaar
De belastingschuldige kan bezwaar aantekenen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 18 - Niet-betaling
Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20 euro aangerekend voor de verzending.
Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend.
Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot het verlenen van een volmacht aan de gerechtsdeurwaarder met het oog op het laten opmaken van een ‘bevel tot betaling’. Voor het aanmaken van deze volmacht wordt een kost van 30 euro aangerekend.
Artikel 19 - Overgangsmaatregelen
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
De vrijstellingen die werden bekomen op basis van het vorig reglement van 8 juni 2023 of van de daarvoor geldende reglementen, worden in mindering gebracht van de periodes waarvoor krachtens onderhavig reglement op dezelfde gronden een gelijkaardige vrijstelling zou kunnen worden verkregen.
Artikel 20 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Beleidsdoelstelling: D000006 - Elke burger is een VIP en wordt zo behandeld en verder geholpen.
Actieplan: AP000020 - Dagelijkse werking dienstverlening.
Actie: A000078 - Dagelijkse werking dienstverlening.
Beleidsveld: BV0130
ARK: 7054000
Omschrijving: Afgifte administratieve documenten (ook conformiteitsattesten, bestuurderspassen,...)
Gemeenteraadsbeslissing van 16 mei 2024 betreffende het retributiereglement op het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek.
Gemeenteraadsbeslissing van 16 mei 2024 betreffende de verordening conformiteitsattesten.
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 - Toegang tot bestuursdocumenten, art. 11.26 tot en met 11.51.
De wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht omzendbrief van 18 juli 2018.
Besluit van de Vlaamse Regering tot codificatie van de decreten betreffende het Vlaams Woonbeleid van 17 juli 2020.
De Vlaamse Codex wonen van 2021 (inzonderheid boek 3 en artikel 3.2).
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Omwille van de financiële toestand van de gemeente is het noodzakelijk om retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten. Met name het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek veroorzaakt kosten voor de gemeente die verhaald worden op de aanvrager.
Door wijziging van de Vlaamse Codex Wonen 2021, ingaand op 1 juni 2024, zal de gemeente een vergoeding kunnen vragen voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek. Daarmee vervalt de mogelijkheid om een vergoeding te vragen voor de aanvraag van een conformiteitsattest.
De Vlaamse regering trekt in haar besluit van 8 december 2023 het maximale bedrag dat de gemeente mag aanrekenen voor het uitvoeren van conformiteitsonderzoeken op tot de werkelijke kostprijs, met een maximum van 200 euro. Dit bedrag zal jaarlijks geïndexeerd worden.
De vergoeding wordt gevraagd per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag. Voor een kamerwoning is dit dus een vergoeding per kamer. De gemeente mag geen vergoeding aanrekenen voor het eerste conformiteitsonderzoek in het kader van een waarschuwingsprocedure of een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring.
Dit zorgt ervoor dat er:
De houder van het zakelijk recht zal dus enkel een vergoeding moeten betalen bij hercontroles en bij de aanvraag van een conformiteitsattest. Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen, in volgende gevallen:
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 45.29 minuten tot en met 48.07 minuten.
Artikel 1 - Termijn
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het uitvoeren van een woningkwaliteitsonderzoek.
Artikel 2 - Toepassingsgebied
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het woningkwaliteitsonderzoek.
Artikel 3 - Tarief
Het bedrag van de retributie per kwaliteitsonderzoek wordt vastgesteld als volgt:
- In kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest: 150 euro voor het eerste onderzoek en 75 euro voor de hercontrole.
- In kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren: 150 euro.
- In kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure: 150 euro.
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex.
Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand januari 2025.
Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 0,10 euro.
Artikel 4 - Wijze van betaling
De retributie voor het uitvoeren van een woningkwaliteitsonderzoek wordt binnen de 30 dagen na ontvangst van de factuur betaald door overschrijving op het rekeningnummer van het gemeentebestuur.
De factuur wordt, na het uitvoeren van het onderzoek, aan de aanvrager bezorgd.
Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20 euro aangerekend voor de verzending.
Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd.
Voor deze aanmaning wordt een kost van 20 euro aangerekend.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.
Voor het aanmaken van dit dwangbevel en het overmaken van een dossier aan de gerechtsdeurwaarder wordt een kost van 30 euro aangerekend.
Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.
De rechtbanken van Antwerpen zijn bevoegd.
Artikel 5 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 6 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Beleidsdoelstelling: D000002 - Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren
Actieplan: AP000009 - Dagelijkse werking leefbaar
Actie: A000047 - Dagelijkse werking leefbaar
Beleidsveld: BV 0329
ARK: 6130000
Omschrijving: Verkleinen afvalberg (sensibilisering - gescheiden ophaalsysteem voor gemeente zelf - acties zwerfvuil)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen betreffende het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Het Materialendecreet van 23 december 2011 implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen.
Artikel 26 van het Materialendecreet geeft aan de gemeenten de opdracht om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen.
Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
Er wordt gestreefd om de biologische kringloop zoveel mogelijk thuis te sluiten.
Om het thuiscomposteren te stimuleren, kunnen compostvaten en -bakken aangekocht worden op het recyclagepark.
Het selectief ingezamelde groenafval en het gft worden gecomposteerd. Het eindproduct, IGEAN-compost is een echte bodemverbeteraar en is in zakken beschikbaar op de recyclageparken.
Tevens wordt ook gebruiksklare potgrond aangeboden, die IGEAN-compost bevat. Het gebruik wordt aangemoedigd omdat deze lokaal geproduceerde compost zorgt voor een kleinere ecologische voetafdruk dankzij de vastlegging van CO2.
Via de recyclageparken kunnen inwoners een regenwaterton aankopen aan een voordelig tarief zodat ze kostbaar hemelwater kunnen opvangen. Deze zorgen voor een waterbuffer in droge periodes.
Om hechtgebonden asbest af te leveren op het recyclagepark is het verplicht dit afval te verpakken zoals bepaald in de omzendbrief OMG 2020/O 2020/1. Hiervoor moet gebruik gemaakt worden van speciale zakken of folie die op het recyclagepark aangekocht kunnen worden. Het gaat om buisfolie voor asbestplaten of een minibag voor andere vormen van asbestgebonden cement. Bezoekers van het recyclagepark kunnen hechtgeboden asbest uitsluitend aanbieden via deze buisfolie of minibags.
Landbouwers van de gemeenten Brecht, Essen, Kalmthout en Wuustwezel kunnen vaten voor medisch afval van 30 of 60 liter aankopen op de recyclageparken van Brecht, Essen of Kalmthout. Gevulde vaten kunnen enkel naar deze parken teruggebracht worden.
Gelet op de kostprijs voor de gemeente, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente omwille van de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Het is aangewezen om uniforme retributies toe te passen in de hele IGEAN-regio voor de verkoop van de recipiënten.
Dit voorstel werd goedgekeurd door de raad van bestuur van IGEAN milieu & veiligheid op 10 september 2025.
Toelichting wordt gegeven door schepen M. Crynen.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 48.08 minuten tot en met 50.45 minuten.
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt de retributie op de verkoop van diverse recipiënten vastgesteld als volgt:
| compostvat incl. beluchtingstok |
50 euro |
| beluchtingsstok |
5 euro |
| compostbak |
140 euro |
| aanbouwmodule compostbak |
95 euro |
| regenwaterton 310 liter |
70 euro |
| regenwaterton 510 liter |
110 euro |
| buisfolie voor asbestplaten |
1 euro |
| minibag van 150 liter voor asbestcementafval |
1 euro |
| zak compost 40 liter |
5 euro |
| zak potgrond 50 liter |
8 euro |
| vat voor medisch afval - landbouw 30 liter |
20 euro |
| vat voor medisch afval - landbouw 60 liter |
30 euro |
| gft-container 40 liter |
0 euro |
| gft-container 120 liter |
0 euro |
| gft-container 240 liter |
0 euro |
| papiercontainer 120 liter |
0 euro |
| papiercontainer 240 liter |
0 euro |
| papiercontainer 1.100 liter |
0 euro |
Artikel 2
§ 1. Het bedrag van de retributies vermeld in artikel 1 is verschuldigd door eenieder die gebruik wenst te maken van het recipiënt en bij de aflevering ervan.
§ 2. Een gezin bestaat uit alle personen die in het bevolkingsregister aan elkaar gekoppeld zijn via de referentiepersoon. De referentiepersoon van een gezin is de persoon in het bevolkingsregister die het huishouden vertegenwoordigt bij contacten met de overheid.
Artikel 3
De retributieplichtige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze retributie bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betalingsuitnodiging of afrekening.
Het college van burgemeester en schepenen, of een gemeentelijk personeelslid dat daartoe bijzonder door het college van burgemeester en schepenen is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding.
Artikel 4
De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Brecht worden vrijgesteld van de retributie.
Artikel 5
De betaling gebeurt ter plaatse aan de betaalterminal met betaalkaarten.
Bij ontstentenis van betaling zal het verschuldigde bedrag aangerekend worden aan de referentie-persoon zoals gedefinieerd in art.2 §2.
In afwachting van de betaling van het verschuldigde bedrag, kan de toegang tot het recyclagepark geweigerd worden aan alle personen die in het bevolkingsregister gekoppeld zijn met de referentiepersoon.
Artikel 6
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning bij burgerlijke rechtsvordering gebeuren.
Artikel 7
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 8
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Beleidsdoelstelling: D000002 Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren
Actieplan: AP000009 Dagelijkse werking leefbaar
Actie: A000047 Dagelijkse werking leefbaar
Beleidsveld: BV 0329
ARK: 6130000
Omschrijving: Verkleinen afvalberg (sensibilisering - gescheiden ophaalsysteem voor gemeente zelf - acties zwerfvuil)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
Dit Materialenplan vormt het algemeen kader voor de selectieve inzameling van diverse fracties.
Tegen 2030 wil Vlaanderen de totale hoeveelheid restafval sterk verminderen.
Via het Materialenplan worden restafvaldoelstellingen voor elke gemeente vastgelegd.
Het Materialendecreet van 23 december 2011 implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA.
De gemeente Brecht is lid van IGEAN milieu & veiligheid en heeft beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid gedaan.
Aan de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbaar bedrijfsafval zijn kosten verbonden die zwaar doorwegen op de gemeentelijke financiën. Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente omwille van de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Om de scheiding aan de bron aan te moedigen is het niet aangewezen de inzameling- en verwerkingskosten voor de selectieve afvalsoorten volledig in functie van het aanbod door te rekenen aan de aanbieders. Voor een goede sturing van de selectieve inzameling is een goede verhouding tussen de tarieven voor de verschillende fracties essentieel.
Een jaarlijkse indexering van een aantal retributies is aangewezen om de algemene kostenstijging te volgen en de verhouding inkomsten/kosten in balans te houden.
Door in de gemeenten van het samenwerkingsgebied van IGEAN een gelijkaardig systeem en dezelfde retributies toe te passen, worden de tarieven door de inwoners als eerlijker ervaren en kan afvaltoerisme vermeden worden.
2. Relevante voorgeschiedenis, feiten en context
De gemeente zamelt volgende afvalstoffen in:
De tarieven zijn vastgelegd in het retributiereglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad:
Voor volgende fracties wordt diftar met weging toegepast:
Diftar met weging, zoals eveneens toegepast wordt voor een aantal fracties op het recyclagepark, geeft op een correcte wijze uitvoering aan het principe ‘de vervuiler betaalt’ vermits het zwaartepunt van de retributie ligt op de aangeboden hoeveelheid afval. Via dit systeem wordt bovendien gestreefd naar een kleinere hoeveelheid ongesorteerd restafval.
Volgende fracties kunnen kosteloos meegegeven worden met de selectieve inzameling aan huis of via de permanent opgestelde containers:
IGEAN heeft een voorstel uitgewerkt in samenwerking met een projectgroep met afgevaardigden van 17 van de 27 gemeenten. Het voorstel werd toegelicht en besproken op het adviescomité milieu op 16 juni 2025 en goedgekeurd door de raad van bestuur van IGEAN op 10 september 2025.
Toelichting wordt gegeven door schepen D. De Veuster.
Met de goedkeuring van de raadsleden wordt de tekst nog aangepast.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 50.46 minuten tot en met 1.04.31 uur.
Artikel 1 - Definities
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de inzameling van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
Voor de toepassing van deze retributies wordt verstaan onder:
Artikel 2 - Inning
§ 1. Zakken
Diegenen die gebruik maken van de door de gemeente voorgeschreven zakken voor de inzameling aan huis, zijn de in artikel 3 vermelde retributies verschuldigd op het ogenblik van de aankoop op de door de gemeente vastgestelde plaats(en).
§ 2. Inzameling met diftar aan huis, via ondergrondse of bovengrondse containers of via pop-up containers.
De retributie voor de diftarinzameling aan huis of via ondergrondse containers, is hoofdelijk verschuldigd door volgende personen of instanties die deel uitmaken van een aansluitpunt:
- de referentiepersoon van elk gezin als zodanig ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister
- de referentiepersoon van elk gezin die op het grondgebied van de gemeente om het even welke woning of woongelegenheid in gebruik heeft, hetzij tijdelijk, hetzij als tweede verblijf of zich het gebruik ervan voorbehoudt zonder nochtans ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister en die beroep doet op de dienstverlening
- iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die als hoofd- en of bijkomende activiteit op het grondgebied van de gemeente een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent en die beroep doet op de dienstverlening
- verenigingen, gemeenschapshuizen, openbare en semi-openbare instellingen, enz. die beroep doen op de dienstverlening
De retributie wordt in mindering gebracht van het voorschot voor de inzameling met diftar.
De aanrekening van de servicekost gebeurt maandelijks op de eerste dag van de maand voor de aansluitpunten met individuele containers.
De huisvuilcontainer is verplicht voor elk huishouden, ongeacht of er ook effectief afval wordt aangeboden.
Bij een wisseling van volume van individuele containers in de loop van de maand, zal het maandelijkse bedrag voor het initiële volume aangerekend worden tot het einde van die maand. De volgende maand zal het maandbedrag van het nieuwe volume aangerekend worden.
De aanrekening van de servicekost gebeurt maandelijks op de eerste dag van de maand voor de aansluitpunten die verplicht gebruik maken van ondergrondse containers, ongeacht of er ook effectief afval wordt aangeboden.
Diegenen die extra afval aanbieden via de ondergrondse containers, zijn de in artikel 5 vermelde retributies verschuldigd die in mindering worden gebracht van het voorschot.
Diegenen die gebruik maken van de pop-up containers zijn de in artikel 6 vermelde retributies verschuldigd die in mindering worden gebracht van het voorschot.
De retributies in artikel 7 zijn per evenement verschuldigd door iedere natuurlijke of rechtspersoon die een evenement organiseert, waarvoor op diens vraag tijdelijk één of meerdere containers ter beschikking worden gesteld.
Artikel 3 - Inzameling met zakken
Volgende retributie is verschuldigd op het ogenblik van de aankoop van de zakken voor de afvalinzameling op de door de gemeente vastgestelde plaats(en):
a) pmd-zakken:
| pmd-zak 30 liter |
0,10 euro/zak |
| pmd-zak 60 liter |
0,15 euro/zak |
b) papieren keukenafvalzakjes
| bundel van 80 keukenafval-zakjes van 8 liter |
6 euro /bundel (80 stuks) |
De zakken zijn enkel verkrijgbaar in voorverpakte hoeveelheden van meerdere stuks per eenheid.
Artikel 4 - Huis-aan-huisinzameling met diftar
§ 1. Parameters
De retributie voor huisvuil en gft omvat drie parameters:
§ 2. Werkwijze voorschotten
De retributies worden geïnd via een systeem van voorschotten, waarbij zowel de servicekosten als de retributies voor de geleverde diensten worden afgehouden.
In opdracht van de gemeente wordt hiervoor een uitnodiging tot betaling verstuurd.
