Beleidsdoelstelling: D00002 - Brecht engageert zich om de leefbaarheid van onze gemeente te verbeteren.
Actieplan: AP000008 - Brecht zorgt voor een divers en betaalbaar woonaanbod dat aansluit bij de noden en waarbij plaats is voor nieuwe woonvormen.
Actie: A000046 - Dagelijkse werking wonen
Beleidsveld: BV0020
ARK: 7375000
Omschrijving: Belasting op verwaarloosde en ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen
Reglement voor inventarisatie en belasting van verwaarloosde gebouwen, woningen en terreinen van 11 maart 2021.
Door een gemeentelijke inventarisatie en heffing voert de gemeente Brecht een actief woonbeleid: we willen verloedering van het straatbeeld, veroorzaakt door verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen voorkomen en bestrijden. Bijkomend trachten we de verslechtering van de kwaliteit van woningen en/of gebouwen te voorkomen en te bestrijden.
Bovendien is het wenselijk dat het op het grondgebied beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt, de gemeente Brecht wenst het aanbod van woningen en gebouwen te verhogen met het oog op de betaalbaarheid. De gemeente heeft dit dan ook als doelstelling binnen het woonbeleid vooropgesteld.
De strijd tegen verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen, woningen en terreinen in een inventarislijst ook daadwerkelijk belast worden. De vrijstellingen van registratie en/of belasting opgenomen in dit reglement, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Bovendien is het nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.
Het technische verslag wordt bijgevoegd zoals voorzien in artikel 4 van dit besluit;
De aanpassing die heden voorligt betreft de automatische indexering van de heffing.
Voor het verslag tijdens de zitting wordt verwezen naar de geluidsopname van 1.44.49 uur tot 1.45.49 uur.
Artikel 170 §4, Grondwet: uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor het invoeren van belastingen.
De artikelen 40, §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur: exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad om de gemeentelijke belastingen vast te stellen.
Decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
De Vlaamse codex ruimtelijke ordening
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 en uitvoeringsbesluiten.
Art. 2.15 tem art. 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 202114 november 2019.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Artikel 1 Definities en begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van de Vlaamse Codex Wonen 2021.
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
met betrekking tot een gebouw of een woning; zoals vermeld in art.1.3 § 1, eerste lid, 22° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst wonen en bevat de volgende zaken:
Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag.
REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN, GEBOUWEN EN TERREINEN
Artikel 2 Het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen
De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen bij.
Woningen of gebouwen kunnen voorkomen in verschillende registers en/of in de inventaris.
Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen en vice versa.
Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen en vice versa.
In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 3 Vaststelling en registratie van de verwaarlozing
De registerbeheerder stelt de verwaarlozing van een woning, gebouw of terrein vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Er worden één of meerdere foto’s toegevoegd die de verwaarlozing staven.
De uiterlijke gebreken worden, door middel van het technisch verslag, naar de ernst van het gebrek ingedeeld in drie categorieën:
Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal negen punten.
De registerbeheerder neemt een woning of een gebouw of een terrein waarvan is vastgesteld dat het verwaarloosd is, op in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen, de vijfde werkdag na het verstrijken van de bezwaartermijn vermeld in artikel 6 of wanneer een ontvankelijk bezwaar is ingediend, de eerste werkdag die volgt op de beslissing waarbij geoordeeld wordt dat het bezwaar ongegrond is, met als opnamedatum de datum van de administratieve akte.
Artikel 4 Kennisgeving van de vaststelling en de voorgenomen registratie
Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de vaststellingen van verwaarlozing en het voornemen om de woning, gebouw of terrein op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
Deze kennisgeving bevat:
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde. Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.
Artikel 5 Bezwaar tegen de voorgenomen registratie
Tegen de vaststelling en het voornemen om een woning, gebouw of terrein op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen kan de zakelijk gerechtigde bezwaar aantekenen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet dit bezwaar:
Als datum van het bezwaarschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd .
Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat.
Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend bezwaarschrift ingediend worden, waarbij het eerdere bezwaarschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
Elk inkomend bezwaarschrift wordt in het register geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
Een laattijdig ingediend bezwaar tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 7.
Het bezwaarschrift is alleen onontvankelijk:
Als het bezwaarschrift onontvankelijk is, deelt de bezwaarinstantie dit onverwijld mee aan de indiener.
Het indienen van een aangepast of nieuw bezwaar is mogelijk zolang de bezwaartermijn van dertig dagen niet verstreken is.
De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen belaste personeelsleden.
Het bezwaar wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw, een woning of een terrein geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift.
Als de beslissing tot opname in het register niet tijdig betwist wordt, of het bezwaar van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning of het terrein in het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen op vanaf de datum van de vaststelling van de verwaarlozing, zijnde de datum van de administratieve akte.
Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw of het terrein niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
De woningen, gebouwen en terreinen die in een eerder op grond van de Vlaamse Codex wonen opgemaakt register zijn opgenomen worden opgenomen in het register op grond van het huidige reglement en met behoud van de oorspronkelijke datum van opname.
Artikel 6 Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen
Een woning, een gebouw of een terrein wordt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning, het gebouw of het terrein geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 4 , negen punten of meer zouden opleveren. De schrapping wordt in geen enkel geval automatisch toegekend door de administratie.
