Terug
Gepubliceerd op 15/06/2023

Besluitenlijst  Gemeenteraad

do 08/06/2023 - 21:30 Raadszaal
  • Openbaar

    • verslag - dagorde

      • Verslag voorgaande zitting d.d. 11 mei 2023

        Goedgekeurd

        Het verslag van de voorgaande zitting d.d. 11 mei 2023, dat acht dagen voor de huidige zitting ter inzage van de gemeenteraadsleden heeft gelegen, wordt door de gemeenteraad goedgekeurd.

      • Jaarverslag lokale politie voorkempen 2022 - Toelichting

        Ter kennis genomen

        De gemeenteraad neemt akte van het verslag van de politiezone Voorkempen voor het dienstjaar 2022.

    • ruimte - infrastructuur

      • Onderhouds- en herstellingswerken wegen 2023 - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - 2023/017

        Goedgekeurd

        Het bestek met nr. 2023/017 en de raming voor de opdracht “Onderhouds- en herstellingswerken wegen 2023”, opgesteld door de ontwerper, Groep Infrabo, Langstraat 65 te 2260 Westerlo worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 248.276,75 excl. btw.

        Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

        De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

      • Groenonderhoudsopdrachten via sociale tewerkstelling 2024 - 2027 - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - 2023/016

        Goedgekeurd

        Het bestek met nr. 2023/016 en de raming voor de opdracht “Groenonderhoudsopdrachten via sociale tewerkstelling 2024 - 2027”, opgesteld door de Groendienst worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 2.857.948,48 excl. btw of € 3.458.117,64 incl. 21% btw.

        Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

        In toepassing van artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten is de uitvoering van de opdracht beperkt tot het kader van de programma's voor beschermde arbeid.

        In toepassing van artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, is de opdracht voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben.

        De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.

      • Lastvoorwaarden herinrichting Mudaeusstraat en realisatie van de omgevingswerken aan 't Gemeentehuis Brecht - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze

        Goedgekeurd

        Het bestek met nr. 2023/2142 en de raming voor de opdracht “Lastvoorwaarden herinrichting Mudaeussstraat en realisatie van de omgevingswerken aan 't Gemeentehuis Brecht”, opgesteld door de ontwerper worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 822.958,61 excl. btw of € 955.779,92 incl. 21% btw

        Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

        De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

    • ruimte - ruimtelijke ontwikkeling

      • OMVV2023/02 - Omgevingsvergunning voor verkavelen - Kerkstraat/Kapelakker - De wijziging van een gemeenteweg - Goedkeuring

        Goedgekeurd

        De gemeenteraad keurt het rooilijnplan, met inbegrip van de kosteloze grondafstand, zoals opgenomen in bijlage goed.

        De gemeenteraad keurt de ligging, breedte en uitrusting van de gemeenteweg Kapelakker, zoals ontworpen in de verkavelingsaanvraag, gelegen Kerkstraat/Kapelakker en kadastraal gekend als 4e Afdeling, sectie D, nrs 178/M, 181/C, 188/E (deel), 198/P, 198/R, 198/S, 200/A (deel) en deel zonder nummer goed mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

        • de breedte van de overwelvingen ter hoogte van de bestaande woning Kapelakker 1 worden teruggebracht tot 3,00m conform de vergunde toestand. Voor het overige mogen de op te trekken overwelvingen de breedtes voorzien op het voorgelegd plan niet overschrijden.
        • de bestrating dient te worden aangelegd volgens voorgelegd plan en specificaties opgenomen in addendum B41.
        • vóór de uitvoering van de werken op openbaar domein dient er een plaatsbeschrijving te worden opgemaakt en bezorgd aan de wegendienst. De technische uitvoering dient te gebeuren in samenspraak met de wegendienst. 
        • links en rechts van de overwelving dienen kopmuren te worden opgetrokken.
        • de eigenaars van de loten waarvoor een overwelving als toegang tot het perceel werd opgetrokken zijn te allen tijde verantwoordelijk voor de goede staat en werking van de overwelving, de bijhorende kopmuren en de eventuele inbuizing.

        De gemeenteraad legt aan de houder van de verkavelingsvergunning, bij afgifte van de verkavelingsvergunning, de hiernavolgende lasten op:

        • de houder van de vergunning is verplicht om de openbare wegenis met inbegrip van de riolering, zoals aangegeven op het verkavelingsplan en aangepast aan de bijzondere voorwaarden, aan te leggen op eigen kosten. De vergunning geldt als omgevingsvergunning voor de aanleg van de nieuwe weg.
        • de houder van de vergunning is verplicht om het openbaar groen zoals aangegeven op het verkavelingsplan aan te leggen op eigen kosten.
        • de houder van de vergunning staat - op eigen kosten - in voor het (laten) aanleggen van nieuwe en/of het (laten) aanpassen van bestaande nutsvoorzieningen naar en in de verkaveling. Ongeacht de verplichting tot aanpassing van bestaande nutsvoorzieningen moeten de volgende nutsvoorzieningen minimaal aangelegd worden:  
          • elektriciteit
          • water
          • kabeltelevisie
          • telecommunicatie.

        Volgens art 4.2.16 §1 en §2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door:

        1° de storting van een afdoende financiële waarborg;

        2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.

        Dit attest kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten voorlopig heeft opgeleverd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.

        Indien een financiële waarborg wordt verleend voor de aanleg van de weg, de riolering en/of het openbaar groen, dan gelden volgende dwingende termijnen voor het uitvoeren en afwerken van de werken:

        - Het geheel van deze lasten moet uitgevoerd zijn zodat tot voorlopige oplevering kan worden overgaan binnen een termijn van 3 jaar nadat het verkoopbaarheidsattest door het college van burgemeester en schepenen aan de houder van de vergunning is betekend,

        - de definitieve oplevering vindt drie jaar na de voorlopige oplevering plaats.

        Indien geen financiële waarborg wordt verleend en geen verkoopbaarheidsattest is afgeleverd, geldt geen dwingende termijn voor uitvoering van deze lasten. Enkel de vervaltermijnen voorzien in artikel 4.6.4. §2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gelden dan.

        De weg (met zijn uitrusting en riolering), alsook de zones voor openbaar groen zullen uiterlijk één jaar na de definitieve oplevering kosteloos aan de gemeente worden afgestaan.

        De akte van overdracht wordt verleden voor een notaris die door de houder van de verkavelingsvergunning wordt aangeduid. Alle kosten met betrekking tot deze akte (opmaken, verlijden, registreren, overschrijven, …) zijn ten laste van de houder van de verkavelingsvergunning. 

      • Erfpacht - Gemeente Brecht - Parochie - Bijenkorf

        Goedgekeurd

        Goedkeuring wordt verleend aan de erfpachtakte voor de Bijenkorf, kadastraal gekend onder wijk A, deel van nummer 1E46 P0001 (37a48ca) tussen gemeente Brecht en Vicariaat Kempen.

    • organisatie en personeel

      • Domeinconcessie plaatsing 3 digitale schermen ter vervanging van de lichtkranten

        Goedgekeurd

        De gemeenteraad keurt de domeinconcessievoorwaarden voor de plaatsing van 3 digitale schermen goed. 

        De inschrijvingen van kandidaten kunnen tot en met dinsdag 27 juni 2023 ingediend worden.

      • Rapport klachtenbehandeling mei 2022 t/m april 2023

        Ter kennis genomen

        De gemeenteraad neemt akte van het rapport van de klachtenbehandeling van 1 mei 2022 tot en met 30 april 2023.

      • Rapportering organisatiebeheersing - juni 2022 t/m mei 2023

        Ter kennis genomen

        De gemeenteraad neemt akte van de geïntegreerde rapportering over periode juni 2022 - mei 2023 zoals opgesteld door de algemeen directeur.

      • Lastvoorwaarden voor de aankoop van multimedia in 't Gemeentehuis in Brecht - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - 2023/018

        Goedgekeurd

        Het bestek met nr. 2023/018 en de raming voor de opdracht “Lastvoorwaarden voor de aankoop van multimedia in 't Gemeentehuis in Brecht” worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 185.000,00 excl. btw of € 223.850,00 incl. 21% btw.

        Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

        De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

    • financiën

      • Jaarrekening 2022 gemeente en OCMW Brecht

        Goedgekeurd

        De gemeenteraad stelt de jaarrekening 2022 voor de gemeente Brecht vast.

        De gemeenteraad keurt de jaarrekening 2022 voor het OCMW Brecht goed.

        De gemeenteraad stelt de jaarrekening 2022 van gemeente en OCMW Brecht vast.

      • Reglement voor inventarisatie en belasting van tweede verblijven

        Goedgekeurd

        Artikel 1 Belastbaar feit

        Er wordt voor de aanslagjaren 2023 – 2025 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.


        Artikel 2 Definities en begripsomschrijvingen

        Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

        1. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

        • een aangetekend schrijven;
        • een afgifte tegen ontvangstbewijs.

        2. Belastingplichtige:
        De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar of houder van het zakelijk recht is van het tweede verblijf.
        Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of door een derde feitelijk gebruikt wordt.
        Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al dan niet is ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Brecht.
        In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.
        Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        De overdrager van het zakelijk recht moet via beveiligde zending de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het gemeentelijk register van tweede verblijven.
        Tevens moet hij per beveiligd schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte.
        Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

        • naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
        • datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
        • nauwkeurige aanduiding van het overgedragen goed.

        Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

        3. Als een woning wordt beschouwd : een onroerend goed of een gedeelte ervan dat hoofdzakelijk is bestemd voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande. (cfr art. 1.3 §1, eerste lid, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021). Het gaat hier over elke woning; dus ook over:

        • Landhuizen.
        • Bungalows.
        • Appartementen.
        • Grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen.
        • Lusthuizen.
        • Optrekjes.
        • Chalets en alle andere vaste woongelegenheden.
        • Met chalets gelijkgestelde caravans.

        Al dan niet ingeschreven in de kadastrale legger.

        4. Als tweede verblijf wordt beschouwd: elke woning die wordt gebruikt in overeenstemming met de woon- of andere functie die effectief en niet occasioneel gebruik meebrengt, maar waar op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of vreemdelingenregister voor het hoofdverblijf en dus op elk ogenblik door de eigenaar, de huurder of de gebruiker voor bewoning of verblijfsgelegenheid kan worden gebruikt: aanwezigheid van noodzakelijke nutsaansluitingen, uitgeruste keuken en sanitaire voorzieningen.

        Vallen niet onder deze reglementering:

        • De lokalen waarin een niet in de gemeente gedomicilieerd persoon uitsluitend een beroepsactiviteit uitoefent.
        • Panden en constructies die reeds belast worden volgens het belastingreglement op terreingerelateerd logies.
        • Garages, tenten, woonaanhangwagens en verplaatsbare caravans, tenzij zij ten minste 3 opeenvolgende maanden opgesteld blijven om als woongelegenheid te worden aangewend.
        • De tijdelijk leegstaande woongelegenheid waarvan het bewijs voorligt dat zich gedurende het kalenderjaar dat het aanslagjaar voorafgaat, niet als tweede verblijf werd aangewend. In dit geval is de gemeentelijke reglementering van inventarisatie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen van toepassing.

        5. Register voor tweede verblijven: het register vermeld in artikel 3 van dit reglement.

        6. Renovatiedossier :een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de heffing als er grote verbouwingswerken aan de woning lopende/gepland zijn. Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:  

        • vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk,
        • vernieuwing van de volledige dakbedekking,
        • vernieuwing van de volledige elektrische installatie,
        • vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…),
        • vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…),
        • vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding),
        • vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…),
        • vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…).
        De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst wonen en bevat de volgende zaken:
        • foto’s voor en tijdens de renovatiewerkengrondplannen voor en na de renovatiewerken,
        • eventueel facturen en goedgekeurde offertes,
        • een motivatienota met planning van de werken,
        • indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars. 