De voorschotten dienen te worden overgeschreven op een gemeentelijke rekening.
Een voorschotbedrag wordt gevraagd via de eerste betalingsuitnodiging.
Als een aansluitpunt meerdere containers heeft, worden de bedragen opgeteld.
Zodra het reële verbruik van het aansluitpunt gekend is, wordt gewerkt volgens het principe van de slimme factuur en zijn de voorschotbedragen niet meer van toepassing.
De hoogte van het drempelbedrag bepaalt wanneer een nieuwe betalingsuitnodiging wordt verstuurd aan het aansluitpunt.
Wanneer het voorschot onder het minimumbedrag daalt, wordt de dienstverlening opgeschort tot er opnieuw een voldoende voorschot is.
De maandelijkse servicekost blijft evenwel steeds doorlopen.
§ 3. Terugbetaling
Bij een verhuis buiten de gemeente, het overlijden van een alleenwonende of het beëindigen van de dienstverlening op vraag van een niet-ingeschreven referentiepersoon, ontvangt het aansluitpunt een eindafrekening en wordt het nog beschikbare saldo van het voorschot terugbetaald op het laatst gekende rekeningnummer.
De container(s) en/of toegangskaart worden geblokkeerd voor verder gebruik.
§ 4. De voorschot-, drempel- en minimumbedragen
Volgende voorschot-, drempel- en minimumbedragen worden vastgelegd per volume container voor de huis-aan-huisinzameling en verwerking van afvalstoffen via het diftarsysteem:
| huisvuil |
40 l |
120 l |
240 l |
1.100 l |
| voorschotbedrag (euro) |
30 |
50 |
80 |
350 |
| drempelbedrag (euro) |
6 |
8 |
12 |
80 |
| minimumbedrag (euro) |
1,50 |
3 |
5 |
25 |
| gft |
40 l |
120 l |
1.100 l |
| voorschotbedrag (euro) |
20 |
20 |
250 |
| drempelbedrag (euro) |
6 |
8 |
80 |
| minimumbedrag (euro) |
1,50 |
3 |
25 |
§ 5. Retributies per parameter
Volgende retributies worden vastgelegd voor de huis-aan-huisinzameling en verwerking van afvalstoffen via het diftarsysteem:
|
|
40 l |
120 l |
240 l |
1.100 l |
| servicekost huisvuilcontainer (euro/maand) |
0,30 |
1 |
2 |
9 |
| servicekost gft-container (euro/maand) |
0,15 |
0,50 |
- |
4,50 |
|
|
40 l |
120 l |
240 l |
1.100 l |
| lediging huisvuilcontainer (euro/lediging) |
0,20 |
0,60 |
1,20 |
5 |
| lediging gft-container (euro/lediging) |
0,20 |
0,60 |
- |
5 |
| alle volumes |
|
| verwerking huisvuil (euro/kg) |
0,35 |
| verwerking gft (euro/kg) |
0,15 |
§ 6. Tarief plaatsen of wisselen container
De retributie voor het plaatsen of wisselen van volume bedraagt 15 euro.
De plaatsing of wisseling is gratis voor een nieuw aansluitpunt tot 30 kalenderdagen na de inhuizing.
§ 7. Tarief plaatsen wieltjes
De retributie voor het leveren en plaatsen van een set van 2 wieltjes op een container van 40 l bedraagt:
| leveren en plaatsen 2 wieltjes op 40 liter |
10 euro |
§ 8. Tarief plaatsen slot
De retributie voor het leveren en plaatsen van een slot bedraagt:
| leveren en plaatsen slot 40 - 240 liter |
25 euro |
| leveren en plaatsen slot 1.000 - 1.100 liter |
33 euro |
Artikel 5 - Extra huisvuil aanbieden via een ondergrondse container
§ 1. Gebruik van de ondergrondse container voor extra huisvuil
De gebruikers bepalen zelf wanneer zij, tijdens de toegelaten uren, het huisvuil in de ondergrondse huisvuilcontainer deponeren.
De inwoners maken hiervoor gebruik van hun elektronische identiteitskaart of van een toegangskaart.
De vulopening van de ondergrondse container is beperkt tot 40 liter voor huisvuil. Per aanbieding kan slechts éénmaal gebruik gemaakt worden van voormeld volume.
De toegangskaarten worden bezorgd via de firma die door IGEAN werd aangeduid voor de nazorg van het diftarproject.
Als het voorschot onder het minimumbedrag daalt zoals vermeld in artikel 4 § 4, zal er geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de ondergrondse huisvuilcontainers totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd.
§ 2. De voorschot-, drempel- en minimumbedragen
De voorschot-, drempel- en minimumbedragen zoals vermeld in artikel 4 § 4 zijn van toepassing.
§ 3. Retributies
De retributie voor het aanbieden van maximum 40 l huisvuil via de hiervoor voorziene ondergrondse huisvuilcontainer bedraagt:
| extra huisvuil max. 40 l |
2 euro |
De eerste toegangskaart is gratis. Voor de vervanging van een toegangskaart wordt volgende retributie aangerekend:
| vervanging toegangskaart |
10 euro |
Artikel 6 - Ondergrondse containers met diftar en pop-up containers
§ 1. Gebruik van de ondergrondse containers
Het gebruik van ondergrondse containers voor huisvuil, gft, pmd en/of papier en karton, is verplicht voor de bewoners van de door de gemeente aangeduide adressen. De inwoners van deze vastgelegde adressen kunnen de aangeduide fracties niet aanbieden via de huis-aan-huisinzameling.
De inwoners bepalen zelf wanneer zij, tijdens de toegelaten uren, het afval in de ondergrondse container deponeren.
De inwoners maken hiervoor gebruik van hun eID of een toegangskaart. De toegangskaarten worden bezorgd via de firma die door IGEAN werd aangeduid voor de nazorg van het diftarproject.
De maandelijkse servicekost zorgt ervoor dat elk aansluitpunt, dat afval kan aanbieden via de ondergrondse containers, bijdraagt in een deel van de vaste kosten van de dienstverlening.
Als het voorschot onder het minimumbedrag daalt zoals vermeld in artikel 6 § 3, zal er geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de ondergrondse containers totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd.
§ 2. Gebruik van de pop-up containers
Omwille van wegenwerken of andere omstandigheden kan het gebeuren dat de huis-aan-huisophaling van bepaalde fracties in bepaalde (delen van) straten tijdelijk niet kan plaatsvinden. De inzameling aan huis van bepaalde afvalstoffen wordt dan tijdelijk vervangen door een brengmethode naar een pop-up container.
Het gebruik van de pop-up container is verplicht voor de bewoners van door de gemeente aangeduide adressen.
De inwoners bepalen zelf wanneer zij, tijdens de toegelaten uren, het afval in de pop-up container deponeren.
De aanbieders maken hiervoor gebruik van hun elektronische identiteitskaart of vragen één toegangskaart per aansluitpunt aan.
De vulopening van de pop-up container is beperkt. Per aanbieding kan slechts éénmaal gebruik gemaakt worden van het vermelde volume.
Als het voorschot onder het minimum bedrag daalt zoals vermeld in artikel 4 § 4, zal er geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de pop-up container totdat er opnieuw voldoende voorschot betaald werd.
§ 3. De voorschot-, drempel- en minimumbedragen
De voorschot-, drempel- en minimumbedragen zoals vermeld in artikel 4 § 4 zijn van toepassing voor de aansluitpunten die beschikken over één of meerdere individuele containers.
Voor de aansluitpunten die verplicht gebruik maken van de ondergrondse containers, gelden volgende bedragen:
| voorschotbedrag |
50 euro |
| drempelbedrag |
12 euro |
| minimumbedrag |
3 euro |
§ 4. Retributies
Volgende retributies gelden per fractie en volgens en het maximum volume dat per keer aangeboden kan worden via de ondergrondse of pop-up containers en worden afgehouden van het voorschot:
| huisvuil per aanbieding van max. 40 liter |
1,70 euro |
| gft per aanbieding van max. 30 liter |
0,70 euro |
| pmd per aanbieding van max. 40 liter |
0,10 euro |
| papier en karton |
0 euro |
| glas |
0 euro |
De servicekost wordt maandelijks op de eerste dag van de maand van het voorschot gehouden van de aansluitpunten die verplicht gebruik maken van de ondergrondse containers, ongeachte het aantal effectieve aanbiedingen.
| servicekost per maand voor het gebruik van ondergrondse container(s) |
0,30 euro |
De eerste toegangskaart is gratis. Voor de vervanging van een toegangskaart wordt volgende retributie aangerekend:
| vervanging toegangskaart |
10 euro |
§ 5. Wijze van inning
De retributie is hoofdelijk verschuldigd door de personen of instanties die deel uitmaken van een aansluitpunt zoals vermeld in artikel 2 § 3 en afval aanbieden via de pop-up container(s) en voor aansluitpunten die verplicht gebruik maken van de ondergrondse containers.
De retributies zullen geïnd worden met een voorschottensysteem zoals beschreven in artikel 4 § 2 en § 4 waarbij de retributies voor de dienstverlening afgehouden worden.
Als het voorschot onder het minimum bedrag daalt, zal geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de ondergrondse en pop-up containers totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd.
Artikel 7 - Containers voor evenementen binnen het diftarproject
Voor evenementen kunnen tijdelijk containers aangevraagd worden, maximaal gedurende 1 maand. De containers worden op de gevraagde datum door de gemeentelijke diensten geplaatst en na lediging terug opgehaald.
Voor deze dienstverlening wordt een vast bedrag per container aangerekend:
| 120 l |
240 l |
1.100 l |
|
| forfaitair bedrag per container |
10 euro |
10 euro |
20 euro |
De lediging met weging gebeurt tijdens de ophaalronde van de huis-aan-huisinzameling. De ledigingskost (per ophaling) en verwerkingskost (per kg) zijn zoals vastgelegd in artikel 4 § 5 zijn. Na de huurperiode wordt er een factuur opgemaakt aan de organisator van het evenement.
Artikel 8 - Indexering
§ 1. Afgevlakte gezondheidsindex
De retributies vermeld in artikel 4 § 5, artikel 5 § 3 en artikel 6 § 4, met uitzondering van het tarief voor vervanging van een toegangskaart en het aanbieden van pmd via ondergrondse containers, worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. Het zo verkregen getal wordt naar boven afgerond op vier decimalen.
De totale retributie zal bij elke afrekening afgerond worden op 2 decimalen.
Als het resultaat van de index in jaar x negatief is, dan wordt deze niet toegepast. In het jaar x+1 wordt de index van jaar x en het jaar x+1 toegepast, tenzij deze negatief is.
Artikel 9 - Vrijstellingen
Elke school op het Brechtse grondgebied krijgt 1 doos van 100 PMD- zakken van 120 liter per schooljaar op 1 september zonder retributie.
Artikel 10 - Bezwaar
De retributieplichtige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze retributie bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betalingsuitnodiging of afrekening.
Het college van burgemeester en schepenen, of een gemeentelijk personeelslid dat daartoe bijzonder door het college van burgemeester en schepenen is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding.
Artikel 11
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning bij burgerlijke rechtsvordering gebeuren.
Artikel 12 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 13 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Beleidsdoelstelling: D000002 Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren
Actieplan: AP000009 Dagelijkse werking leefbaar
Actie: A000047 Dagelijkse werking leefbaar
Beleidsveld: BV 0329
ARK: 6130000
Omschrijving: Verkleinen afvalberg (sensibilisering - gescheiden ophaalsysteem voor gemeente zelf - acties zwerfvuil)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen betreffende het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
Dit Materialenplan vormt het algemeen kader voor de selectieve inzameling van diverse fracties.
Tegen 2030 wil Vlaanderen de totale hoeveelheid restafval sterk verminderen.
Via het Materialenplan worden restafvaldoelstellingen voor elke gemeente vastgelegd.
Het Materialendecreet van 23 december 2011 implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA.
De gemeente Brecht is lid van IGEAN milieu & veiligheid en heeft beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid gedaan voor de exploitatie van het recyclagepark.
Aan de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbaar bedrijfsafval via het recyclagepark zijn kosten verbonden, die zwaar doorwegen op de gemeentelijke financiën. Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor het leveren van bepaalde afvalfracties op het recyclagepark, omwille van de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Om de scheiding aan de bron aan te moedigen is het aangewezen de kosten voor het transport en de verwerking van alle afvalsoorten volledig in functie van het aanbod door te rekenen aan de aanbieders. Voor een goede sturing van de selectieve inzameling en het maximaal vermijden van ongesorteerde afvalstromen, is een goede verhouding tussen de tarieven voor de verschillende fracties essentieel.
Een jaarlijkse indexering van een aantal retributies is aangewezen om de algemene kostenstijging te volgen en de verhouding inkomsten/kosten in balans te houden.
Door in de gemeenten van het samenwerkingsgebied van IGEAN een gelijkaardig systeem en dezelfde retributies toe te passen, worden de tarieven door de inwoners als eerlijker ervaren en kan afvaltoerisme vermeden worden. Bovendien laten dezelfde retributies het intergemeentelijk gebruik van de recyclage-parken toe, wat zorgt voor meer dienstverlening.
2. Relevante voorgeschiedenis, feiten en context
Op het recyclagepark wordt diftar met weging toegepast, waarbij de betalende fracties worden gewogen en onmiddellijk afgerekend volgens het aangeleverde gewicht. Een goede verhouding tussen de retributies voor de verschillende fracties, gratis of betalend, is noodzakelijk om een correcte sortering te stimuleren.
Ook bedrijven en zelfstandigen hebben toegang tot het recyclagepark. De retributies die aan de bedrijven en zelfstandigen worden gevraagd moeten marktconform en dus kostendekkend zijn.
De tarieven zijn vastgelegd in het retributiereglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 12 september 2024.
De recyclageparken worden door IGEAN intergemeentelijk geëxploiteerd. De inwoners van een gemeente kunnen dus niet enkel terecht op het recyclagepark van hun gemeente, maar eveneens op het recyclagepark van een andere gemeente die deel uitmaakt van dezelfde regio. Er zijn momenteel 3 regio’s: regio Noord, regio Zuid en Schelle. De gemeente Brecht behoort tot regio Noord.
Het voorstel van de nieuwe tarieven en vrijstellingen werd toegelicht en besproken op het adviescomité milieu op 16 juni 2025 en goedgekeurd door de raad van bestuur van IGEAN op 10 september 2025.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.04.32 uur tot en met 1.05.27 uur.
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 legt de gemeenteraad volgende retributies vast voor de aanvoer van volgende afvalstoffen op het recyclagepark:
| Afvalfractie |
tarieven (euro/kg) |
|
| Particulier, 2de verblijf, verenigingen, scholen, … |
Bedrijven en zelfstandigen (KMO-tarief) |
|
|
0,35 euro |
0,35 euro |
|
0,05 euro |
0,12 euro |
|
0,12 euro |
0,12 euro |
|
- |
6 euro/zak |
|
- |
5 euro/zak |
De hoeveelheid groenafval van een gezin dat de 2.000 kg per jaar overschrijdt zal aangerekend worden aan het KMO-tarief.
Artikel 2
§ 1. Het bedrag van de retributies vermeld in artikel 1 is verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van het recyclagepark voor de aanvoer van de in artikel 1 genoemde afvalstoffen.
§ 2. Een gezin bestaat uit alle personen die in het bevolkingsregister aan elkaar gekoppeld zijn via de referentiepersoon.
De referentiepersoon van een gezin is de persoon in het bevolkingsregister die het huishouden vertegenwoordigt bij contacten met de overheid.
§ 3. Voor elk gezin zijn er volgende vrijstellingen van toepassing:
Vrijstellingen kunnen niet opgebouwd / overgedragen worden naar het volgende jaar.
§ 4. Bedrijven en zelfstandigen krijgen geen vrijstellingen.