Voor de schrapping uit het register richt de zakelijk gerechtigde een schriftelijk verzoek aan de administratie. Op straffe van nietigheid moet dit verzoekschrift:
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Bv. foto’s.
Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat.
De administratie stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.
De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
Het College van Burgemeester en Schepenen doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van 90 dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning, het gebouw of het terrein geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
Artikel 7 Bezwaar tegen weigering tot schrapping
Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning, gebouw of terrein uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen kan de zakelijk gerechtigde bezwaar aantekenen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet dit bezwaar:
De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Bv. foto’s.
Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend bezwaarschrift ingediend worden, waarbij het eerdere bezwaarschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat.
De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van het bezwaar een ontvangstbevestiging.
De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaren. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van 90 dagen die ingaat de dag na de betekening van bezwaarschrift. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het bezwaar geacht te zijn ingewilligd.
Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning, het gebouw of het terrein geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
Als de zakelijk gerechtigde meent dat de bezwaarbeslissing niet behoorlijk is genomen of onvoldoende is gemotiveerd, kan hij of zij klacht indienen bij de Rechtbank van Eerste Aanleg van Antwerpen.
BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN, GEBOUWEN EN TERREINEN
Artikel 8 Belastbaar feit
Er wordt vanaf 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen, gebouwen en terreinen die opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning, het gebouw of het terrein gedurende zes opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
Zolang de woning, het gebouw of het terrein niet is geschrapt uit dit register blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt, zijnde op elke nieuwe verjaring van de eerste datum dat een belasting verschuldigd was. In concreto is een belasting dus verschuldigd op 6 maanden, 18 maanden, 30 maanden,… na opnamedatum in het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen voor zover het belaste goed ononderbroken is opgenomen.
Artikel 9 Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van het verwaarloosde gebouw, woning of terrein.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik of gebruiksrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht, van vruchtgebruik of gebruiksrecht op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Bij overdracht van een zakelijk recht op een verwaarloosde woning en/of gebouw en/of terrein geldt een meldingsplicht. De overdrager van het zakelijk recht bezorgt de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuw zakelijk gerechtigde. Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de gemeente op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval bezorgt de instrumenterende notaris de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuw zakelijk gerechtigde. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het zakelijk recht voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 10 Tarief
De belasting bedraagt:
Deze basisbelasting is verschuldigd na de eerste 6 maanden registratie in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
Indien de woning, het gebouw of het terrein 18 maanden in het register staat, bedraagt de belasting:
Indien de woning, het gebouw of het terrein 30 maanden in het register staat, bedraagt de belasting:
Indien de woning, het gebouw of het terrein een 42 maanden of een langere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat, bedraagt de belasting:
De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2022. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 10 cent.
Artikel 11 Vrijstellingen
In enkele gevallen kan de houder van een zakelijk recht van het gebouw, de woning of het terrein vrijgesteld worden van betaling van de heffing.
Een vrijstelling van de heffing moet aangevraagd worden door middel van een aanvraagformulier. De heffing wordt in geen enkel geval automatisch toegekend door de registerbeheerder. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de registerbeheerder.
De aanvraag van een vrijstelling dient schriftelijk te gebeuren via aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs.
Tijdens de periode van vrijstelling blijft de woning, het gebouw of het terrein wel geregistreerd. Soms zijn vrijstellingen beperkt in de tijd, of worden ze voorwaardelijk toegekend. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vrijstelling en dient de heffing alsnog betaald te worden.
Van de heffing op verwaarlozing kunnen worden vrijgesteld (persoonsgebonden):
Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw, de woning of het terrein (objectgebonden):
Indien een vrijstelling werd bekomen op basis van (renovatie)werken dient de belastingplichtige, wanneer deze een verlenging beoogt van deze vrijstelling, uiterlijk bij het verstrijken van één jaar vrijstelling de nodige bewijzen voor te leggen aan de registerbeheerder waaruit blijkt dat de gemelde werken werden aangevat of voltooid, of waaruit blijkt dat de werken nog niet konden worden aangevat of voltooid. Het college van burgemeester en schepenen beslist daarbij over de al dan niet verlenging van de vrijstellingsperiode, met dien verstande dat maximum na een vrijstellingsperiode van drie jaar de werken dienen te zijn voltooid.
Bij gebreke aan het voorleggen van deze bewijzen of wanneer uit de voorgelegde documenten blijkt dat de omgevingsvergunning als vervallen moet worden beschouwd, zal de belasting alsnog geïnd worden, rekening houdend met de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 12 Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 13 Betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 14 Bezwaar
De belastingschuldige kan bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar indienen tegen deze belasting.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 15 Niet-betaling
Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20,00 euro aangerekend voor de verzending.
Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend.
. Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot het verlenen van een volmacht aan de gerechtsdeurwaarder met het oog op het laten opmaken van een ‘bevel tot betaling’. Voor het aanmaken van deze volmacht wordt een kost van 30,00 euro aangerekend.
Artikel 16 Overgangsmaatregelen
Het voorgaande reglement van 11 maart 2021 wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe reglement.
De vrijstellingen die werden bekomen op basis van het vorig reglement van11 maart 2021 of van het daarvoor geldende reglementen , worden in mindering gebracht van de periodes waarvoor krachtens onderhavig reglement op dezelfde gronden een gelijkaardige vrijstelling zou kunnen worden verkregen.
Artikel 17 Toezicht
Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.