De voorzitter opent de zitting op 08/09/2022 om 19:59.
Decreet lokaal bestuur - artikel 20 - “De vergadering van de gemeenteraad vindt plaats in het gemeentehuis of op de fysieke plaats door de gemeenteraad bepaald (...).”
Decreet lokaal bestuur - artikel 74
Huishoudelijk reglement goedgekeurd door de gemeenteraad op 14/10/2021
Voorzitter L. Nicolaï heet iedereen welkom.
Er zijn drie raadsleden verontschuldigd: A. Van Dijck, K. Van Looy, H. Verbeeck.
Raadslid N. Schoonbaert zal later de zitting vervoegen.
Schepen L. Aerts werd gedelegeerd om de agenda’s te ondertekenen omdat de voorzitter in het buitenland was.
Toelichting door voorzitter L. Nicolaï waarom eerste agendapunt bij hoogdringendheid wordt toegevoegd.
De grondslag ligt in artikel 20 van het decreet lokaal bestuur. Er is een nieuwe passage in voege sinds 14 augutus 2021 die voorheen niet van toepassing was. Voorheen was het huishoudelijk reglement van toepassing. Als dit niet toegevoegd wordt, dan is dit niet rechtsgeldig vergaderen. Dit is ook zo voor de raad voor maatschappelijk welzijn, namens art. 74
Voorzitter L. Nicolaï stelt dat er eerst moet worden gestemd over de toevoeging van dit agendapunt aan de agenda.
Raadslid I. De Beuckelaer vraagt waarom er geen livestream is.
Voorzitter L. Nicolaï stelt dat livestream niet mogelijk is omwille van technische redenen.
Voorzitter zegt dat er vorige keer ook geen audio-opname was. Deze hebben we nu wel en normaal zou dit voldoende moeten zijn.
Schepen C. Beyers meldt dat de opname-apparatuur binnen is bij de fabrikant voor herstelling.
Raadslid I. De Beuckelaer vraagt hoe lang er hier vergaderd zal worden. Voorzitter L. Nicolaï stelt dat dit tot het einde van de legislatuur zal zijn.
Stemming 'Behandeling agendapunt bij hoogdringendheid'.
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Omwille van de toekomstige bouwwerkzaamheden aan het gemeenschapscentrum is het niet mogelijk om de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn nog door te laten gaan in de raadszaal van het gemeenschapscentrum Jan vander Noot.
Er wordt voorgesteld om de raad voor maatschappelijk welzijn tijdens de werken door te laten gaan in de voormalige bibliotheek van Sint-Lenaarts, Dorpsstraat 60.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt goed dat de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn tijdens de werken aan het nieuwe administratieve centrum met gemeenschapsfunctie door zal gaan in de voormalige bibliotheek in de Dorpsstraat 60 te Sint-Lenaarts.
Het verslag van de voorgaande zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn d.d. 28 juni 2022 dat acht dagen voor de huidige zitting ter inzage van de RVMW-raadsleden ligt, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het decreet lokaal bestuur d.d. 22 december 2017.
Het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn d.d. 17 januari 2019.
Het verslag van de voorgaande zitting wordt ter goedkeuring voorgelegd.
Burgemeester S. Deckers wenst zich te onthouden omwille van afwezigheid tijdens de raadszitting van juni 2022.
Artikel 1
Het verslag van de voorgaande zitting d.d. 28 juni 2022 dat acht dagen voor de huidige zitting ter inzage van de RVMW-raadsleden heeft gelegen wordt door de raad voor maatschappelijk welzijn goedgekeurd.
De onderstaande wijzigingen aan de rechtspositieregeling van de personeelsleden van het WZC, lokale dienstencentra en serviceflats werden besproken met de vakbonden waarvan protocol van akkoord werd opgemaakt (zie bijlage).
Het decreet lokaal bestuur.
Besluit van de Vlaamse Regering van 07 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel, zoals gewijzigd bij besluiten van 09 januari 2009 en 23 november 2012.
Het OCMW raadsbesluit van 16 december 2008 en latere wijzigingen houdende de vaststelling van de rechtspositieregeling van het OCMW personeel.
Het KB van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van het personeel.
Het VIA6-akkoord van 30 maart 2021 waarbij diverse maatregelen werden afgesproken om de gestegen zorgzwaarte en hoge werkdruk in de ouderenzorg op te vangen.
Afgesloten protocollen van 24 november 2021 betreffende de uitrol van een nieuwe functieclassificatie IFIC in de publieke ouderenzorg.
Naar aanleiding van de COVID-19 crisis werd in navolging van het federaal zorgakkoord een breed akkoord afgesloten voor de social profit / non-profitsector. Dit akkoord bestaat uit twee luiken namelijk koopkracht en kwaliteit. Een onderdeel van verhoging van de koopkracht is de implementatie van IFIC-functieclassificatie met daaraan gekoppeld de IFIC-loonschalen in de zorgsectoren (ouderenzorg o.a. woonzorgcentra). Het doel van deze implementatie is de barema’s tussen (en binnen) de publieke en private sector geleidelijk te harmoniseren.