        Artikel 3 Het gemeentelijk register van tweede verblijven

        De gemeente houdt een gemeentelijk register van tweede verblijven bij.

        In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:

        • het adres van het tweede verblijf;
        • de kadastrale gegevens van het tweede verblijf;
        • de identiteit en het adres van alle houder(s) van het zakelijk recht;
        • het inventarisatienummer en/of –kenmerk.

        Een woning die opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan niet worden opgenomen in het gemeentelijk register van tweede verblijven.

        Een woning die opgenomen is in het gemeentelijk register van het tweede verblijven, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

        Een woning die opgenomen is in het register tweede verblijven en waarvoor de minimale eisen ontbreken die op elk ogenblik door de eigenaar, de huurder of de gebruiker voor bewoning of verblijfsgelegenheid onmogelijk maken zoals vermeld in artikel 2 van dit reglement, kan op een later tijdstip worden opgenomen in de gewestelijke inventaris voor ongeschikte en/of onbewoonbare woningen en gebouwen.
        Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, kan niet bijkomend worden opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.


        Artikel 4 Berekeningsgrondslag 

        Er wordt voor de jaren 2023 tot en met 2025 een gemeentebelasting gevestigd ten laste van de houder(s) van het zakelijk recht die op grondgebied van de gemeente een tweede verblijf bezitten op 1 januari van het aanslagjaar.

        De belasting is ineens en voor het hele jaar verschuldigd per tweede verblijf op 1 januari van het aanslagjaar zolang de woning niet is geschrapt uit het register tweede verblijven.


        Artikel 5 Vaststelling van het tweede verblijf en aangifteplicht

        Aan de gekende belastingplichtigen wordt jaarlijks een aanslagbiljet verzonden, zolang het onroerend goed is opgenomen in het register van tweede verblijven. Voor hen geldt geen aangifteplicht.

        Nieuwe belastingplichtigen hebben wel een aangifteplicht. De belastingplichtige maakt melding van zijn belastbare toestand voor 31 maart van het aanslagjaar. Aangiftes kunnen worden ingediend door het invullen van het hiervoor bedoelde webformulier dat te vinden is op de website van de gemeente Brecht  of per mail aan gemeentebelastingen@brecht.be bezorgd worden of door een afgifte tegen ontvangstbewijs.

        Bij gebrek aan een aangifte op de gestelde datum, of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.
        In geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.  De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.


        Artikel 6 Schrapping uit het register van tweede verblijven

        Een woning kan uit het register van tweede verblijven worden geschrapt :

        -       Wanneer de houder(s) van het zakelijk recht bewijst dat er op 1 januari van het aanslagjaar een inschrijving in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister vast te stellen is of wanneer het tweede verblijf volledig gesloopt is. De datum van schrapping is de datum van inschrijving of de datum waarop kan worden vastgesteld dat het tweede verblijf volledig gesloopt werd.

        -       Wanneer de houder(s) van het zakelijk recht bewijst dat de constructie niet langer voldoet aan de definitie van een tweede verblijf conform artikel 2 van dit reglement. De datum van schrapping van het tweede verblijf uit het register is de datum van verzoek van de schrapping, zijnde de datum van de beveiligde zending.

        De schrapping wordt in geen enkel geval automatisch door de administratie toegekend.

        Voor de schrapping uit het register richt de houder van het zakelijk recht een schriftelijk verzoek aan de administratie. Op straffe van nietigheid moet dit verzoekschrift:

        • ondertekend en gemotiveerd zijn;
        • met een beveiligde zending worden ingediend;
        • minimaal de volgende gegevens bevatten: 
          • de identiteit en het adres van de indiener;
          • de vermelding van het adres van de woongelegenheid waarop de schrappingsaanvraag betrekking heeft;
        • de bewijsstukken die aantonen dat de woongelegenheid geschrapt mag worden uit het register van tweede verblijven.


        Artikel 7 Tarief van de belasting

        Het jaarlijks bedrag van de belasting is 750,00 euro per tweede verblijf. De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2022. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 10 cent.


        Artikel 8 Vrijstellingen 

        In enkele gevallen kan de houder van een zakelijk recht vrijgesteld worden van betaling van de heffing.

        Een vrijstelling van de heffing moet aangevraagd worden door middel van een aanvraagformulier. De heffing wordt in geen enkel geval automatisch toegekend door de registerbeheerder. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de registerbeheerder.

        De aanvraag van een vrijstelling dient schriftelijk te gebeuren door middel van een beveiligde zending.

        Een vrijstelling op de heffing kan bekomen worden bij goedkeuring door het college van Burgemeester en Schepenen. Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag.

        Tijdens de periode van vrijstelling blijft het tweede verblijf wel geregistreerd. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vrijstelling en dient de heffing alsnog betaald te worden.

        Van de heffing op tweede verblijven kunnen worden  vrijgesteld:

        -       woongelegenheden waarvan de notariële akte verleden werd vanaf 2 januari van het jaar, voorafgaand aan het aanslagjaar en waarvoor de houder van het zakelijk recht bewijst dat er een inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister genoteerd wordt uiterlijk 12 maanden na de datum van ondertekening van de notariële akte.

        -       woongelegenheden die tijdens de periode van registratie als tweede verblijf verkocht werden en die gerenoveerd of gesloopt worden :

        • Met een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden. Deze vrijstelling wordt telkens verleend voor een termijn van één jaar en kan maximaal 2 keer verlengd worden in de drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning.
        • Zonder vergunningsplichtige renovatiewerken met een goedgekeurd renovatiedossier. Deze vrijstelling wordt telkens verleend voor een termijn van één jaar en kan maximaal 2 keer verlengd worden in de drie jaar volgens op de goedkeuring van het renovatiedossier door het college van burgemeester en schepenen.


        Artikel 9  Wijze van inning

        De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.


        Artikel 10 Betaaltermijn

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.


        Artikel 11 Bezwaar

        De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
        Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.


        Artikel 12 Niet-betaling

        Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20,00 euro aangerekend voor de verzending.
        Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend.
        Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot het verlenen van een volmacht aan de gerechtsdeurwaarder met het oog op het laten opmaken van een ‘bevel tot betaling’. Voor het aanmaken van deze volmacht  wordt een kost van 30,00 euro aangerekend.


        Artikel 13 Opheffing vorig besluit

        Dit reglement vervangt het belastingreglement op tweede verblijven van 11 maart 2021.


        Artikel 14 Toezicht

        Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.

      • Reglement voor inventarisatie en belasting van verwaarloosde gebouwen, woningen en terreinen

        Goedgekeurd

        Artikel 1 Definities en begripsomschrijvingen

        Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van de Vlaamse Codex Wonen 2021.

        Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

        1. Registerbeheer: de gemeentelijke dienst of persoon die door het college van burgemeester en schepenen is gelast met de opmaak, de opbouw het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register voor verwaarloosde gebouwen, woningen en terreinen. Deze personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        2. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen
          • een aangetekend schrijven
          • een afgifte tegen ontvangstbewijs.
        3. Bezwaarinstantie: het college van Burgemeester en Schepenen;
        4. Heffingsdecreet: het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;
        5. Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris, sinds 1 januari 2021 vermeld in de artikelen 3.19 tot en met 3.23 van de Vlamse Codex Wonen van 2021;
        6. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen: het register  vermeld in de artikelen 2.15 tot en met 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
        7. Gemeentelijk leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
        8. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw, woning of terrein voor de eerste maal in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen wordt opgenomen;
        9. Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting , zoals vermeld in art. 1.3, § 1, eerste lid 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;;
        10. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld in art1.3, §1, erste lid, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
        11. Verwaarloosde woningen of gebouwen: een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten. 
        12. Terrein: elk bebouwd en onbebouwd perceel
        13. Verwaarloosd terrein: terreinen die ofwel:
          • overwoekerd zijn door begroeiing,
          • waar zwerfvuil aanwezig is,
          • waar verhardingen opgebroken zijn.
        14. Houder van het zakelijk recht: de persoon of personen met een recht van
          • volle eigendom;
          • recht van opstal of van erfpacht;
          • vruchtgebruik

        met betrekking tot een gebouw of een woning; zoals vermeld in art.1.3 § 1, eerste lid, 22° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        1. Een plotse ramp: elke gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht waardoor de schade dermate ernstig is dat het gebruik van de woning of het gebouw overeenkomstig de functie onmogelijk is, zoals brand, ontploffing, blikseminslag, …
        2. Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de heffing als er grote verbouwingswerken aan de woning lopende/gepland zijn. Een vrijstelling op de heffing kan bekomen worden bij goedkeuring door college van Burgemeester en Schepenen van een renovatiedossier. Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:
          • vernieuwing van het buitenschrijnwerk
          • vernieuwing van de dakbedekking (dakbedekking, werken aan het dakgebinte, de dakranden, de goten, de regenwaterafvoerbuizen en schoorstenen)
          • vernieuwing van 60% van de gevels (metsel, gevelbekleding of bepleistering en andere gevelelementen)
          • toegangswerken tot het gebouw
          • volledige saneringswerken tuin en zijn begroeiing

          De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst wonen en bevat de volgende zaken:

        • foto’s voor en tijdens de renovatiewerken
        • grondplannen voor en na de renovatiewerken
        • eventueel facturen en goedgekeurde offertes
        • een motivatienota met planning van de werken
        • indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars

         Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag.


        REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN, GEBOUWEN EN TERREINEN


        Artikel 2 Het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen

        De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen bij.

        Woningen of gebouwen kunnen voorkomen in verschillende registers en/of in de inventaris.
        Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen en vice versa.

        Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen en vice versa.

         In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:

        1. het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
        2. de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning, het verwaarloosde gebouw of het verwaarloosde terrein;
        3. de identiteit en het adres van alle zakelijk gerechtigden;
        4. het nummer en de datum van de administratieve akte;
        5. de toestand van verwaarlozing van de woning, het gebouw of het terrein, inclusief het technisch verslag;
        6. de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid voorlopig of definitief vastgesteld onteigeningsplan. 


        Artikel 3 Vaststelling en registratie van de verwaarlozing

        De registerbeheerder stelt de verwaarlozing van een woning, gebouw of terrein vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Er worden één of meerdere foto’s toegevoegd die de verwaarlozing staven.

        De uiterlijke gebreken worden, door middel van het technisch verslag, naar de ernst van het gebrek ingedeeld in drie categorieën:

        • een gebrek van categorie I: één punt,
        • een gebrek van categorie II:  drie punten,
        • een gebrek van categorie III: negen punten.

        Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal negen punten.

        De registerbeheerder neemt een woning of een gebouw of een terrein waarvan is vastgesteld dat het verwaarloosd is, op in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen, de vijfde werkdag na het verstrijken van de bezwaartermijn vermeld in artikel 6 of wanneer een ontvankelijk bezwaar is ingediend, de eerste werkdag die volgt op de beslissing waarbij geoordeeld wordt dat het bezwaar ongegrond is, met als opnamedatum de datum van de administratieve akte.


        Artikel 4 Kennisgeving van de vaststelling en de voorgenomen registratie

        Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de vaststellingen van verwaarlozing en het voornemen om de woning, gebouw of terrein op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

        Deze kennisgeving bevat:

        1. kopie van de genummerde administratieve akte;
        2. kopie van het technisch verslag;
        3. informatie over de gevolgen van de registratie in het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen, inclusief verwijzing naar dit reglement;
        4. informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen;
        5. informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

        De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde. Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.


        Artikel 5 Bezwaar tegen de voorgenomen registratie

        Tegen de vaststelling en het voornemen om een woning, gebouw of terrein op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen kan de zakelijk gerechtigde bezwaar aantekenen bij de bezwaarinstantie.