§ 5. Er wordt maximaal 1.000 kg per dag per bedrijf en zelfstandige aanvaard.
De afvalstoffen moeten gesorteerd naar het recyclagepark gebracht worden.
Alleen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden aanvaard.
Vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen zijn afvalstoffen die ontstaan zijn ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als van deze van de normale werking van een particuliere huishouding, en die omwille van de aard, de samenstelling en de hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 3
Om ervoor te zorgen dat de retributies marktconform zijn zullen de retributies jaarlijks aangepast worden, rekening houdend met de recyclageparkindex.
Om de totale recyclageparkindex (RI) samen te stellen worden de verschillende kostensoortindexen gewogen volgens het aandeel van de kostensoort (O,E en P) in de totale betrokken kosten (K) in jaar x.
Dit geeft volgende formule:
RI(x+1)=(Iox*Ox/Kx) + (Iex*Ex/Kx) + (Ipx*Px/Kx)
RI wordt naar boven afgerond op vier decimalen.
De drie kostensoorten volgen elk een eigen index:
1. Ophaalkosten
Iox = kost per opgehaalde ton jaar x / kost per opgehaalde ton jaar x-1
2. Exploitatiekosten
Iex= afgevlakte gezondheidsindex december jaar x / afgevlakte gezondheidsindex december jaar x-1
3. Personeelskosten
Personeelskosten stijgen telkens de spilindex overschreden wordt
Ipx = gemiddelde overschreden spilindex jaar x / gemiddelde overschreden spilindex jaar x-1
De index RI(x+1) zal telkens toegepast worden vanaf 1.07 in jaar x+1, en dit voor de eerste maal vanaf 1.07.2027.
De aangepaste retributies, na toepassing van de index RI(x+1), zullen worden afgerond op 3 decimalen. Indien het 4de decimaal 5 of hoger is, gebeurt er een afronding naar boven, indien 4 of lager is er een afronding naar beneden.
Als het resultaat van de index in jaar x negatief is, dan wordt deze niet toegepast. In het jaar x+1 wordt de index van jaar x en het jaar x+1 toegepast, tenzij deze laatste negatief is.
Artikel 4
§ 1. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Brecht worden vrijgesteld van de retributie.
Artikel 5
De betaling gebeurt ter plaatse aan de betaalterminal met betaalkaarten.
Bedrijven en zelfstandigen krijgen regelmatig een voldane factuur voor de retributies die ze in de voorafgaande periode betaald hebben.
Bij ontstentenis van betaling zal het verschuldigde bedrag aangerekend worden aan de referentie-persoon zoals gedefinieerd in artikel 2 §2.
In afwachting van de betaling van het verschuldigde bedrag, kan de toegang tot het recyclagepark geweigerd worden aan alle personen die in het bevolkingsregister gekoppeld zijn met de referentiepersoon.
Artikel 6
§ 1. De toegelaten gebruikers die niet beschikken over een elektronische identiteitskaart dienen zich te registreren op het recyclagepark en verwerven maximaal twee toegangskaarten om het recyclagepark te betreden.
Voor elke toegangskaart wordt een borg gevraagd van 8 euro.
§ 2. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Brecht worden vrijgesteld van de retributie voor de toegangskaart.
Artikel 7 - Bezwaar
De retributieplichtige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze retributie bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betalingsuitnodiging of afrekening.
Het college van burgemeester en schepenen, of een gemeentelijk personeelslid dat daartoe bijzonder door het college van burgemeester en schepenen is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding.
Artikel 8
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning bij burgerlijke rechtsvordering gebeuren.
Artikel 9 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 10 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Beleidsdoelstelling: D000002 - Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren.
Actieplan: AP000007 - Brecht voert een ruimtelijk beleid om in te spelen op de maatschappelijke behoeften, met aandacht voor de eigen identiteit van de gemeente.
Actie: 4000043 - Dagelijkse werking omgeving.
Op 29 november 2024 werd een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van groepswoningbouw (woonerf met 6 woningen), tussen de Fresialaan en de Scherpenbergstraat.
Op 7 oktober 2025 stelde het college van burgemeester en schepenen de noodzaak voor nieuwe straatnaamgeving vast. Het college van burgemeester en schepenen gaf "Fresiahof" als suggestie.
Op 20 oktober 2025 vergaderde de cultuurraad over de nieuwe straatnaam, volgende straatnaam werd geadviseerd: "Fresiahof".
Op 28 oktober 2025 besliste het college van burgemeester en schepenen om "Vlinderhof" als nieuwe straatnaam voor te stellen aan de gemeenteraad voor voorlopige vaststelling.
Het decreet van 8 mei 2009 betreffende het Centraal Referentieadressenbestand is van toepassing.
Het decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen (B.S. 7 april 1977), gewijzigd op 1 juli 1987, op 4 februari 1997, op 29 november 2002 en op 16 juli 2021 is van toepassing. Dit decreet legt de procedure voor straatnaamgeving vast.
Het samenwerkingsakkoord Best Address (B.S. 22 januari 2016) omvat de regels rond het vaststellen en toekennen van adressen.
Om een duidelijk en logisch adressenbestand te behouden, moet er een nieuwe straatnaam gekozen worden voor het woonerf gelegen in het verlengde van de Fresialaan.
Voor de keuze van de nieuwe straatnaam werden suggesties en advies gevraagd aan collega's, het college van burgemeester en schepenen, de geschied- en oudheemkundige kring en de cultuurraad.
Volgende suggesties werden ontvangen:
- Fresiahof (cultuurraad, college van burgemeester en schepenen, Sint-Jobse Heemkundige Kring)
- Zomereikhof (naar de waardvolle zomereik die centraal gelegen is op het projectgebied)
- Quercushof (verwijzing naar zomereik en projectnaam van BOProjects)
- Klapberghof, Bloembergpad, Boterbloemhof, Klaverveld, Heerenhof, Vlinderhof (collega’s)
Op 28 oktober 2025 nam het college van burgemeester en schepenen akte van het advies van de cultuurraad.
Volgens de BestAddress richtlijnen wordt het ten stelligste afgeraden om binnen eenzelfde gemeente:
- meerdere straten te hebben met dezelfde naam waarvan enkel het type weg verschillend is
- meerdere straatnamen te hebben waarbij de straatnaam of een deel van de straatnaam volledig terugkomt in de naam van een andere weg
Het college van burgemeester en schepenen vraagt daarom aan de gemeenteraad om de straatnaam "Vlinderhof" als voorlopige vaststelling aan te nemen.
Wanneer de gemeenteraad nu de voorlopige vaststelling doet van deze straatnaam volgt hier nog een openbaar onderzoek van 30 dagen en kan er in een latere fase overgaan tot de definitieve vaststelling.
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.05.28 uur tot en met 1.07.41 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad stelt de nieuwe straatnaam "Vlinderhof" voorlopig vast.
Artikel 2
De gemeenteraad geeft de opdracht een openbaar onderzoek te organiseren gedurende een periode van 30 dagen.
Artikel 3
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de dienst omgeving en de dienst burgerzaken.
Beleidsdoelstelling: D000002 - Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren.
Actieplan: AP000007 - Brecht voert een ruimtelijk beleid om in te spelen op de maatschappelijke behoeften, met aandacht voor de eigen identiteit van de gemeente.
Actie: 4000043 - Dagelijkse werking omgeving.
Op 1 april 2025 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van een inbreidingsproject bestaande uit 3 volumes van meergezinswoningen met 79 appartementen, 2 appartementen met een zorgunit, 2 handelsruimten, een parkeerkelder, 9 gekoppelde eengezinswoningen met tuinbergingen, een distributiecabine voor Fluvius en de omgevingsaanleg met een parkeerhaven.
Op 26 augustus 2025 stelde het college van burgemeester en schepenen de noodzaak voor nieuwe straatnaamgeving vast. Het college van burgemeester en schepenen gaf geen straatnaamsuggesties.
Op 20 oktober 2025 vergaderde de cultuurraad over de nieuwe straatnaam, volgende straatnaam werd geadviseerd: "Steenbakkerspad".
Op 28 oktober 2025 besliste het college van burgemeester en schepenen om "Het Spoor" als nieuwe straatnaam voor te stellen aan de gemeenteraad voor voorlopige vaststelling.
Het decreet van 8 mei 2009 betreffende het Centraal Referentieadressenbestand is van toepassing.
Het decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen (B.S. 7 april 1977), gewijzigd op 1 juli 1987, op 4 februari 1997, op 29 november 2002 en op 16 juli 2021 is van toepassing. Dit decreet legt de procedure voor straatnaamgeving vast.
Het samenwerkingsakkoord Best Address (B.S. 22 januari 2016) omvat de regels rond het vaststellen en toekennen van adressen.
Om een duidelijk en logisch adressenbestand te behouden, moet er voor de nieuwe trage wegverbinding, gelegen tussen de Dorpsstraat en de Fruithoflaan, een nieuwe straatnaam vastgesteld worden.
Voor de keuze van de nieuwe straatnaam werden suggesties en advies gevraagd aan collega's, het college van burgemeester en schepenen, de geschied- en oudheemkundige kring en de cultuurraad.
Volgende suggesties werden ontvangen:
- Steenbakkerspad (cultuurraad)
- Capelleveld, Houthoven, Patronage, Pastoor Egidius Seghers, De Wildeman (in combinatie met pad of weg) - geschied- en oudheemkundige kring
- Houthofpad, Houthofweg, Spoorsteenpad, Bakspoorhof, Stoomovenweg, Treinbakkershof, Het Spoor (collega’s)
Op 28 oktober 2025 nam het college van burgemeester en schepenen akte van het advies van de cultuurraad.
Volgens de BestAddress richtlijnen wordt het ten stelligste afgeraden om in een gemeente:
- meerdere straten te hebben met dezelfde naam waarvan enkel het type weg verschillend is
- meerdere straatnamen te hebben waarbij de straatnaam of een deel van de straatnaam volledig terugkomt in de naam van een andere weg (Steenbakkerijstraat - Steenbakkerspad)
Het college van burgemeester en schepenen vraagt daarom aan de gemeenteraad om de straatnaam "Het Spoor" als voorlopige vaststelling aan te nemen.
Wanneer de gemeenteraad nu de voorlopige vaststelling doet van deze straatnaam volgt hier nog een openbaar onderzoek van 30 dagen en kan er in een latere fase overgaan tot de definitieve vaststelling.
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.07.42 uur tot en met 1.09.32 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad stelt de nieuwe straatnaam "Het Spoor" voorlopig vast.
Artikel 2
De gemeenteraad geeft de opdracht een openbaar onderzoek te organiseren gedurende een periode van 30 dagen.
Artikel 3
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de dienst omgeving en de dienst burgerzaken.
Om de straatnaamgeving te vervrouwelijken, stelt de cultuurraad voor om een historische vrouwelijke figuur te eren: Virginie Loveling (1836–1923) – schrijfster waarvan recent een werk opnieuw werd uitgegeven, waardoor ze opnieuw in de belangstelling kwam.
De cultuurraad geeft het advies om te kiezen voor Virginie Lovelinglaan.
Beleidsdoelstelling: D000002 - Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren.
Actieplan: AP000007 - Brecht voert een ruimtelijk beleid om in te spelen op de maatschappelijke behoeften, met aandacht voor de eigen identiteit van de gemeente.
Actie: 4000043 - Dagelijkse werking omgeving.
Op 11 januari 2024 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van een terrein in 11 loten voor vrijstaande eengezinswoningen ter hoogte van Kapelakker en Kerkstraat.
Op 7 oktober 2025 stelde het college van burgemeester en schepenen de noodzaak voor nieuwe straatnaamgeving vast. Het college van burgemeester en schepenen gaf geen straatnaamsuggesties.
Op 20 oktober 2025 vergaderde cultuurraad over de nieuwe straatnaam, volgende straatnaam werd geadviseerd: "Virginie Lovelinglaan".
Op 28 oktober 2025 besliste het college van burgemeester en schepenen om "Virginie Lovelinglaan" als nieuwe straatnaam voor te stellen aan de gemeenteraad voor voorlopige vaststelling.
Het decreet van 8 mei 2009 betreffende het Centraal Referentieadressenbestand is van toepassing.
Het decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen (B.S. 7 april 1977), gewijzigd op 1 juli 1987, op 4 februari 1997, op 29 november 2002 en op 16 juli 2021 is van toepassing. Dit decreet legt de procedure voor straatnaamgeving vast.
Het samenwerkingsakkoord Best Address (B.S. 22 januari 2016) omvat de regels rond het vaststellen en toekennen van adressen.
Om een duidelijke en logische adressering te kunnen behouden dient het eerste gedeelte van de Kapelakker, de wegverbinding tussen de Kerkstraat en de Felix Pacquéelaan, een nieuwe straatnaam te krijgen.
Voor de keuze van de nieuwe straatnaam werden suggesties en advies gevraagd aan collega's, aan het college van burgemeester en schepenen, de geschied- en oudheemkundige kring en de cultuurraad.
Volgende suggesties werden ontvangen:
- Virginie Lovelinglaan (cultuurraad)
- Kapeldreef (René en Marleen Backx-Marynissen, bewoners van Kapelakker 1)
- Er werden geen suggesties verleend vanuit de geschied- en oudheemkundige kring.
Op 28 oktober 2025 nam het college van burgemeester en schepenen akte van het advies van de cultuurraad. Zij gaven het advies om te kiezen voor "Virginie Lovelinglaan".
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de cultuurraad en vraagt daarom aan de gemeenteraad om de straatnaam "Virginie Lovelinglaan" als voorlopige vaststelling aan te nemen.
Wanneer de gemeenteraad nu de voorlopige vaststelling doet van deze straatnaam volgt hier nog een openbaar onderzoek van 30 dagen en kan er in een latere fase overgaan tot de definitieve vaststelling.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Met de goedkeuring van de raadsleden wordt het besluit aangepast.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.09.33 uur tot en met 1.12.34 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad verwijst de voorlopige vaststelling door naar de agenda van de gemeenteraad van december zodat het college van burgemeester en schepenen een nieuw voorstel kan formuleren.
Door de functionaris voor gegevensbescherming van gemeente en OCMW wordt gunstig advies gegeven voor ondertekening.
Het is een wettelijke verplichting om het platform eLys in gebruik te nemen. De toetredingsovereenkomst wijkt af van het model van de VVSG dat ons bestuur gewoonlijk voor verwerkingsovereenkomsten gebruikt, maar de overeenkomst voldoet inhoudelijk wel aan de AVG.
Er zijn wel enkele aandachtspunten:
In hoofdstuk 2.5 van de bewaartermijnen beschrijft men dat de gegevens slechts twee jaar in de toepassing zullen worden bewaard conform het decreet inzake het platform voor overlijdensadministratie.
Dit dient verder met Cipal te worden opgenomen en de verwerkingsovereenkomst met Cipal en het verwerkingsregister van de gemeente dienen te worden bijgewerkt in functie van deze automatisering en procedurewijziging.
Op 29 september 2025 ontvingen wij van het Agentschap Binnenlands Bestuur de omzendbrief inzake de ondertekening van de toetredingsovereenkomst voor de opstart van de digtale overlijdensaangifte via het eLys-platform van de Vlaamse Overheid.
Vanaf januari 2026 moeten alle Vlaamse lokale besturen het uitwisselingsplatform eLys in gebruik nemen. Het doel hiervan is dat alle administratie en procedures rond een overlijden voortaan digitaal via het platform verloopt om een efficiëntere en veilige uitwisseling van gegevens mogelijk te maken tussen de verschillende betrokken partijen (gemeenten, uitvaartondernemer en artsen).
Om ook in kader van de Algemene verordening voor gegevensbescherming in orde te zijn, moet er een toetredingsovereenkomst worden gesloten en worden goedgekeurd door de gemeenteraad of bij delegatie van deze bevoegdheid door het college van burgemeester en schepenen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft dit besproken in de zitting van 14 oktober 2025 en geeft gunstig advies voor de ondertekening van de toetredingsovereenkomst.
Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming (=AVG/GDPR).
Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
Decreet van 14 juli 2025 betreffende het platform voor overlijdensadministratie.
Gunstig advies van de functionaris voor gegevensbescherming.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.12.35 uur tot en met 1.14.19 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de ondertekening van de toetredingovereenkomst met Athumi inzake het gebruik van het eLysplatform goed.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de dienst informatiebeheer en aan de aanvrager.
De functionaris voor gegevensbescherming van IGEAN leverde op 23 september 2025 een gunstig advies over dit protocol.
Door de functionaris voor gegevensbescherming gemeente/OCMW wordt voorwaardelijk gunstig advies gegeven voor de ondertekening van het protocol met IGEAN.
Dat er beroep wordt gedaan op het bevolkingsregister van de gemeente en niet een rechtstreekse toegang tot het Rijksregister, de authentieke bron, is vreemd. Hierdoor moeten er afzonderlijke protocollen door IGEAN met alle gemeenten individueel worden afgesloten terwijl er misschien een rechtstreekse toegang kan gegeven worden via de FOD Binnenlandse Zaken.
Bijgevolg wordt voorgesteld dat er kan akkoord gegaan worden met de ondertekening, mits IGEAN de mogelijkheden van het verkrijgen van de gegevens via het Rijksregister verder onderzoekt. In tussentijd kan wel een uitwisseling van de gegevens via onze softwareleverancier CIPAL worden opgezet na het maken van afspraken met CIPAL onder de vorm van een aanpassing aan de bestaande verwerkingsovereenkomst.
De doeleinden, de aard van de gegevens en beveiligingsmaatregelen zijn nauwkeurig omschreven en zijn ter zake dienend.
In verband met de gegevens die IGEAN aan ons doorgeeft inzake de financiële betalingen wordt er een bewaartermijn van 10 jaar geadviseerd in lijn met artikel 2262bis van het burgerlijk wetboek en de termijn voor persoonlijke rechtsvordering.
Op 5 september 2025 ontvingen de gemeente een protocol van IGEAN inzake de wederzijdse elektronische uitwisseling van persoonsgegevens in kader van afvalverwerking.
Als gevolg van artikel 8, §1, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer vereist elke georganiseerde en systematische elektronische verstrekking van persoonsgegevens door een Vlaamse instantie naar een andere overheidsinstantie een protocol, gesloten tussen de betreffende instanties.
Hier worden er gegevens wederzijds uitgewisseld tussen de gemeente Brecht en IGEAN.
Deze uitwisseling vloeit voort uit de beheersoverdracht van 11 september 2003 aan IGEAN waarbij een aantal taken i.v.m afval aan IGEAN zijn overgedragen:
Voor een goede uitvoer van deze taken heeft IGEAN behoefte aan zo actueel mogelijke informatie.
Het protocol beoogt de uitwisseling van gegevens uit het bevolkingsregister van de gemeente aan IGEAN met het oog op een correcte administratie van de huisaansluitingen in kader van afvalverwerking, zowel voor de huisvuilophalingen als het regelen of wegnemen van de toegang tot de Brechtse containerparken.
Ook rapporteert IGEAN aan de gemeente over de betalingen in kader van de uitvoer van het retributiereglement op de selectieve inzameling en verwerking van huisvuil en gft met diftar.
Voorwaardelijk gunstig advies van de functionaris voor gegevensbescherming gemeente/ocmw.
Gunstig advies van de functionaris voor gegevensbescherming van IGEAN.
Gezien het belang van een goede werking van de afvalverwerking van onze gemeente.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.14.20 uur tot en met 1.16.29 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad gaat akkoord met de ondertekening van het protocol met IGEAN.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de dienst informatiebeheer en aan de aanvrager.
Het bestuur van Brecht is verwerkingsverantwoordelijke voor tal van persoonsgegevens. Verschillende van die persoonsgegevens worden echter verwerkt door of bij derden. Artikel 28, derde lid van de GDPR bepaalt dat met deze derde een verwerkingsovereenkomst moet afgesloten worden.
Iedere verwerkingsovereenkomst en protocol wordt vooraf door onze DPO (data protection officer) geadviseerd.
In principe behoort het tot de bevoegdheid van de gemeenteraad om overeenkomsten af te sluiten. Het decreet lokaal bestuur bepaalt echter dat behoudens bij uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid aan de gemeenteraad, de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden kan toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
Gezien het grote aantal verwerkingsovereenkomsten en protocollen dat jaarlijks wordt gesloten, wordt voorgesteld aan de gemeenteraad om de bevoegdheid tot het afsluiten van verwerkingsovereenkomsten en protocollen in kader van de GDPR te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
Op die manier wordt de huidige werkwijze geformaliseerd waarbij deze overeenkomsten worden ondertekend en goedgekeurd door de burgemeester en de algemeen directeur.
De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of anders gezegd de GDPR - General Data Protection Regulation) is op datum van 24 mei 2016 in werking getreden en met ingang van 25 mei 2018 effectief van toepassing. Deze Europese verordening zorgt ervoor dat persoonlijke gegevens beter beschermd worden. Ook voor openbare besturen brengt de GDPR nieuwe uitdagingen en verplichtingen met zich mee.
De GDPR verplicht elke verwerkingsverantwoordelijke om overeenkomsten af te sluiten met de verwerkers waarop hij/zij een beroep doet en een verwerkingsregister bij te houden. In een verwerkingsovereenkomst worden afspraken gemaakt tussen de verwerkingsverantwoordelijke (= de gemeente) en de verwerker over het veilig omgaan met persoonsgegevens bij de verwerking en voor welke doeleinden de persoonsgegevens mogen worden gebruikt of verwerkt. In een verwerkingsovereenkomst komen verschillende zaken aan bod zoals veiligheidsmaatregelen die moeten worden genomen, het recht op het uitvoeren van een audit, afspraken bij incidenten of vragen rond rechten van de betrokkene of er bij de verwerking subverwerkers mogen worden ingeschakeld, wat er gebeurt met de persoonsgegevens als er gestopt wordt met de verwerking, ...
Binnen het bestuur van Brecht wordt het generiek sjabloon van de Vlaamse vereniging voor steden en gemeenten gebruikt als basis voor elke verwerkingsovereenkomst.
Naast verwerkingsovereenkomsten zijn er protocollen die volgens het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer moeten worden getekend, als er persoonsgegevens worden uitgewisseld tussen overheden of met instellingen die overheidstaken vervullen. In een protocol worden afspraken gemaakt rond de bescherming van persoonsgegevens bij zulke uitwisseling.
Beide overeenkomsttypes verwerkingsovereenkomsten en protocollen worden getekend door de burgemeester en algemeen directeur in het belang van een goede dagdagelijkse werking.
- Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- De verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming (Publ. blad, L 119, 4.5.2016, pp. 1-88)).
- Het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.
Gezien het belang dat de overeenkomsten zo snel mogelijk worden getekend na de aanstelling van een verwerker.
Gezien het belang van een goede dagdagelijkse werking van de verschillende subdiensten van de gemeente.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.16.30 uur tot en met 1.17.50 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om de bevoegdheid tot het afsluiten van verwerkingsovereenkomsten en protocollen in kader van de uitvoer van de GDPR te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de dienst informatiebeheer.
Beleidsdoelstelling: D000005 - Brecht zet in op een bruisende en actieve gemeente door het nastreven van een geïntegreerd vrijetijdsbeleid.
Actieplan: AP000018 - Dagelijkse werking bruisend en actief
Actie: A000074 - Dagelijkse werking bruisend en actief
Beleidsveld: BV 0700
ARK: 7025500
Omschrijving: Ontvangsten toegang Kempuseum (museum)
Gemeenteraadsbeslissing van 10 september 2020 over het retributiereglement Kempuseum.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente en het OCMW wordt een retributie voorgesteld voor een bezoek aan het Kempuseum.
De tarieven werden afgestemd met de meest gangbare tarieven voor vergelijkbare stads- en streekmusea.
Het bestuur wenst de toegang aan het Kempuseum zo drempelvrij mogelijk te maken en bijgevolg geen retributie aan te rekenen.
Echter, wanneer groepen het museum bezoeken en zij hierbij beroep doen op een gids, dan zijn er kosten verbonden aan deze rondleiding.
Hiervoor wordt dan ook een billijke vergoeding gevraagd.
Scholen gelegen op het Brechts grondgebied krijgen vrijstelling van retributie, omdat het bestuur de Brechtse geschiedenis wil promoten aan zijn eigen inwoners.
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.17.51 uur tot en met 1.20.20 uur.
Artikel 1 - Termijn
Dit besluit treedt in werking vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 2 - Toepassingsgebied
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het bezoek met gids aan het Kempuseum.
Artikel 3 - Tarief
Het tarief bedraagt 40 euro per groep met gids.
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 0,10 euro.
Artikel 4 - Vrijstellingen
Scholen gevestigd op Brechts grondgebied zijn vrijgesteld van retributie.
Artikel 5 - Wijze van betaling
De retributie wordt contant betaald, bij voorkeur elektronisch, tegen afgifte van ontvangstbewijs indien gevraagd of door overschrijving op een financiële rekening van het bestuur.
Artikel 6 - Niet-betaling
Bij niet-betaling van het verschuldigde bedrag wordt de toegang tot het Kempuseum geweigerd.
Artikel 7 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 8 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Beleidsdoelstelling: D000005 - Brecht zet in op een bruisende en actieve gemeente door het nastreven van een geïntegreerd vrijetijdsbeleid.
Actieplan: AP000016 - Brecht zet in op een gezamenlijk vrijetijdsbeleid en optimalisatie van processen.
Actie: A000063 - Brecht verbetert de logistieke ondersteuning bij het ontlenen van (grote) materialen van de uitleendienst.
Beleidsdoelstelling: D000005 - Brecht zet in op een bruisende en actieve gemeente door het nastreven van een geïntegreerd vrijetijdsbeleid.
Actieplan: AP000018 - Dagelijkse werking bruisend/actief.
Actie: A000074 - Dagelijkse werking bruisend en actief.
Beleidsveld: BV 0750
ARK: 7026000
Omschrijving: Ontvangsten uitleenmateriaal
Gemeenteraadsbeslissing van 12 december 2019 over het retributiereglement op het gebruik van het gemeentelijk podium.
Gemeenteraadsbeslissing van 12 mei 2022 - Wijziging van het retributiereglement op het gebruik van het gemeentelijk podium naar retributiereglement uitleendienst en wijziging van het uitleenreglement.
Gemeenteraadsbeslissing van 11 januari 2024 - Retributiereglement gemeentelijke uitleendienst Brecht.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De financiële toestand van gemeente en OCMW Brecht rechtvaardigt de invoering van belastingen en retributies.
Aangezien er een kost verbonden is aan het behandelen van aanvragen en het leveren van uitleenmaterialen, is het billijk hiervoor een vergoeding te vragen aan de gebruikers die deze kosten veroorzaken.
Een vrijstelling is voorzien voor de eigen gemeentelijke diensten, onderwijsinstellingen gelegen op Brechts grondgebied en initiatieven die het Rode Kruis, de politie of de brandweer organiseren samen met de gemeente.
In deze gevallen wil de gemeente immers het gemeenschapsvormende doel voor zijn eigen inwoners en leerlingen ondersteunen.
Toelichting wordt gegeven door schepen D. De Veuster.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.20.21 uur tot en met 1.22.33 uur.
Artikel 1 - Termijn
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor het gebruik van de materialen van de gemeentelijke uitleendienst.
Artikel 2 - Toepassingsgebied
Organisaties die ervoor kiezen om het vervoer van uitgeleende materialen door de gemeentelijke diensten te laten uitvoeren, betalen hiervoor een retributie.
Onderstaande organisaties kunnen gebruik maken van de gemeentelijke uitleendienst:
- Erkende Brechtse verenigingen
- Brechtse onderwijsinrichtingen
- Brechtse adviesraden
- Gemeentelijke diensten
Uitlening voor privaat gebruik of commerciële doeleinden is niet toegestaan.
De organisatie die gebruik maakt van de materialen van de uitleendienst verbindt zich ertoe deze materialen in geen geval uit te lenen of te verhuren aan derden.
Bij gegronde twijfels betreffende vorig punt, kan de gemeente Brecht het ontleende materiaal ieder ogenblik terugvragen en wordt uitsluiting toegepast gedurende één jaar.
Artikel 3 - Tarief
De retributie voor het vervoer door de gemeentelijke diensten van uitgeleende materialen wordt vastgesteld als volgt:
| Transport (heen- en terugrit) materiaal door gemeentelijke diensten (*) | Retributie |
| 1 begonnen vrachtwagen | 84 euro |
| 2 of meer begonnen vrachtwagens | 168 euro |
(*)Transport enkel binnen de gemeente Brecht.
Voor de reiniging van de herbruikbare bekers en bakken gelden volgende tarieven:
| Reinigingsonderdeel | Retributie | |
| Administratieve kost | 12,10 euro | per reservatie |
| Reiniging frisdrankbeker | 0,109 euro | per beker |
| Reiniging warmedrankenbeker | 0,109 euro | per beker |
| Reiniging jeneverbeker | 0,145 euro | per beker |
| Reiniging champagnebeker | 0,145 euro | per beker |
| Reiniging wijnbeker | 0,145 euro | per beker |
| Reiniging opbergbak + deksel | 0,908 euro | per opbergbak + deksel |
| Uitsorteren indien meerdere types bevuilde bekers in dezelfde bak worden aangeboden | 0,024 euro | per beker |
| Reiniging van extreem bevuilde bekers | Reguliere reinigingskost van de beker maal 2 | |
De ontlener kan ervoor kiezen om het transport van de herbruikbare bekers van en/of naar de reinigingsfirma door de reinigingsfirma te laten uitvoeren.
Dit transport is optioneel, er kan ook in eigen transport voorzien worden.
Indien gekozen wordt voor transport door de reinigingsfirma, gelden volgende tarieven:
| Transport bekers door reinigingsfirma | Retributie | |
| Enkel transport (ophalen OF terugbrengen) | 97,45 euro | per heen- en terugrit |
| Twee transporten (ophalen EN terugbrengen) | 194,89 euro | per twee heen- en terugritten |
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex.
Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025.
Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 0,10 euro voor het transport door de gemeentelijke diensten of de reinigingsfirma.
Voor het reinigingsonderdeel wordt de indexering tot 3 cijfers na de komma afgerond.
Het totaalbedrag van de factuur zal steeds afgerond worden tot 2 cijfers na de komma.
Artikel 4 - Vrijstellingen
De retributie voor het vervoer door de gemeentelijke diensten van uitgeleende materialen is niet verschuldigd voor:
- Gemeentelijke diensten
- Brechtse onderwijsinrichtingen
- Door de gemeente bevorderende initiatieven in samenwerking met politie, het Rode Kruis en brandweer.
Artikel 5 - Annuleringvoorwaarden
lndien de organisatie geen gebruik maakt van de ter beschikking gestelde materialen wordt een retributie toegepast afhankelijk van het moment waarop de annulering kenbaar werd gemaakt.
De annulering moet steeds gebeuren via het online uitleenplatform waar ook de reservatie werd gemaakt.
Kosteloos annuleren kan tot 2 weken voor datum van gebruik.
Annuleringen na dit tijdstip geven aanleiding tot het betalen van de retributie.
Indien geen annulering ontvangen werd, wordt het bedrag van de retributie verdubbeld, en verhoogd met 50 euro.
| Tijdstip van annuleren | Retributie |
| De annulering wordt meer dan 2 weken voor het gebruiksmoment geldig kenbaar gemaakt | Gratis annuleren |
| De annulering wordt minder dan 2 weken voor het gebruiksmoment kenbaar gemaakt | 100% van de retributie |
| Geen annulering of geen geldige annulering | 50 euro + 200% van de retributie |
Artikel 6 - Wijze van betaling
De gebruikers betalen na ontvangst van de rekening door overschrijving op een financiële rekening van gemeente Brecht.
Artikel 7 - Niet-betaling
Niet-betaling van het verschuldigde bedrag na vervaldatum brengt opschorting van bestaande ontleningen met zich mee, en heeft eveneens tot gevolg dat geen nieuwe aanvragen meer worden aanvaard.
Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen. De rechtbanken van Antwerpen zijn bevoegd.
Artikel 8 - Schade, verlies of laattijdig inleveren
Beschadigingen, diefstal en verlies van het uitleenmateriaal komen steeds volledig ten laste van de organisatie die gebruik maakt van de materialen.
- Het retributiereglement op het opruimen van sluikstort en het herstel van schade door derden is van toepassing voor het uitleenmateriaal.
- Eventuele schade aan de ontleende materialen dient gemeld te worden bij het terug inleveren.
- Diefstal moet onmiddellijk gemeld worden aan de politie.
- De organisatie is verplicht alle beschadigde onderdelen in te leveren.
Ontbrekende onderdelen worden integraal aangerekend.
Het retributiereglement op het opruimen van sluikstort en het herstel van schade door derden is niet van toepassing voor de herbruikbare bekers voor het verlies of onherstelbare beschadiging van bekers of opbergbakken.
Hiervoor gelden volgende tarieven:
| Verlies of onherstelbare beschadiging | Retributie | |
| Frisdrankbeker | 0,60 euro | per beker |
| Jeneverbeker | 1,20 euro | per beker |
| Warmedrankenbeker | 1,30 euro | per beker |
| Champagnebeker | 4 euro | per beker |
| Wijnbeker | 5,20 euro | per beker |
| Opbergbak L (B400 x L600 x H ± 420mm) | 40 euro | per opbergbak |
| Opbergbak M1 (B400 x L600 x H ± 320mm) | 27 euro | per opbergbak |
| Opbergbak M2 (B400 x L600 x H ± H220mm) | 18 euro | per opbergbak |
| Opbergbak M3 (B400 x L600 x H ± 120mm) | 15 euro | per opbergbak |
| Opbergbak S1 (B300 x L400 x H ± 236mm) | 13 euro | per opbergbak |
| Opbergbak S2 (B300 x L400 x H ± 120mm) | 10 euro | per opbergbak |
| Deksel 600x400mm | 11 euro | per deksel |
| Deksel 400x300mm | 9 euro | per deksel |
| Snapsluitingen (witte schuifclip, niet het verzegelingslint) |
2 euro | per set van 2 sluitingen |
Bij laattijdig terug inleveren van de ontleende materialen wordt een bedrag gevorderd ter waarde van de kosten voor reisuren en werkuren, zoals bepaald in het retributiereglement op het opruimen van sluikstort en het herstel van schade door derden, met een minimum van 75 euro.
Het retributiereglement op het opruimen van sluikstort en het herstel van schade door derden is niet van toepassing voor de herbruikbare bekers voor het laattijdig inleveren. Indien werd gekozen voor eigen transport van/naar de reinigingsfirma, gelden voor het laattijdig aanbieden van de bekers volgende tarieven:
| Laattijdig inleveren | Retributie | |
| Niet binnenbrengen van de vervuilde bekers op het afgesproken tijdstip bij de reinigingsfirma | 0,10 euro | per beker per dag vertraging |
| Niet ophalen van de gewassen bekers op het afgesproken tijdstip bij de reinigingsfirma | 0,10 euro | per beker per dag vertraging |
Artikel 9 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 10 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Beleidsdoelstelling: D000005 - Brecht zet in op een bruisende en actieve gemeente door het nastreven van een geïntegreerd vrijetijdsbeleid.
Actieplan: AP000018 - Dagelijkse werking bruisend/actief.
Actie: A000074 - Dagelijkse werking bruisend/actief.
Beleidsveld: BV 0703
ARK: 7025400
Omschrijving: Bibliotheek: ontvangsten lidgeld, leengeld, boetes,...
Gemeenteraadsbeslissing van 9 februari 2023 over het retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 41.
Decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van een retributiereglement.
Toelichting wordt gegeven door schepen R. Ruelens.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.22.34 uur tot en met 1.34.53 uur.
Artikel 1 - Belastbaar voorwerp of belastbaar feit
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de openbare bibliotheek.
Artikel 2 - Belastingplichtige
De retributie is verschuldigd door de personen die wensen gebruik te maken van de openbare bibliotheek en haar diensten.
Artikel 3 - Tarief
1. Lidgeld: gratis
2. Volgpas en vervanging lidkaart: éénmalig gratis
Indien men nog een extra pas wenst: 1 euro
3. Leengeld: het uitlenen van alle bibliotheekmaterialen is gratis
4. Verlenging materialen: gratis
5. Reservaties: gratis
6. Telaatgeld: gebruikers van de bib dienen geen telaatgeld te betalen
7. Maningen: maningen verstuurd vanuit het bibliotheekbeheerssysteem: gratis
8. Niet-teruggebrachte en beschadigde bibliotheekmaterialen:
9. Interbibliothecair leenverkeer (IBL): 8 euro per aangevraagd materiaal
10. Fotokopie (enkel zwart/wit):
11. Verkoop afgevoerde materialen:
12. Verkoop warme dranken: 1 euro
Artikel 4 - Vrijstellingen
Eventuele vrijstellingen op het retributiereglement werden opgenomen onder artikel 3.
Artikel 5 - Wijze van inning
De retributie kan contant, via bancontact, via payconiq of via overschrijving op het rekeningnummer van het gemeentebestuur.
Artikel 6 - Opheffing vorig reglement
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 7 - Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.
Toelichting bij de huidige werking, het stappenplan en de verdere timing van de zelfstandige groepering op de Trefdag die IGEAN op 27 maart 2025 georganiseerd heeft bij de start van de nieuwe legislatuur.
Toelichting aan de raad van bestuur van 23 april 2025.
Toelichting aan de financieel directeurs op 16 mei 2025.
Toelichting aan de burgemeesters op 21 mei 2025.
Beslissing van de raad van bestuur van 25 juni 2025 waarmee de projectfiches goedgekeurd werden.
Algemeen
IGEAN dienstverlening is een dienstverlenende vereniging overeenkomstig het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 die hoofdzakelijk actief is op het vlak van grondbeleid, vastgoed-transacties, woonbeleid, EnergieK Huis, ruimtelijke ordening, handhaving en omgeving.
IGEAN dienstverlening verricht in dit kader handelingen ten aanzien van haar deelnemers, zonder beheersoverdracht.
IGEAN werkt hierbij ‘kostendelend’, waardoor de kosten van een bepaalde activiteit verdeeld worden over de lokale besturen die effectief gebruik maken van de betrokken activiteit.
IGEAN dienstverlening als zelfstandige groepering
Sinds 2021 treedt IGEAN dienstverlening voor een aantal activiteiten op als een zelfstandige groepering (cfr. artikel 44 §2bis van het btw-wetboek).
IGEAN is hierbij aan te merken als ‘een permanente belangengemeenschap die door rechtspersonen is opgericht met het oog op rationalisering en om de beheers- en exploitatiekosten te verminderen’.
IGEAN dienstverlening heeft de btw-administratie hiervan formeel in kennis gesteld aan de hand van het formulier 604B en bijhorende ledenlijst. Op deze ledenlijst staan alle deelnemers van IGEAN dienstverlening die aan te merken zijn als publiekrechtelijke instellingen die in principe niet btw-plichtig zijn. Deze opname houdt op zich geen enkele verplichting tot intergemeentelijke samenwerking in; het creëert enkel de mogelijkheid tot samenwerking.
Het inwendig reglement
De spelregels die gelden voor de intergemeentelijke samenwerking werden vastgelegd in het inwendig reglement van de zelfstandige groepering dat volgende artikels omvat:
Artikel 1 – algemeen
Artikel 2 – aard van de samenwerking
Artikel 3 – vergoeding van de dienstverlening
Artikel 4 – rechten en verplichtingen deelnemende vennoten/leden
Artikel 5 – rechten en verplichtingen IGEAN dienstverlening.
De samenwerking is gericht op het verlenen door IGEAN dienstverlening van noodzakelijke, ondersteunende diensten aan de lokale besturen bij de uitvoering van hun taken.
Het inwendig reglement werd goedgekeurd door de raad van bestuur van IGEAN dienstverlening van 28 april 2021 en werd ter kennisgeving voorgelegd aan de algemene vergadering van 25 juni 2021. Het inwendig reglement blijft onveranderd van toepassing.
De activiteiten – projectfiches
IGEAN dienstverlening heeft verschillende projectfiches opgemaakt die telkens één activiteit van IGEAN dienstverlening beschrijven. Elke projectfiche bestaat uit volgende elementen:
Deze projectfiches moeten het mogelijk maken om met voldoende kennis van zaken te beslissen of en voor welke activiteit het lokaal bestuur beroep wenst te doen op IGEAN dienstverlening.
Elke projectfiche omschrijft duidelijk en transparant het concrete aanbod van IGEAN evenals de daarbij horende kostprijs en de wijze waarop deze kostprijs zal worden verdeeld over de verschillende deelnemers. De deelnemende vennoten/leden zijn niet verplicht om voor alle activiteiten beroep te doen op IGEAN dienstverlening.
Vandaag biedt IGEAN dienstverlening volgende activiteiten (projectfiches) aan in het kader van de zelfstandige groepering:
- Intergemeentelijke handhaving ruimtelijke ordening
- Intergemeentelijke werking lokaal woonbeleid
- Intergemeentelijke werking EnergieK huis (energie en klimaat)
- Intergemeentelijke werking aanwijzend schatter.
De duurzame samenwerking die in 2021 van start is gegaan, is gekoppeld aan de legislatuur + 1 jaar en eindigt bijgevolg op 31 december 2025. IGEAN heeft daarom nieuwe projectfiches voorbereid.
In zitting van 25 juni 2025 heeft de raad van bestuur van IGEAN dienstverlening haar goedkeuring gehecht aan deze projectfiches met het aanbod voor intergemeentelijke samenwerking vanaf 1 januari 2026. Het is nu aan de lokale besturen om hieruit een keuze te maken.
Volgende activiteiten en bijhorende projectfiches worden voorgelegd aan de gemeenteraad:
- Intergemeentelijke handhaving ruimtelijke ordening én milieu
- Intergemeentelijke werking lokaal woonbeleid
- Intergemeentelijke werking EnergieK huis (energie en klimaat)
- Intergemeentelijke werking aanwijzend schatter
- Intergemeentelijke werking grondgebiedszaken
De gemeenteraadsbeslissing die voorligt heeft enkel betrekking op de activiteit ‘intergemeentelijke werking grondgebiedszaken’. De overige activiteiten maken het voorwerp uit van een aparte gemeenteraadsbeslissing.
De nieuwe intergemeentelijke samenwerking start op 1 januari 2026. In uitvoering van het inwendig reglement is deze gekoppeld aan de legislatuur + 1 jaar om te eindigen op 31 december 2031.
Voordelen en voorwaarden van de zelfstandige groepering
Een intergemeentelijke samenwerking met IGEAN dienstverlening die optreedt als zelfstandige groepering heeft als voordeel dat de betrokken activiteiten binnen bepaalde krijtlijnen vrijgesteld worden van btw. Bovendien wordt deze samenwerking vermoed niet concurrentieverstorend te zijn.
De wetgeving overheidsopdrachten moet daarom in deze context niet door elk lokaal bestuur toegepast worden.
Om toepassing te kunnen maken van artikel 44 §2bis btw-wetboek gelden voor alle activiteiten volgende voorwaarden:
a. Duurzame, preferentiële samenwerking
Er moet sprake zijn van een duurzame samenwerking tussen IGEAN dienstverlening en haar leden. Een ad hoc toe- of uittreding is niet toegestaan.
Aangezien de werking en het beleid van een lokaal bestuur in grote mate legislatuur-gebonden is, wordt de termijn van de samenwerking met IGEAN dienstverlening gekoppeld aan de legislatuur + 1 jaar.
De samenwerking is bovendien preferentieel, wat concreet betekent dat de deelnemende vennoten/leden bij voorrang een beroep doen op IGEAN dienstverlening voor de uitvoering van de betrokken activiteiten en dat IGEAN dienstverlening deze diensten bij voorrang aanbiedt aan de lokale besturen die hiervoor een duurzame samenwerking hebben onderschreven.
Een duurzame, preferentiële samenwerking moet het mogelijk maken deskundig personeel aan te trekken en te houden, wat de continuïteit van de dienstverlening ten goede komt.
b. jaarlijkse btw verklaring eigen activiteiten
De leden van de zelfstandige groepering moeten overwegend (meer dan 50%) activiteiten hebben die van btw vrijgesteld zijn of buiten het toepassingsgebied van de btw vallen.
Overeenkomstig artikel 6, eerste lid van het btw-wetboek worden gemeenten niet als btw-belastingplichtigen aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen. Om dit te bevestigen zal er jaarlijks een btw verklaring ter ondertekening voorgelegd worden aan de betrokken deelnemers (bijlage 2 inwendig reglement).
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Statuten IGEAN dienstverlening
Artikel 44 §2bis btw-wetboek
Circulaire nr. 127.540 van 12 december 2016
Inwendig reglement van de zelfstandige groepering
Financiële gevolgen
De dienstverlening in het kader van de zelfstandige groepering is steeds kostendelend.
In uitvoering van artikel 3 van het inwendig reglement worden de kostprijselementen van de intergemeentelijke samenwerking evenals de wijze van verdeling opgenomen in de projectfiches die per activiteit opgemaakt worden. De parameters die hierbij gelden evenals het aandeel hierin van elke deelnemer, kan per activiteit verschillen.
Per activiteit wordt een intergemeentelijk team samengesteld. Specifiek voor de activiteit ‘intergemeentelijke werking grondgebiedszaken’ zullen per project één of meerdere leden van dit team ingezet worden, afhankelijk van de benodigde expertise voor het succesvol opleveren van het betreffende project. De samenstelling van het intergemeentelijk team grondgebiedszaken, op datum van 20 juni 2025, is toegevoegd als bijlage aan de projectfiche grondgebiedszaken.
Alle aangeboden diensten worden steeds op een projectgebonden kostendelende basis aangerekend. De kostprijs van de dienst wordt bepaald aan de hand van de kostprijs van de uren gepresteerd door de betrokken werknemer, vermeerderd met 30% ter doorrekening van het aandeel in de algemene kosten.
Hierbij wordt een gedifferentieerd standaarduurtarief toegepast:
Jaarlijks wordt aan de raad van bestuur een voorstel van nieuwe standaarduurtarieven ter goedkeuring voorgelegd.
Indien de deelnemende vennoten/leden gebruik wensen te maken van één of meerdere diensten uit het à la carte menu, zal IGEAN steeds vooraf een raming maken van de te verwachten tijdsbesteding. IGEAN zal op regelmatige basis een overzicht bezorgen van de reeds gepresteerde uren en de nog te verwachten uren zodat de betreffende vennoten/leden maximaal geïnformeerd worden.
Indien de deelnemende vennoten/leden hebben ingetekend op de dienstverlening ‘programmaregie’ en een welbepaald programma willen opstarten, zal IGEAN eerst een haalbaarheidsstudie opmaken waarbij enkele mogelijke scenario’s naar ruimtelijke kwaliteit en financiële haalbaarheid worden afgetoetst. Op die manier kan de scope van het programma, waarbinnen IGEAN werkt, afgebakend worden. IGEAN zal een lastgevingsovereenkomst met programmanota opstellen waarin de doelstelling van het programma wordt omschreven met bijhorende stappen die IGEAN zal opnemen om deze doelstelling te behalen. IGEAN zal hierbij een planning en kostenraming opstellen, die gedurende het proces worden opgevolgd en bijgestuurd indien nodig. Voor deze, vaak complexe, programma’s zal IGEAN een vaste overlegstructuur in de vorm van een stuurgroep voorzien. Op elke stuurgroep zal IGEAN een financieel overzicht bezorgen zodat de gemeente maximaal geïnformeerd is.
Kostenramingen voor projecten waarvan verwacht wordt dat de uitvoering ervan over verschillende jaren zal lopen, worden opgesteld op basis van de voor het werkingsjaar geldend standaarduurtarief, maar worden geïndexeerd met het oog op de latere doorrekening.
Na voltooiing van de diensten wordt het project doorgerekend aan het lokaal bestuur op basis van de werkelijk gepresteerde uren.
De geleverde diensten zullen jaarlijks afgerekend worden per project en per gemeente.
Bijlagen
- Het inwendig reglement van de zelfstandige groepering, goedgekeurd door de raad van bestuur van 28 april 2021
- de projectfiche ‘intergemeentelijke werking grondgebiedszaken’ en bijhorende bijlage met het aanbod vanaf 2026.
Alle documenten maken integraal deel uit van deze gemeenteraadsbeslissing.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.34.54 uur tot en met 1.37.08 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van de projectfiche ‘intergemeentelijke werking grondgebiedszaken’ en bijhorende bijlage met het concrete aanbod van IGEAN dienstverlening in het kader van de zelfstandige groepering (bijlage 1 bij het inwendig reglement) die uit volgende onderdelen bestaat:
1. Voorwerp van de opdracht
2. Het concrete aanbod van IGEAN
3. De kostprijselementen en de wijze van verdeling (parameters)
4. Uurtarieven 2026
Artikel 2
De gemeenteraad wenst beroep te doen op IGEAN dienstverlening die optreedt als zelfstandige groepering, voor de activiteit: Intergemeentelijke werking grondgebiedszaken.
De gemeente onderschrijft volgende ondersteuning:
Ruimtelijke planning
Programmaregie
Artikel 3
De intergemeentelijke samenwerking met IGEAN dienstverlening - die optreedt als zelfstandige groepering - neemt een aanvang op 1 januari 2026.
Artikel 4
IGEAN dienstverlening zal de diensten jaarlijks afrekenen per project en per deelnemer.
Artikel 5
Een ondertekend exemplaar van deze beslissing zal digitaal bezorgd worden aan IGEAN dienstverlening.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Statuten van Creat Services dv
Gemeenteraadsbeslissing 13 februari 2025 - Aanduiding van Esther Janssens als afgevaardigde op de algemene vergaderingen van Creat Services dv, met als plaatsvervanger Ilse Van Den Heuvel.
Gemeente Brecht is aangesloten bij Creat Services dv Regio 2.
Op 13 oktober 2025 ontvingen we een oproepingsbrief voor de algemene vergadering van Creat Services dv op 16 december 2025, waarin de agenda werd meegedeeld.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.37.09 uur tot en met 1.38.31 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt alle punten op de agenda van de buitengewone algemene vergadering van Creat Services dv op 16 december 2025 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten goed:
Varia
Artikel 2
De gemeenteraad draagt de aangeduide (plaatsvervangende) vertegenwoordiger op om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de buitengewone algemene vergadering van Creat Services dv vastgesteld op 16 december 2025, te onderschrijven en haar stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde buitengewone algemene vergadering.
Artikel 3
Een afschrift van dit besluit zal hetzij bij voorkeur per elektronische post aan het e-mailadres avcreatservices@creat.be, hetzij per post t.a.v. Creat Services dv, p/a Intercommunaal Beheer, Stropstraat 1 te 9000 Gent, verzonden worden.
Toelichting en bespreking van de nota met de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie met de begroting voor 2026 op de raad van bestuur van 15 oktober 2025.
Met het K.B. van 3 januari 1969 werd overgegaan tot de oprichting van de coöperatieve vennootschap Intercommunale Grondbeleid en Expansie Antwerpen, verder IGEAN cv genoemd, gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad op 8 juli 1969.
Op de buitengewone algemene vergadering van 8 november 2003 werd IGEAN cv omgevormd tot een dienstverlenende vereniging IGEAN dienstverlening, gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad op 19 december 2003.
Met de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken van 1 april 2004 werden de wijzigingen van de statuten en de omvorming van IGEAN cv in een dienstverlenende vereniging goedgekeurd.
Op de buitengewone algemene vergadering van 15 juni 2007 werd de statutenwijziging van IGEAN dienstverlening goedgekeurd en gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad op 13 augustus 2007 onder nr. 07120366.
Op de buitengewone algemene vergadering van 18 december 2013 werd de statutenwijziging van IGEAN dienstverlening goedgekeurd. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 10 april 2014 van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse rand.
Op de buitengewone algemene vergadering van 17 juni 2016 werd de statutenwijziging en verlenging van IGEAN dienstverlening tot 21 juni 2034 goedgekeurd. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 3 oktober 2016 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding.
Op de buitengewone algemene vergadering van 19 december 2018 werd de statutenwijziging van IGEAN dienstverlening goedgekeurd, rekening houdend met het nieuwe decreet lokaal bestuur. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 19 maart 2019 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding.
Op de algemene vergadering van 28 juni 2019 werd de statutenwijziging van IGEAN dienstverlening goedgekeurd, rekening houdend met het nieuwe decreet lokaal bestuur. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 23 oktober 2019 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.
Op de algemene vergadering van 19 juni 2020 werd de statutenwijziging van IGEAN dienstverlening in het kader van de zelfstandige groepering goedgekeurd. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 25 januari 2021 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.
Op de algemene vergadering van 25 juni 2021 werd een statutenwijziging van IGEAN dienstverlening goedgekeurd in functie van het digitaal vergaderen. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 23 november 2021 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.
De gemeente Brecht is lid bij IGEAN dienstverlening.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Statuten van IGEAN dienstverlening.
Nota te ontwikkelen activiteiten en begroting
Artikel 432 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en artikel 35 van de statuten bepalen dat er afgezien van de jaarvergadering nog minstens één buitengewone algemene vergadering moet worden georganiseerd in de loop van het laatste trimester van elk jaar.
Op deze buitengewone algemene vergadering worden de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het volgende boekjaar besproken, alsook wordt een door de raad van bestuur opgestelde begroting voorgelegd.
De raad van bestuur van 15 oktober 2025 heeft haar goedkeuring gehecht aan de nota met de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor 2026 evenals aan de begroting 2026.
Deze documenten worden nu ter goedkeuring voorgelegd aan de buitengewone algemene vergadering.
Goedkeuren evaluatienota en ondernemingsplan
Artikel 459 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat IGEAN in de loop van het eerste werkingsjaar na het jaar waarin verkiezingen voor de algehele hernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd, een nieuw ondernemingsplan voor de komende 6 jaar moet opmaken. Dit ondernemingsplan bevat een evaluatierapport over de werking van de vereniging.
IGEAN heeft de ontwerpdocumenten voorbereid en legt deze ter goedkeuring voor aan de buitengewone algemene vergadering.
Goedkeuring aanpassing presentiegelden
Artikel 448 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt het volgende (wijziging geldig vanaf 8 april 2023):
De leden van de raad van bestuur van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging en de vertrouwenspersonen die hen bijstaan conform artikel 16 en 155, kunnen per bijgewoonde vergadering een presentiegeld ontvangen.
Het presentiegeld voor het bijwonen van de raad van bestuur is ten hoogste gelijk aan het hoogste bedrag dat uitkeerbaar is aan een gemeenteraadslid voor een gemeenteraadszitting in een van de deelnemende gemeenten. Aan de voorzitter van de raad van bestuur, aan zijn vervanger en aan de voormelde vertrouwenspersonen kan maximaal een dubbel presentiegeld worden toegekend. Bij een cumulatie van mandaten, waaraan een dubbel presentiegeld verbonden is in meerdere dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen, bepaalt het lid van de raad van bestuur in welke vereniging het dubbel presentiegeld wordt toegekend. In elk van de andere verenigingen ontvangt dit lid een enkel presentiegeld. De toekenning van een dubbel presentiegeld is slechts mogelijk nadat de betrokkene een verklaring op erewoord heeft ingediend waaruit blijkt dat hij geen dubbel presentiegeld geniet in een andere dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.
De algemene vergadering bepaalt het presentiegeld en, binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt, de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend.
In het kader van de verlenging van IGEAN in 2016 heeft de buitengewone algemene vergadering van 17.06.2016 de presentiegelden voor de leden van de raad van bestuur vastgelegd op 100,51 euro per zitting (gekoppeld aan de index). Deze beslissing was gebaseerd op een quasi identieke samenstelling van de raad van bestuur voor IGEAN dienstverlening én IGEAN milieu & veiligheid. De (meeste) bestuurders ontvingen finaal 2x 100,51 euro of 201,02 euro per avond, aangezien de raden van bestuur achtereenvolgens op eenzelfde avond georganiseerd werden.
Beslissing van de jaarvergadering van 19 juni 2020 onder punt 5, die luidt als volgt:
Besluit de jaarvergadering:
Enig art.: De jaarvergadering past per 1 januari 2020 de presentiegelden voor de leden van de raad van bestuur aan tot 213,33 euro per zitting (op basis van spilindex 160,84). Dit bedrag wordt gekoppeld aan de index.
Deze beslissing hield rekening met het nieuwe decreet lokaal bestuur dat in 2019 in werking is getreden en op basis waarvan de raad van bestuur uit maximaal 15 leden mag bestaan. In uitvoering hiervan werd in 2019 de raad van bestuur zo samengesteld dat elke gemeente één vertegenwoordiger had, maar niet in beide raden van bestuur zat.
De presentiegelden die vandaag van toepassing zijn, bedragen 265,25 euro (d.i. 124,98 euro tegen 100%, gekoppeld aan spilindex 138,01, cfr. https://www.vlaanderen.be/lokaalestuur/mandatarissen/presentiegeld-raadslid).
De verplaatsingsvergoeding bedraagt in toepassing van het Besluit Rechtspositieregeling van 20 januari 2023 momenteel 0,4320 euro per kilometer heen en terug.
Intussen is de raad van bestuur voor de nieuwe legislatuur 2025-2030 samengesteld. De raad van bestuur telt 15 leden met stemrecht en 3 leden met raadgevende stem en is identiek voor IGEAN dienstverlening én voor IGEAN milieu & veiligheid.
Gelet op de identieke samenstelling van de raad van bestuur en om mogelijke extra kosten die dat met zich meebrengt te vermijden, hebben de bestuurders in zitting van 25 juni 2025 het voorstel goedgekeurd om de presentiegelden voor de leden van de raad van bestuur van IGEAN dienstverlening vanaf 19 maart 2025 te schrappen. Dit voorstel wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de buitengewone algemene vergadering.
Goedkeuren toetreding CREAT
IGEAN dienstverlening wenst gebruik te maken van het CREAT aankoopplatform. CREAT biedt een ruim aanbod aan producten en diensten aan besturen die onderhevig zijn aan de wetgeving op de overheidsopdrachten. Meer dan 600 gemeenten, steden en andere organisaties maken reeds gebruik van de dienstverlening van CREAT, waaronder 21 gemeenten uit de IGEAN regio.
De dienstverlening van CREAT kan enkel aangeboden worden aan deelnemers van Creat Services, een dienstverlenende intergemeentelijke vereniging die CREAT beheert. De deelname aan Creat Services dv concretiseert zich middels een kapitaalsinbreng, waartegenover aandelen staan. Voor intercommunales geldt een vast aantal van 5 aandelen per entiteit. De nominale waarde van 1 aandeel is 1000 euro en is voor één vierde te volstorten. In concreto dient er 1250 euro te worden volstort.
Overeenkomstig artikel 420 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt een toetredingsbeslissing van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging genomen door de algemene vergadering. IGEAN dienstverlening legt de toetreding tot Creat Services dv daarom voor aan de buitengewone algemene vergadering.
Statutenwijziging
Bij het begin van een nieuwe legislatuur is een kritische lezing van de statuten opportuun. Op basis hiervan worden er enkele voorstellen tot aanpassing en vereenvoudiging gedaan om een optimale werking van IGEAN mogelijk te maken.
IGEAN heeft een nota opgemaakt met toelichting bij het ontwerp van statutenwijziging die bestaat uit volgende onderdelen:
1. Toelichting bij het ontwerp van statutenwijziging
2. Stappenplan – timing – inwerkingtreding.
In zitting van 25 juni 2025 en 6 augustus 2025 hebben de bestuurders kennis genomen van het ontwerp van statutenwijziging voor IGEAN dienstverlening en hun goedkeuring hieraan gehecht.
IGEAN heeft het dossier ingediend via het Digitaal Loket op 2 juli 2025 en aangevuld op 7 augustus 2025.
Met het schrijven van het Agentschap Binnenlands Bestuur van 21 augustus 2025 werd het advies van de minister over het ontwerp van statutenwijziging aan IGEAN bezorgd. Het kan als volgt samengevat worden:
Samenvatting
IGEAN Dienstverlening bereidt een statutenwijziging voor. De wijzigingen betreffen: een aanpassing van enkele bepalingen omtrent het kapitaal in kader van voorbije en mogelijke toekomstige fusies, een vereenvoudiging van de statutaire regelingen m.b.t. de aanduiding van bestuurders, aanpassingen aan de regeling rond de aanstelling van voorzitters en ondervoorzitters van de raad van bestuur, het algemeen comité en de adviescomités, en een toevoeging omtrent aansprakelijkheid n.a.v. recente wetswijzigingen.
De voorgestelde wijzigingen zijn in overeenstemming met het recht.
In zitting van 10 september 2025 hebben de bestuurders kennis genomen van het gunstig advies van het Agentschap Binnenlands Bestuur.
IGEAN legt het volledige dossier van de statutenwijziging, inclusief het advies van het Agentschap Binnenlands Bestuur, ter goedkeuring voor aan de buitengewone algemene vergadering.
Hiermee wordt uitvoering gegeven aan artikel 427 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de raad van bestuur het ontwerp van statutenwijziging voorbereidt. Dit ontwerp wordt uiterlijk 150 dagen voor de algemene vergadering die de statutenwijziging moet beoordelen op straffe van nietigheid voorgelegd aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering verleent een niet-bindend advies aan de raad van bestuur binnen 60 dagen vanaf de dag na de dag waarop het ontwerp van statutenwijziging aan de Vlaamse Regering is verzonden. Is er geen advies ontvangen binnen de gestelde termijn, dan wordt geacht aan de adviesplicht te zijn voldaan.
Uiterlijk 90 dagen voor de algemene vergadering die de statutenwijziging moet beoordelen, wordt een door de raad van bestuur opgesteld ontwerp aan alle deelnemers voorgelegd. Dit ontwerp bevat eveneens het advies van de Vlaamse Regering. De goedkeuring van de statutenwijziging wordt voorgelegd aan de buitengewone algemene vergadering.
Benoemen leden adviescomités
Artikel 27 van de statuten van IGEAN dienstverlening bepaalt dat er één of meerdere adviescomités kunnen opgericht worden. Een adviescomité wordt opgericht op grond van de meervoudige doelstellingen van de vereniging en blijft in aantal beperkt tot het aantal doelstellingen.
De intergemeentelijke werking van het EnergieK huis is een van de activiteiten die IGEAN dienstverlening uitvoert als zelfstandige groepering. Om deze intergemeentelijke werking invulling te geven en op te volgen, werd in 2019 de vroegere beleidsgroep Energie omgevormd tot een adviescomité EnergieK Huis.
Enkel de gemeenten die deel uitmaken van het EnergieK Huis zijn vertegenwoordigd in dit adviescomité met één effectief lid. Het adviescomité bestaat bij voorkeur uit de bevoegde schepen (energie, klimaat of duurzaamheid). De voordracht én het mandaat van het lid van het adviescomité geldt bij voorkeur voor de volledige legislatuur.