De nieuwe classificatie is ontworpen voor enerzijds de federale en anderzijds de geregionaliseerde gezondheidssectoren. De classificatie vormt een duidelijk en gemeenschappelijk verloningskader voor alle medewerkers en werkgevers van de sectoren die ze implementeren. De meerkosten IFIC worden door Vlaanderen gefinancierd. De subsidiebesluiten hiervoor zijn nog in de maak.
Het Vlaams rechtspositiebesluit personeel lokale besturen moet hierop aangepast worden. Voor het personeel van de woonzorgcentra betreft het o.a. de invoering van de IFIC-salarisschalen en alle afgeleide gevolgen (de toelagen, de functionele loopbaan) en dit conform de afspraken opgenomen in de protocollen. Met betrekking tot de functionele loopbaan en overnemen van anciënniteit beslissen de lokale besturen autonoom. In afwachting van het nieuwe rechtspositiebesluit wensen we nu reeds een aanpassing door te voeren met betrekking tot de overname van geldelijke anciënniteit.
Met invoering van de IFIC-salarisschalen valt de scheidingslijn in geldelijke en schaalanciënniteit weg. In tegenstelling tot het personeel van gemeente en administratief personeel van het OCMW, waarvoor tevens een andere rechtspositieregeling geldt dan voor het personeel van het woonzorgcentrum en dienstencentra, is er geen sprake meer van een schaalanciënniteit. Er wordt enkel nog gekeken naar relevante ervaring en daaraan verbonden geldelijke anciënniteit.
Volgens arbeidsmarktspecialisten is het tekort aan werkkrachten momenteel het grootst in 15 jaar tijd. Bovendien verwacht men dat dit tekort nog zal stijgen. Hierdoor dreigt de kloof tussen vraag en aanbod steeds dieper te worden. Door het beperken van overname van anciënniteit bij indiensttreding en het toepassen van een minder gunstige verlofregeling voor het personeel van het woonzorgcentrum (26 vakantiedagen + 11 feestdagen) blijft het niet evident om op de huidige arbeidsmarkt getalenteerde profielen met de juiste competenties aan te trekken. Steeds meer vacatures geraken bijgevolg niet ingevuld.
Vanaf 1 juli 2021 traden de kwaliteitsmaatregelen voor de ouderenzorg in werking die werden afgesproken in het Vlaams Intersectoraal akkoord (VIA6) van 30 maart 2021. In het kader van dit VIA6-akkoord is het belangrijk te kunnen blijven voldoen aan de (hoger) gestelde personeelsnormen (een tekort in de norm heeft drastische gevolgen voor de financiering). Ook kan een woonzorgcentrum onder verhoogd toezicht geplaatst worden door het Agentschap als blijkt dat door personeelstekort bv. medicatie niet altijd op een correcte manier toegediend wordt.
In afwachting van de nieuwe rechtspositiebesluiten wensen we nu reeds een aanpassing door te voeren in de rechtspositieregeling van de personeelsleden van het WZC, lokale dienstencentra en serviceflats m.b.t. de toekenning van periodieke salarisverhogingen door de opbouw van geldelijke anciënniteit.
Burgemeester S. Deckers geeft hierover een toelichting.
Burgemeester S. Deckers stelt dat in navolging van het federaal zorgakkoord een breed akkoord werd afgesloten voor de social profit/non profitsector. Het doel van de aanpassing is om het verschil tussen de publieke en private barema’s weg te werken wat nodig is om getalenteerde profielen aan te trekken. Momenteel kan er slechts 8 jaar overgenomen worden. Dit is voor nieuwe aanwervingen vanaf 1 januari 2022, maar nooit met terugwerkende kracht.
Artikel 1
De Raad verleent goedkeuring tot de aanpassing van de volgende artikels in de rechtspositieregeling van de personeelsleden van het WZC, lokale dienstencentra en serviceflats:
De volgende personeelsleden worden uitgesloten van deze maatregel zoals vermeld in artikel 169 en artikel 170: personeelsleden van de lokale dienstencentra en serviceflats, omdat zij niet vallen onder de toepassing van het VIA6-akkoord.
Art. 168. De aanstellende overheid kan nuttige ervaring als formele voorwaarde voor de aanwerving stellen in de bijzondere aanwervingsvoorwaarden.
Indien de aanstellende overheid bij openverklaring bepaalt de (aantal) privé-jaren te honoreren voor een bepaalde functie geldt dit eveneens voor de reeds in dienst zijnde personeelsleden in dezelfde functie en dit met ingang van de datum van het besluit van de openverklaring.
Art. 169.§1 Komen eveneens in aanmerking voor de toekenning van periodieke verhogingen : de diensten met volledige of onvolledige prestaties in de privé-sector of als zelfstandige tot maximum 8 jaar als die beroepservaring relevant is voor de functie waarin het personeelslid aangesteld wordt. Het personeelslid levert zelf de bewijsstukken van de diensten.