        Op straffe van nietigheid moet dit bezwaar:

        • ondertekend en gemotiveerd zijn;
        • met een beveiligde zending worden ingediend;
        • minimaal de volgende gegevens bevatten:
          • de identiteit en het adres van de indiener;
          • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van de woning, gebouw of terrein waarop de schrappingsaanvraag betrekking heeft;
          • de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning, gebouw of terrein in het gemeentelijke register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen ten onrechte gebeurt. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
        • worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de voorgenomen opnamebeslissing.

        Als datum van het bezwaarschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd .

        Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat. 

        Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend bezwaarschrift ingediend worden, waarbij het eerdere bezwaarschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

        Elk inkomend bezwaarschrift wordt in het register geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd. 

        Een laattijdig ingediend bezwaar tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 7.

        Het bezwaarschrift is alleen onontvankelijk:

        • als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in dit artikel,
        • of als het bezwaarschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde;
        • of als het bezwaarschrift niet is ondertekend.

        Als het bezwaarschrift onontvankelijk is, deelt de bezwaarinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. 

        Het indienen van een aangepast of nieuw bezwaar is mogelijk zolang de bezwaartermijn van dertig dagen niet verstreken is.

        De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling.  Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen belaste personeelsleden.

        Het bezwaar wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw, een woning of een terrein geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

        De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift.

        Als de beslissing tot opname in het register niet tijdig betwist wordt, of het bezwaar van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning of het terrein in het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen op vanaf de datum van de vaststelling van de verwaarlozing, zijnde de datum van de administratieve akte.

        Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw of het terrein niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

        De woningen, gebouwen en terreinen die in een eerder op grond van de Vlaamse Codex wonen opgemaakt register zijn opgenomen worden opgenomen in het register op grond van het huidige reglement en met behoud van de oorspronkelijke datum van opname. 


        Artikel 6 Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen

        Een woning, een gebouw of een terrein wordt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning, het gebouw of het terrein geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 4 , negen punten of meer zouden opleveren. De schrapping wordt in geen enkel geval automatisch toegekend door de administratie.

        Voor de schrapping uit het register richt de zakelijk gerechtigde een schriftelijk verzoek aan de administratie. Op straffe van nietigheid moet dit verzoekschrift:

        • ondertekend en gemotiveerd zijn;
        • met een beveiligde zending worden ingediend;
        • minimaal de volgende gegevens bevatten: 
          • de identiteit en het adres van de indiener;
          • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van de woning, gebouw of terrein waarop de schrappingsaanvraag betrekking heeft;
          • de bewijsstukken die aantonen dat de woning, gebouw of terrein geschrapt mag worden uit het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen;

        Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.

        De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Bv. foto’s.

        Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat.

        De administratie stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.

        De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

        Het College van Burgemeester en Schepenen doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van 90 dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.

        Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning, het gebouw of het terrein geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.


        Artikel 7 Bezwaar tegen weigering tot schrapping

        Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning, gebouw of terrein uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen kan de zakelijk gerechtigde bezwaar aantekenen bij de bezwaarinstantie.

        Op straffe van nietigheid moet dit bezwaar:

        • ondertekend en gemotiveerd zijn;
        • met een beveiligde zending worden ingediend;
        • de volgende gegevens bevatten:
          • de identiteit en het adres van de indiener;
          • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van de woning, het gebouw of het terrein waarop het verzoek betrekking heeft;
          • de weigeringsbeslissing;
        • worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.

        De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Bv. foto’s.

        Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend bezwaarschrift ingediend worden, waarbij het eerdere bezwaarschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

        Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat.

        De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van het bezwaar een ontvangstbevestiging.

        De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaren. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

        De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van 90 dagen die ingaat de dag na de betekening van bezwaarschrift.  Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het bezwaar geacht te zijn ingewilligd.

        Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning, het gebouw of het terrein geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

        Als de zakelijk gerechtigde meent dat de bezwaarbeslissing niet behoorlijk is genomen of onvoldoende is gemotiveerd, kan hij of zij klacht indienen bij de Rechtbank van Eerste Aanleg van Antwerpen.


        BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN, GEBOUWEN EN TERREINEN


        Artikel 8 Belastbaar feit

        Er wordt vanaf 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen, gebouwen en terreinen die opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

        De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning, het gebouw of het terrein gedurende zes opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

        Zolang de woning, het gebouw of het terrein niet is geschrapt uit dit register blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt, zijnde op elke nieuwe verjaring van de eerste datum dat een belasting verschuldigd was. In concreto is een belasting dus verschuldigd op 6 maanden, 18 maanden, 30 maanden,… na opnamedatum in het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen voor zover het belaste goed ononderbroken is opgenomen. 


        Artikel 9 Belastingplichtige

        De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van het verwaarloosde gebouw, woning of terrein.

        Ingeval er een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik of gebruiksrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht, van vruchtgebruik of gebruiksrecht op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

        Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        Bij overdracht van een zakelijk recht op een verwaarloosde woning en/of gebouw en/of terrein geldt een meldingsplicht. De overdrager van het zakelijk recht bezorgt de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuw zakelijk gerechtigde. Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de gemeente op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval bezorgt de instrumenterende notaris de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuw zakelijk gerechtigde. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het zakelijk recht voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

        Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

         

        Artikel 10 Tarief

        De belasting bedraagt:

        • 1.150 euro voor een woning;
        • 1.150 euro voor een gebouw;
        • 1.150 euro voor een terrein.

        Deze basisbelasting is verschuldigd na de eerste 6 maanden registratie in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

        Indien de woning, het gebouw of het terrein 18 maanden in het register staat, bedraagt de belasting:

        • 1.750 euro voor een woning;
        • 1.750 euro voor een gebouw;
        • 1.750 euro voor een terrein.

         Indien de woning, het gebouw of het terrein 30 maanden in het register staat, bedraagt de belasting:

        • 3.500 euro voor een woning;
        • 3.500 euro voor een gebouw;
        • 3.500 euro voor een terrein.

         Indien de woning, het gebouw of het terrein een 42 maanden of een langere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat, bedraagt de belasting:

        • 7.000 euro voor een woning;
        • 7.000 euro voor een gebouw;
        • 7.000 euro voor een terrein.

         De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2022. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 10 cent.

        Artikel 11 Vrijstellingen 

        In enkele gevallen kan de houder van een zakelijk recht van het gebouw, de woning of het terrein vrijgesteld worden van betaling van de heffing.

        Een vrijstelling van de heffing moet aangevraagd worden door middel van een aanvraagformulier. De heffing wordt in geen enkel geval automatisch toegekend door de registerbeheerder. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de registerbeheerder.

        De aanvraag van een vrijstelling dient schriftelijk te gebeuren via aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs.

        Tijdens de periode van vrijstelling blijft de woning, het gebouw of het terrein wel geregistreerd. Soms zijn vrijstellingen beperkt in de tijd, of worden ze voorwaardelijk toegekend. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vrijstelling en dient de heffing alsnog betaald te worden.

        Van de heffing op verwaarlozing kunnen worden vrijgesteld (persoonsgebonden):  

        • de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van de verwaarloosde woning, het gebouw of het terrein, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het heffingsjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht.

        Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw, de woning of het terrein (objectgebonden):

        • gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
        • geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
        • vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
        • onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure,  met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod;
        • gerenoveerd of gesloopt wordt:
          • met een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden. Deze vrijstelling wordt telkens slechts verleend voor een termijn van één jaar en kan maximaal 2 keer verlengd worden in de drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning.
          • gerenoveerd wordt zonder vergunningsplichtige werken met een goedgekeurd renovatiedossier.  Deze vrijstelling wordt telkens slechts verleend voor een termijn van één jaar en kan maximaal 2 keer verlengd worden in de drie jaar volgend op de goedkeuring van het renovatiedossier door het college van burgemeester en schepenen. 

        Indien een vrijstelling werd bekomen op basis van (renovatie)werken dient de belastingplichtige, wanneer deze een verlenging beoogt van deze vrijstelling, uiterlijk bij het verstrijken van één jaar vrijstelling de nodige bewijzen voor te leggen aan de registerbeheerder waaruit blijkt dat de gemelde werken werden aangevat of voltooid, of waaruit blijkt dat de werken nog niet konden worden aangevat of voltooid. Het college van burgemeester en schepenen beslist daarbij over de al dan niet verlenging van de vrijstellingsperiode, met dien verstande dat maximum na een vrijstellingsperiode van drie jaar de werken dienen te zijn voltooid.

        Bij gebreke aan het voorleggen van deze bewijzen of wanneer uit de voorgelegde documenten blijkt dat de omgevingsvergunning als vervallen moet worden beschouwd, zal de belasting alsnog geïnd worden, rekening houdend met de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 

        Artikel 12 Wijze van inning

        De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

        Artikel 13 Betaaltermijn

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.


        Artikel 14 Bezwaar

        De belastingschuldige kan bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar indienen tegen deze belasting.

        Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.


        Artikel 15 Niet-betaling

        Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20,00 euro aangerekend voor de verzending.

        Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend.

        . Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot het verlenen van een volmacht aan de gerechtsdeurwaarder met het oog op het laten opmaken van een ‘bevel tot betaling’. Voor het aanmaken van deze volmacht  wordt een kost van 30,00 euro aangerekend.

         

        Artikel 16 Overgangsmaatregelen

        Het voorgaande reglement van 11 maart 2021 wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe reglement.

        De vrijstellingen die werden bekomen op basis van het vorig reglement van11 maart 2021 of van het daarvoor geldende reglementen , worden in mindering gebracht van de periodes waarvoor krachtens onderhavig reglement op dezelfde gronden een gelijkaardige vrijstelling zou kunnen worden verkregen.


        Artikel 17 Toezicht

        Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.

      • Reglement voor inventarisatie en belasting van ongeschikt of ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen

        Goedgekeurd

        Artikel 1 Definities en begripsomschrijvingen

        1. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
          • een aangetekend schrijven;
          • een afgifte tegen ontvangstbewijs.
        2. Gewestelijke Inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris vermeld in de artikelen 3.19 tot en met 3.23 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
        3. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in art. 2.9, art.2.10, art.2.11, art. 2.12, art. 2.13 en art. 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
        4. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen: het register vermeld in dit artikel van dit reglement.
        5. Inventarisatiedatum: de datum waarop een woning voor de eerste maal in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen is opgenomen.
        6. Woning: 
          • elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande; zoals vermeld in art.1.3, §1, eerste lid, 66°van de Vlaamse Codex Wonen van 2021,
          • een kamer waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt; zoals vermeld in art. 1.3, §1, eerste lid, 25° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
        7. Houder van het zakelijk recht: de persoon of personen met een recht van:
          • volle eigendom;
          • recht van opstal of van erfpacht;
          • vruchtgebruik

        met betrekking tot een gebouw of een woning; zoals vermeld in art.1.3 § 1, eerste lid, 22° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        1. Een plotse ramp: elke gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht waardoor de schade dermate ernstig is dat het gebruik van de woning of het gebouw overeenkomstig de functie onmogelijk is: bv. brand, ontploffing, blikseminslag, …
        2. Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de heffing als er grote verbouwingswerken aan de woning of gebouw lopende/gepland zijn.

        Een vrijstelling op de heffing kan bekomen worden bij goedkeuring door college van burgemeester en schepenen van een renovatiedossier.
        Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:

        • vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk
        • vernieuwing van de volledige dakbedekking
        • vernieuwing van de volledige elektrische installatie
        • vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…)
        • vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…)
        • vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding)
        • vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…)
        • vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…)

         De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan dienst wonen en bevat de volgende zaken:

        • foto’s voor en tijdens de renovatiewerken
        • grondplannen voor en na de renovatiewerken
        • eventueel facturen en goedgekeurde offertes
        • een motivatienota met planning van de werken
        • indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars

        Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar kan niet worden opgenomen in het leegstandsregister.
        Een woning die opgenomen is in het leegstandsregister kan echter wel op later tijdstip worden opgenomen in de gewestelijke inventarissen voor ongeschikte en onbewoonbare woningen en gebouwen.
        Een woning die opgenomen is in het register voor verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen kan ook worden opgenomen in de gewestelijke inventarissen voor ongeschikte en onbewoonbare woningen en gebouwen.


        Artikel 2 Belastbaar feit

        Er wordt vanaf 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.

        De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende zes opeenvolgende maanden opgenomen is in deze inventaris.

        Zolang de woning niet uit de gewestelijke inventaris is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd bij elke nieuwe verjaring van de eerste datum dat een belasting verschuldigd was. In concreto is een belasting dus verschuldigd op 6 maanden, 18 maanden, 30 maanden,… na opnamedatum in de gewestelijke inventaris van ongeschikt en onbewoonbare woningen, voor zover het belaste goed ononderbroken is opgenomen. 


        Artikel 3 Belastingplichtige

        De belasting is verschuldigd door de houder(s) van het zakelijk recht van de ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woning.

        Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        Bij overdracht van een zakelijk recht op een ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woning geldt een meldingsplicht. De overdrager van het zakelijk recht bezorgt de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder(s) van het zakelijk recht. Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de gemeente op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval bezorgt de instrumenterende notaris de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder(s) van het zakelijk recht. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het zakelijk recht voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register.

        Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.


        Artikel 4 Tarief

        De belasting bedraagt:

        • 1.150 euro voor een woning

        Deze basisbelasting is verschuldigd na de eerste 6 maanden registratie in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.

        Indien de woning 18 maanden in de inventaris staat, bedraagt de belasting:

        • 1.750 euro voor een woning.

        Indien de woning 30 maanden in de inventaris staat, bedraagt de belasting:

        • 3.500 euro voor een woning. 

        Indien de woning 42 maanden of een langere opeenvolgende termijn van 12 maanden in de inventaris staat, bedraagt de belasting:

        • 7.000 euro voor een woning.

        De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2022. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 10 cent.

         

        Artikel 5 Vrijstellingen 

        In enkele gevallen kan de houder van een zakelijk recht van de woning vrijgesteld worden van betaling van de heffing.

        Een vrijstelling van de heffing moet aangevraagd worden door middel van een aanvraagformulier. De vrijstelling van de heffing wordt in geen enkel geval automatisch toegekend door de administratie. De aanvraag van een vrijstelling dient schriftelijk te gebeuren via aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs.

        Tijdens de periode van vrijstelling blijft de woning wel geïnventariseerd.

        Soms zijn vrijstellingen beperkt in de tijd, of worden ze voorwaardelijk toegekend. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vrijstelling en dient de heffing alsnog betaald te worden.

        Van de heffing op ongeschikt of ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen  kunnen worden vrijgesteld (persoonsgebonden): 

        • de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van de ongeschikt of ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woning met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het heffingsjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht.

        Een vrijstelling wordt verleend indien de woning of de kamer (objectgebonden):

        • gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
        • geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld
        • vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
        • daadwerkelijk niet gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure,  met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod
        • gerenoveerd of gesloopt wordt:
          • met een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden. Deze vrijstelling wordt telkens slechts verleend voor een termijn van één jaar en kan maximaal 2 keer verlengd worden in de drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning.
          • gerenoveerd wordt zonder vergunningsplichtige werken met een goedgekeurd renovatiedossier. Deze vrijstelling wordt telkens slechts verleend voor een termijn van één jaar en kan maximaal 2 keer verlengd worden in de drie jaar volgend op de goedkeuring van het renovatiedossier door het college van burgemeester en schepenen. 

        Indien een vrijstelling werd bekomen op basis van (renovatie)werken dient de belastingplichtige, wanneer deze een verlenging beoogt van deze vrijstelling, uiterlijk bij het verstrijken van één jaar vrijstelling de nodige bewijzen voor te leggen aan de registerbeheerder waaruit blijkt dat de gemelde werken werden aangevat of voltooid, of waaruit blijkt dat de werken nog niet konden worden aangevat of voltooid. Het college van burgemeester en schepenen beslist daarbij over de al dan niet verlenging van de vrijstellingsperiode, met dien verstande dat maximum na een vrijstellingsperiode van drie jaar de werken dienen te zijn voltooid. 

        Bij gebreke aan het voorleggen van deze bewijzen of wanneer uit de voorgelegde documenten blijkt dat de omgevingsvergunning als vervallen moet worden beschouwd, zal de belasting alsnog geïnd worden, rekening houdend met de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

         

        Artikel 6 Wijze van inning

        De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.


        Artikel 7 Betalingstermijn

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.


        Artikel 8 Bezwaar 

        De belastingschuldige kan tegen deze belasting bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.


        Artikel 9 Niet-betaling

        Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20,00 euro aangerekend voor de verzending.

        Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend.

        Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot het verlenen van een volmacht aan de gerechtsdeurwaarder met het oog op het laten opmaken van een ‘bevel tot betaling’. Voor het aanmaken van deze volmacht wordt een kost van 30,00 euro aangerekend.


        Artikel 10 Overgangsmaatregelen

        Het voorgaande reglement van 11 maart 2021 wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe reglement.

        De vrijstellingen die werden bekomen op basis van het vorig reglement van 11 maart 2021 of van een van de daarvoor geldende reglementen, worden in mindering gebracht van de periodes waarvoor krachtens onderhavig reglement op dezelfde gronden een gelijkaardige vrijstelling zou kunnen worden verkregen.


        Artikel 11 Toezicht

        Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.

      • Reglement voor inventarisatie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen

        Goedgekeurd

        Artikel 1 Belastbaar voorwerp of belastbaar feit

        Vanaf 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025 wordt een belasting geheven op woningen en gebouwen die gedurende minstens zes opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

        De gemeente houdt een register van leegstaande gebouwen en woningen bij, hierna leegstandsregister te noemen, en dit op grond van art. 2.9 tem art 2.14 van de Vlaamse Codex wonen van 2021.

        Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, kan niet worden opgenomen in het leegstandsregister.
        Een woning die opgenomen is in het leegstandsregister kan echter wel op later tijdstip worden opgenomen in de gewestelijke inventarissen voor ongeschikte en onbewoonbare woningen en gebouwen. Een woning die opgenomen is in het leegstandsregister kan ook op later tijdstip worden opgenomen in de gemeentelijke inventarissen voor verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
        Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.

        In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:

        1. het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw
        2. de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw
        3. de identiteit en het (de) adres(sen) van de houder(s) van het zakelijk recht
        4. het nummer en de datum van de administratieve akte 
        5. de feiten die aanleiding geven tot vrijstelling van de heffing, met vermelding van de begin- en einddatum van de vrijstelling
        6. eventueel de datum van indiening van een betwisting zoals voorzien in artikel 9, en de datum en aard van de beslissing inzake die betwisting.


        DEFINITIES


        Artikel 2

        • Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
          • een aangetekend schrijven,
          • een afgifte tegen ontvangstbewijs.
        • Bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
        • Woning:
          • elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in art. 1.3, § 1, eerste lid 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
          • een kamer waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt, zoals vermeld in art1.3, § 1, eerste lid 25° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
        • Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van art. 2, §1 van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten of zoals later gewijzigd, zoals vermeld in art1.3, §1, eerste lid, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
        • Houder van het zakelijk recht: de persoon of personen met een recht van:
          • volle eigendom;
          • recht van opstal of van erfpacht;
          • vruchtgebruik

        met betrekking tot een gebouw of een woning; zoals vermeld in art.1.3 § 1, eerste lid, 22° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021; 

        • Met registerbeheer wordt de gemeentelijke dienst bedoeld die door het college van burgemeester en schepenen is gelast met de opmaak, de opbouw het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister.
        • Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt opgenomen.
        • Een plotse ramp: elke gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht waardoor de schade dermate ernstig is dat het gebruik van de woning of het gebouw overeenkomstig de functie onmogelijk is, zoals brand, ontploffing, blikseminslag, … 
        • Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de heffing als er grote verbouwingswerken aan de woning lopende/gepland zijn. Een vrijstelling op de heffing kan bekomen worden bij goedkeuring door college van Burgemeester en Schepenen van een renovatiedossier. Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden: 
           
          • vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk,
          • vernieuwing van de volledige dakbedekking,
          • vernieuwing van de volledige elektrische installatie,
          • vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…),
          • vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…),
          • vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding),
          • vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…),
          • vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…).

        De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst wonen en bevat de volgende zaken:

        • foto’s voor en tijdens de renovatiewerkengrondplannen voor en na de renovatiewerken,
        • eventueel facturen en goedgekeurde offertes,
        • een motivatienota met planning van de werken,
        • indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars.

        Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag

         

        Artikel 3 leegstaand gebouw

        Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd als meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

        De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning 
        Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

        Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten of zoals later gewijzigd, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is.
        Een gedeelte is enkel afsplitsbaar als het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

        Een nieuw gebouw wordt als een leegstaand gebouw beschouwd indien dat gebouw binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.


        Artikel 4 leegstaande woning

        En woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer ze gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie of de volgende functies die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengen:

        • Een woning boven een winkel, zonder aparte toegang die de functie heeft van stockeerruimte voor die winkel;
        • Een woning naast een winkel, die de functie heeft van stockeerruimte voor die winkel;
        • praktijken van vrije beroepen

         

        Artikel 5 leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimte

        Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor de inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende de maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.

        De bedrijfsruimte die op grond van art. 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995  houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten of zoals later gewijzigd worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen of woningen in de zin van deze afdeling beschouwd. Het gaat over de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt die als één geheel te beschouwd zijn en die toebehoren aan dezelfde eigenaar, valt onder de toepassing van dit decreet. De verzameling heeft een minimale oppervlakte van vijf are.


        LEEGSTANDSREGISTRATIE


        Artikel 6 opsporingsbevoegdheid 

        De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstaande woningen en gebouwen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in art. 6 van het decreet van 30 mei betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.


        Artikel 7 administratieve akte van leegstand 

        Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt vastgesteld door een administratieve akte van leegstand en wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:

        • het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning
        • onafgewerkte nieuwbouw waarop geen geldige stedenbouwkundige/omgevingsvergunning (meer) rust
        • de woning of gebouw is niet uitgerust overeenkomstig zijn functie
        • het ontbreken van een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning, bewijs van dit laatste gebruik is bijvoorbeeld een ondernemingsnummer, bewijslast ligt bij de eigenaar
        • de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang of verzegeling
        • het langdurig aanbieden van het gebouw of woning als "te huur" of "te koop"
        • het ontbreken van aansluitingen van nutsvoorzieningen of een dermate laag verbruik dat niet in overeenstemming is met een normaal gebruik van de woning of het gebouw
        • de vermindering van het kadastrale inkomen overeenkomstig art. 15 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
        • getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkinspecteur
        • buitenschrijnwerk is ernstig vervuild, verweerd, beschadigd of dichtgemaakt en/of de rolluiken zijn overwegend neergelaten
        • de woning is niet bemeubeld
        • het gebouw of woning is niet meer waterdicht door zware infiltraties doorheen het dak/gevel
        • een uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus
        • een verwaarloosde tuin:
          • overwoekerd door begroeiing,
          • zwerfvuil en ander afval aanwezig is,
          • waar verhardingen opgebroken zijn.
        • het vermoeden van een fictieve inschrijving als domiciliëringsadres.

        In de administratieve akte worden alle indicaties van leegstand vermeld.


        Artikel 8 Kennisgeving vaststelling en betwisting vaststelling 
        De registerbeheerder stelt alle houder(s) van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, met een beveiligde zending in kennis van de vaststelling van leegstand en van het voornemen om de woning of het gebouw op te nemen in het leegstandsregister.

        Deze kennisgeving bevat:

        1. een kopie van de administratieve akte
        2. een kopie van het technisch, beschrijvend verslag
        3. Informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister, inclusief verwijzing naar dit reglement
        4. Informatie met betrekking tot de bezwaarprocedure tegen de opname in het leegstandsregister
        5. Informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister.

        De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht. Is een woonplaats van een houder van het zakelijkk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

        Tegen de vaststelling en het voornemen tot opname in het leegstandsregister kan beroep worden aangetekend bij het college van burgemeester en schepenen binnen de dertig dagen, ingaande de dag na de betekening.

        Het beroep bevat minstens volgende gegevens:

        1. identiteit, adres en eventueel hoedanigheid en volmacht van de indiener
        2. aanwijzingen van de administratieve akte en/of van het pand waarop het beroepschrift betrekking heeft
        3. de bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de vereisten tot opname of dat voldaan is aan de vereisten tot schrapping.

        Het college doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de betekening van het beroepschrift. 

        Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen. 

        De registerbeheer betekent de beslissing aan de indiener per beveiligde zending.

         

        Artikel 9 Opname in het leegstandsregister

        De woningen en gebouwen die in een eerder op grond van artikel 2.9 tem artikel 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 opgemaakt register zijn opgenomen worden opgenomen in het register op grond van het huidige reglement en met behoud van de oorspronkelijke datum van opname. 

        Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt overeenkomstig artikel 9 of het bezwaar van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de registerbeheer het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand, zijnde de datum van de administratieve akte.
        Het college verklaart het beroep ongegrond wanneer de toegang tot de woning of het gebouw, in het kader van een feitenonderzoek, geweigerd of verhinderd wordt.

         

        Artikel 10 Schrapping uit het leegstandsregister

        Een schrapping van een woning of gebouw uit het leegstandsregister gebeurt op schriftelijk verzoek van de houder van hetzakelijk recht.

        Voor de schrapping uit het register richt de houder van het zakelijk recht een schriftelijk verzoek aan de administratie. Op straffe van nietigheid moet dit verzoekschrift:

        • ondertekend en gemotiveerd zijn;
        • met een beveiligde zending worden ingediend;
        • minimaal de volgende gegevens bevatten: 
          • de identiteit en het adres van de indiener;
          • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van de woning, of het gebouw waarop de schrappingsaanvraag betrekking heeft;
          • de bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;

        Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht , voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat.

        De administratie stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.

        De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

        Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 4 aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden of dat het gebouw gesloopt werd. Een gebouw uit het leegstandsregister zal geschrapt worden bij aanvaarding van de schrapping. De datum van de schrapping van een gebouw uit het leegstandsregister is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.

        Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning overeenkomstig de functie vermeld in artikel 5 aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden of dat de woning gesloopt werd. Een woning uit het leegstandsregister zal geschrapt worden bij aanvaarding van de schrapping. De datum van de schrapping van een woning uit het leegstandsregister is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.


        DE BELASTING VAN LEEGSTAANDE WONINGEN EN GEBOUWEN


        Artikel 11 Belastbaar feit 

        Vanaf 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister.

        De belasting voor een leegstaande woning of gebouw is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende zes opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. 

        Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op elke nieuwe verjaring van de eerste datum dat een belasting verschuldigd was. In concreto is een belasting dus verschuldigd op 6 maanden, 18 maanden, 30 maanden,… na opnamedatum in het leegstandsregister voor zover het belaste goed ononderbroken is opgenomen.


        Artikel 12 belastingplichtige

        De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht voor het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is. 

        Ingeval er een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik of gebruiksrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht, van vruchtgebruik of gebruiksrecht op het ogenblik dat de belasting verschuldigd wordt.

        Ingeval van mede-eigendom is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtige in houding tot zijn aandeel in het leegstaande gebouw of woning. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        Bij overdracht van een zakelijk recht op een leegstaande woning en/of gebouw geldt een meldingsplicht. De overdrager van het zakelijk recht bezorgt de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuw houder van het zakelijk recht. Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de gemeente op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval bezorgt de instrumenterende notaris de gemeente binnen twee maanden na de overdracht een kopie van de notariële akte en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder van het zakelijk recht. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het zakelijk recht voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het leegstandsregister

        Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.


        Artikel 13 Tarief 

        De belasting bedraagt:

        • 1.150 euro voor een leegstaand gebouw
        • 1.150 euro voor een leegstaande woning.
          Deze basisbelasting is verschuldigd na de eerste 6 maanden registratie in het leegstandsregister.

        Als het gebouw of de woning 18 maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:

        • 1.750 euro voor een woning
        • 1.750 euro voor een gebouw.

        Indien het gebouw of de woning 30 maanden in het register staat, bedraagt de belasting:

        • 3.500 euro voor een woning
        • 3.500 euro voor een gebouw.

        Indien het gebouw of de woning 42 maanden of een langere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat, bedraagt de belasting:

        • 7.000 euro voor een woning
        • 7.000 euro voor een gebouw.

        De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand september voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2022. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 10 cent.

         

        Artikel 14 Vrijstellingen

        In enkele gevallen kan de houder van een zakelijk recht van het gebouw of de woning vrijgesteld worden van betaling van de heffing.

        Een vrijstelling van de heffing moet aangevraagd worden door middel van een aanvraagformulier. De vrijstelling van de heffing wordt in geen enkel geval automatisch toegekend door de administratie. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
        De aanvraag van een vrijstelling dient schriftelijk te gebeuren via aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs.

        Tijdens de periode van vrijstelling blijft de woning of het gebouw wel geregistreerd.
        Soms zijn vrijstellingen beperkt in de tijd, of worden ze voorwaardelijk toegekend. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vrijstelling en dient de heffing alsnog betaald te worden.

        Van de leegstandsbelasting kunnen worden  vrijgesteld (persoonsgebonden):

        • de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, onder voorwaarde dat deze vrijstelling slechts geldt voor het heffingsjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht.

        Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning (objectgebonden):

        • gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan
        • geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld
        • vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt tot een termijn van twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging. 
        • onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling slechts geldt tot een termijn van één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.
        • gerenoveerd of gesloopt wordt:
          • met een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden. Deze vrijstelling wordt telkens slechts verleend voor een termijn van één jaar en kan maximaal 2 keer verlengd worden in de drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning.
          • gerenoveerd wordt zonder vergunningsplichtige werken met een goedgekeurd renovatiedossier. Deze vrijstelling wordt telkens slechts verleend voor een termijn van één jaar en kan maximaal 2 keer verlengd worden in de drie jaar volgend op de goedkeuring van het renovatiedossier door het college van burgemeester en schepenen.

        Indien een vrijstelling werd bekomen op basis van (renovatie)werken dient de belastingplichtige, wanneer deze een verlenging beoogt van deze vrijstelling, uiterlijk bij het verstrijken van één jaar vrijstelling de nodige bewijzen voor te leggen aan de registerbeheerder waaruit blijkt dat de gemelde werken werden aangevat of voltooid, of waaruit blijkt dat de werken nog niet konden worden aangevat of voltooid. Het college van burgemeester en schepenen beslist daarbij over de al dan niet verlenging van de vrijstellingsperiode, met dien verstande dat maximum na een vrijstellingsperiode van drie jaar de werken dienen te zijn voltooid.
        Bij gebreke aan het voorleggen van deze bewijzen of wanneer uit de voorgelegde documenten blijkt dat de omgevingsvergunning als vervallen moet worden beschouwd, zal de belasting alsnog geïnd worden, rekening houdend met de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        • het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 90 van de Vlaamse Wooncode;
        • ter beschikking wordt gesteld voor een periode van drie jaar aan de gemeente en het OCMW om te gebruiken als noodwoning indien deze nood zich stelt bij gemeente of OCMW. Gemeente of OCMW beslissen of de woning hiervoor geschikt is. Deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op de startdatum van de inventarisatie.


        Artikel 15 Wijze van inning
        De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.


        Artikel 16 Betaaltermijn
        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.


        Artikel 17 Bezwaar
        De belastingschuldige kan bezwaar aantekenen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.


        Artikel 18 Niet-betaling
        Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20,00 euro aangerekend voor de verzending.

        Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend.

        Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot het verlenen van een volmacht aan de gerechtsdeurwaarder met het oog op het laten opmaken van een ‘bevel tot betaling’. Voor het aanmaken van deze volmacht  wordt een kost van 30,00 euro aangerekend.

         

        Artikel 19 Toezicht
        Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.


        Artikel 20 Overgangsmaatregelen

        Het voorgaande reglement van 11 maart 2021  wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe reglement.

        De vrijstellingen die werden bekomen op basis van het vorig reglement van 11 maart 2021  of van de  daarvoor geldende reglementen, worden in mindering gebracht van de periodes waarvoor krachtens onderhavig reglement op dezelfde gronden een gelijkaardige vrijstelling zou kunnen worden verkregen.

    • mens - vrije tijd

      • Jaarverslag en jaarrekening 2022 van ILV 'Sportregio Antwerpse Kempen' - Goedkeuring

        Goedgekeurd

        De gemeenteraad keurt het jaarverslag en de jaarrekening 2022 van ILV 'Sportregio Antwerpse Kempen' goed.

      • Retributiereglement gemeentelijke sportinfrastructuur - Goedkeuring

        Goedgekeurd

        Artikel 1 Termijn

        Vanaf 8 juni 2023 tot en met 31 december 2025 wordt een retributie geheven op het gebruik van sportinfrastructuur.


        Artikel 2 Definitie

        In het kader van dit retributiereglement worden de volgende begrippen gebruikt:

        Erkende Brechtse vereniging: Een vereniging die in het bezit is van een geldige erkenning als Brechtse vereniging, uitgereikt door het college van burgemeester en schepenen.

        Erkende Brechtse welzijnsorganisatie: Een vereniging die in het bezit is van een geldige erkenning als Brechtse vereniging, uitgereikt door het college van burgemeester en schepenen en die in het bijzonder werkt voor en met mensen in armoede in de gemeente Brecht.

        Doelgroepenwerking binnen een erkende Brechtse vereniging: Een specifieke afdeling binnen of een deel van een erkende Brechtse vereniging die een sport- of beweegactiviteit organiseert die uitsluitend bestemd is voor één van volgende doelgroepen:

        - jeugd (-18 jaar)
        - ouderen (+50 jaar)
        - personen met een handicap

        Erkende bovenlokale of landelijke organisatie met een Brechtse doelgroepenwerking: Een niet-commerciële bovenlokale vereniging, landelijke sportorganisatie of koepelorganisatie die een sport-of beweegactiviteit organiseert die bestemd is voor één van volgende doelgroepen:

        - Brechtse jeugd (-18 jaar)
        - Brechtse ouderen (+50 jaar)
        - Brechtse personen met een handicap


        Artikel 3 Toepassingsgebied

        De retributie is verschuldigd door de gebruikers van de sportinfrastructuur.

        De gebruikers worden opgedeeld in volgende categorieën:
        Categorie 0: gemeentelijke diensten, erkende Brechtse adviesraden, Brechtse scholen, erkende Brechtse welzijnsorganisaties.
        Categorie 1A: doelgroepenwerking binnen een erkende Brechtse vereniging, erkende bovenlokale of landelijke organisatie met een Brechtse doelgroepenwerking
        Categorie 1B: erkende Brechtse verenigingen, politieke partijen actief in Brecht
        Categorie 2: niet-erkende Brechtse verenigingen, particulieren woonachtig in Brecht, vennootschappen met hun maatschappelijke zetel in Brecht.
        Categorie 3: niet-Brechtse verenigingen en vennootschappen, niet-Brechtse particulieren.


        Artikel 4 Tarief

        De retributie wordt vastgesteld op:

        Cat 0 Cat 1A Cat 1B Cat 2 Cat 3

        Sporthal De Ring
        Tarieven per uur inclusief gebruik kleedkamers:
        Kleine sportzaal Gratis € 4,70 € 7,90 € 11,30 € 16,90
        1/3e van de grote zaal Gratis € 4,70 € 7,90 € 11,30 € 16,90
        2/3e van de grote zaal Gratis € 9,40 € 15,80 € 22,60 € 33,80
        Volledige grote zaal Gratis € 14,10 € 23,70 € 33,90 € 50,70

        Tarieven per dag inclusief gebruik kleedkamers:

        Sportevenement met publiek karakter Gratis € 140,80 € 140,80 € 281,60 € 422,40

        Tarieven per uur inclusief gebruik kleedkamers voor lastminute reservaties:

        Kleine sportzaal Gratis € 16,90 € 16,90 € 16,90 € 16,90
        1/3e van de grote zaal Gratis € 16,90 € 16,90 € 16,90 € 16,90
        2/3e van de grote zaal Gratis € 33,80 € 33,80 € 33,80 € 33,80
        Volledige grote zaal Gratis € 50,70 € 50,70 € 50,70 € 50,70

        Turnzaal Maria Middelares (Sint-Job)
        Tarieven per uur inclusief gebruik kleedkamers:
        Turnzaal Gratis € 4,70 € 7,90 € 11,30 € 16,90

        Turnzaal GBS De Sleutelbloem (Brecht)

        Tarieven per uur inclusief gebruik kleedkamers:
        Turnzaal Gratis € 4,70 € 7,90 € 11,30 € 16,90

        Turnzaal GBS De Schakel (Sint-Lenaarts)
        Tarieven per uur inclusief gebruik kleedkamers:
        Turnzaal Gratis € 4,70 € 7,90 € 11,30 € 16,90

        Turnzaal GBS Klavertje 3 (Overbroek)
        Tarieven per uur inclusief gebruik kleedkamers:
        Turnzaal Gratis € 4,70 € 7,90 € 11,30 € 16,90

        Bijkomende retributies

        Tarieven per uur voor het afzonderlijk gebruik van de kleedkamers zonder gebruik sportzaal:
        Kleedkamer € 7,90/stuk

        Tarieven voor het gebruik van sportkoffers en klein sportmateriaal in Sporthal De Ring:
        Sportkoffer € 5,60/stuk
        Badmintonracket € 1,10/stuk (inclusief pluimpje)
        Tafeltennispallet € 1,10/stuk (inclusief balletje)

        Tarieven per werkingsjaar voor het gebruik van opbergruimte:

        Materiaalkast* € 22,50/stuk
        Materiaalberging* € 5,60/m²
        *Deze retributie wordt uitsluitend aangerekend voor het opbergen van (sport)materialen die niet ter beschikking mogen gesteld worden aan andere gebruikers.
        Overschrijden van de huurperiode of het niet tijdig verlaten van de accommodatie:
        Retributie € 56,30/begonnen uur

        Nodeloos laten afgaan van het brandalarm:
        Retributie € 56,30

        De tarieven worden jaarlijks op 1 september aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand maart voorafgaand aan de indexeringsdatum van het betreffende jaar te delen door het indexcijfer van de maand september 2020. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 10 cent.


        Artikel 5 Annuleringsvoorwaarden

        De annulering dient steeds gebeuren via sporthaldering@brecht.be. lndien de aanvrager geen gebruik maakt van de ter beschikking gestelde accommodatie, wordt een retributie toegepast afhankelijk van het moment waarop de annulering via e-mail kenbaar werd gemaakt.

        Gebruikers kunnen kosteloos annuleren tot 2 weken voor datum van gebruik. Annuleringen na dit tijdstip geven aanleiding tot het betalen van de retributie. Ook indien de termijn waarin kosteloos kan geannuleerd worden voorbij is, dient de gebruiker ieder niet-gebruik van aangevraagde uren vooraf te melden.

        Tijdstip van annuleren Retributie

        • De annulatie wordt meer dan 2 weken voor het gebruiksmoment geldig kenbaar gemaakt: Gratis annuleren*
        • De annulatie wordt minder dan 2 weken voor het gebruiksmoment geldig kenbaar gemaakt: 100% van de retributie
        • Geen annulatie of geen geldige annulatie: € 50,00 + 200% van de retributie

        * Het totaal aantal geannuleerde uren dat niet aangerekend wordt, kan maximum 10% bedragen van het totale aantal gehuurde uren per seizoen.

        Enkel wanneer er door de gemeente ontegensprekelijk en onmiddellijk overmacht kan vastgesteld worden vanwege de gebruiker (zoals o.a. winterse weeromstandigheden, buitentemperatuur hoger dan 30°C of algemene afgelastingen van competitiespeeldagen door een bond), worden geen annuleringskosten aangerekend. De gebruiker dient in dat geval nog steeds een annulatieverzoek te bezorgen en expliciet melding te maken dat er overmacht wordt ingeroepen.

        Geldt niet als overmacht o.a. ziekte, geen vervoer, forfait van de tegenstander.


        Artikel 6 Wijze van betaling

        De gebruikers betalen maandelijks na ontvangst van de rekening door overschrijving op een financiële rekening van het gemeentebestuur.
        Aan niet-erkende gebruikers die occasioneel gebruik maken van de accommodatie kan gevraagd worden om de vastgestelde retributie te betalen voorafgaand aan het gebruik.

        Artikel 7 Niet-betaling

        Bij niet-betaling van het verschuldigde bedrag na vervaldatum kan de gebruiker onmiddellijk het gebruik van de accommodatie ontzegd worden.
        Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van 20,00 euro aangerekend voor de verzending.
        Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van € 20,00 aangerekend.
        Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Voor het aanmaken van dit dwangbevel en het overmaken van een dossier aan de gerechtsdeurwaarder wordt een kost van € 30,00 aangerekend.
        Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen. De rechtbanken van Antwerpen zijn bevoegd.

        Artikel 8 Oneigenlijk gebruik

        Wie een lokaal aanvraagt, moet dit doen in de hoedanigheid van organisator of namens de organisator. De organisator mag de ter beschikking gestelde ruimte niet laten gebruiken door derden of voor andere doeleinden dan opgegeven in de aanvraag. Als oneigenlijk gebruik wordt beschouwd bv: een privéaangelegenheid, terwijl de zaal werd aangevraagd door een vereniging.
        Indien oneigenlijk gebruik vastgesteld wordt, dient de gebruiker een retributie te betalen van:
        € 50,00 + 300% van de voorziene retributie.

        Artikel 9 Vervuiling en schade

        Indien na gebruik de accommodatie vervuild achtergelaten wordt ten gevolge van het niet normaal sportieve gebruik (bv bekertjes, papiertjes, tijdelijke wegwijzers, niet opbergen van sportmateriaal …), dan zal er een retributie aangerekend worden volgens de tarieven vermeld in het retributiereglement van herstel schade door derden.
        De gebruiker is tevens aansprakelijk voor alle schade die, hetzij opzettelijk hetzij onopzettelijk, toegebracht werd aan de accommodatie en het materiaal aanwezig tijdens de periode dat de accommodatie ter beschikking werd gesteld. De kosten voor het herstellen van schade die toegebracht werd aan de accommodatie en het materiaal tijdens de periode dat deze aan de gebruiker ter beschikking werd gesteld, zullen verhaald worden op deze gebruiker volgens de tarieven vermeld in het retributiereglement sluikstort en schade door derden. Dit reglement kan geraadpleegd worden via www.brecht.be


        Artikel 10 Toezicht

        Dit reglement valt onder het toezic

      • Retributiereglement gemeentelijke cultuurinfrastructuur

        Goedgekeurd

        Artikel 1: TERMIJN 

        Vanaf 1 juli 2022 tot en met 31 december 2025 wordt een retributie geheven voor het gebruik van de gemeentelijke cultuurinfrastructuur. Hieronder wordt onder verstaan: 

        -       OC ’t Centrum (zaal Kleipikker, Foyer, keuken, vergaderzalen); 

        -       UNIQ; 

        -       Kapel Oude Klooster; 

        -       Bijenkorf ( Koninginnezaal, Den Dar, De Werkbij, keuken) 

        -       Kempuseum (leeszaal en exporuimte);

        -       Goorhof.

         

        Artikel 2: DEFINITIE 

        Onder retributiereglement cultuurinfrastructuur moet worden verstaan wie de retributie verschuldigd is, wie vrijgesteld is, wat de hoogte van de retributie bedraagt en op welke manier betaald dient te worden. 

        In het kader van dit retributiereglement worden de volgende begrippen gebruikt: 

        Erkende Brechtse vereniging: Een vereniging die in het bezit is van een geldige erkenning als Brechtse vereniging, uitgereikt door het college van burgemeester en schepenen. 

        Erkende Brechtse welzijnsorganisatie: Een vereniging die in het bezit is van een geldige erkenning als Brechtse vereniging, uitgereikt door het college van burgemeester en schepenen en die in het bijzonder werkt voor en met mensen in armoede in de gemeente Brecht. 

        Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: een samenwerking van minstens twee of meer gemeenten waarvan Brecht deel uitmaakt, uitgereikt door het college van burgemeester en schepenen.

         

        Artikel 3: TOEPASSINGSGEBIED 

        De retributie is verschuldigd door: de particuliere personen, vennootschappen, stichtingen of de verenigingen die het gebruik van een lokaal/zaal aanvragen. 

         

        Gebruikers worden ingedeeld volgens volgende categorieën: 

         

        Categorie 0:

        gemeentelijke diensten, erkende Brechtse adviesraden, Brechtse scholen, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en welzijnsschakels

        Categorie 1:

        erkende Brechtse verenigingen of stichtingen, politieke partijen van Brecht

        Categorie 2:

        niet-erkende Brechtse verenigingen, particulieren woonachtig in Brecht, vennootschappen met hun maatschappelijke zetel in Brecht.

        Categorie 3:

        niet-Brechtse verenigingen en vennootschappen, niet-Brechtse particulieren.

         

         Voor reservaties bij OC ’t Centrum geldt: 

         

        Categorie 0:

        reserveren via gemeente Brecht

        Categorie 1:

        reserveren via gemeente Brecht

        Categorie 2:

        reserveren via concessiehouder van OC ‘t Centrum

        Categorie 3:

        reserveren via concessiehouder van OC ‘t Centrum

         

        Artikel 4: TARIEF 

        De retributie wordt vastgesteld op:

          

        Zaalhuur

         

        Categorie 0

        Categorie 1

        Categorie 2

        Categorie 3

         

        VM/NM

        VM/NM

        AV/WEEKEND

        DAG

        VM/NM

        AV

        DAG

        VM/NM

        AV

        DAG

        OC ‘t Centrum

        Podiumzaal

        Gratis

        € 23,70

        € 35,40

        € 17,70

        € 11,80

        € 11,80

        € 11,80

        € 5,90

        € 59,00

        € 29,50

        € 19,70

        € 19,70

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

        -

           -

        -

        Foyer

        € 11,80

        -

        -

        Leskeuken

        € 7,90

        -

        -

        Grote vergaderzaal 1

        € 7,90

        -

        -

        Grote vergaderzaal 2

        € 7,90

        € 19,70

        € 9,80

        -

        -

        -

        -

        Kleine vergaderzaal

        € 3,90

        -

        -

        Bij gebruik Podiumzaal en keuken: huur van foyer verplicht. Korting op foyerprijs in dit geval: -50%

        Uniq

        Polyvalente ruimte

        Gratis

        € 23,70

        € 35,40

        € 59,00

        € 62,80

        € 106,20

        € 177,00

        € 212,90

        € 318,00

        € 531,00

        Kempuseum

        Leeszaal

         

        € 7,90

        € 11,80

        € 19,70

        -         

        -         

        -         

        -         

        -

        -

        Exporuimte

        Tentoonstellingsprijs: Voor het gebruik van de exporuimte, voor het organiseren van een tentoonstelling met gratis inkom, zal de gebruiker een retributie dienen te betalen van €15 per week.

                                                                                                                                   Kapel Oude Klooster

        Kapel

         

        € 7,90

        € 11,80

        € 19,70

        € 23,70

        € 35,40

        € 59,00

         

         

         

         

        Tentoonstellingsprijs: Voor het gebruik van de kapel, voor het organiseren van een tentoonstelling met gratis inkom, zal de gebruiker een retributie dienen te betalen van € 112,70 per week.  

        Goorhof

        Feestzaal

        Gratis

        € 23,70

        € 35,40

        € 59,00

        € 62,80

        € 94,30

        € 157,10

        € 189,00

        € 282,30

        € 471,30

        Kleine vergaderzaal

        Gratis

        € 3,90

        € 5,90

        € 9,80

        € 10,50

        € 15,70

        € 26,20

        € 31,00

        € 47,60

        € 78,60

        Bijenkorf

        Koninginnezaal

        Gratis

        € 23,70

        € 35,40

        € 59,00

        € 62,80

        € 106,20

        € 177,00

        € 212,90

        € 318,00

        € 531,00

        Den Dar

        Gratis

        € 7,90

        € 11,80

        € 19,70

        € 23,70

        € 35,40

        € 59,00

        € 80,30

        € 120,00

        € 200,00

        De Werkbij

        Gratis

        € 7,90

        € 11,80

        € 19,70

        € 23,70

        € 35,40

        € 59,00

        € 80,30

        € 120,00

        € 200,00

        Keuken

        Gratis

        € 7,90

        € 11,80

        € 19,70

        € 23,70

        € 35,40

        € 59,00

        € 80,30

        € 120,00

        € 200,00

         

        Tentoonstellingsprijs: Voor het gebruik van de bijenkorf, voor het organiseren van een tentoonstelling met gratis inkom, zal de gebruiker een retributie dienen te betalen van € 112,70 per week.  

                                 

         

        VM: voormiddag, 8.00-13.00 uur, NM: namiddag, 13.00 - 18.00 uur, AV: avond, na 18.00 uur

         

         

        Kortingen voor gebruikers in categorie 1, voor cultuurinfrastructuur vermeld in art. 1(berekend op huurfrequentie):

        10 tem 29 boekingen x per jaar

        10%

        30 tem 49 boekingen x per jaar

        30%

        +50 boekingen x per jaar

        50%

        Bijkomende kosten (van toepassing voor alle categorieën, uitgezonderd gemeentelijke diensten) :

        OC ’t Centrum

        Huur opbergruimte per werkingsjaar:

        Vergaderzaal 1

        €56,3/kast

        Vergaderzaal 2

        €56,3/kast

        Vergaderzaal 3

        €56,3/kast

        Podiumzaal

        €16,9/m²

        Schoonmaak:

        Indien na het gebruik van de infrastructuur van het OC de zalen niet of onvoldoende proper achtergelaten zijn, wordt de gebruiker hiervan op de hoogte gesteld. De uitbater rekent een retributie aan om de nalatigheid van de gebruiker recht te zetten.

        Volgens tarieven vermeld in het retributiereglement “sluikstort en schade door derden”..

        Tribune:

        Gebruik tribune (kost incl. opstellen + afbreken)

        €197,10

        Overschrijden van huurperiode:

        Grote zaal/foyer/keuken

        €300

        vergaderzalen

        €150

        Uniq

        Huur opbergruimte per werkingsjaar:

        Polyvalente ruimte 

        €56,3/kast

        Berging

        16,9/m2

        Schoonmaak:

        Indien na het gebruik van de infrastructuur niet of onvoldoende proper achtergelaten zijn, wordt de gebruiker hiervan op de hoogte gesteld. De uitbater rekent een retributie aan om de nalatigheid van de gebruiker recht te zetten.

        Volgens tarieven vermeld in het

        retributiereglement “sluikstort en schade door derden”.

        Overschrijden van huurperiode

        Polyvalente ruimte

        €300

        Wachtkosten

        €6/10minuten

        Kapel Oude Klooster

        Schoonmaak:

        Indien na het gebruik van de infrastructuur niet of onvoldoende proper achtergelaten zijn, wordt de gebruiker hiervan op de hoogte gesteld. De uitbater rekent een retributie aan om de nalatigheid van de gebruiker recht te zetten.

        Volgens tarieven vermeld in het

        retributiereglement “sluikstort en schade door derden”.

        Overschrijden van huurperiode

        Polyvalente ruimte

        €150

        Wachtkosten

        €6/10minuten

        Kempuseum (leeszaal)

        Overschrijden van huurperiode

        Polyvalente ruimte

        €150

         Schoonmaak:

        Indien na het gebruik van de infrastructuur niet of onvoldoende proper achtergelaten zijn, wordt de gebruiker hiervan op de hoogte gesteld. De uitbater rekent een retributie aan om de nalatigheid van de gebruiker recht te zetten.

        Volgens tarieven vermeld in het

        retributiereglement “sluikstort en schade door derden”.

        Bijenkorf

        Huur opbergruimte per werkingsjaar:

        Polyvalente ruimte 

        €56,3/kast

        Berging

        16,9/m2

        Schoonmaak:

        Indien na het gebruik van de infrastructuur niet of onvoldoende proper achtergelaten zijn, wordt de gebruiker hiervan op de hoogte gesteld. De uitbater rekent een retributie aan om de nalatigheid van de gebruiker recht te zetten.

        Volgens tarieven vermeld in het

        retributiereglement “sluikstort en schade door derden”.

        Overschrijden van huurperiode

        Polyvalente ruimte

        €300

        Wachtkosten

        €6/10minuten

        Schade en sluikstorten: 

        Zie retributiereglement “sluikstort en schade door derden”

         

        Techniek: 

        Zie gebruiksreglement technische installatie OC 't Centrum

         

        *Kortingen voor gebruikers enkel in categorie 1, voor cultuurinfrastructuur vermeld in artikel 1(berekend op gecumuleerde huurfrequentie van de cultuurinfrastructuur): 

        Dit is een eenmalige terugbetaling van korting gegeven op aantal boekingen van het afgelopen boekingsjaar, volgens de regels zoals hierboven vermeld staan. Deze zal in september of oktober terug betaald worden. 

        De tarieven worden jaarlijks op 1 september aangepast volgens de schommelingen van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand maart van het huidige jaar te delen door het indexcijfer van de maand september in 2020. Bij de indexering worden de tarieven afgerond tot op de dichtstbijzijnde 10 cent.

         

        Artikel 5:  VRIJSTELLINGEN

        De retributie is niet verschuldigd voor: 

        -       de door de gemeente bevorderende initiatieven in samenwerking met het Rode Kruis.

         

        Artikel 6: ANNULERINGSVOORWAARDEN

        lndien de aanvrager geen gebruik maakt van de ter beschikking gestelde accommodatie wordt een retributie toegepast afhankelijk van het moment waarop de annulering via e-mail kenbaar werd gemaakt. De annulering moet steeds gebeuren via: reservatie@brecht.be 

        Gebruikers kunnen kosteloos annuleren tot 2 weken voor datum van gebruik. Annuleringen na dit tijdstip geven aanleiding tot het betalen van de retributie. 

        Indien de termijn waarin kosteloos kan geannuleerd worden voorbij is, dient de gebruiker ieder niet-gebruik van aangevraagde zaal vooraf te melden. Wanneer vooraf geen annulering werd doorgegeven, zal er een retributie aangerekend worden. 

        Tijdstip van annuleren

        Retributie

        De annulatie wordt meer dan 2 weken voor het gebruiksmoment geldig kenbaar gemaakt

        Gratis annuleren

        De annulatie wordt minden dan 2 weken voor het gebruiksmoment geldig kenbaar gemaakt

        100% van de retributie

        Geen annulatie of geel geldige annulatie

        € 50,00 + 200% van de retributie

         

        In geval van bewezen en manifeste overmacht m.b.t. het wegvallen van de activiteit of het tijdig indienen van de annulering, kan op advies van het beheersorgaan van het gemeenschapscentrum aan het college van burgemeester en schepenen worden voorgesteld af te zien van het innen van deze vergoedingen. De aanvraag hiertoe moet gericht worden aan het beheersorgaan. Indien het gemeentebestuur door bewezen en manifeste overmacht de ruimtes niet ter beschikking kan stellen, zal de gebruiker/aanvrager geen enkel recht op schadevergoeding kunnen laten gelden.

         

        Artikel 7: WIJZE VAN BETALING 

        De retributie wordt eisbaar zodra de dienstverlening aanvangt. 

        De gebruikers betalen maandelijks na ontvangst van de rekening door overschrijving op een financiële rekening van het gemeentebestuur.

         

        Artikel 8: NIET-BETALING 

        Bij niet-betaling van het verschuldigde bedrag na vervaldatum kan de gebruiker onmiddellijk het gebruik van de accommodatie ontzegd worden. 

         

        Bij niet-betaling binnen de wettelijk bepaalde vervaltermijn, zal een gratis eerste aanmaning worden verzonden. Voor een tweede, en desgevallend elke volgende, aanmaning wordt telkens een kost van € 20,00 aangerekend voor de verzending.

        Als de debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt, wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van 20,00 euro aangerekend. 

        Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Voor het aanmaken van dit dwangbevel en het overmaken van een dossier aan de gerechtsdeurwaarder wordt een kost van € 30,00 aangerekend. 

        Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen. De rechtbanken van Antwerpen zijn bevoegd.

         

        Artikel 9: ONEIGENLIJK GEBRUIK 

        Wie een lokaal aanvraagt, moet dit doen in de hoedanigheid van organisator of namens de organisator. De organisator mag de ter beschikking gestelde ruimte niet laten gebruiken door derden of voor andere doeleinden dan opgegeven in de aanvraag. Als oneigenlijk gebruik wordt beschouwd bv: een privéaangelegenheid, terwijl de zaal werd aangevraagd door een vereniging. 

        Indien oneigenlijk gebruik vastgesteld  wordt, dient de gebruiker een retributie te betalen van: € 50,00 + 300% van de voorziene retributie.

         

        Artikel 10: TOEZICHT  

        Dit reglement valt onder het toezicht van de toezichthoudende overheid.

      • Reglement Cultuurprijs van gemeente Brecht - Aanpassing

        Goedgekeurd

        ALGEMENE BEPALINGEN

        Artikel 1

        De Cultuurprijs van de gemeente Brecht, verder ‘Cultuurprijs’ genoemd, wordt tweejaarlijks uitgereikt  aan een persoon, vereniging, groep, instelling of project die een volgehouden, bijzondere prestatie leverde of levert op artistiek of cultureel vlak. De Cultuurprijs is een officiële erkenning van een geleverde prestatie door een persoon of een vereniging die een meerwaarde biedt voor het culturele leven in Brecht of een opmerkelijke culturele prestatie geleverd door een inwoner of vereniging van Brecht.

        Artikel 2

        De activiteit van de kandidaat cultuurprijs kan zich situeren binnen de meest diverse domeinen van cultuur (kunsten, volksontwikkeling, erfgoed, literatuur, vorming, evenementenorganisaties, …).

        Artikel 3

        De cultuurprijs omvat 2 categorieën, nl.  een prijs van de jury en een publieksprijs bestaande uit een geldprijs van telkens 750,00 EUR, met een totaal van 1500,00 EUR.

        Artikel 4

        Men kan de prijs van de jury of de publieksprijs slechts 1 maal in 10 jaar ontvangen.

        Artikel 5

        De kandidaat voor de Cultuurpluim kan niet in hetzelfde competitiejaar voorgedragen worden als kandidaat voor de Cultuurprijs.

         

        VOORWAARDEN 

        Artikel 6

        Iedereen kan kandidaten voordragen. De kandidatuur moet schriftelijk en omstandig gemotiveerd zijn. Het formulier is te raadplegen op de gemeentelijke website.

        De voorgedragen kandidaten worden op de hoogte gebracht en dienen hun kandidatuur te aanvaarden.

        Artikel 7

        De voorgedragen kandidaat is gevestigd in de gemeente Brecht of ontplooit er zijn werking.

        Artikel 8

        De voorgedragen kandidaat heeft op moment van inschrijving de leeftijd van min. 18 jaar.

         

        PROCEDURE 

        Kandidaten voordragen 

        Artikel 9

        Kandidaturen indienen gebeurt via de gemeentelijke website.

         

        Selectie kandidaturen

        Artikel 10

        De eerste selectie van de binnengekomen kandidaturen wordt gemaakt door de gemeentelijke cultuurraad. De geselecteerde kandidaturen worden opgenomen in een shortlist. In geval geen enkele kandidatuur geselecteerd wordt ,  wordt er geen prijs van de jury of publieksprijs toegekend voor dat jaar.

        De geselecteerde kandidaturen worden voorgesteld en toegelicht op de gemeentelijke website. Niet-geselecteerde kandidaten worden schriftelijk op de hoogte gebracht.

         

        STEMMMING

        A. Prijs van de jury:

        Artikel 11

        De jury bestaat uit de stemgerechtigde leden van de gemeentelijke cultuurraad aangevuld met minstens 2 en maximaal 4 onafhankelijke deskundigen.

        Artikel 12

        Stemgerechtigde leden die zelf een voordracht deden of die lid zijn van een voorgedragen organisatie, instelling, vereniging of project maken geen deel uit van de jury en nemen niet deel aan de stemming.

        Artikel 13

        De jury streeft naar het aanduiden van een winnaar in consensus. Bij gebrek aan consensus gaat de jury over tot stemming.

        Artikel 14

        Bij staking van stemmen beslist de voorzitter van de cultuurraad over het toewijzen van de cultuurprijs. Indien de voorzitter niet in de mogelijkheid verkeert dit te doen, neemt zijn plaatsvervanger deze taak waar.

         

        B. Publieksprijs:

        Artikel 15

        Alle inwoners de van gemeente Brecht zijn stemgerechtigd en kunnen maximaal één online stem uitbrengen op één van de kandidaten van de shortlist. Deze stemming start na de bekendmaking op de gemeentelijke website en loopt minimum 2 weken.

         

        TOEKENNING CULTUURPRIJS

        Artikel 16

        Het resultaat van de jury en stemming wordt in een verslag opgenomen en bezorgd aan het College van Burgemeester en Schepenen. Dit verslag bevat het resultaat en de argumentatie omtrent de winnende kandidaat.

        Artikel 17

        Alle voorgedragen kandidaten worden schriftelijk op de hoogte gebracht van het resultaat van de stemmingen.

        Artikel 18

        De prijs van de jury en publieksprijs worden overhandigd tijdens een publieke en plechtige gelegenheid. Hierop worden de winnaar alsook alle andere voorgedragen kandidaten uitgenodigd.

      • Reglement Cultuurpluim gemeente Brecht

        Goedgekeurd

        ALGEMENE BEPALINGEN

        Artikel 1

        De Cultuurpluim van gemeente Brecht, verder ‘Cultuurpluim’ genoemd, wordt tweejaarlijks uitgereikt  aan een persoon, vereniging, groep, instelling of project die een beloftevolle, bijzondere prestatie leverde of levert op artistiek of cultureel vlak. Met deze aanmoedigingspremie wil het gemeentebestuur erkenning geven aan aanstormend jong, cultureel of artistiek talent in Brecht.

        Artikel 2

        De kandidaat kan zich situeren binnen de meest diverse domeinen van cultuur (kunsten, volksontwikkeling, erfgoed, literatuur, vorming, evenementenorganisaties, …).

        Artikel 3

        De Cultuurpluim  omvat 2 categorieën, nl.  een prijs van de jury, een publieksprijs bestaande uit een geldprijs van telkens 250,00 EUR, met een totaal van 500,00 EUR.

        Artikel 4

        Men kan de Cultuurpluim slechts 1 maal ontvangen.

        Artikel 5

        De kandidaat voor de Cultuurpluim kan niet in hetzelfde competitiejaar voorgedragen worden als kandidaat voor de Cultuurprijs.

         

        VOORWAARDEN

        Artikel 6

        Iedereen kan kandidaten voordragen. De kandidatuur moet schriftelijk en omstandig gemotiveerd zijn. Het formulier is te raadplegen op de gemeentelijke website.

        De voorgedragen kandidaten worden op de hoogte gebracht en dienen hun kandidatuur te aanvaarden.

        Artikel 7

        De voorgedragen kandidaat is gevestigd in de gemeente Brecht of ontplooit er zijn werking.

        Artikel 8

        De voorgedragen kandidaat heeft op moment van inschrijving de leeftijd van min. 12 jaar en max. 21 jaar bereikt.

         

        PROCEDURE

        Kandidaten voordragen

        Artikel 9

        Kandidaturen indienen gebeurt via de gemeentelijke website.

         

        Selectie kandidaturen

        Artikel  10

        De eerste selectie van de binnengekomen kandidaturen wordt gemaakt door de gemeentelijke cultuurraad. De geselecteerde kandidaturen worden opgenomen in een shortlist. In geval geen enkele kandidatuur geselecteerd wordt, wordt er geen prijs van de jury of publieksprijs toegekend voor dat jaar.

        De geselecteerde kandidaturen worden voorgesteld en toegelicht op de gemeentelijke website. Niet-geselecteerde kandidaten worden schriftelijk op de hoogte gebracht.

         

        STEMMING

        A. Prijs van de jury:

        Artikel 11

        De jury bestaat uit de stemgerechtigde leden van de gemeentelijke cultuurraad aangevuld met minstens 2 en maximaal 4 stemgerechtigde leden van het dagelijks bestuur van de gemeentelijke jeugdraad en met minstens 2 en maximaal 4 onafhankelijke deskundigen.

        Artikel 12

        Stemgerechtigde leden die zelf een voordracht deden of die lid zijn van een voorgedragen organisatie, instelling, vereniging of project maken geen deel uit van de jury en nemen niet deel aan de stemming.

        Artikel 13

        De jury streeft naar het aanduiden van een winnaar in consensus. Bij gebrek aan consensus gaat de jury over tot stemming.

        Artikel 14

        Bij staking van stemmen beslist de voorzitter van de gemeentelijke cultuurraad over het toewijzen van de Cultuurpluim. Indien de voorzitter niet in de mogelijkheid verkeert dit te doen, neemt zijn plaatsvervanger deze taak waar.

         

        B. Publieksprijs:

        Artikel 15

        Alle inwoners de van gemeente Brecht zijn stemgerechtigd en kunnen maximaal één online stem uitbrengen op één van de kandidaten van de shortlist. Deze stemming start na de bekendmaking op de gemeentelijke website en loopt minimum 2 weken.

         

        TOEKENNING CULTUURPLUIM

        Artikel 16

        Het resultaat van de jury en stemming wordt in een verslag opgenomen en bezorgd aan het College van Burgemeester en Schepenen. Dit verslag bevat het resultaat en de argumentatie omtrent de winnende kandidaat.

        Artikel 17

        Alle voorgedragen kandidaten worden schriftelijk op de hoogte gebracht van het resultaat van de stemmingen.

        Artikel 18

        De prijs van de jury en publieksprijs worden overhandigd tijdens een publieke en plechtige gelegenheid. Hierop worden de winnaar alsook alle andere voorgedragen kandidaten uitgenodigd.

    • gemeentelijke basisschool

      • Aanpassing schoolreglement gewoon basisonderwijs

        Goedgekeurd

        De gemeenteraad keurt het schoolreglement gewoon basisonderwijs goed.

        Het bestaande schoolreglement gewoon basisonderwijs vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van september 2012 wordt opgeheven.

      • Aanpassing arbeidsreglement gemeenteschool - bijlagen "Recht op deconnectie"

        Goedgekeurd

        De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de bijlagen "recht op deconnectie" en voegt deze documenten ("afsprakenkader rond communicatie tussen ouders en school" en "afsprakenkader rond communicatie interne afspraken") als bijlagen toe aan het arbeidsreglement van de gemeentelijke basisschool.

    • intergemeentelijke samenwerking

      • Cipal - Algemene vergadering - 22 juni 2023

        Goedgekeurd

        Op basis van de bekomen documenten en de toelichtende nota worden de agendapunten van de algemene vergadering van Cipal van 22 juni 2023 goedgekeurd.

        De vertegenwoordiger van de gemeente wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van Cipal van 22 juni 2023 te handelen en te beslissen conform dit besluit. Indien deze algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van de gemeente gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.

        Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van onderhavig besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan Cipal.

      • Igean dienstverlening - Algemene vergadering - 22 juni 2023

        Goedgekeurd

        De gemeenteraad neemt kennis van de volledige dagorde van de jaarvergadering van IGEAN dienstverlening die zal gehouden worden in de burelen van IGEAN, Doornaardstraat 60 te 2160 Wommelgem op donderdag 22 juni 2023 om 18.30 uur evenals van alle daarbij horende documenten en neemt op basis hiervan volgende beslissingen:
        1.  Goedkeuren van het verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2022
        2.  Goedkeuren van het verslag van de revisor over het boekjaar 2022
        3.  Goedkeuren van de jaarrekening 2022
        4.  Kwijting verlenen aan de bestuurders en aan de revisor over het boekjaar 2022
        5.  Toetreding aanvaarden van WoonZorgNetwerk Edegem en van OCMW Boom.
        De vertegenwoordiger van de gemeente, die met een afzonderlijk besluit werd benoemd, wordt gemandateerd om op de jaarvergadering van IGEAN dienstverlening van 22 juni 2023 deel te nemen aan de bespreking over de in artikel 1 vermelde agendapunten en te beraadslagen en te beslissen overeenkomstig dit besluit en verder al het nodige te doen om de volledige agenda af te werken.

      • Igean milieu en veiligheid - Algemene vergadering - 22 juni 2023

        Goedgekeurd

        De gemeenteraad neemt kennis van de volledige dagorde van de jaarvergadering van IGEAN milieu & veiligheid die zal gehouden worden in de burelen van IGEAN, Doornaardstraat 60 te 2160 Wommelgem op donderdag 22 juni 2023 om 18.30 uur evenals van alle daarbij horende documenten en neemt op basis hiervan volgende beslissingen:

        1.  Goedkeuren van het verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2022
        2.  Goedkeuren van het verslag van de revisor over het boekjaar 2022
        3.  Goedkeuren van de jaarrekening 2022
        4.  Kwijting verlenen aan de bestuurders en aan de revisor over het boekjaar 2022
        5.  Benoemen van leden adviescomités
        6.  Toetreding aanvaarden van WoonZorgNetwerk Edegem en van OCMW Boom.
        De vertegenwoordiger van de gemeente, die met een afzonderlijk besluit werd benoemd, wordt gemandateerd om op de jaarvergadering van IGEAN milieu & veiligheid van 22 juni 2023 deel te nemen aan de bespreking over de in artikel 1 vermelde agendapunten en te beraadslagen en te beslissen overeenkomstig dit besluit en verder al het nodige te doen om de volledige agenda af te werken.

      • De Ideale Woning - Goedkeuring splitsingsvoorstel De Ideale Woning cvba op de buitengewone algemene vergadering van 28 juni 2023

        Goedgekeurd

        De partiële splitsing van De Ideale Woning wordt goedgekeurd overeenkomstig het gemeenschappelijk voorstel van partiële splitsing, zoals gevoegd in bijlage bij deze beslissing.

        De vertegenwoordiger van de gemeente binnen de algemene vergadering van de cvba De Ideale Woning krijgt de opdracht te handelen op de buitengewone algemene vergadering van 28 juni 2023 conform deze beslissing.

      • Woonhaven Antwerpen - Bijzonder Algemene vergadering - 28 juni 2023

        Goedgekeurd

        De agenda die op de bijzonder algemene vergadering van Woonhaven behandeld wordt, wordt goedgekeurd door de gemeenteraad. 

Namens Gemeenteraad,

Annemie Marnef
Algemeen Directeur

Leo Nicolaï
Voorzitter gemeenteraad