Artikel 442 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en artikel 27 van de statuten van IGEAN dienstverlening bepalen dat de deelnemers bij het begin van een nieuwe legislatuur leden voor de adviescomités voordragen, die door de algemene vergadering worden benoemd.
Met de beslissing van de buitengewone algemene vergadering van IGEAN dienstverlening van 12 maart 2025 en van de jaarvergadering van 19 juni 2025, werden de reeds voorgedragen leden van het adviescomité EnergieK Huis benoemd.
De benoeming van nog voor te dragen kandidaten wordt voorgelegd aan de buitengewone algemene vergadering.
Uitnodiging algemene vergadering - dagorde
De raad van bestuur van 10 september 2025 heeft beslist om de buitengewone algemene vergadering van 17 december 2025 om 19.00 uur te organiseren in de burelen van IGEAN, Doornaardstraat 60 te 2160 Wommelgem.
De dagorde werd als volgt vastgelegd:
1. Goedkeuren van de nota met de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor 2026
2. Goedkeuren van de begroting 2026
3. Goedkeuren van de evaluatienota van het ondernemingsplan - "Horizon-2024” en het ondernemingsplan - “Samen naar 2030”
4. Goedkeuren aanpassing presentiegelden
5. Goedkeuren van de toetreding tot de Tussengemeentelijke Maatschappij voor Services (CREAT)
6. Goedkeuren van de statutenwijziging
7. Benoemen van leden adviescomités.
Met het schrijven van IGEAN dienstverlening van 12 september 2025 werd de uitnodiging en de dagorde voor de buitengewone algemene vergadering van 17 december 2025 aan alle deelnemers bezorgd.
Alle documenten m.b.t. de statutenwijziging werden op dat ogenblik via het infonet ter beschikking gesteld van de deelnemers, rekening houdend met de voorziene termijn van 90 dagen voor de buitengewone algemene vergadering van 17 december 2025 die de statutenwijziging moet beoordelen.
Volgende documenten werden op 20 oktober 2025 (na de raad van bestuur van 15 oktober 2025) eveneens via het infonet ter beschikking gesteld van de deelnemers:
1. de uittreksels uit de relevante beslissingen van de raad van bestuur
2. de nota met de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie met de begroting voor 2026
3. de evaluatienota van het ondernemingsplan “Horizon 2024” en het ondernemingsplan “Samen naar 2030”.
Vertegenwoordiger en mandaat algemene vergadering
De gemeenteraad heeft met een afzonderlijk besluit de vertegenwoordiger van de gemeente voor de algemene vergadering van IGEAN dienstverlening reeds aangeduid. Artikel 432 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en artikel 33§1 van de statuten bepalen dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke algemene vergadering.
Met onderstaande beslissing wordt aan de vertegenwoordiger een mandaat gegeven.
De buitengewone algemene vergadering heeft op zich geen financiële gevolgen voor het bestuur.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.38.32 uur tot en met 1.39.17 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van de volledige dagorde van de buitengewone algemene vergadering van IGEAN dienstverlening die zal gehouden worden in de burelen van IGEAN, Doornaardstraat 60 te 2160 Wommelgem op woensdag 17 december 2025 om 19.00 uur evenals van alle daarbij horende documenten en neemt op basis hiervan volgende beslissingen:
1. Goedkeuren van de nota met de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor 2026
2. Goedkeuren van de begroting 2026
3. Goedkeuren van de evaluatienota van het ondernemingsplan - "Horizon-2024” en het ondernemingsplan - “Samen naar 2030”
4. Goedkeuren aanpassing presentiegelden
5. Goedkeuren van de toetreding tot de Tussengemeentelijke Maatschappij voor Services (CREAT)
6. Goedkeuren van de statutenwijziging
7. Benoemen van leden adviescomités.
Artikel 2
De vertegenwoordiger van de gemeente, die met een afzonderlijk besluit werd benoemd, wordt gemandateerd om op de buitengewone algemene vergadering van IGEAN dienstverlening van 17 december 2025 deel te nemen aan de bespreking over de in artikel 1 vermelde agendapunten en te beraadslagen en te beslissen overeenkomstig dit besluit en verder al het nodige te doen om de volledige agenda af te werken.
Artikel 3
Een uittreksel van onderhavige gemeenteraadsbeslissing zal digitaal aan IGEAN dienstverlening worden bezorgd.
Toelichting en bespreking van de nota met de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie met de begroting voor 2026 op de raad van bestuur van 15 oktober 2025.
Op de buitengewone algemene vergadering van IGEAN cv van 8 november 2003 werd de oprichtingsakte van de opdrachthoudende vereniging IGEAN milieu & veiligheid verleden.
Op 19 december 2003 verscheen de publicatie van de oprichtingsakte en de statuten van IGEAN milieu & veiligheid in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad.
Met de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken van 1 april 2004 werd de oprichting en de statuten van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd.
Op de buitengewone algemene vergadering van 15 juni 2007 werd de statutenwijziging van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd en gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad op 13 augustus 2007 onder nr. 07120366.
Op de buitengewone algemene vergadering van 18 december 2013 werd de statutenwijziging van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 10 april 2014 van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse rand.
Op de buitengewone algemene vergadering van 17 juni 2016 werd de statutenwijziging en verlenging van IGEAN milieu & veiligheid tot 21 juni 2034 goedgekeurd. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 3 oktober 2016 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding.
Op de buitengewone algemene vergadering van 19 december 2018 werd de statutenwijziging van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd, rekening houdend met het nieuwe decreet lokaal bestuur. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 27 maart 2019 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding.
Op de algemene vergadering van 28 juni 2019 werd de statutenwijziging van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd, rekening houdend met het nieuwe decreet lokaal bestuur. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 17 oktober 2019 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.
Op de algemene vergadering van 25 juni 2021 werd een statutenwijziging van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd in functie van het digitaal vergaderen. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 23 november 2021 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.
De gemeente is lid bij IGEAN milieu & veiligheid.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Statuten van IGEAN milieu & veiligheid.
Nota te ontwikkelen activiteiten en begroting
Artikel 432 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en artikel 36 van de statuten bepalen dat er afgezien van de jaarvergadering nog minstens één buitengewone algemene vergadering moet worden georganiseerd in de loop van het laatste trimester van elk jaar.
Op deze buitengewone algemene vergadering worden de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het volgende boekjaar besproken, alsook wordt een door de raad van bestuur opgestelde begroting voorgelegd.
De raad van bestuur van 15 oktober 2025 heeft haar goedkeuring gehecht aan de nota met de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor 2026 evenals aan de begroting 2026.
Deze documenten worden nu ter goedkeuring voorgelegd aan de buitengewone algemene vergadering.
Nota innovatiefonds – bepalen bijdrage
Artikel 14 van de statuten van IGEAN milieu & veiligheid bepaalt het principe om een innovatiefonds op te richten. Dit innovatiefonds moet de vereniging in staat stellen innovatieve activiteiten, taken en projecten voor de deelnemers te onderzoeken, voor te bereiden, uit te werken en op te starten.
Op voorstel van de raad van bestuur vraagt de algemene vergadering aan de deelnemers een bijdrage in het innovatiefonds.
Om de continuïteit van de innovatieve projecten te garanderen, wordt voorgesteld om in 2026 opnieuw een bijdrage te vragen aan alle deelnemers en deze net zoals in de voorgaande jaren te koppelen aan de omzet met een bijdrage van 0,5%.
Het voorstel van de raad van bestuur wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de buitengewone algemene vergadering.
Goedkeuren evaluatienota en ondernemingsplan
Artikel 459 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat IGEAN in de loop van het eerste werkingsjaar na het jaar waarin verkiezingen voor de algehele hernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd, een nieuw ondernemingsplan voor de komende 6 jaar moet opmaken. Dit ondernemingsplan bevat een evaluatierapport over de werking van de vereniging.
IGEAN heeft de ontwerpdocumenten voorbereid en legt deze ter goedkeuring voor aan de buitengewone algemene vergadering.
Goedkeuring aanpassing presentiegelden
Artikel 448 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt het volgende (wijziging geldig vanaf 8 april.2023):
De leden van de raad van bestuur van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging en de vertrouwenspersonen die hen bijstaan conform artikel 16 en 155, kunnen per bijgewoonde vergadering een presentiegeld ontvangen.
Het presentiegeld voor het bijwonen van de raad van bestuur is ten hoogste gelijk aan het hoogste bedrag dat uitkeerbaar is aan een gemeenteraadslid voor een gemeenteraadszitting in een van de deelnemende gemeenten. Aan de voorzitter van de raad van bestuur, aan zijn vervanger en aan de voormelde vertrouwenspersonen kan maximaal een dubbel presentiegeld worden toegekend. Bij een cumulatie van mandaten, waaraan een dubbel presentiegeld verbonden is in meerdere dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen, bepaalt het lid van de raad van bestuur in welke vereniging het dubbel presentiegeld wordt toegekend. In elk van de andere verenigingen ontvangt dit lid een enkel presentiegeld. De toekenning van een dubbel presentiegeld is slechts mogelijk nadat de betrokkene een verklaring op erewoord heeft ingediend waaruit blijkt dat hij geen dubbel presentiegeld geniet in een andere dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.
De algemene vergadering bepaalt het presentiegeld en, binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt, de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend.
In het kader van de verlenging van IGEAN in 2016 heeft de buitengewone algemene vergadering van 17 juni 2016 de presentiegelden voor de leden van de raad van bestuur vastgelegd op 100,51 euro per zitting (gekoppeld aan de index). Deze beslissing was gebaseerd op een quasi identieke samenstelling van de raad van bestuur voor IGEAN dienstverlening én IGEAN milieu & veiligheid. De (meeste) bestuurders ontvingen finaal 2x 100,51 euro of 201,02 euro per avond, aangezien de raden van bestuur achtereenvolgens op eenzelfde avond georganiseerd werden.
Beslissing van de jaarvergadering van 19 juni 2020 onder punt 5, die luidt als volgt:
Besluit de jaarvergadering
Enig art.: De jaarvergadering past per 1.01.2020 de presentiegelden voor de leden van de raad van bestuur aan tot 213,33 euro per zitting (op basis van spilindex 160,84). Dit bedrag wordt gekoppeld aan de index.
Deze beslissing hield rekening met het nieuwe decreet lokaal bestuur dat in 2019 in werking is getreden en op basis waarvan de raad van bestuur uit maximaal 15 leden mag bestaan. In uitvoering hiervan werd in 2019 de raad van bestuur zo samengesteld dat elke gemeente één vertegenwoordiger had, maar niet in beide raden van bestuur zat.
De presentiegelden die vandaag van toepassing zijn, bedragen 265,25 euro (d.i. 124,98 euro tegen 100%, gekoppeld aan spilindex 138,01, cfr. https://www.vlaanderen.be/lokaalestuur/mandatarissen/presentiegeld-raadslid).
De verplaatsingsvergoeding bedraagt in toepassing van het Besluit Rechtspositieregeling van 20 januari 2023 momenteel 0,4320 euro per kilometer heen en terug.
Intussen is de raad van bestuur voor de nieuwe legislatuur 2025-2030 samengesteld. De raad van bestuur telt 15 leden met stemrecht en 3 leden met raadgevende stem en is identiek voor IGEAN dienstverlening én voor IGEAN milieu & veiligheid.
Gelet op de identieke samenstelling van de raad van bestuur met één voorzitter voor beide verenigingen, en het voorstel aan de buitengewone algemene vergadering om de presentiegelden voor de leden van de raad van bestuur van IGEAN dienstverlening te schrappen, hebben de bestuurders in zitting van 25 juni 2025 het voorstel goedgekeurd om aan de voorzitter van de raad van bestuur van IGEAN milieu & veiligheid een dubbel presentiegeld toe te kennen. De toekenning van het dubbel presentiegeld is slechts mogelijk nadat de betrokkene een verklaring op erewoord heeft ingediend waaruit blijkt dat hij geen dubbel presentiegeld geniet in een andere dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.
De presentiegelden voor de leden van de raad van bestuur van IGEAN milieu & veiligheid blijven behouden. Dit voorstel wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de buitengewone algemene vergadering.
Goedkeuren toetreding CREAT
IGEAN milieu & veiligheid wenst gebruik te maken van het CREAT aankoopplatform. CREAT biedt een ruim aanbod aan producten en diensten aan besturen die onderhevig zijn aan de wetgeving op de overheidsopdrachten. Meer dan 600 gemeenten, steden en andere organisaties maken reeds gebruik van de dienstverlening van CREAT, waaronder 21 gemeenten uit de IGEAN regio.
De dienstverlening van CREAT kan enkel aangeboden worden aan deelnemers van Creat Services, een dienstverlenende intergemeentelijke vereniging die CREAT beheert. De deelname aan Creat Services dv concretiseert zich middels een kapitaalsinbreng, waartegenover aandelen staan. Voor intercommunales geldt een vast aantal van 5 aandelen per entiteit. De nominale waarde van 1 aandeel is 1.000 euro en is voor één vierde te volstorten. In concreto dient er 1.250 euro te worden volstort.
Overeenkomstig artikel 420 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt een toetredingsbeslissing van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging genomen door de algemene vergadering. IGEAN milieu & veiligheid legt de toetreding tot Creat Services dv daarom voor aan de buitengewone algemene vergadering.
Statutenwijziging
Bij het begin van een nieuwe legislatuur is een kritische lezing van de statuten opportuun. Op basis hiervan worden er enkele voorstellen tot aanpassing en vereenvoudiging gedaan om een optimale werking van IGEAN mogelijk te maken.
IGEAN heeft een nota opgemaakt met toelichting bij het ontwerp van statutenwijziging die bestaat uit volgende onderdelen:
1. Toelichting bij het ontwerp van statutenwijziging
2. Stappenplan – timing – inwerkingtreding.
In zitting van 25 juni 2025 en 6 augustus 2025 hebben de bestuurders kennis genomen van het ontwerp van statutenwijziging voor IGEAN milieu & veiligheid en hun goedkeuring hieraan gehecht.
IGEAN heeft het dossier ingediend via het Digitaal Loket op 2 juli 2025 en aangevuld op 7 augustus 2025.
Met het schrijven van het Agentschap Binnenlands Bestuur van 21 augustus 2025 werd het advies van de minister over het ontwerp van statutenwijziging aan IGEAN bezorgd. Het kan als volgt samengevat worden:
Samenvatting
GEAN Milieu & veiligheid bereidt een statutenwijziging voor. De wijzigingen betreffen: een actualisering van de bepaling over het substitutierecht, een aanpassing van enkele bepalingen omtrent het kapitaal in kader van voorbije en mogelijke toekomstige fusies, een vereenvoudiging van de statutaire regelingen m.b.t. de aanduiding van bestuurders, aanpassingen aan de regeling rond de aanstelling van voorzitters en ondervoorzitters van de raad van bestuur, het algemeen comité en de adviescomités, en een toevoeging omtrent aansprakelijkheid n.a.v. recente wetswijzigingen.
De voorgestelde wijzigingen zijn in overeenstemming met het recht.
In zitting van 10 september 2025 hebben de bestuurders kennis genomen van het gunstig advies van het Agentschap Binnenlands Bestuur.
IGEAN legt het volledige dossier van de statutenwijziging, inclusief het advies van het Agentschap Binnenlands Bestuur, ter goedkeuring voor aan de buitengewone algemene vergadering.
Hiermee wordt uitvoering gegeven aan artikel 427 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de raad van bestuur het ontwerp van statutenwijziging voorbereidt. Dit ontwerp wordt uiterlijk 150 dagen voor de algemene vergadering die de statutenwijziging moet beoordelen op straffe van nietigheid voorgelegd aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering verleent een niet-bindend advies aan de raad van bestuur binnen 60 dagen vanaf de dag na de dag waarop het ontwerp van statutenwijziging aan de Vlaamse Regering is verzonden. Is er geen advies ontvangen binnen de gestelde termijn, dan wordt geacht aan de adviesplicht te zijn voldaan.
Uiterlijk 90 dagen voor de algemene vergadering die de statutenwijziging moet beoordelen, wordt een door de raad van bestuur opgesteld ontwerp aan alle deelnemers voorgelegd. Dit ontwerp bevat eveneens het advies van de Vlaamse Regering. De goedkeuring van de statutenwijziging wordt voorgelegd aan de buitengewone algemene vergadering.
IGEAN Energie - oprichting
IGEAN milieu & veiligheid wenst site noord herin te richten tot een groene energiesite, met als doel om, via toepassing van vernieuwende innovatieve technieken, een antwoord te bieden op de klimaatuitdagingen. Hierbij wordt ingezet op groene energie via (i) de bouw van een vernieuwde vergistingsinstallatie om flexibele hernieuwbare energie uit de verwerking van gft op te wekken, (dewelke maximaal geïntegreerd wordt in de bestaande vergistingsinstallatie), alsook (ii) de mogelijke realisatie van een park met PV-panelen (haalbaarheidsstudie is lopende).
Daarom zal IGEAN milieu & veiligheid overgaan tot de oprichting van een besloten vennootschap van privaat recht onder de benaming: IGEAN Energie. De noodzakelijke vermogensbestanddelen zullen door IGEAN milieu & veiligheid worden ingebracht in IGEAN Energie teneinde haar activiteiten uit te oefenen, dit in ruil voor nieuw uit te geven aandelen in IGEAN Energie;
In zitting van 23 april 2025 hebben de leden van de raad van bestuur kennis genomen van de ruling m.b.t. de oprichting van IGEAN Energie.
Aan de raad van bestuur van 7 mei 2025 heeft Danny Stas, partner bij Deloitte Legal, toelichting gegeven bij de ruling en de verder te ondernemen stappen. Aan Deloitte Legal werd de opdracht gegeven om juridische bijstand en ondersteuning te verlenen aan IGEAN, o.m. bij het opstellen van de nodige documenten voor de oprichting van IGEAN Energie.
In toepassing van art. 472§1, tweede lid van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 werd het bijzonder verslag voorbereid dat alle nuttige informatie bevat die op dit moment beschikbaar is en die de basis vormt voor de oprichting van IGEAN Energie als privaatrechtelijke rechtspersoon.
In zitting van 15 oktober 2025 hebben de bestuurders kennis genomen van volgende documenten waarna ze werden goedgekeurd:
Ook de tijdslijn en het stappenplan werden goedgekeurd:
- RVB 15 oktober 2025: goedkeuren van de verrijkte nota in toepassing van art. 472 DLB en het ontwerp van statuten, met financieel plan.
- Na RVB 15 oktober 2025: alle documenten worden ter beschikking gesteld van de deelnemers via het infonet.
- Algemeen comité (burgemeesters): 7 november 2025 - ontbijtvergadering.
- Algemeen en financieel directeurs: 12 november 2025 - digitale infosessie om 11.00 uur.
- (Gemeente)raadsleden van de deelnemers: 12 november 2025 - digitale infosessie om 19.00 uur.
Alle documenten werden via het infonet ter beschikking gesteld van de deelnemers van IGEAN milieu & veiligheid.
De oprichting van IGEAN Energie wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de buitengewone algemene vergadering.
Benoemen leden adviescomités
Artikel 28 van de statuten van IGEAN milieu & veiligheid bepaalt dat er een adviescomité “milieu” en een adviescomité “veiligheid” opgericht wordt.
Een adviescomité wordt opgericht op grond van de meervoudige doelstellingen van de vereniging en blijft in aantal beperkt tot het aantal doelstellingen. Enkel de gemeenten die belang hebben bij de betrokken doelstelling zijn vertegenwoordigd in dit adviescomité, dat bestaat uit uitvoerende mandatarissen die bevoegd zijn voor de betrokken doelstelling.
Het adviescomité “milieu” bestaat uit de schepenen van leefmilieu van de betrokken deelnemers.
Het adviescomité “veiligheid” bestaat uit één (1) vertegenwoordiger van elke betrokken deelnemer als vertegenwoordigers van de werkgevers, evenals uit maximum zeven (7) vertegenwoordigers van de werknemers en de vertegenwoordigers van de arbeidsinspectie die van rechtswege deel uitmaken van dit comité.
Artikel 442 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en artikel 28 van de statuten van IGEAN milieu & veiligheid bepalen dat de deelnemers bij het begin van een nieuwe legislatuur leden voor de adviescomités voordragen, die door de algemene vergadering worden benoemd.
Met de beslissing van de buitengewone algemene vergadering van IGEAN milieu & veiligheid van 12 maart 2025 en van de jaarvergadering van 19 juni 2025, werden de reeds voorgedragen leden van de adviescomités benoemd.
De benoeming van nog voor te dragen kandidaten wordt voorgelegd aan de buitengewone algemene vergadering.
Uitnodiging algemene vergadering - dagorde
De raad van bestuur van 10 september 2025 heeft beslist om de buitengewone algemene vergadering van 17 december 2025 om 19.00 uur te organiseren in de burelen van IGEAN, Doornaardstraat 60 te 2160 Wommelgem.
De dagorde werd als volgt vastgelegd:
1. Goedkeuren van de nota met de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor 2026
2. Goedkeuren van de begroting 2026
3. Bepalen bijdrage innovatiefonds 2026
4. Goedkeuren van de evaluatienota van het ondernemingsplan - "Horizon-2024” en het ondernemingsplan - “Samen naar 2030”
5. Goedkeuren aanpassing presentiegelden
6. Goedkeuren van de toetreding tot de Tussengemeentelijke Maatschappij voor Services (CREAT)
7. Goedkeuren van de statutenwijziging
8. IGEAN Energie
9. Benoemen van leden adviescomités.
Met het schrijven van IGEAN milieu & veiligheid van 12 september 2025 werd de uitnodiging en de dagorde voor de buitengewone algemene vergadering van 17 december 2025 aan alle deelnemers bezorgd.
Alle documenten m.b.t. de statutenwijziging werden op dat ogenblik via het infonet ter beschikking gesteld van de deelnemers, rekening houdend met de voorziene termijn van 90 dagen voor de buitengewone algemene vergadering van 17 december 2025 die de statutenwijziging moet beoordelen.
Volgende documenten werden op 20 oktober 2025 (na de raad van bestuur van 15 oktober 2025) eveneens via het infonet ter beschikking gesteld van de deelnemers:
1. de uittreksels uit de relevante beslissingen van de raad van bestuur
2. de nota met de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie met de begroting voor 2026
3. de evaluatienota van het ondernemingsplan “Horizon 2024” en het ondernemingsplan “Samen naar 2030”.
4. alle relevante documenten m.b.t. de oprichting van IGEAN Energie.
Vertegenwoordiger en mandaat algemene vergadering
De gemeenteraad heeft met een afzonderlijk besluit de vertegenwoordiger van de gemeente voor de algemene vergadering van IGEAN milieu & veiligheid reeds aangeduid. Artikel 432 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en artikel 34§1 van de statuten bepalen dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke algemene vergadering.
Met onderstaande beslissing wordt aan deze vertegenwoordiger een mandaat gegeven.
De buitengewone algemene vergadering heeft op zich geen financiële gevolgen voor het bestuur.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.39.18 uur tot en met 1.40.16 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van de volledige dagorde van de buitengewone algemene vergadering van IGEAN milieu & veiligheid die zal gehouden worden in de burelen van IGEAN, Doornaardstraat 60 te 2160 Wommelgem op woensdag 17 december 2025 om 19.00 uur evenals van alle daarbij horende documenten en neemt op basis hiervan volgende beslissingen:
1. Goedkeuren van de nota met de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor 2026
2. Goedkeuren van de begroting 2026
3. Bepalen bijdrage innovatiefonds 2026
4. Goedkeuren van de evaluatienota van het ondernemingsplan - "Horizon-2024” en het ondernemingsplan - “Samen naar 2030”
5. Goedkeuren aanpassing presentiegelden
6. Goedkeuren van de toetreding tot de Tussengemeentelijke Maatschappij voor Services (CREAT)
7. Goedkeuren van de statutenwijziging
8. IGEAN Energie
9. Benoemen van leden adviescomités
Artikel 2
De vertegenwoordiger van de gemeente, die met een afzonderlijk besluit werd benoemd, wordt gemandateerd om op de buitengewone algemene vergadering van IGEAN milieu & veiligheid van 17 december 2025 deel te nemen aan de bespreking over de in artikel 1 vermelde agendapunten en te beraadslagen en te beslissen overeenkomstig dit besluit en verder al het nodige te doen om de volledige agenda af te werken.
Artikel 3
Een uittreksel van onderhavige gemeenteraadsbeslissing zal digitaal aan IGEAN milieu & veiligheid worden bezorgd.
Oproeping tot de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 met de volgende agendapunten:
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en in het bijzonder op art. 40 inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Gemeente Brecht is deelnemer van de dienstverlenende vereniging C-smart (voorheen Cipal dv).
De statuten van C-smart.
Besluit gemeenteraad van 13 maart 2025 - aanstelling afgevaardigde - raadslid Patrick Van Assche
Besluit gemeenteraad van 13 maart 2025 - aanstelling plaatsvervangend afgevaardigde - raadslid Peggy De Winter
De toelichtende nota van C-smart betreffende de agendapunten van deze algemene vergadering.
Voorstellen van de raad van bestuur van C-smart.
Er zijn geen redenen voorhanden om goedkeuring van de agendapunten te weigeren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.40.17 uur tot en met 1.41.26 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt - op basis van de bekomen documenten en de toelichtende nota - de agendapunten van de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 goed.
Artikel 2
De gemeenteraad mandateert de vertegenwoordiger van de gemeente om op de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 te handelen en te beslissen conform dit besluit.
Indien deze algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van de gemeente gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
Artikel 3
De gemeenteraad gelast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van onderhavig besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan C-smart.
Besluit van de gemeenteraad van 13 maart 2025 betreffende de aanduiding van Daan De Veuster als afgevaardigde en Esther Janssens als plaatsvervangend afgevaardigde voor de huidige legislatuur op de algemene vergaderingen van Pidpa.
Op vrijdag 19 december 2025 om 11.30 uur organiseert Pidpa een buitengewone algemene vergadering op afstand.
De statuten van de opdrachthoudende vereniging Pidpa.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De gemeente is deelnemer aan de opdrachthoudende vereniging Pidpa.
Brief van Pidpa van 17 oktober 2025 met agenda en bijlagen:
Agenda:
1. Nazicht van de raadsbesluiten voor de afgevaardigden
2. Begroting 2026
3. Aanduiding commissaris-revisor
4. De Stroomlijn CV – voorstel tot toetreding
5. Toetredingen/opdrachtuitbreidingen gemeenten
6. Varia:
- Vragen van vennoten
Bijlagen:
- Begroting 2026
- Model als raadsbeslissing
- Toelichting aanduiding commissaris-revisor
- Toelichting omtrent toetreding De Stroomlijn
- Toelichting toetredingen/uitbreidingen
De voorgelegde documenten omvatten de verslaggeving omtrent de geplande activiteiten en de begroting voor 2026. Daarnaast worden nog volgende punten behandeld: toetredingen en/of uitbreidingen van de opdracht van Pidpa bij verschillende gemeenten, de toetreding tot De Stroomlijn en de aanduiding van de commissaris-revisor.
Er zijn hieraan geen financiële aspecten verbonden.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om deze agendapunten goed te keuren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.41.27 uur tot en met 1.42.29 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de door de Raad van Bestuur van Pidpa voorgelegde begroting 2026 en het toelichtend verslag goed.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de toetreding/uitbreiding van opdracht goed.
Artikel 3
De gemeenteraad keurt de toetreding van Pidpa tot ‘De Stroomlijn’ goed.
Artikel 4
De gemeenteraad keurt de aanduiding van de nieuwe commissaris-revisor goed.
Artikel 5
De gemeenteraad geeft aan de vertegenwoordiger de opdracht om op de buitengewone algemene vergadering van 19 december 2025 overeenkomstig deze beslissing te stemmen evenals op elke andere algemene vergadering die wordt samengeroepen ter behandeling van de agendapunten van deze buitengewone algemene vergadering.
Artikel 6
De gemeenteraad gelast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit en zal onverwijld een afschrift van deze beslissing bezorgen aan Pidpa, Desguinlei 246 te 2018 Antwerpen.
De budgetwijziging past niet binnen het meerjarenplan 2020 - 2025.
Er dient normaal nog een aanpassing MJP te gebeuren.
Agentschap Binnenlands Bestuur heeft echter bevestigd dat het in 2025 (laatste jaar MJP) aanvaardbaar is dat er enkel een budgetwijziging gebeurt, als de gemeente deze dan kan goedkeuren (in plaats van kennis nemen).
Beleidsdoelstelling: D000005 - Brecht zet in op een bruisende en actieve gemeente door het nastreven van een geïntegreerd vrijetijdsbeleid.
Actieplan: AP000018 – Dagelijkse werking bruisend/actief
Actie: A000074 – Dagelijkse werking bruisend en actief.
Beleidsveld: BV 0790
ARK: 6492000
Omschrijving: Werkingstoelage erediensten (kerkfabrieken)
De kerkraad keurde op 19 september 2025 de budgetwijziging goed.
Decreet van 7 mei 2004 houdende de materiële organisatie en werking van de erediensten – artikel 50.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Er wordt een bijkomende exploitatietoelage gevraagd van 4.900 euro in 2025 om de stijgende kosten voor nutsvoorzieningen te kunnen betalen.
Dit budget was niet voorzien in het meerjarenplan van de gemeente en moest via budgetverschuiving elders gehaald worden.
De budgetwijziging wordt ter goedkeuring voorgelegd aangezien ze niet past binnen het meerjarenplan van de kerkfabriek.
Toelichting wordt gegeven door burgemeester F. Van Looveren.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.42.30 uur tot en met 1.44.02 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Heilige man Job goed, met een bijkomende exploitatietoelage van 4.900 euro.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de kerkraad Heilige Man Job, het provinciebestuur en het bisdom.
De budgetwijziging past binnen het meerjarenplan 2020 - 2025.
Beleidsdoelstelling: D000005 - Brecht zet in op een bruisende en actieve gemeente door het nastreven van een geïntegreerd vrijetijdsbeleid.
Actieplan: AP000018 – Dagelijkse werking bruisend/actief
Actie: A000074 – Dagelijkse werking bruisend en actief.
Beleidsveld: BV 0790
ARK: 6492000
Omschrijving: Werkingstoelage erediensten (kerkfabrieken)
De kerkraad keurde op 19 september 2025 de budgetwijziging goed.
Decreet van 7 mei 2004 houdende de materiële organisatie en werking van de erediensten – artikel 50.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Er wordt een bijkomende exploitatietoelage gevraagd van 1.230,10 euro in 2025 om de stijgende kosten voor nutsvoorzieningen te kunnen betalen.
Dit budget was niet voorzien in het meerjarenplan van de gemeente en moest via budgetverschuiving elders gehaald worden.
De budgetwijziging wordt ter kennisname voorgelegd aangezien ze past binnen het meerjarenplan van de kerkfabriek.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar het geluidsbestand van 1.44.03 uur tot en met 1.44.48 uur.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Onze Lieve Vrouw van Lourdes.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de kerkraad Onze Lieve Vrouw van Lourdes, het provinciebestuur en het bisdom.
De voorzitter sluit de zitting op 19/11/2025 om 14:33.
Namens Gemeenteraad,
Annemie Marnef
Algemeen Directeur
Patrick Van Assche
Voorzitter gemeenteraad