§1bis In afwijking van artikel 169 §1 wordt alle relevante beroepservaring met volledige of onvolledige prestaties onbeperkt overgenomen voor het personeel van woonzorgcentrum die onder toepassing vallen van het VIA6 akkoord. Het personeelslid levert zelf de bewijsstukken van de diensten.
§2. De valorisatie van de privé-jaren zoals bepaald in eerste lid-bis, is voor de nieuwe aanwervingen van toepassing vanaf 1 januari 2022. De bepalingen van dit artikel zijn ook van toepassing op de personeelsleden die reeds in dienst zijn, maar nooit met terugwerkende kracht.
Afdeling III. De valorisatie van de diensten
Art. 170. §1. De diensten die in overeenstemming met artikelen 168 en 169 gepresteerd werden, worden vanaf 1 januari 2022 voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit meegerekend voor honderd procent, ongeacht of ze voltijds dan wel deeltijds gepresteerd werden.
Voor diensten gepresteerd vóór 1 januari 2022 geldt de regeling die op dat ogenblik van toepassing was in de rechtspositieregeling.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de personeelsdienst en de dienst toezicht.
De derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 van gemeente en OCMW Brecht werd door de bevoegde organen goedgekeurd in november 2021.
Besluit van het vast bureau van 23 augustus 2022 over de opvolgingsrapportering van het eerste semester 2022.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikels 40 en 41 (bevoegdheid gemeenteraad), artikels 77 en 78 (bevoegdheid raad voor maatschappelijk welzijn), artikel 249 (beleidsrapporten), artikels 263 (opvolgingsrapportering).
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
De opvolgingsrapportering over het eerste semester van 2022 werd opgesteld en is te vinden in bijlage.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de opvolgingsrapportering van het eerste semester 2022 van gemeente en OCMW Brecht.
Erkenningsvoorwaarden van een instelling voor schuldbemiddeling (artikel 9 van het decreet van 24 juli 1996, artikel 7bis van het Besluit van de Vlaamse Regering van 25 maart 1997).
De jaarlijkse registratie van het OCMW Brecht als erkende instelling voor schuldenbemiddeling wordt ter aktename voorgelegd aan de Raad Voor Maatschappelijk Welzijn.
Dit is een instrument waarbij de sociale dienst aan de Vlaamse Overheid, Standpunt Mens en Samenleving, een overzicht geeft van de activiteiten van ons OCMW in het kader van schuldbemiddeling, schuldbeheer en collectieve schuldenregeling.
Voorzitter BCSD L. Aerts stelt dat het opgeladen document voldoende duidelijk is, maar als er vragen zijn dat deze gesteld kunnen worden.
Artikel 1
De Raad Voor Maatschappelijk Welzijn neemt kennis van de jaarlijkse registratie OCMW Brecht als erkende instelling voor schuldbemiddeling.
Jaarlijks wordt gemeenschappelijk jaarverslag opgemaakt voor de woonzorgcentra die samenwerken in het woonzorgcollectief Compostela.
Voor WZC en CVK Sint-Maria werden de jaarlijkse gegevens aangevuld voor 2021. Deze zijn terug te vinden in jaarverslagen in bijlage.
Decreet lokaal bestuur d.d. 22 december 2017.
Raadslid P. Van Assche stelt dat bij het jaarverslag van CKV het aantal mannen in 2020 zeer drastisch is afgenomen van 45% naar 22% in 2021. Hij ziet deze evolutie niet in het WZC en ook niet in de andere entiteiten.
Voorzitter BCSC L. Aerts stelt dat er bij zijn weten geen objectieve verklaring is.
Artikel 1
De Raad Voor Maatschappelijk Welzijn neemt kennis van de jaarverslagen van CVK en WZC Sint-Maria 2021.
Voor de eerste keer werden de jaargegevens omtrent serviceflats Het Sluisken en 't Zand verwerkt vanuit het woonzorgcollectief.
De opgemaakte verslagen zijn terug te vinden in bijlage.
Decreet lokaal bestuur d.d. 22 december 2017.
Artikel 1
De Raad Voor Maatschappelijk Welzijn neemt kennis van de jaarverslagen van SF Het Sluisken en 't Zand 2021.
Decreet lokaal bestuur d.d. 22 december 2017.
De jaarverslagen 2021 van het lokaal dienstencentrum Het Sluisken en het dienstencentrum De Lindenboom worden ter kennisname voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Beide verslagen werden in bijlage toegevoegd.
De verslagen werden voor de eerste keer centraal opgemaakt vanuit het woonzorgcollectief en zijn omwille van de coronapandemie in 2021 zeer beperkt.
Artikel 1
De Raad Voor Maatschappelijk Welzijn neemt kennis van de jaarverslagen 2021 van LDC Het Sluisken en LDC De Lindeboom.
De voorzitter sluit de zitting op 15/09/2022 om 09:40.
Namens OCMW Raad,
Annemie Marnef
Algemeen Directeur
Leo Nicolaï
Voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn