De wet van 16 maart 1968 betreffende de politie op het wegverkeer.
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Het MB van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.
Artikelen 119 en 130 bis van de Nieuwe Gemeentewet.
Het gemeentelijk mobiliteitsplan van Brecht voorziet een gebiedsgerichte uitrol van zone 30‑gebieden in woonomgevingen waar kwetsbare weggebruikers circuleren en waar de leefbaarheid onder druk staat. Binnen die fasering werd de wijk aan de rechterzijde van de Beukenlei – tussen de Schotensteenweg en de Brechtsebaan – als prioritaire zone geselecteerd op basis van circulatieanalyses, bewonerssignalen en snelheidsmetingen.
Het voorliggend reglement operationaliseert deze beslissing en vormt een onderdeel van de bredere uitrol van verblijfsgebieden conform het mobiliteitsplan.
Op basis van de historiek en motivatie adviseert de dienst mobiliteit om een tijdelijk politiereglement goed te keuren dat:
Artikel 1
Artikel 2
De getroffen maatregelen zullen ter kennis gebracht worden aan de weggebruikers door het aanbrengen van verkeersbord F4a (begin zone 30) aan volgende straten:
Artikel 3
De technische dienst staat in voor de correcte, zichtbare en conflictvrije plaatsing van de signalisatie, conform de Wegcode en de toepasselijke uitvoeringsvoorschriften. Eventuele tegenstrijdige of overbodige signalisatie binnen de zone wordt verwijderd.
Artikel 4
Onverminderd de toepassing van de straffen voorgeschreven bij artikel 29 van het KB van 16.03.1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie van het wegverkeer worden inbreuken op deze verordening bestraft met politiestraffen.
Artikel 5
Artikel 6
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de lokale politie, de organisatoren, de Hoofdgriffier van de Politierechtbank en van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, afdeling Antwerpen.